de raadsbrief 'Terugblik herziening begroting sociaal domein'
Een raadslid stelde op 2 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe garandeert het college dat inwoners met complexe of zware problematiek tijdig passende specialistische hulp blijven ontvangen? → Het Sociaal wijkteam heeft de opdracht én het mandaat om inwoners met hulpvragen in het sociaal domein te helpen en waar nodig daarvoor de specialistische hulp in te schakelen.
- Hoe waarborgt het college dat meer beleidsvrijheid voor professionals niet leidt tot minder grip voor de raad op besteding van gemeenschapsgeld? → De besteding van publieke middelen vindt primair plaats binnen de kaders van de gemeentelijke begroting, die fungeert als het centrale allocatie-instrument.
- Hoe merkt een Zwols gezin concreet verschil van deze nieuwe werkwijze ten opzichte van twee jaar geleden? → Er is op verschillende manieren gestuurd op de beweging naar de voorkant.
- Het college geeft aan dat het moeilijk meetbaar is of de inzet op preventie daadwerkelijk leidt tot minder zware zorg. → Het is inderdaad moeilijk meetbaar of de inzet op preventie leidt tot minder zware zorg.
- Kan het college concreet aangeven welke besparingen of afname van zorgvraag inmiddels zichtbaar zijn geworden door investeringen zoals Samenspel in de Wijk, Goede Dagen… → Onderstaand geven wij aan de hand van enkele voorbeelden aan welke effecten de projecten hebben op de afname van de zorgvraag: Samenspel in de wijk Samenspel in de wijk is als werkwijze en…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
voorstel
Raadsbrief schriftelijke vragen Datum 2 juni 2026
Versienummer
Beantwoording vragen schriftelijk overleg van CDA en VVD over de raadsbrief ‘Terugblik herziening begroting sociaal domein’.
V1.0
Portefeuillehouder
Paul Guldemond
Onderwerp
Bijlage:
- Casusbeschrijving ter illustratie van wat Samenspel in de wijk betekent voor inwoners Ontwerp besluit Kennisnemen van de beantwoording van de artikel 45 vragen van CDA en VVD over ‘Terugblik herziening begroting sociaal domein’.
Inleiding De fractie CDA en VVD hebben op 28 en 29 mei 2026 schriftelijke vragen gesteld over de Raadsbrief ‘Terugblik herziening begroting sociaal domein’.
Kernboodschap Met de aangepaste indeling van de begrotingsprogramma’s van het sociaal domein wordt beoogd de beweging van de Koers Sociaal Domein te ondersteunen: een verschuiving van financiële middelen van zwaardere zorg naar lichtere ondersteuning, preventie en de sociale basis.
De raadsbrief roept bij het CDA vragen op over de meetbaarheid van resultaten, de inzet van gemeenschapsgeld en de manier waarop wordt voorkomen dat inwoners tussen wal en schip raken wanneer de focus verschuift van zware zorg naar lichtere ondersteuning.
De VVD geeft aan dat uit de terugblik blijkt dat het financiële effect van deze hervormingen lastig concreet inzichtelijk te maken is, mede door externe invloeden en het feit dat investeringen aan de voorkant vaak voorafgaan aan mogelijke besparingen op langere termijn. Daarnaast geeft het college aan dat inmiddels wordt gewerkt met doelen, subdoelen en indicatoren om maatschappelijke effecten beter te kunnen volgen. Dit roept echter de vraag op in hoeverre deze systematiek ook voldoende inzicht biedt in daadwerkelijke kostenbeheersing en financiële voordelen.
CDA heeft hierover de volgende vragen gesteld:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe garandeert het college dat inwoners met complexe of zware problematiek tijdig passende specialistische hulp blijven ontvangen?
Antwoord van het college
Het Sociaal wijkteam heeft de opdracht én het mandaat om inwoners met hulpvragen in het sociaal domein te helpen en waar nodig daarvoor de specialistische hulp in te schakelen.
Zo voert het college zijn wettelijke taken in het Sociaal domein uit.
Voor de inzet van specialistische hulp zijn aanbieders voor Wmo en Jeugdhulp gecontracteerd en het zorginhoudelijke oordeel is leidend bij de inzet van de noodzakelijke hulp. 1/6
voorstel
2 juni 2026
Datum
Als op grond van een rechterlijke machtiging een gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming of jeugdreclassering ingezet wordt, is die instelling verantwoordelijk voor eventuele inzet van noodzakelijke jeugdhulp. Hierover stemt de instelling dan af met het Sociaal wijkteam.
