30 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Zoetermeer

schriftelijke vragen - Voorkom belemmerende en onnodige monumentenstatus voor gewone huizen

Een raadslid stelde op 30 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Aan De gemeenteraad van Zoetermeer

Zaakid 2026-020595

Van Het college/ Wethouder Weerwag

Datum 12 februari 2026

Onderwerp Beantwoording van de schriftelijke vragen van de VVD-fractie d.d. 29-1-2026 over Voorkom belemmerende en onnodige monumentenstatus voor gewone huizen

Bijlagen Schriftelijke vragen

Vraag 1 Is dit college het met de VVD eens dat zeer terughoudend met het toewijzen van monumenten moet worden omgegaan? Omdat een dergelijke toewijzing de vrijheid en het eigendomsrecht van de eigenaar van een woning/gebouw sterk beperkt?

Antwoord 1 Het college is zich bewust van de impact van het aanwijzen als gemeentelijk monument voor pandeigenaren. Op 15 juli 2025 heeft het college besloten de voorselectie gemeentelijke monumenten Post 45 vast te stellen met als doel een oriënterend gesprek met de eigenaren te starten om in beeld te krijgen óf en welke bezwaren er zijn tegen eventuele aanwijzing. Er is op dit moment geen besluit genomen over het aanwijzen van panden of complexen als gemeentelijk monument.

Het college betreurt de ontstane onrust en onderkent de signalen van inwoners. Het college heeft besloten het proces binnen het Post-45-traject per direct te stoppen. Er wordt een evaluatie uitgevoerd naar het doorlopen proces. De uitkomsten hiervan worden eerst met de raad besproken. Op basis van dit gesprek wordt bepaald op welke wijze en onder welke voorwaarden het project kan worden hervat. Totdat deze bespreking heeft plaatsgevonden en daarover nadere besluitvorming heeft plaatsgevonden, worden geen verdere stappen gezet.

Vraag 2 Is het college het met de VVD eens dat de brieven zoals die zijn verstuurd de indruk wekken dat als inwoners niet tijdens de bijeenkomst in verzet komen hun woningen als monument worden aangeduid? Is het college bereid deze inwoners te informeren over andere mogelijkheden om hun zienswijze kenbaar te maken?

Antwoord 2 Voor het voeren van de oriënterende gesprekken zijn eigenaren per brief uitgenodigd. De eerste uitnodigingsbrief bleek echter onduidelijk geformuleerd, waarna een tweede brief is opgesteld. Wij erkennen dat dit tot onduidelijkheid heeft geleid en bieden hiervoor onze excuses aan.

Na de brieven en informatiebijeenkomsten is gebleken dat bij verschillende pandeigenaren zorgen en onzekerheid zijn ontstaan. De bijeenkomsten waren bedoeld om eigenaren in een vroeg stadium te betrekken en om hun inbreng mee te nemen in de verdere besluitvorming. Het vooruitzicht van een mogelijke

monumentenstatus heeft tot onrust geleid onder huiseigenaren. De gemeente had hierover duidelijker moeten zijn in de informatievoorziening en tijdens de informatiebijeenkomsten richting eigenaren.

Vraag 3 Kan het college bevestigen dat ook als inwoners niet actief in verweer komen zij dit niet ziet als stilzwijgend instemmen, en kan het college bevestigen dat zeer terughoudend zal worden omgegaan met het toewijzen van woningen als monumentale panden?

Antwoord 3 Juridisch kan het college geen standpunt van een eigenaar veronderstellen als deze geen reactie geeft.

Volgens de eerdere procedure krijgt elke eigenaar meerdere momenten om zijn/haar mening kenbaar te maken. In de evaluatie zal de participatie ook worden meegenomen.

Vraag 4 De informatiebijeenkomsten vinden, zo lijkt uit de ons bereikte brieven, allemaal onder kantoortijden plaats, en werden bovendien slechts anderhalve week van tevoren aangekondigd. Hierdoor konden/kunnen niet alle eigenaren aanwezig zijn. Op welke wijze kunnen deze eigenaren alsnog de informatie krijgen en hun zienswijze aanbieden?

Antwoord 4 Het college hecht veel waarde aan participatiebijeenkomsten die voor iedereen toegankelijk zijn, zodat eigenaren de gelegenheid krijgen vragen te stellen en hun zienswijze kenbaar te maken. Daarnaast kunnen vragen of zienswijzen ook altijd schriftelijk per brief of per mail worden ingediend. De bewoners zullen middels een brief worden geïnformeerd over het stopzetten van het proces.

Vraag 5 De reeds afgeronde informatiebijeenkomsten gaven meer vraagtekens dan antwoorden, zo begrepen wij van aanwezige inwoners. Is het college bereid om alle aangeschreven eigenaren ook de volledige en juiste informatie tijdig en per brief te sturen?

Antwoord 5 Het college zal inwoners via een brief informeren over het stopzetten van het proces. Daarnaast worden vragen die via mail en brief worden gesteld zo volledig mogelijk beantwoord.

