schriftelijke vragen fractie D66 - Waarschuwing provincie wegens tekort aan huisvesting voor statushouders
Een raadslid stelde op 11 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan De gemeenteraad van Zoetermeer
Zaakid 2026-080363
Van Het college/ Wethouder Frinking
Datum 9 juni 2026
Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen D66 van 7 mei 2026 Waarschuwing provincie wegens tekort aan huisvesting voor statushouders
Bijlagen Schriftelijke vragen
Naar aanleiding van het bericht in het AD van 6 mei 2026 over de huisvesting van statushouders en de waarschuwing van de provincie Zuid-Holland heeft D66 schriftelijke vragen ingediend. Deze vragen worden hieronder beantwoord:
Vraag 1 Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat de gemeente niet aan haar wettelijke taak kan voldoen en de provincie dreigt in te grijpen? Welke bestuurlijke of ambtelijke oorzaken liggen daaraan ten grondslag?
Antwoord 1 Hoofdoorzaak is het woningtekort in Zoetermeer. Hierdoor zijn er te weinig woningen beschikbaar voor alle urgente doelgroepen, ook voor statushouders. Ondanks het woningtekort, wordt de gemeente door het Rijk en de provincie gehouden aan een halfjaarlijkse wettelijke taakstelling voor de huisvesting van statushouders.
De structurele tekorten van woningen kunnen onvoldoende worden opgevangen door tijdelijke maatregelen zoals de Hotel accommodatie regeling (HAR). Hierbij worden statushouders maximaal een jaar op kosten van het COA gehuisvest. Daarna zijn deze mensen de verantwoordelijkheid van de gemeente.
Vraag 2 Hoe beoordeelt het college het risico dat de provincie daadwerkelijk zal overgaan tot ingrijpen indien Zoetermeer onvoldoende voortgang boekt?
Antwoord 2 Het college gaat ervanuit dat de gemeente met het aanleveren van het Huisvestingsplan voor Vergunninghouders (HvV) voldoet aan de eisen van de provincie. De raad is hierover op 4 mei 2026 geïnformeerd via het raadsmemo Huisvestingsplan voor Vergunninghouders Zoetermeer 2026.
De beoordeling per 1 juli 2026 is afhankelijk van zowel de realisatie van de wettelijke taakstelling als het oordeel van de provincie Zuid-Holland over het HvV, waarin de gemeente aangeeft hoe achterstanden worden ingelopen en voorkomen. Het college verwacht op basis van het HvV en de te realiseren doorstroomlocatie toekomstige achterstanden op de taakstelling te voorkomen.
Vraag 3 Welke concrete eisen, verwachtingen en termijn heeft de provincie meegegeven aan Zoetermeer om ingrijpen te voorkomen?
Antwoord 3 De voornaamste eis is het inleveren van een Huisvestingsplan voor Vergunninghouders. De Provincie kijkt vervolgens in hoeverre de voorgestelde oplossingen in dat plan ook daadwerkelijk gaan leiden tot het verminderen en voorkomen van achterstanden in de taakstelling.
Enerzijds gaat het dan om de wijze waarop achterstanden worden weggewerkt, anderzijds gaat het om concrete oplossingen om te komen tot meer capaciteit voor huisvesting van vergunninghouders. Dit staat in het HvV beschreven.
Na beoordeling van het HvV en het gesprek hierover, beoordeelt de provincie welke gevolgen dit heeft voor de plaatsing op de toezichtsladder. Hierbij is nadrukkelijk aangegeven dat er in de huidige fase 4 nog voldoende ruimte is voor een constructief overleg met de provincie en eventueel ondersteuning vanuit de provincie en het Rijk voor oplossingen.
Vraag 4 Welke locaties worden momenteel onderzocht of overwogen voor een doorstroomlocatie?
Antwoord 4 Op korte termijn wordt een projectmanager geworven die op basis van een concrete opdracht de mogelijkheden voor een doorstroomlocatie in Zoetermeer in kaart gaat brengen. Het doel is te komen tot een advies aan het college over de mogelijkheden en de realisatie op een zo kort mogelijke termijn.
Vraag 5 In welke fase bevindt het proces van het kiezen en ontwikkelen van een doorstroomlocatie zich en wat is de planning die de gemeente hanteert?
Antwoord 5 Het streven is zo spoedig mogelijk te komen tot een gedegen advies over mogelijke doorstroomlocatie(s) aan het college.
Vraag 6 Wil het college doorstroomlocaties creëren waar verschillende doelgroepen zullen samenwonen, bijvoorbeeld statushouders met studenten?
Antwoord 6 Ja er wordt uitdrukkelijk gezocht een locaties waar meerdere doelgroepen gezamenlijk kunnen worden gehuisvest. Diverse combinaties zijn mogelijk. Dit zal in elke optie worden uitgewerkt en geduid.
Vraag 7 Is het college bekend met voorbeelden van projecten waarbij dit ook wordt gedaan? Hoe kijkt het college hiernaar?
Antwoord 7 Hiervan zijn al vele voorbeelden in Nederland operationeel. Het college ziet kansen om zoals in de gemeenten Alkmaar, Almere, Rotterdam Breda etc.
