schriftelijke vragen fractie PVV - Grote zorgen rondom reorganisatie Sociaal Domein
Een raadslid stelde op 13 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan De gemeenteraad van Zoetermeer
Zaakid 2026-045700
Van Het college/ Wethouder Iedema
Datum 10 april 2026
Onderwerp Beantwoording van de schriftelijke vragen van de PVV-fractie d.d. 13 maart 2026 over 'Grote zorgen reorganisatie Sociaal Domein'
Bijlagen -
Vraag 1 Kan het college toelichten op welke wijze het adviesrecht van de ondernemingsraad, zoals bedoeld in artikel 25 van de WOR, in dit reorganisatieproces wordt toegepast?
Antwoord 1 De WOR-bestuurder1 is sinds het voorjaar van 2025 actief in gesprek met de ondernemingsraad over de ontwikkeling en voorgenomen reorganisatie van het Sociaal Domein. De ondernemingsraad is daarmee vanaf de start van het proces betrokken. Op 2 december 2025 is de ondernemingsraad formeel om advies gevraagd, conform artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Omdat de doorontwikkeling van de Lokale Teams voortkomt uit diverse raadsbesluiten vanaf 2023, is er voor dit onderdeel sprake van politiek primaat. Dit betekent dat de raad en het college de inhoudelijke koers bepalen en dat de rol van de OR zich richt op de personele gevolgen van de reorganisatie.
In de formele overlegvergadering van 5 februari 2026 is het voorgenomen besluit geagendeerd en nader toegelicht, waarbij de ondernemingsraad in de gelegenheid is gesteld aanvullende vragen te stellen en aandachtspunten mee te geven.
Vraag 2 Zijn er onderdelen van deze reorganisatie die gevolgen hebben voor personeelsregelingen waarvoor instemming van de ondernemingsraad nodig is?
Antwoord 2 Nee, dit is niet aan de orde.
Vraag 3 Heeft het college of de ambtelijke organisatie juridisch advies ingewonnen over de toepassing van de artikelen 25 en 27 van de WOR op deze reorganisatie?
Antwoord 3 Ja. Bij de voorbereiding en uitvoering van het reorganisatieproces is juridische advies ingewonnen.
1 De gemeentesecretaris en algemeen directeur is de WOR-bestuurder. Omdat hij de feitelijk leidinggevende
is van de onderneming zoals bedoeld in Wet op de ondernemingsraden (WOR).
Vraag 4 Klopt het dat het directieteam reeds is gestart met het reorganisatieproces terwijl het advies van de OR nog niet is ontvangen?
Antwoord 4 Ja. Op 2 december 2025 is de adviesaanvraag aan de ondernemingsraad voorgelegd. Op 9 maart 2026 heeft het directieteam het organisatie- en formatieplan vastgesteld en daarmee het reorganisatieproces gestart. In de tussenliggende periode van drie maanden heeft de ondernemingsraad de ruimte gehad om tot een zorgvuldig en weloverwogen advies te komen. In deze periode zijn alle relevante stukken verstrekt, is meerdere keren overlegd en zijn vragen beantwoord om de OR op deze wijze te betrekken en te voorzien van alle nodige informatie.
De start van het proces was noodzakelijk in het belang van tijdige duidelijkheid voor medewerkers. Maar ook om uitvoering te geven aan de politieke opdracht van de gemeenteraad om zo de kosten voor jeugdhulp te verlagen en om de continuïteit van de dienstverlening in het sociaal domein te waarborgen. De urgentie om de nieuwe organisatie per 1 juli 2026 te laten ingaan is dan ook onverminderd aanwezig.
Op 7 april heeft de OR een positief advies uitgebracht. Aan dit advies zijn voorwaarden verbonden. De OR onderschrijft de noodzaak van de reorganisatie en is in de basis positief over de voorgestelde inrichting en ontwikkelrichting. Tegelijkertijd vraagt de OR aandacht voor de gevolgen voor medewerkers, de kwaliteit van de dienstverlening, de werkdruk en de transparantie van het plaatsingsproces. De WOR-bestuurder informeert de OR op welke wijze het advies wordt betrokken en hoe invulling wordt gegeven aan de gestelde voorwaarden.
