5 december 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Zoetermeer

schriftelijke vragen fractie PvdA - Suppletietarief Stadstheater en CKC

Een raadslid stelde op 5 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Aan De gemeenteraad van Zoetermeer

Zaakid 2025-167766

Van Het college/ Wethouder Iedema

Datum 19 december 2025

Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen PvdA suppletietarief

Bijlagen

Beantwoording schriftelijke vragen PvdA en GroenLinks – Suppletietarief Stadstheater en CKC, dd. 5 december 2025 Vraag 1 Kan het college in een tijdlijn het verloop van het suppletietarief aangeven, waarin minimaal verwerkt is:

a. Het invoeren van het suppletietarief;

b. Beslissingen die door de jaren heen door raad of college zijn genomen hierover, inclusief ingediende/aangenomen moties en amendementen;

c. Het onwettig zijn/worden van het suppletietarief.

d. Het ambtelijk en bestuurlijk kennis hebben van het onwettig zijn van de werkwijze.

Antwoord vraag 1:

a. Invoering en ontwikkeling Voor 2015 bestond een beperkte suppletie voor amateurgezelschappen (Kleine Zaal Stadstheater, max. 2 voorstellingen, bijdrage ca. €15.000).

Na 2015 werd dit uitgebreid naar o.a. CKC en Grote Zaal, zonder formele subsidieregeling.

Suppletiegelden stegen tot ca. €100.000 per jaar.

b. Besluitvorming Er zijn geen raads- of collegebesluiten waarin het suppletietarief juridisch is vastgelegd.

Raadsbesluit 2015 (Toekomstagenda Cultuur) bevatte geen tarieven.

Motie 2411-46A (11 nov. 2024) verzocht behoud van voordeel, maar gaf geen wettelijke basis.

c. Onwettigheid Sinds inwerkingtreding Awb (1994) ontbreekt wettelijke grondslag (art. 4:23 Awb).

Silicose-arrest (1995) bevestigt dat doorgeven van subsidies via derden zonder basis niet is toegestaan.

d. Het suppletietarief kwalificeert als subsidie waarvoor geen regeling bestaat en is daarmee onwettig.

Deze onwettigheid is ambtelijk vastgesteld- en het college is hiervan in november 2025 op de hoogte gesteld in het kader van de afdoening van motie 2411-46A Vraag 2 Kan het college reflecteren op het feit dat de gemeente kennelijk al 8 jaar of langer een onwettig suppletietarief handhaaft en aangeven:

a. Welke leerpunten hieruit te halen zijn voor het college en het ambtelijk apparaat? 1

b. Of het college vindt dat hier sprake is van onrechtmatig handelen, zoals bedoeld in Boek 6, artikel 162 van het Burgerlijk Wetboek?

Antwoord vraag 2:

a. De intentie van het college is altijd geweest om toegankelijke speelmogelijkheden te faciliteren voor amateurgezelschappen. Omdat de suppletiegelden niet langer houdbaar zijn, zoeken we nu in samenwerking met het amateurveld naar wettige alternatieven. Het doel blijft hetzelfde: het waarborgen van betaalbare en toegankelijke speelmogelijkheden.

Het langdurig hanteren van een onwettig suppletietarief laat zien dat financiële regelingen periodiek en strikt aan de Awb en geldende jurisprudentie moeten worden getoetst.

Daarnaast blijkt het belang van tijdige signalering, juridische kwaliteitsborging en duidelijke interne en externe communicatie bij mogelijke onrechtmatigheden.

b. Het hanteren van het suppletietarief is bestuursrechtelijk onrechtmatig, dit leidt niet automatisch tot civielrechtelijke aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW.

Nu geen sprake is van aantoonbare schade aan derden, ontbreekt een essentieel vereiste voor een onrechtmatige daad in civielrechtelijke zin.

Vraag 3 Gaat het bij het aanpassen van het gebruik van het suppletietarief om een raadsbevoegdheid – en kan de raad dus binnenkort een raadsvoorstel hierover verwachten – of draait dit om een collegebevoegdheid?

