6 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Zoetermeer

schriftelijke vragen fractie PVV - Provinciaal toezicht en huisvesting statushouders

Een raadslid stelde op 6 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Aan De gemeenteraad van Zoetermeer

Zaakid 2026-073866

Van Het college/ Wethouder Frinking

Datum 2 juni 2026

Onderwerp Beantwoording van de schriftelijke vragen van de PVV-fractie d.d. 6 mei 2026 over ‘Provinciaal toezicht en huisvesting statushouders’

Bijlagen -

Vraag 1 Hoe groot acht het college de kans dat wordt overgegaan tot indeplaatsstelling?

Antwoord 1 Het college gaat ervanuit dat de gemeente met het aanleveren van het Huisvestingsplan voor Vergunninghouders (hierna HvV) voldoet aan de eisen van de Provincie.

De beoordeling per 1 juli 2026 is afhankelijk van zowel de realisatie van de wettelijke taakstelling als het oordeel van de provincie Zuid-Holland over het HvV, waarin de gemeente aangeeft hoe achterstanden worden ingelopen en voorkomen. Het college verwacht op basis van het HvV en de te realiseren doorstroomlocatie achterstanden op de taakstelling te voorkomen.

De raad is hierover op 4 mei 2026 geïnformeerd via het raadsmemo Huisvestingsplan voor Vergunninghouders Zoetermeer 2026. Hiermee heeft het college invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht.

Vraag 2 Welke concrete eisen, voorwaarden en deadlines stelt de provincie Zuid-Holland op dit moment aan Zoetermeer, en welke consequenties zijn verbonden aan het niet tijdig voldoen aan deze eisen?

Antwoord 2 De gemeente Zoetermeer staat voor 2026 voor een totale taakstelling van 225 te huisvesten vergunninghouders (108 voor eerste helft 2026 en 117 voor de tweede helft 2026). Over het jaar 2025 is er een achterstand in te lopen van 43 te huisvesten vergunninghouders. De maximale termijn voor volledige realisatie van 2025 en de taakstelling voor de eerste helft van 2026 is vastgesteld op 1 juli 2026.

Door de achterstand is de gemeente per 1 januari 2026 in trede 4 van het IBT geplaatst. Conform de provinciale aanwijzing is een Huisvestingsplan voor Vergunninghouders opgesteld, op basis waarvan de provincie beoordeelt of verdere interventie, zoals indeplaatsstelling, kan worden voorkomen. Op 1 juli 2026 vindt bestuurlijk overleg met de provincie plaats. De uitkomst daarvan is bepalend voor het vervolg van het toezicht.

Vraag 3 Is het college het met de PVV Zoetermeer eens dat het niet eerlijk is dat Zoetermeer wordt gedwongen door de provincie en het Rijk? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3 De huisvesting van vergunninghouders betreft een medebewindstaak, waarbij de gemeente primair een uitvoerende verantwoordelijkheid heeft. Op de naleving hiervan wordt interbestuurlijk toezicht gehouden door de provincie, op basis van de Gemeentewet en de Wet revitalisering generiek toezicht (2012).

Vraag 4 Kan het college de raad volledig informeren over de inhoud van het overleg en de gemaakte afspraken met de provincie, inclusief eventuele schriftelijke correspondentie en afsprakenkaders? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4 Alle relevante en nu bekende informatie is met de raad gedeeld in het raadsmemo dat hiervoor bij vraag 1 is genoemd. Wat betreft het verloop en de uitkomsten van de IBT-gesprekken zal het college de raad tijdig informeren.

Vraag 5 In hoeverre is er nog sprake van gemeentelijke regie, gezien de toenemende druk en het risico dat de provincie taken overneemt? Op welke onderdelen is deze regie al beperkt of vervallen?

Antwoord 5 De gemeente behoudt de regie op de uitvoering zolang geen sprake is van een feitelijke indeplaatsstelling door de provincie. Daarvan is op dit moment nog geen sprake. Tegelijkertijd is de opgave complex, mede door de aanhoudende druk op de woningmarkt.

Met het HvV zet de gemeente in op maatregelen die de voortgang moeten borgen, waarbij nadrukkelijk wordt gestuurd op het behouden van regie, zowel op de uitvoering als de realisatie van de taakstelling.

Vraag 6 Welke concrete maatregelen overweegt het college om aan de taakstelling te voldoen (zoals hotelopvang, doorstroomlocaties of andere vormen van tijdelijke huisvesting), binnen welke termijn worden deze gerealiseerd? Wat vindt het college zelf van de dwang?

