schriftelijke vragen fractie PDvZ - Kleine kerncentrales
Een raadslid stelde op 22 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan De gemeenteraad van Zoetermeer
Zaakid 2025-013239
Van Het college/ Wethouder B.G. Velzen
Datum 5 februari 2026
Onderwerp Beantwoording van de schriftelijke vragen van de PDvZ-fractie d.d. 20 januari 2026 over kleine kerncentrales
Bijlagen Schriftelijke vragen
Vraag 1:
Is het college bekend met de conclusies van het JRC-rapport (2021) en het UNECE-rapport (2022) die aantonen dat kernenergie een van de schoonste en veiligste vormen van elektriciteitsopwekking is, vergelijkbaar met wind en waterkracht?
Antwoord 1:
Het college is niet bekend met het JRC-rapport en het UNECE-rapport.
Vraag 2:
Kan het college aangeven in relatie tot netcongestie, welke termijnen netbeheerders aangeven voor oplossingen? Ziet het college mogelijkheden voor SMR-technologie als alternatieve oplossingsrichting?
Antwoord 2:
Landelijk netbeheerder TenneT heeft netcongestie voor Zoetermeer afgekondigd. Verzwaring van het stroomnet is nodig om dit op te lossen. TenneT verwacht dit tussen 2032-2035 gerealiseerd te hebben.
Het college ziet SMR-technologie niet als alternatieve oplossingsrichting. Op 4 februari 2026 publiceerde de minister van KGG een kamerbrief en het volgende rapport: Haskoning – Rapport Ruimtelijke en Energetische SMR’s bij de industrie. Hierin staat onder andere dat de eerste SMR in Nederland pas op zijn vroegst in 2035 wordt verwacht, volgens de meest ambitieuze tijdlijn. Ook is te lezen dat SMR’s bovendien alleen geschikt en haalbaar geacht worden voor grote industriële afnemers. Alleen dan kan er een realistische businesscase ontstaan. Daarnaast blijkt uit de ruimtelijke analyse van het rapport dat er slechts enkele percelen in de Schelde-Delta regio voldoen aan de ruimtelijke eisen voor een SMR en voldoende koelwater tot hun beschikking hebben.
Vraag 3:
De provincie Zuid-Holland heeft gemeenten gevraagd of er ruimte is voor een SMR. Wat was de reactie van Zoetermeer en welke overwegingen lagen hieraan ten grondslag?
Antwoord 3:
Bij de inventarisatie van de provincie over SMR’s heeft de gemeente Zoetermeer aangegeven hier geen potentie voor te zien binnen de gemeentegrenzen. Een SMR zou binnen de kaders van netcongestie alleen van toegevoegde waarde zijn als de opgewekte energie direct door naastgelegen grootschalige industrie met een hoge energiebehoefte gebruikt wordt. Zoetermeer heeft geen grote industrie en ziet daarom ook geen potentie om een SMR te realiseren.
Vraag 4:
Is het college bereid, naar het voorbeeld van Den Helder, te onderzoeken of en waar in Zoetermeer of de directe omgeving een geschikte locatie voor een SMR zou kunnen worden ontwikkeld, eventueel door het verwerven van een grondpositie?
Antwoord 4:
Nee. Zie ook de beantwoording van vragen 2 en 3.
Vraag 5:
Hoe past kernenergie in de gemeentelijke ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn? Erkent het college dat kernenergie, die primair warmte produceert, een substantiële bijdrage kan leveren aan het warmtenet en de regionale warmterotonde?
Antwoord 5:
Kernenergie past niet in de gemeentelijke ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn. In het Haskoning-rapport staat inderdaad dat een SMR goed kan aansluiten op warmtenetten. Een aanbeveling uit het rapport is dan ook om SMR’s uit te werken bij industriële clusters waar zich vaak ook al bestaande stoom- en warmtenetten bevinden.
Vraag 6:
Is het college in gesprek met omliggende gemeenten (Westland, Rotterdam, Den Haag) en de provincie over regionale samenwerking op het gebied van energievoorziening, inclusief de mogelijke rol van kernenergie?
Antwoord 6:
Het college heeft via de RES en het BNE goed contact met omliggende gemeenten over regionale samenwerking op het gebied van energievoorziening. De inventarisatie van de provincie en de RES Rotterdam-Den Haag over SMR’s is hier ook kort genoemd.
Vraag 7:
Welke concrete stappen is het college bereid te ondernemen om, conform de motie Erkens/Bontenbal, binnen de RES Rotterdam-Den Haag een verkenning naar de rol van kleine kerncentrales te initiëren?
Antwoord 7:
Het college onderneemt hier geen stappen in. De RES Rotterdam-Den Haag is deze verkenning namelijk al begonnen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland. Zie ook vraag 3 en bijbehorend antwoord.
Vraag 8:
Is het college bereid om, in samenwerking met kennisinstituten en de nucleaire sector, een informatiebijeenkomst te organiseren voor raadsleden en inwoners over de mogelijkheden van SMRtechnologie voor onze regio?
Antwoord 8:
Nee, het college is hiertoe niet bereid. Het ligt voor de hand dat het organiseren van een dergelijke informatiebijeenkomst over SMR-technologie door de provincie en de RES-regio wordt georganiseerd. Het bevoegd gezag voor het realiseren van SMR’s ligt namelijk bij het Rijk en de Provincie.
Vraag 9:
Kan het college toezeggen dat bij toekomstige besluitvorming over de energietransitie, kernenergie als volwaardige optie wordt meegenomen, gegeven de wetenschappelijke consensus dat deze technologie duurzaam en veilig is?
Antwoord 9:
Toekomstige besluitvorming over kernenergie ligt bij het Rijk en de provincies. De komst van een SMR vraagt immers om zorgvuldige afstemming met Rijk, provincie, de RES-regio, netbeheerders en omliggende gemeenten.
Voor technische vragen kunt u zich wenden tot:
Naam : Myrthe Peet Telefoonnummer : +31793469807 E-mailadres : [email protected]
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen fractie PDvZ - Kleine kerncentrales
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.