schriftelijke vragen fractie PVV - Bereikbaarheid Zoetermeer en vervoerplannen 2027
Een raadslid stelde op 29 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan De gemeenteraad van Zoetermeer
Zaakid 2026-060010
Van Het college/ Wethouder Frinking
Datum 29 mei 2026
Onderwerp Beantwoording van de schriftelijke vragen van de PVV-fractie d.d. 29 april 2026 over ‘Bereikbaarheid Zoetermeer en vervoerplannen 2027’
Bijlagen -
Vraag 1 Is het college bekend met de aangekondigde vervoerplannen voor 2027 en de zorgen die hierover leven onder inwoners van Zoetermeer?
Antwoord 1 Ja. Op 23 april 2026 heeft het college u per raadsmemo geïnformeerd over de ontwerp-vervoerplannen 2027 en de reactie van het college. Het college is zich ervan bewust dat deze plannen tot zorgen leiden onder inwoners.
Vraag 2 Klopt het dat binnen deze plannen sprake is van aanpassingen die kunnen leiden tot een slechtere bereikbaarheid van Zoetermeer? Zo ja, welke aanpassingen betreft dit precies?
Antwoord 2 U kunt de wijzigingen voor Zoetermeer lezen in het raadsmemo en de daarbij gevoegde vervoerplannen. In de daluren gaat lijn 170 een kortere route rijden, daar komt extra capaciteit in de spits voor terug. De vrijgekomen capaciteit door een verlaging van de frequentie in de daluren op lijnen 70 en 71 wordt deels toegevoegd aan lijn 455. De bereikbaarheid met de stadsbussen zal afnemen en er zijn zorgen om de bereikbaarheid van het ziekenhuis met het OV. Voor lijnen 170 (Zoetermeer- Rotterdam) en 455 (Zoetermeer- Delft) is de verwachting dat de reistijd in de spits afneemt en meer reizigers gebruik gaan maken van lijnen 170 en 455. Dit zal de bereikbaarheid verbeteren.
Vraag 3 Welke gevolgen verwacht het college voor inwoners van wijken als Meerzicht, Oosterheem, Rokkeveen, Palenstein en Dorp?
Antwoord 3 Het college maakt zich vooral zorgen over de OV-bereikbaarheid van Rokkeveen en Oosterheem. Lijn 71 is de voornaamste busverbinding voor Rokkeveen; een halvering van de avond- en weekendfrequentie van tweemaal naar eenmaal per uur betekent dat inwoners van die wijk in de avonduren, op zaterdagavond en de gehele zondag twee keer zo lang, 60 minuten in plaats van 30 minuten, moeten wachten. Dat geldt ook voor de verbinding naar het HagaZiekenhuis Zoetermeer en Noordhove (lijn 70).
Vraag 4 Welke gevolgen ziet het college voor scholieren, ouderen, werknemers en inwoners die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer?
Antwoord 4 De gevolgen zullen per doelgroep en per wijziging verschillen, zowel positief als negatief.
Vraag 5 Heeft het college hierover overleg gevoerd met de MRDH, vervoerders of andere betrokken partijen? Zo ja, wat is daarbij namens Zoetermeer ingebracht?
Antwoord 5 Het college spreekt zich uit via de reactiemogelijkheid op de vervoerplannen. Het college is niet vooraf op de hoogte gesteld van de wijzigingen in de vervoerplannen, dit is ook niet gebruikelijk. De vervoersautoriteit heeft als opdrachtgever van de concessie het mandaat om de contacten te onderhouden namens de 21 deelnemende gemeenten.
Het college herkent in de vervoerplannen het beleid van de recent vastgestelde Mobiliteitsvisie 2050 van de MRDH. Hierin staat dat MRDH niet meer zal inzetten op ontsluitende buslijnen, tenzij economisch rendabel.
In de door de gemeenteraad verstuurde zienswijze op de Mobiliteitsvisie van de MRDH heeft u uw zorgen geuit over de toekomst van lijnen 70 en 71. Lijnen 70 en 71 behoren namelijk tot de slechts presterende lijnen van de concessie met weinig reizigers per kilometer.
In de Nota van Beantwoording van de MRDH is te lezen dat MRDH niet in is gegaan op uw zorgen en het verzoek voor een goede strategie voor het op- en afbouwen van ontsluitende lijnen. Dit leidt bij het college tot onvrede omdat de gevolgen al vanaf 2027 worden gevoeld en de afschaling van de dienstregeling helaas een voorbode lijkt te zijn van het volledig verdwijnen van de stadsbussen in de regio die niet rendabel zijn.