Antwoord vraag 3:

Het aanpassen of beëindigen van het suppletietarief valt onder de bevoegdheid van het college. Het vaststellen van een nieuwe subsidieregeling behoort daarentegen tot de bevoegdheid van de gemeenteraad Vraag 4 In de beantwoording van de mondeling vragen heeft het college aangegeven dat men er “bij het uitwerken van de motie” achter kwam dat het huidige suppletietarief wettelijk niet standhoudt. Daarom moet er een nieuwe hantering van het tarief komen.

a. Vanaf wanneer is er gekeken naar een plan voor aanpassing van het hanteren van het suppletietarief?

b. Wat was de aanleiding voor dit plan en is die aanleiding veranderd/aangepast na het door de raad aannemen van motie 2411-46A?

c. Welke stappen zijn er genomen in het bij vraag 4a genoemde plan?

d. De motie vraagt juist om de huidige situatie in stand te houden en pas met de eigenaar/eigenaren van een nieuw amateurtheater in gesprek te gaan om een pad uit te stippelen om het suppletietarief af te schaffen als het theater volledig operationeel is. Op welke manier en met welke reden is men bezig geweest met het uitwerken van deze motie?

e. Het college heeft haar excuses aangeboden voor het niet communiceren richting de raad c.q. indieners van de motie dat aan (een deel van) de motie geen gehoor kan worden gegeven. Het feit dat er inmiddels op 25 november jl. wél een alternatief aan het cultureel veld werd voorgelegd impliceert echter dat men al (veel) eerder wist van problemen met het suppletietarief en/of al met een plan hiervoor bezig was.

Wat is de reden dat er ondanks deze kennis niet met de raad is gecommuniceerd?

f. Kan het college aangeven, desgewenst in een tijdlijn, welke stappen er op verschillende niveaus zijn ondernomen toen eerder genoemde onwettigheid aan het licht kwam en hoe dit gecommuniceerd is?

Antwoord vraag 4:

a. Ambtelijk vanaf zomer 2024 op aangeven Stadstheater, bestuurlijk Q1 2025.

b. De aanleiding voor het plan was de toenemende financiële krapte rond de suppletiegelden bij het Stadstheater, waarbij bleek dat de bestaande werkwijze structureel niet langer financieel haalbaar was.

Deze aanleiding is na het aannemen van motie 2411-46A niet gewijzigd.

c. Medio 2024 is een verkennend onderzoek gestart naar de tariefstelling, inclusief de achtergronden en onderbouwing van het huidige suppletietarief. In het eerste kwartaal van 2025 is dit onderzoek geïntensiveerd, nadat duidelijk werd dat de bestaande werkwijze financieel niet houdbaar was en voor 2025 een tekort van circa € 25.000 dreigde bij de amateurverhuur. In november 2025 is, gezien de urgentie van de situatie, een bijeenkomst met het culturele veld georganiseerd voor een terugkoppeling en om input op te halen.

d. Bij de verdere planvorming is steeds rekening gehouden met de materiële effecten, waaronder de gevolgen voor het Stadstheater en de amateurgezelschappen, de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de amateurverhuur en de praktische uitvoerbaarheid, mede in het licht van de uitvoering van motie 2411-46A.

e. Vanwege de financiële onhoudbaarheid bij het Stadstheater, het uitblijven van uitzicht op een opening van het amateurtheater op korte termijn en het aflopen van de motie op 31 december 2025, was het noodzakelijk om samen met het veld naar alternatieve oplossingen te zoeken.

f. Het college is in de derde week van november 2025 geïnformeerd. Pas op dat moment is het college zich ervan bewust geworden dat de bestaande werkwijze juridisch niet standhoudt. De bijeenkomst met het culturele veld waarin deze kwestie is besproken, stond al geruime tijd vóór dat moment gepland en vond plaats in het kader van het lopende traject rondom het afdoen van de motie.

g. De verantwoordelijke portefeuillehouder is op woensdag 16 november mondeling geïnformeerd.

Vervolgens is besloten de reeds geplande bijeenkomst met het culturele veld door te laten gaan, met de mededeling dat zich nieuwe omstandigheden voordeden die gevolgen konden hebben voor de bestaande werkwijze. Wethouder Van der Meer is voorafgaand aan de beantwoording van de mondelinge vragen over deze kwestie geïnformeerd.

Vraag 5 We hebben begrepen na gesprekken met het culturele veld dat er tijdens een bijeenkomst van dinsdag 25 november 2025 in het Stadstheater is geopperd dat met een Algemeen Belang Besluit het college dit suppletietarief in stand kan houden. Deze maatregel wordt ook gebruikt voor sportaccommodaties.

a. Waarom heeft de raad geen uitnodiging gekregen voor deze stadsbijeenkomst?

b. Kan het college toelichten of het hierboven geopperde optioneel is?

c. Kan het college toelichten waarom dit niet in een eerder stadium is onderzocht?

Antwoord vraag 5:

a. Dit was een besloten bijeenkomst, uitsluitend bedoeld voor de directe suppletiehuurders van het Stadstheater en ingericht als een informerende en verkennende sessie met het culturele veld. Zoals gebruikelijk worden deze ambtelijke gesprekken met het culturele veld niet gedaan in gezamenlijkheid met de raad.

b.…

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen fractie PvdA - Suppletietarief Stadstheater en CKC

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zoetermeer

Alle artikel 35-vragen in Zoetermeer