Vraag 5 Heeft het college reeds een formeel besluit genomen tot reorganisatie of tot het starten van het plaatsingsproces?
Antwoord 5 Ja. Het directieteam heeft op 9 maart 2026 een besluit genomen over de inrichting van de organisatie en het bijbehorende formatieplan. Deze bevoegdheid is gemandateerd door het college.
Daarmee is de uitvoeringsfase gestart, inclusief de voorbereiding op het plaatsingsproces. Het betreft op dit moment voorbereidende stappen. Definitieve besluiten over plaatsing van medewerkers volgen bij de vaststelling van het plaatsingsplan door het directieteam op 29 juni 2026. Hiermee is ruimte om het advies van de ondernemingsraad te betrekken. Indien gewenst is de WOR-bestuurder beschikbaar om afwegingen nader toe te lichten aan het seniorenconvent.
Vraag 6 Hoe borgt het college dat dit reorganisatieproces zorgvuldig verloopt en in overeenstemming is met de WOR?
Antwoord 6 Het college borgt de zorgvuldigheid door te handelen binnen de kaders van de WOR, het sociaal statuut en de geldende rechtspositionele regels.
De ondernemingsraad is tijdig betrokken en wordt gedurende het proces geïnformeerd en geraadpleegd.
Medewerkers zijn meegenomen in het proces van de organisatieontwikkelingen, zijn geïnformeerd over hun positie en worden begeleid in het plaatsingsproces.
De plaatsingsadviescommissie brengt in de periode van 22 april tot 17 juni 2026 een onafhankelijk advies uit over het plaatsingsplan. Het directieteam stelt het plan op 29 juni 2026 vast. Daarnaast bestaat de
mogelijkheid tot toetsing via de Regionale Geschillencommissie. Hiermee is sprake van een transparant en controleerbaar proces.
Vraag 7 Welke gevolgen heeft deze reorganisatie voor de continuïteit van zorg en ondersteuning binnen het sociaal domein?
Antwoord 7 De reorganisatie is gericht op het versterken van de uitvoering binnen het Sociaal Domein. Door beleid, uitvoering en financiën beter op elkaar aan te laten sluiten, ontstaat een effectievere organisatie.
De dienstverlening aan inwoners loopt gedurende het proces onverminderd door. Ongeveer 95% van de medewerkers wordt als functievolger geplaatst, wat bijdraagt aan stabiliteit en continuïteit. De verwachting is dat de medewerkers met vervallen functies allemaal op een passende voorkeursfunctie geplaatst kunnen worden. Er wordt geen boventalligheid voorzien.
Vraag 8 Waarom is de raad niet actief geïnformeerd over het feit dat het reorganisatie- en plaatsingsproces inmiddels in gang is gezet?
Antwoord 8 De reorganisatie betreft de inrichting van de ambtelijke organisatie en valt daarmee binnen de bevoegdheid van het college. De raad wordt geïnformeerd over de beleidsmatige en financiële aspecten via het raadsvoorstel over de begrotingswijziging, dat beoogd is voor behandeling op 21 mei 2026.
Vraag 9 Deelt het college de opvatting dat de gemeente als werkgever een voorbeeldfunctie heeft in zorgvuldig bestuur en naleving van relevante wetgeving?
Antwoord 9 Ja. Het college onderschrijft dat de gemeente als werkgever een voorbeeldfunctie heeft in zorgvuldig bestuur en naleving van wet- en regelgeving, waaronder de medezeggenschapswetgeving.
Vraag 10 Is het college van mening dat deze voorbeeldfunctie in dit geval wordt nageleefd?
Antwoord 10 Ja. Het college is van oordeel dat het reorganisatieproces zorgvuldig wordt uitgevoerd binnen de geldende wettelijke kaders.
Voor technische vragen kunt u zich wenden tot:
Naam : Eva Frencken Telefoonnummer : +31793469670 E-mailadres : [email protected]
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.