Om passend maatwerk te kunnen leveren in zeer complexe en zware casuïstiek, zijn soms oplossingen nodig die niet in het standaard aanbod bestaan. Via Samenspel in de wijk brengt het Sociaal wijkteam dan de benodigde perspectieven, deskundigen en aanbieders bij elkaar om samen tot een passende inzet te komen.
Vraag 2
Hoe waarborgt het college dat meer beleidsvrijheid voor professionals niet leidt tot minder grip voor de raad op besteding van gemeenschapsgeld?
Antwoord van het college
De besteding van publieke middelen vindt primair plaats binnen de kaders van de gemeentelijke begroting, die fungeert als het centrale allocatie-instrument. In de begroting en onderliggende beleidsdocumenten worden, aan de hand van kengetallen en streefwaarden, de beoogde resultaten en maatschappelijke effecten van deze inzet expliciet gemaakt.
Het college stuurt op een doelmatige en rechtmatige inzet van middelen, waarbij enerzijds wordt bewaakt dat uitgaven binnen de vastgestelde begrotingskaders blijven en anderzijds dat de beoogde beleidsdoelen worden gerealiseerd. De gemeenteraad oefent hierbij zijn kaderstellende en controlerende rol uit via onder meer tussentijdse verantwoordingsrapportages, beleidsevaluaties en besluitvorming over nieuwe of aangepaste beleidskaders, inclusief de daarbij behorende middelen en doelstellingen.
Tegelijkertijd wordt binnen het sociaal domein ingezet op professionele ruimte, zodat ondersteuning beter kan worden afgestemd op de individuele situatie van inwoners. Deze beleidsvrijheid gaat gepaard met een samenhangend stelsel van beheers- en toezichtmaatregelen. Hierbij kan worden gedacht aan interne kwaliteitsborging (zoals collegiale toetsing en accordering door leidinggevenden), cliënttevredenheidsonderzoeken, toezicht- en handhavingsonderzoeken, en periodieke contractgesprekken met uitvoerende partners.
In samenhang zorgen deze elementen ervoor dat, binnen de geboden professionele ruimte, grip wordt gehouden op de rechtmatige en doelmatige besteding van gemeenschapsgeld, en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad.
Vraag 3
Hoe merkt een Zwols gezin concreet verschil van deze nieuwe werkwijze ten opzichte van twee jaar geleden?
Antwoord van het college
Er is op verschillende manieren gestuurd op de beweging naar de voorkant. Daarbij ging het bijvoorbeeld om andere keuzes in de uitvoering: de werkwijze Samenspel in de wijk door het Sociaal wijkteam. Gezinnen merken daarvan het volgende:
•
•
•
Eerst begrijpen: we nemen de tijd om de situatie en hulpvraag goed te begrijpen.
Ondersteuning in de eigen omgeving: hulp thuis, op school/werk of in de wijk.
Geen onnodige doorverwijzing: we zoeken naar oplossingen die passen bij het dagelijks leven en als er extra ondersteuning nodig is halen we die erbij. 2/6
voorstel
2 juni 2026
Datum
•
•
Geen standaardoplossing: we zoeken naar duurzame oplossingen die bij de inwoners en zijn/haar omgeving passen.
Samenwerking met verschillende partijen: zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en andere partners denken mee.
Ter illustratie van deze nieuwe werkwijze is een casusbeschrijving toegevoegd (bijlage 1)
Vraag 4
Het college geeft aan dat het moeilijk meetbaar is of de inzet op preventie daadwerkelijk leidt tot minder zware zorg. Welke concrete indicatoren gaat het college de komende jaren gebruiken om dit wel inzichtelijk te maken?
Antwoord van het college
Het is inderdaad moeilijk meetbaar of de inzet op preventie leidt tot minder zware zorg.
Ditzelfde geldt voor de kostenbeheersing die hangt aan deze hervormingen (VVD vraag 2).
Hier zijn meerdere redenen voor, waaronder:
• Effecten van eerder genomen maatregelen. Deze worden soms pas na jaren zichtbaar.
• Maatregelen die bij het ene onderdeel ingezet zijn, kunnen elders effect hebben.
Soms bij buiten de gemeente geldende wetsuitvoering (WLZ, zorgverzekeringswet etc.).
• Van activiteiten in de sociale basis wordt bewust niet alles gemeten omdat deze zoveel mogelijk vrij toegankelijk zijn.
• De wereld blijft veranderen waardoor de context waarin je de cijfers moet duiden wijzigt.