Antwoord 6 Kern van het HvV is de realisatie van een doorstroomlocatie. Een doorstroomlocatie wordt ingezet voor de (tijdelijke) huisvesting van diverse doelgroepen met urgentie en verruimt tevens de mogelijkheden voor de huisvesting van vergunninghouders. Hiermee kan de gemeente beter aan de taakstelling voldoen.

Voor tijdelijke huisvesting van vergunninghouders bestaat al de Hotel Accomodatieregeling (de HAR). Deze vergoedingsregeling van het COA wordt al volop ingezet in de gemeente Zoetermeer, zoals ook aangegeven in het HvV.

De wettelijke taakstelling betreft landelijk vastgesteld beleid waaraan het college uitvoering aan dient te geven.

Vraag 7 Wat zijn de (verwachte) gevolgen van deze maatregelen voor de leefbaarheid in wijken en de druk op voorzieningen in Zoetermeer, zoals zorg, onderwijs en veiligheid? Welke maatregelen treft het college als inwoners zich hierdoor onveiliger voelen?

Antwoord 7 Het college heeft momenteel geen aanleiding te veronderstellen dat het voorgenomen HvV en de te realiseren doorstroomlocatie de leefbaarheid in de wijken, de veiligheid of de voorzieningen onder druk gaat zetten. Het college ziet erop toe dat dit ook zo blijft.

Vraag 8 Welke impact heeft het huidige beleid op andere woningzoekenden, zoals starters en inwoners die al langdurig wachten op een sociale huurwoning? Vindt het college dit geen discriminatie naar de woningzoekende die al gemiddeld 8 jaar op een wachtlijst staan? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8 Door een doorstroomlocatie te creëren komt er extra huisvesting voor meerdere doelgroepen met een urgente woningvraag beschikbaar. Doel is het verruimen van het aanbod van meer geschikte woningen voor deze spoedzoekers. Hieronder vallen ook de inwoners die u specifiek benoemd. Het betreft de volgende doelgroepen: statushouders, uitstroom uit instellingen (Beschermd Wonen/ Maatschappelijke Opvang) en urgenten (zoals mensen met medisch-sociale problemen).

Vraag 9 Deelt het college de opvatting dat de huidige taakstelling het directe gevolg is van het falende landelijke beleid waar gemeenten zelf onvoldoende invloed op hebben?

Antwoord 9 De huisvesting van vergunninghouders is een wettelijke medebewindstaak van gemeenten. Deze is gebaseerd op artikel 124 van de Gemeentewet en artikel 28 van de Huisvestingswet uit 2014. Op basis hiervan geven gemeenten uitvoering aan de huisvesting van vergunninghouders.

Vraag 10 Wat zijn de concrete bestuurlijke en financiële gevolgen voor Zoetermeer als wordt overgegaan tot indeplaatsstelling, inclusief eventuele kostenverhaal door het Rijk of de provincie?

Antwoord 10 Dat is op dit moment niet te beantwoorden. Mocht een indeplaatsstelling aan de orde komen dan zullen de bestuurlijke gevolgen en kosten pas inzichtelijk worden, nadat hier een concrete opdracht van de provincie aan ten grondslag ligt.

Vraag 11 Is het college bereid de raad actief, frequent en volledig te informeren over de voortgang, de contacten met de provincie en eventuele escalaties in dit dossier.

Antwoord 11 Ja, het college is bereid de raad volledig te informeren over de voortgang van het proces, de contacten met de provincie en escalaties.

Vraag 12 Hoe verhoudt de aanpak van de provincie Zuid-Holland richting Zoetermeer zich tot die richting andere gemeenten? Wordt hierbij rekening gehouden met al bestaande opvangvoorzieningen, zoals een AZC binnen de gemeentegrenzen?

Antwoord 12 Het Interbestuurlijk Toezicht is gebaseerd op een voor elke gemeente geldend wettelijk toezichtskader, te weten: Aanvullend beleidskader huisvesting vergunninghouders. Ook de gemeente Zoetermeer wordt hierop beoordeeld.

Voor het opvangen van Asielzoekers en de AZC voorziening binnen de gemeentegrenzen van Zoetermeer geldt de spreidingswet als wettelijk kader voor het toezicht. Dit staat los van de taakstelling voor het huisvesten van vergunninghouders.

Voor technische vragen kunt u zich wenden tot:

Naam : Jan Paffen Telefoonnummer : +31793469839 E-mailadres : [email protected]

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen fractie PVV - Provinciaal toezicht en huisvesting statushouders

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zoetermeer

Alle artikel 35-vragen in Zoetermeer