Het college wil met de MRDH een strategische corridor-aanpak opzetten voor het OV in Zoetermeer, zodat de verbindingen en concessies in samenhang kunnen worden benaderd en er snel gestart kan worden met een beter alternatief voor de voorgenomen dienstregeling van de stadsbussen en een opwaartse spiraal voor het OV in brede zin Vraag 6 Is het college het met de PVV eens dat een groeiende stad als Zoetermeer juist behoefte heeft aan beter openbaar vervoer in plaats van verslechtering?
Antwoord 6 Ja, het college deelt die opvatting. Zoetermeer groeit de komende jaren met 10.000 tot 16.000 extra woningen en een evenredige toename van werkgelegenheid. Dat vraagt om een betrouwbaar, aantrekkelijk en toekomstvast OV-systeem. Verslechtering van het openbaar vervoer staat haaks op die ambities en ondermijnt de omgevingsvisie van de stad. Het college heeft dit standpunt ook nadrukkelijk opgenomen in haar reactie aan de MRDH.
Vraag 7 Welke concrete acties gaat het college ondernemen om te voorkomen dat Zoetermeer een sluitpost wordt binnen regionale vervoersplannen?
Antwoord 7 Het college heeft richting de MRDH reeds de volgende stappen ondernomen, dan wel in voorbereiding:
Ondernomen:
• Het indienen van een formele collegereactie bij de MRDH vóór 15 mei 2026, waarin de bezwaren tegen de frequentieverlaging op lijnen 70 en 71 worden onderbouwd.
Voorgenomen / lopend:
• Een gezamenlijke verkenning van de langetermijn-bereikbaarheid van Zoetermeer, als onderdeel van de verkenning “Toekomst OV Zoetermeer” en een corridoraanpak.
• Een versterking van R-netlijn 455 als onderdeel van een bredere corridoraanpak tussen Zoetermeer, Delft en het Westland.
• Het voortzetten en uitbouwen van de pilot De Opstap (lijn 272) als maatwerkoplossing, nadrukkelijk als aanvulling op het reguliere OV.
Vraag 8 Is het college bereid de gemeenteraad actief en tijdig te informeren over verdere ontwikkelingen en besluiten rondom deze plannen?
Antwoord 8 Het college heeft de raad op 23 april 2026 geïnformeerd via een raadsmemo. De samenwerkingsverbanden hebben een vast agendapunt in de commissie stad.
Na ontvangst van de Nota van Reactie van de MRDH, besluit de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit op 8 juli 2026 over de vaststelling van de vervoerplannen. De resultaten kunnen worden besproken tijdens het vaste agendapunt van de gemeenschappelijke regelingen in de commissie stad, waar de wethouder Mobiliteit terugkoppelt wat er is besproken. U kunt van die gelegenheid gebruik maken.
Vraag 9 Is het college bereid zich nadrukkelijk uit te spreken tegen iedere maatregel die leidt tot minder bereikbaarheid voor inwoners van Zoetermeer?
Antwoord 9 Het college spreekt zich uit bij verslechtering van de bereikbaarheid van Zoetermeer. Het is echter niet zomaar te concluderen dat de vervoerplannen in zijn totaliteit leiden tot een verslechtering van de bereikbaarheid. Zie het antwoord op vraag 2.
De lijnen 70 en 71 vragen om relatief veel gemeenschappelijk geld van 21 gemeenten. Zoetermeer wil een betere gesprekssituatie creëren met de MRDH waarin keuzes in samenhang en worden benaderd en er niet wordt afgebouwd voordat er een alternatief voorhanden is, of een significante verbetering op een andere locatie.
Vraag 10 Kan het college toezeggen alles op alles te zetten om de bereikbaarheid van Zoetermeer minimaal op peil te houden en waar mogelijk te verbeteren?
Antwoord 10 Ja. Het college zet zich in om de bereikbaarheid van Zoetermeer per openbaar vervoer te handhaven en waar mogelijk te versterken. Zoetermeer zet in op maatwerkoplossingen als aanvulling op het reguliere OV, en de ambitie om lijnen 455 en 170 verder te ontwikkelen als onderdeel van een hoogwaardig regionaal netwerk.
Voor technische vragen kunt u zich wenden tot:
Naam : Roman Hussain Telefoonnummer : +31793468686 E-mailadres : [email protected]
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.