• De registraties wijzigen door nieuwe wetgeving, inkoop en pilots. Dit maakt de vergelijkbaarheid van cijfers moeilijk.
• Geen controlegroepen mogelijk. Naast ethische bezwaren bij een controlegroep is iedere inwoners verschillend waardoor groepen niet (goed) vergelijkbaar zijn.
Qua indicatoren sturen we via dashboards per regeling uiteraard op het aantal ingezette voorzieningen en bijbehorende criteria (leeftijd, wijk, duur van de voorziening etc.) Periodiek worden gesignaleerde trends daaruit besproken en worden op basis van de meest actuele inzichten waar mogelijk prognoses opgesteld. In financiële zin is de begroting een belangrijk stuurinstrument. Veronderstelde financiële effecten van maatregelen worden verwerkt in de begroting; de aanname is dan ook dat als we binnen de begroting blijven de getroffen maatregelen daartoe hebben bijgedragen.
We hebben/maken nu diverse dashboards, op dit moment specifiek per regeling. Daarmee kunnen we de beweging tussen wetten/regelingen nog niet (goed) inzichtelijk maken.
Verder investeren we in pilots ten behoeve van het realiseren van de gewenste beweging.
Gedurende deze pilots worden specifieke aanvullende registraties bijgehouden om het effect van de pilots meetbaar te maken. Dit is tijdrovend en vraagt extra registratie van medewerkers dus elke keer moet worden afgewogen of de investering in tijd/inzet in verhouding staat tot wat het kunnen meten, oplevert. We schalen het meten van pilots terug zodra deze uit de pilotfase komen, ook in het kader van het verzoek van de Raad om de administratiedruk in de uitvoering te verlagen. 3/6
voorstel
Datum
2 juni 2026
Vraag 5
Kan het college concreet aangeven welke besparingen of afname van zorgvraag inmiddels zichtbaar zijn geworden door investeringen zoals Samenspel in de Wijk, Goede Dagen & Perspectief, Wachtkracht of Fit Ouder Worden?
Antwoord van het college
Onderstaand geven wij aan de hand van enkele voorbeelden aan welke effecten de projecten hebben op de afname van de zorgvraag:
Samenspel in de wijk Samenspel in de wijk is als werkwijze en cultuurverandering stevig ingezet. De borging en het zichtbaar worden van de impact, met name financieel, vragen tijd. Het betreft een doorlopend leer- en ontwikkeltraject dat stapsgewijs leidt tot inhoudelijke effecten voor inwoners en tot besparingen.
In de raadsbrief Eindvaluatie Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’ is opgenomen dat in de proeftuinfase op casusniveau intensief is gemonitord. Daaruit bleek dat de werkwijze leidde tot beter passende ondersteuning én tot een netto besparing van gemiddeld € 7.000 per casus op niet-ingezette specialistische jeugdhulp, gebaseerd op ruim 150 casussen. Deze uitkomsten vormden de basis voor verbreding naar alle wijken.
Na de proeftuin is in de fase van verbreding en uitbreiding niet meer op casusniveau gemonitord. De beschikbare data zijn daardoor beperkter, maar maken wel een benadering van het besparende effect mogelijk. Het Sociaal wijkteam is in 2025 gestart met registratie van Samenspel-casuïstiek. In 2025 zijn circa 400 casussen via Samenspel gestart, waarvan 240 jeugdcasussen. Omdat trajecten vaak over meerdere boekjaren lopen, wordt het financiële effect doorgaans pas na één à twee jaar zichtbaar.
De raming is gebaseerd op een gemiddelde besparing van € 7.000 per jeugdcasus, 150 jeugdvragen in 2024 en 240 jeugdvragen in 2025 die via Samenspel zijn opgepakt. Uitgaande van gemiddeld 195 jeugdvragen per jaar resulteert dit in een geraamde besparing van circa € 1.365.000 in 2025 aan niet-ingezette jeugdhulp. De investering in de formatie van het Sociaal wijkteam is hierin reeds verdisconteerd. Zoals vermeld in de raadsbrief Document Zwolle Raadsbrief Prognose uitgaven jeugdhulp 2026 - iBabs Publieksportaal is de investering van ruim € 700.000 in 2025 terugverdiend. Door uitbreiding van Samenspel naar andere domeinen binnen het Sociaal wijkteam ontstaan daarnaast aanvullende, oplopende besparingen op overige maatwerkvoorzieningen. Voor Wmo en participatie is het gemiddelde besparingspotentieel per inwoner momenteel nog onvoldoende kwantitatief onderbouwd.
