schriftelijke vragen fractie VVD - Aanpak verzuim bij inburgeringstrajecten
Een raadslid stelde op 17 juli 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan De gemeenteraad van Zoetermeer
Zaakid 2025-108057
Van Het college/ Wethouder Frinking
Datum 7 augustus 2025
Onderwerp Beantwoording van de schriftelijke vragen van de VVD - fractie d.d. 17 juli 2025 over Aanpak verzuim bij inburgeringstrajecten
Bijlagen Schriftelijke vragen
Vraag 1 Is het college bekend met de uitspraak van de Raad van State van 9 juli 2025 waarin wordt geoordeeld dat het opleggen van boetes aan inburgeraars die hun examen niet op tijd afleggen, niet is toegestaan? Deelt het college de zorg van de VVD voor de beperking van de mogelijkheden voor gemeenten om inburgeraars aan te spreken op hun verantwoordelijkheid?
Antwoord:
Ja, het college is bekend met de uitspraak van de Raad van State van 9 juli 2025. Deze uitspraak stelt dat boetes alleen rechtmatig zijn wanneer sprake is van een individueel aantoonbaar en structureel gebrek aan integratiebereidheid.
De gemeente Zoetermeer past reeds een zorgvuldig en terughoudend sanctiebeleid toe. Boetes worden uitsluitend opgelegd indien een inburgeraar, ondanks adequate ondersteuning en herhaalde gesprekken, structureel en zonder geldige reden weigert deel te nemen aan het inburgeringstraject. Incidenteel verzuim leidt niet tot sancties. In een eerder geval is een opgelegde boete door de rechter bekrachtigd.
Het college onderschrijft het belang van wederkerigheid en verantwoordelijkheid, maar benadrukt dat het gemeentelijke beleid primair gericht is op het motiveren, faciliteren en ondersteunen van inburgeraars. De uitspraak heeft vooralsnog geen direct effect op onze uitvoeringspraktijk. Wel volgt het college de ontwikkelingen op rijksniveau nauwlettend.
Vraag 2 Welke (mogelijke) gevolgen heeft deze uitspraak voor het gemeentelijk boete- en sanctiebeleid met betrekking tot ongeoorloofd verzuim binnen de inburgeringstrajecten?
Antwoord:
Vooralsnog heeft de uitspraak geen directe gevolgen voor het gemeentelijk uitvoeringsbeleid in Zoetermeer.
Wel volgt het college de ontwikkelingen op rijksniveau nauwlettend. Het ministerie van SZW onderzoekt momenteel welke aanpassingen nodig zijn voor het boetebeleid onder de Wet inburgering 2021, mede in het licht van deze uitspraak. In afwachting daarvan heeft DUO het opleggen van boetes tijdelijk opgeschort.
Zoetermeer werkt vanuit het uitgangspunt van positieve stimulering en begeleiding. Wanneer signalen van verzuim worden ontvangen, wordt de inburgeraar actief benaderd en ondersteund om deelname aan het
traject te herstellen. Indien deze opvolging aantoonbaar niet leidt tot verbetering en er geen geldige gronden aanwezig zijn voor het verzuim, legt de gemeente een boete op. Deze afweging wordt altijd individueel en zorgvuldig gemaakt.
Vraag 3 Voorziet het college naar aanleiding van deze uitspraak aanpassingen en zo ja, welke. En zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Nee, het college voorziet op dit moment geen beleidswijzigingen. De gemeente handelt reeds overeenkomstig de juridische kaders zoals benoemd in de uitspraak.
Tegelijkertijd is bekend dat het ministerie van SZW momenteel de implicaties van deze uitspraak onderzoekt, inclusief de gevolgen voor de Wet inburgering 2021 en het gemeentelijk boetebeleid. Indien dit leidt tot aangepaste landelijke beleidslijnen of wet- en regelgeving, zal het college vanzelfsprekend het lokale beleid daaraan toetsen en zo nodig herzien.
Vraag 4 Beschikt de gemeente Zoetermeer over actuele verzuimcijfers (2025 en voorgaande jaren) uitgesplitst naar leerroute (B1-, onderwijs- en Z-route)? Zo ja, kunnen deze ook per (prioriteits-)wijk (Buytenwegh, Palenstein, Meerzicht) worden verstrekt?
Antwoord:
De gemeente ontvangt van taalaanbieders maandelijks aanwezigheidsoverzichten per individuele inburgeraar. Bij signalering van (ongeoorloofd) verzuim wordt direct actie ondernomen door de regisseur inburgering.
Individuele verzuimgegevens zijn dus beschikbaar, maar deze worden op dit moment niet automatisch geaggregeerd of uitgesplitst naar leerroute of wijkniveau. Het vervaardigen van dergelijke overzichten vereist handmatige analyse, koppeling van gegevens en een zorgvuldige omgang met privacywetgeving.