De doorstroomlocatie heeft als doel om woonruimte te creëren die voor meerdere doelgroepen woningzoekenden beschikbaar is. De doorstroomlocatie is eigendom van de gemeente en biedt daardoor meer mogelijkheid tot regie op het plaatsingsbeleid.
Vraag 8 Welke randvoorwaarden hanteert het college bij het selecteren van een doorstroomlocatie?
Antwoord 8 De belangrijkste randvoorwaarde is dat er woonruimte wordt gecreëerd voor meerdere doelgroepen spoedzoekers, dus niet alleen statushouders. De verdere details zullen in de verkenning naar de verschillende mogelijkheden duidelijk worden.
Vraag 9 Is het ook mogelijk dat er meerdere locaties gekozen gaan worden?
Antwoord 9 Vooralsnog richt het Huisvestingsplan voor Vergunninghouders zicht op één te ontwikkelen locatie. Niet uitgesloten is echter dat er, gezien het woningtekort, in de toekomst meer dan één locatie nodig is om duurzaam te kunnen blijven voldoen aan de wettelijke taakstelling.
Vraag 10 Op welke manier worden de woningcorporaties betrokken bij het selecteren van de doorstroomlocatie(s)?
Antwoord 10 De gemeente zal in eerste instantie zelf de ontwikkeling van de doorstroomlocatie gaan initiëren. De gemeente houdt zelf de regie. Wel worden de plannen ook gedeeld met de woningcorporaties en is er ruimte voor de corporaties om hun kennis en inzichten aan de gemeente aan te reiken. Mogelijk ontstaat er een vorm van samenwerking.
Vraag 11 Het college spreekt in het huisvestingsplan over het realiseren van een doorstroomlocatie “binnen twee jaar”.
Acht het college deze termijn zelf voldoende snel gezien de huidige druk vanuit de provincie en de oplopende taakstelling?
Antwoord 11 De gemeente acht deze termijn zeker haalbaar. Doordat er een projectleider op korte termijn aan de slag gaat met dit project kan de realisatie van een doorstroomlocatie binnen twee jaar gerealiseerd worden.
Vraag 12 In hoeverre verwacht het college dat de Provincie op termijn weer moet ingrijpen?
Antwoord 12 Op dit moment zit de gemeente in fase 4, vooraankondiging van een juridische interventie. In deze fase is er nog steeds overleg mogelijk met de provincie en behoudt de gemeente de regie. Mede op basis van de beoordeling van het HvV zal de provincie meekijken welke mogelijkheden er zijn om het voornemen van de gemeente voor een doorstroomlocatie te realiseren. Hierin kiest de provincie een constructieve houding. Op dit moment is er nog geen sprake van een feitelijke indeplaatsstelling. Het ingrijpen is nu nog niet aan de orde.
Vraag 13 Welke maatregelen neemt het college in de tussentijd om verdere achterstanden te voorkomen?
Antwoord 13 De oplossing wordt met name gezocht in het toepassen van de HAR regeling. Dit is echter een noodgreep en zal naar de toekomst toe geen oplossing, alleen uitstel bieden. Daarbij wordt al maximaal ingezet op de HAR.
Aangezien er onvoldoende sociale huurwoningen woningen op dit moment beschikbaar zijn, zal de oplossing moeten komen uit nieuwbouw, woningdelen of doorstroomlocatie. Ook wordt bekeken of er marktpartijen zijn die (tijdelijke) oplossingen kunnen aanbieden.
Vraag 14 In hoeverre onderzoekt het college aanvullende vormen van tijdelijke huisvesting, zoals transformatie van leegstaand vastgoed?
Antwoord 14 Er wordt ook met marktpartijen gekeken naar de omvorming van leegstaand vastgoed naar doorstroomlocaties. Dit onderzoek maakt deel uit van het advies dat de projectleider moet gaan opstellen.
Vraag 15 Kan het college inzicht geven in de verwachte financiële gevolgen voor Zoetermeer indien de provincie besluit zelf in te grijpen?
Antwoord 15 Nee dat is op dit moment niet mogelijk. Dat is afhankelijk van de situatie mocht er een feitelijke indeplaatsstelling worden afgekondigd. Ook hierover zal de gemeenteraad op de hoogte gehouden worden.
Vraag 16 Zijn er naast financiële gevolgen nog andere mogelijke gevolgen te verwachten?
Antwoord 16 Het grootste gevolg is regieverlies bij de huisvesting van statushouders.
Vraag 17 Kan het college inzicht geven in de verwachte financiële baten wanneer er wordt gekozen voor een doorstroomlocatie?
Antwoord 17 Nee dat is op dit moment nog niet mogelijk. Dat hangt af van de opzet en de subsidieregelingen en Rijksvergoedingen.
Vraag 18 Welke financiële bijdragen vanuit het Rijk zijn beschikbaar voor een doorstroomlocatie en acht het college deze middelen voldoende?
Antwoord 18 Er is een breed scala aan subsidieregelingen en financiële ondersteuning vanuit het Rijk en de provincie mogelijk.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.