schriftelijke vragen fractie Zó! Zoetermeer - 'Spookrijden' als oplossing voor de Oostweg?
Een raadslid stelde op 17 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan De gemeenteraad van Zoetermeer
Zaakid 2025-140487
Van Het college/ Wethouder Frinking
Datum 14 november 2025
Onderwerp Beantwoording van de schriftelijke vragen van Zó! Zoetermeer d.d.17-10-2025 over de Oostweg
Bijlagen Schriftelijke vragen
Vraag 1:
Is het college ermee bekend dat de Oostweg tijdens de ochtendspits structureel vaststaat richting de A12 en dat dit een van de grootste doorstromingsproblemen van Zoetermeer vormt?
Antwoord 1:
Het college is ermee bekend dat met name tijdens de ochtendspits het verkeer op de Oostweg, afkomstig van het Maximaplein en gaand richting Pijnacker en de aansluiting op de A12, regelmatig vertraging oploopt.
Dit knelpunt wordt beschouwd als een van de belangrijkste doorstromingsproblemen binnen de gemeente Zoetermeer.
Vraag 2:
Beschikt het college over recente verkeerstellingen en analyses van de verkeersstromen op en rond de Oostweg en de aansluiting op de A12? Zo ja, kan de raad deze informatie ontvangen?
Antwoord 2:
Het college heeft recente verkeerstellingen en analyses uit april 2024 tot zijn beschikking. Daarbij is gekeken naar de verkeersafwikkeling op de aansluiting Oostweg/A12 en de werking van de verkeerslichtenregeling.
Uit dit onderzoek blijkt dat de aansluiting richting de A12 zwaar overbelast is, vooral tijdens de spitsuren.
De onderliggende gegevens en analyses kunnen desgewenst met de raad worden gedeeld.
Vraag 3:
Wordt de Oostweg meegenomen in de actualisatie van het gemeentelijke mobiliteitsbeleid of in regionale bereikbaarheidsprogramma’s waarin de doorstroming op hoofdwegen wordt beoordeeld?
Antwoord 3:
Het college neemt de Oostweg en de aansluiting op de A12 mee in de actualisatie van het gemeentelijke mobiliteitsbeleid en in regionale bereikbaarheidsprogramma’s binnen de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).
Vraag 4:
Is het college bekend met het concept van de divergerende diamantaansluiting (DDI), waarbij verkeer tijdelijk de linkerweghelft gebruikt (“spookrijdt”) om de doorstroming te verbeteren?
Antwoord 4:
Het college is bekend met het principe van de Diverging Diamond Interchange (DDI).
Vraag 5:
Ziet het college mogelijkheden om, eventueel samen met Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland, te onderzoeken of een DDI of een vergelijkbare innovatieve oplossing geschikt kan zijn voor de Oostweg richting de A12?
Antwoord 5:
Uit een eerdere verkenning door Vialis blijkt dat een DDI bij deze aansluiting geen toegevoegde waarde heeft vanwege de dominante noord-zuid en zuid-noord verkeersstromen; een DDI is pas effectief wanneer er sprake is van sterke afslaande bewegingen, zoals te zien is in de afbeeldingen hieronder.
Figuur 1: een DDI voor deze situatie heeft geen toegevoegde waarde.
Figuur 2: Een DDI wordt pas interessant als er sprake is van sterke afslaande bewegingen, zoals het voorbeeld hierboven.
Daarnaast heeft Rijkswaterstaat in zijn landelijke onderzoek naar DDI-toepassingen (2024–2025) in oktober 2025 het standpunt ingenomen dat een DDI in Nederland bij voorkeur niet wordt toegepast.
Gelet op deze inzichten ziet het college daarom geen aanleiding om aanvullend onderzoek te starten, ook niet samen met Rijkswaterstaat of de provincie Zuid-Holland.
Vraag 6:
Welke maatregelen neemt of overweegt het college op korte termijn om de doorstroming op de Oostweg te verbeteren, in afwachting van mogelijke structurele oplossingen?
Antwoord 6:
Het college heeft de beschikbare optimalisaties reeds zoveel mogelijk toegepast, waaronder aanpassingen in de verkeersregelsoftware en monitoring van de verkeersafwikkeling. Verdere verbeteringen binnen de bestaande weginrichting zijn niet haalbaar, aangezien de capaciteit van de infrastructuur volledig is benut.
Structurele verbeteringen vereisen ingrijpende aanpassingen aan de aansluiting en omliggende infrastructuur, die niet op korte termijn uitvoerbaar zijn.
Vraag 7:
Hoe past de aanpak van de Oostweg binnen de ambitie om Zoetermeer tot de best bereikbare stad van Nederland te maken?
Antwoord 7:
De aanpak van de Oostweg past binnen de ambitie van het college om Zoetermeer tot een van de best bereikbare steden van Nederland te maken. Naast structurele oplossingen richt het college zich op slimme mobiliteitsoplossingen en gedragsbeïnvloeding.
Zo wordt gewerkt aan dynamische verkeerssturing, waarbij verkeer bij congestie op de Oostweg kan worden omgeleid via de Australiëweg en de N209 naar de A12, waar doorgaans meer capaciteit beschikbaar is.
Deze benadering ondersteunt de bredere strategie van het college om de bereikbaarheid en doorstroming binnen Zoetermeer en de regio structureel te verbeteren.
Voor technische vragen kunt u zich wenden tot:
Naam : Roman Hussain Telefoonnummer : +31793468686 E-mailadres : [email protected]
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.