Daarbij zou het opstellen van dergelijke uitsplitsingen een aanzienlijk beslag leggen op de beschikbare uitvoeringscapaciteit, terwijl de betrokken medewerkers reeds te maken hebben met hoge werkdruk en een brede taakstelling. De gevraagde gegevens zijn dan ook niet zonder meer beschikbaar in een vorm die zich leent voor rapportage op dit detailniveau.
Vraag 5 Op welke wijze worden (indien beschikbaar) deze verzuimcijfers gemonitord en geanalyseerd?
Antwoord:
Verzuim wordt binnen de gemeente Zoetermeer op casusniveau gemonitord. Regisseurs inburgering houden toezicht op de aanwezigheid van inburgeraars en ondernemen actie bij signalen van ongeoorloofd of structureel verzuim, bijvoorbeeld via gesprekken, herplanning of inzet van aanvullende begeleiding.
Daarnaast vindt periodiek overleg plaats met taalaanbieders en met maatschappelijke partner VluchtelingenWerk over trends in verzuim, knelpunten in de uitvoering en mogelijke verbetermaatregelen.
Deze strategische overleggen worden benut om gezamenlijk te reflecteren op oorzaken van verzuim en oplossingsrichtingen te formuleren.
Vraag 6 Is het college bereid deze cijfers (indien beschikbaar) met de raad te delen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Gelet op de beperkte uitvoeringscapaciteit acht het college het onwenselijk om hier extra inzet op te plegen.
Mocht er in de toekomst structureel behoefte zijn aan dergelijke informatie, dan kan dit bij een volgende evaluatie van de uitvoeringspraktijk worden betrokken.
Vraag 7 Welke concrete wijkgerichte interventies (zoals bijvoorbeeld huisbezoeken, mobiele lesteams of catch-upgroepen) zijn momenteel in Zoetermeer in voorbereiding of uitvoering?
Antwoord:
VluchtelingenWerk biedt gedurende de eerste twaalf maanden van het inburgeringstraject maatschappelijke begeleiding aan statushouders. Deze begeleiding vindt plaats in de leefomgeving van de inburgeraar en is daarmee in de praktijk vaak wijkgericht van aard. Er is onder meer aandacht voor zelfredzaamheid, toegang tot wijkvoorzieningen, participatie in de buurt en het signaleren van problemen in de thuissituatie of woonomgeving.
Daarnaast zijn binnen de uitvoering structurele afspraken gemaakt met taalaanbieders en maatschappelijke partners gericht op vroegsignalering. Hierdoor kunnen regisseurs inburgering zo vroeg mogelijk worden ingeschakeld bij signalen van verzuim, stagnatie of bredere problematiek. Dit maakt het mogelijk om tijdig maatwerkondersteuning in te zetten en onnodige uitval te voorkomen.
Er zijn op dit moment geen aanvullende, expliciet wijkgerichte interventies zoals mobiele lesteams of catchup-groepen ingericht. Wel maakt wijkgericht werken functioneel onderdeel uit van de integrale benadering binnen het sociaal domein, indien de individuele situatie van de inburgeraar daar aanleiding toe geeft.
Vraag 8 Op welke wijze wordt de effectiviteit van deze interventies gemeten en welke eerste resultaten zijn bekend?
Antwoord:
De effectiviteit van de maatschappelijke begeleiding en de bredere samenwerking binnen de inburgeringsketen wordt niet afzonderlijk als wijkgerichte interventie geëvalueerd, maar maakt onderdeel uit van de reguliere monitoring van trajectvoortgang en deelname.
Vraag 9 Is het college bereid om succesvolle werkwijzen uit andere gemeenten, zoals Rotterdam, Delft en Utrecht te onderzoeken en zo mogelijk over te nemen en hierbij samen te werken met maatschappelijke partners in de stad? Wat maakt een werkwijze succesvol?
Antwoord:
De gemeente Zoetermeer werkt reeds nauw samen met maatschappelijke partners in de stad en staat open
voor het onderzoeken en, waar passend, toepassen van succesvolle werkwijzen uit andere gemeenten.
Verdere verbetering van de werkwijze en het inburgeringsaanbod is wenselijk, maar gaat in de regel gepaard met extra inzet en middelen, die binnen het huidige budgettaire kader voor inburgering beperkt beschikbaar zijn.
Een werkwijze geldt als succesvol wanneer inburgeraars hun traject kunnen afronden op het voor hen hoogst haalbare leerroute-niveau, en wanneer zij duurzaam participeren in de samenleving — bijvoorbeeld via werk, onderwijs of vrijwilligerswerk.
Voor technische vragen kunt u zich wenden tot:
Naam : Samir Ziani Telefoonnummer : +31793468667 E-mailadres : [email protected]
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.