behandeling Omgevingsplan Landelijk gebied
Een raadslid stelde op 4 juli 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zutphen.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
OPENBAAR
Memo (Forum / raad) Invulinstructie Aan
: Het Forum
Van
: Het college van burgemeester en wethouders
Datum
: 14 juni 2022
Doel:
: Informeren
Nummer toezegging: -
Onderwerp : schriftelijke beantwoording vragen uit het Forum d.d. 16 mei 2022 inzake behandeling Omgevingsplan Landelijk gebied Inlichtingen bij
: Marleen Schuijl-Oltvoort, team RED, 06-81425953
Kennisnemen van Op 16 mei 2022 is in het Forum het Omgevingsplan Landelijk gebied besproken. Daarin zijn een aantal vragen gesteld die schriftelijk worden beantwoord in deze memo.
Inleiding De onderstaande vragen die in het Forum zijn gesteld en zijn nagezonden, worden onderstaand beantwoord.
Inhoud Onderstaand zijn de vragen per partij aangegeven met daaronder de antwoorden. De inspraakreactie van de LTO is aan het einde samengevat en beantwoord.
Burgerbelang:
-
Hoe is de samenwerking met andere gemeenten, met name voor ondernemers op de grens en die met regels van verschillende gemeenten te maken hebben?
Hoe is de verhouding tussen VFL en omgevingsplan?
Samenwerking gemeenten In het kader van de implementatie Omgevingswet is er direct contact met de regiogemeenten. Er wordt samen gekeken naar wat er nodig is voor de implementatie.
Daar waar het gaat om experimenteren en het opstellen van een omgevingsplan voor het landelijk gebied, is het voorliggende omgevingsplan een pilot. Hierin loopt Zutphen voorop. De gemeenten Bronckhorst en Lochem hebben beide bestemmingsplannen voor het buitengebied van 2015 of 2017.
Dat zijn nog redelijk recente plannen. De buurgemeenten zijn betrokken geweest in de pilot.
Ten aanzien van regels over (gemeente)grenzen heen geldt dat er vanuit de provincie, middels de provinciale omgevingsverordening, regels worden gesteld die betrekking hebben op ondernemers in
het landelijk gebied (grondgebonden en niet-grondgebonden agrarische ondernemers, glastuinbouwbedrijven, solitaire niet-agrarische bedrijven, recreatiebedrijven). Die regels zijn voor alle gemeenten hetzelfde. Daarbij komt dat er via de ketenpartners, die ook in de buurgemeenten actief zijn, afstemming heeft plaatsgevonden. De nieuwe onderwerpen die we nu in het omgevingsplan regelen, als milieu, water, energie, landschap, gezondheid zijn onderwerpen die in de Visie Landelijk gebied (vastgesteld november 2015) zijn aangegeven en door de ODA, het waterschap en de GGD tezamen zijn vormgegeven.
VFL – omgevingsplan Op grond van de Omgevingswet moeten alle onderwerpen die spelen in de fysieke leefomgeving een plek krijgen in het omgevingsplan. Bij het opstellen van de eerdere versies van het omgevingsplan was de APV nog leidend. Daarin zaten onder andere ook onderwerpen die de fysieke leefomgeving raken en een plek moeten krijgen in het omgevingsplan. Evenals de Erfgoedverordening, Bomenverordening, e.d. Die zijn allen vertaald in het voorliggende omgevingsplan.
Intussen zijn ook alle verordeningen die er waren in de fysieke leefomgeving samengevoegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving. Dit is gedaan om op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt te kunnen werken met 1 verordening (VFL), het omgevingsplan (alle bestemmingsplannen die gelden samen en op 1 januari 2023 automatisch het beperkte omgevingsplan vormen) en de bruidsschat (rijksregels die overgaan naar de gemeente). Dat maakt het werken in de fysieke leefomgeving overzichtelijker dan te moeten werken met alle verordeningen die er waren naast elkaar.
Het is de bedoeling dat wanneer zowel het omgevingsplan landelijk gebied als het omgevingsplan stedelijk gebied zijn opgesteld de bovenstaande VFL, de bruidsschat en alle bestemmingsplannen tezamen het gemeentedekkende omgevingsplan vormen.
Om dubbelingen in regelgeving te voorkomen, is het noodzakelijk om onderdelen van de VFL buiten werking te stellen. Het gaat hierbij om onderdelen die nu zijn opgenomen in het omgevingsplan Landelijk gebied. De VFL blijft van kracht voor de onderwerpen die het stedelijk gebied aangaan.
PvdA:
- Wat verandert er concreet voor inwoners?
In één plan komt alle wet- en regelgeving ten aanzien van de fysieke leefomgeving samen: naast de bestaande bestemmingsplannen is ook gekeken naar alle andere beleidsnota’s en verordeningen.
Daarmee wordt in één oogopslag duidelijk welke regels voor welk perceel van toepassing zijn. In de toekomst hoeft een initiatiefnemer maar één vergunning aan te vragen voor alle activiteiten, bij 1 loket.