Vraag 6 Kan het college alle criteria geven waaraan een woning moet voldoen om als monument toegewezen te worden? Los van het oordeel van de adviescommissie Post 45 of de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

Antwoord 6 De voorselectie is opgesteld aan de hand van een standaardset criteria die binnen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Nederlandse erfgoedsector wordt gebruikt (zie bijlage 3). Deze criteria zijn:

cultuurhistorische waarden; architectuurhistorische en kunsthistorische waarden; stedenbouwkundighistorische en landschappelijke waarden; gaafheid; zeldzaamheid. Daarnaast zijn specifieke waarden voor Zoetermeer meegenomen, zoals: de10 ruimtelijke en cultuurhistorische hoofdtyperingen zoals verwoord in het Verhaal van de Stad; de vier fasen in de periode 1945–1990; spreiding per wijk; vertegenwoordiging per categorie. Daarnaast heeft het college heeft in de oriënterende fase de eigenaren expliciet bevraagd op vier aanvullende thema’s: veiligheid, verduurzaming, financiën en functionele houdbaarheid.

Vraag 7 Als na het inventariseren van de zienswijzen blijkt dat een deel van de eigenaren het niet eens is met de aanwijzing tot monumentale status, wordt dan ook niet overgegaan tot aanwijzing? Welke verhouding van goedkeuring/afwijzing hanteert de gemeente voor aanwijzing?

Antwoord 7 Er wordt een evaluatie uitgevoerd naar het doorlopen proces. De uitkomsten hiervan worden eerst met de raad besproken. Op basis van dit gesprek wordt bepaald op welke wijze en onder welke voorwaarden het project kan worden hervat. Totdat deze bespreking heeft plaatsgevonden en daarover nadere besluitvorming heeft plaatsgevonden, worden geen verdere stappen gezet.

Vraag 8 Op welke wijze wordt in de afweging rekening gehouden met de economische schade voor eigenaren van panden die als monument zouden worden aangewezen? Hoe bepaalt de gemeente die schade?

Antwoord 8 Eigenaren van gemeentelijke monumenten kunnen voor het instandhouden van het casco een beroep doen van de gemeentelijke subsidieregeling. Het subsidiebureau van de gemeente kan hierbij ondersteunen.

Vraag 9 Is het college het met de VVD eens dat zonder instemming van de eigenaar van een woonhuis niet overgegaan zou moeten worden tot aanwijzen van een monumentale status?

Antwoord 9 Zie beantwoording vraag 7.

Vraag 10 Is het college het met de VVD eens dat een monumentenstatus geen toegevoegde waarde heeft voor woningen die al als beschermd stadsgezicht zijn aangemerkt, zoals bijvoorbeeld bij de Koepeltjeswoningen?

En dat het starten van deze procedure dus alleen maar tot onnodige onrust leidt?

Antwoord 10 Het college neemt in de evaluatie ook de beschermde stadsgezichten mee. Een status als gemeentelijk monument biedt aanvullende beschermingsmogelijkheden en kan bijdragen aan beter behoud van een complex. Of dit het meest geschikte instrument is voor een specifiek pand of complex, wordt zorgvuldig bekeken tijdens de evaluatie van het project. Het college realiseert zich dat dit zorgvuldig moet worden afgestemd op de belangen van eigenaren en het algemeen belang.

Vraag 11 Wordt ook onderzocht of er alternatieve mogelijkheden zijn die minder ingrijpend zijn dan een monumentale status, zoals bijvoorbeeld beschermd stadsgezicht, om bijvoorbeeld de eigenaren van Weidedreef, Muizenweide en Konijnenweide (complex Lotus) zoveel mogelijk te ontzien?

Antwoord 11 Ja, dit wordt onderzocht en meegenomen in de evaluatie.

Vraag 12 Een groot aantal van de woningen in de inventarisatie zijn al (deels) aangepast/verbouwd. Kan het college op voorhand uitsluitsel geven dat een aanwijzing als monument nooit zal leiden tot de verplichting voor de eigenaar om de woning/het gebouw te herstellen naar de status zoals opgeleverd na de bouw, bijvoorbeeld door het verwijderen van een dakkapel of uitbouw?

Antwoord 12 Ja, bij een eventuele aanwijzing wordt uitgegaan van de situatie op het moment van aanwijzing. Eigenaren zijn niet verplicht wijzigingen terug te draaien.

Vraag 13 Is het college het met de VVD eens dat de aanwijzing van een gebouw als monumentaal andere gemeentelijke doelen, zoals woningbouw en verduurzaming, in de weg kan staan? Is het college het tevens eens dat deze gebouwen daarom niet als monument aangewezen moeten worden?

Antwoord 13 Het college heeft als uitgangspunt dat ontwikkeling altijd mogelijk moet blijven, zoals blijkt bij het Monutagebouw en de Brandweerkazerne. De huidige (vergunde) situatie is maatgevend.…

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen - Voorkom belemmerende en onnodige monumentenstatus voor gewone huizen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Zoetermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Zoetermeer

Alle artikel 35-vragen in Zoetermeer