Het omgevingsplan kent nu meer ruimte om bijvoorbeeld een bedrijf aan huis te starten zonder te veel regels van de gemeente. Dat kan betekenen dat er in het omgevingsplan staat dat iemand vrij is in het gebruik van een bepaalde locatie en dat de nieuwe ontwikkeling wel gemeld moet worden aan de gemeente. Op die manier kan een ondernemer aan de slag zonder onnodige regels en kan de gemeente volgen welke ontwikkelingen er zijn in het landelijk gebied.
Stadspartij:
- Stadspartij heeft ook veel gesprekken gevoerd. De informatie uit deze gesprekken wordt gedeeld om daarop te reageren.
De informatie is door de Stadspartij niet gedeeld. Er is dan ook geen gelegenheid hierop te reageren.
2
In zijn algemeenheid geldt dat het doorlopen proces van inzet aan de voorkant, huis-aan-huis informatie ophalen, keukentafelgesprekken voeren, een informatiemiddag/-avond beleggen, inspraak bieden op het voorontwerp omgevingsplan conform de gemeentelijke Inspraakverordening en de formele procedure van het ontwerp omgevingsplan volgen conform de Algemene wet bestuursrecht heeft geleid tot het voorliggende omgevingsplan. Voor een enkeling heeft de beantwoording van de inspraakreactie en/of zienswijze niet geleid tot het gewenste antwoord. In de beantwoording van de inspraakreacties en zienswijzen is hierop ingegaan vanuit de algehele belangenafweging.
PvdD:
- Nemen we niet onnodig gezondheidsrisico’s door uitbreiding van niet-grondgebonden bedrijven mogelijk te maken?
Het onderwerp gezondheid moet terugkomen bij de wens van niet-grondgebonden agrarische bedrijfsuitbreidingen. Het opgestelde Plussenbeleid is leidend voor de uitbreiding van nietgrondgebonden agrarische bedrijven met een oppervlakte van meer dan 500 m2. Dit plussenbeleid is een verplichte uitwerking van het plussenbeleid van de provincie Gelderland. Ten aanzien van gezondheid geldt dat milieuaspecten als fijn stof, geur en geluid de gezondheid van mensen raken.
Daarnaast geldt dat op grond van de provinciale omgevingsverordening er geen nieuwe geitenhouderijen zijn toegestaan. Daartoe is in het omgevingsplan een verbod opgenomen. Binnen de gemeente Zutphen zijn er geen geitenhouderijen.
Aan een uitbreidingsinitiatief voor een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf of nietgrondgebonden veehouderijtak kan alleen medewerking worden verleend als:
De bedrijfseconomische noodzaak voor de uitbreiding of de noodzaak voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering is aangetoond middels een bedrijfsplan;
De ondernemer inzicht verschaft op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan een maatschappelijk verantwoorde en duurzame productie en daarbij aangeeft op welke wijze de onderneming met respect voor dier en milieu wordt gerund. Bij maatschappelijk verantwoord en duurzaam produceren speelt rekening houden met de beleving van de leefkwaliteit door de omgeving een belangrijke rol. Verwacht wordt dat de ondernemer transparant is over de bedrijfsvoering;
Invulling wordt gegeven aan de vereiste plusinvestering en deze leidt tot toevoeging van kwaliteit;
Het initiatief past bij de aard, schaal en gevoeligheid van het landschap (gebiedsDNA). Dit is per situatie verschillend.
Vanuit het oogpunt van milieu, en dus ook gezondheid vanwege de uitstoot van fijn stof en emissie van ammoniak, wordt van bedrijven verwacht dat hun stallen aan bepaalde emissie-eisen voldoen.
Dit komt voort uit het Besluit emissiearme huisvesting en wordt opgelegd ter beperking van de ammoniakemissie uit dierenverblijven. Hiernaast moeten huisvestingssystemen introductie en verspreiding van micro-organismen voorkomen. Vermindering van uitstoot heeft niet alleen een positief effect op de luchtkwaliteit van de woonomgeving (en daarmee de gezondheid van omwonenden), maar ook op de eutrofiering (voedselverrijking) van de omgeving.
Een belangrijk uitgangspunt bij ontwikkelingen wordt gevormd door inbreng vanuit de dialoog met de omgeving. Geur (stank), gezondheid (fijn stof, zoönosen) en ruimtelijke kwaliteit zijn belangrijke aspecten daar waar het gaat om beleving van de leefkwaliteit in relatie tot een niet-grondgebonden veehouderij. Hoe en met wie de dialoog plaatsvindt is aan de ondernemer en wordt vanuit de gemeente gestimuleerd.
3
SP heeft nog de volgende vragen nagezonden:
- Op de vraag wat er gebeurt als het omgevingsplan niet door de raad wordt vastgesteld, antwoordde de wethouder dat “veel mensen teleurgesteld zullen zijn”, omdat hun plannen dan niet verwezenlijkt zullen worden.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zutphen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.