Wachtkracht Wachtkracht is een samenwerkingsinitiatief van de ggz en het sociaal domein voor inwoners die wachten op een ggz-behandeling. Door middel van verkennende gesprekken wordt gekeken welke ondersteuning, activiteiten of voorzieningen al tijdens de wachttijd kunnen bijdragen aan herstel, participatie en het verminderen van klachten. Het doel is om het welzijn van inwoners te vergroten, verergering van problematiek te voorkomen en waar mogelijk de druk op de ggz te verminderen.
4/6
voorstel
Datum
2 juni 2026 Over de periode van 1 april 2023 tot 1 juni 2026 blijkt dat inmiddels meer dan 1.000 inwoners gebruik hebben gemaakt van Wachtkracht. Van deze deelnemers heeft 1 op de 6 een verkorting van de wachttijd ervaren. Daarnaast heeft 6 op de 10 gebruikgemaakt van voorzieningen in de sociale basis, waardoor ondersteuning buiten de ggz is benut. Voor bijna 1 op de 20 bleek een ggz-behandeling niet (meer) noodzakelijk. Uit het eerste jaar van Wachtkracht is gebleken dat de maatschappelijke opbrengsten groter waren dan de kosten.
Naast deze kwantitatieve resultaten zijn er ook enkele praktijkvoorbeelden:
• ggz-aanmeldingen zijn ingetrokken omdat inwoners voldoende verder konden met ondersteuning vanuit hun netwerk, lotgenotencontact of andere voorzieningen;
• ambulante begeleiding was niet meer nodig door inzet van activiteiten of informele ondersteuning;
• dagbesteding kon worden vervangen door participatie in reguliere maatschappelijke activiteiten;
• schuldsanering werd voorkomen door tijdige ondersteuning bij schuldenproblematiek;
• inwoners werden ondersteund richting werk, waardoor afhankelijkheid van een uitkering kon worden verminderd.
Goede Dagen Goede Dagen biedt dagbesteding aan ouderen, waarbij nadrukkelijk wordt ingezet op het zo lang mogelijk behouden van zelfstandigheid en participatie. Deze werkwijze draagt bij aan het voorkomen of uitstellen van zwaardere en duurdere vormen van ondersteuning en zorg.
In de praktijk zien we dat het overgrote deel van de aangemelde inwoners (circa 95%) instroomt in een passend dagbestedingsaanbod binnen Goede Dagen. Een kleiner deel (circa 5%) kan, dankzij het sterke maatschappelijke voorveld in Zwolle en de goede samenwerking hiermee, direct worden doorgeleid naar voorziening in de Sociale Basis. Dit laat zien dat de combinatie van professionele dagbesteding en een goed ontwikkeld voorveld bijdraagt aan een efficiënte inzet van middelen.
Kostenreductie wordt onder andere gerealiseerd doordat dagbesteding zoveel mogelijk dichtbij inwoners wordt georganiseerd, wat leidt tot lagere vervoerskosten. Daarnaast wordt intensief samengewerkt met voorzieningen in het voorveld, zoals buurtkamers en innovatieve vormen van dagbeleving. Deze samenwerking maakt het mogelijk dat inwoners langer gebruik kunnen blijven maken van de algemene voorzieningen in de Sociale Basis en pas later – of minder intensief – doorstromen naar zwaardere vormen van ondersteuning.
Hoewel niet alle effecten volledig kwantitatief zijn onderbouwd, is het beeld dat deze werkwijze bijdraagt aan een doelmatiger inzet van het beschikbare budget. Inwoners behouden langer hun plek in de samenleving en maken waar mogelijk gebruik van lichtere ondersteuning, wat zich vertaalt in het niet volledig benutten van zwaardere maatwerkvoorzieningen en daarmee in kostenbeheersing.
VVD heeft hierover de volgende vragen gesteld: 5/6
voorstel
Datum
2 juni 2026
1. Op welke wijze maakt het college inzichtelijk welke financiële voordelen voortkomen uit hervormingen binnen het sociaal domein, in het bijzonder binnen de jeugdzorg?
Antwoord:
Maatregelen waarvan een besparing wordt verwacht, ontwikkelen we samen met de praktijk en we starten doorgaans in het klein, bijvoorbeeld in één of twee wijken. In de ontwikkelfase monitoren we de werkzame ingrediënten en de besparingen (die vaak bestaan uit nietuitgegeven meerkosten). Bij een positieve opbrengst, borgen we vervolgens de geleerde lessen in de reguliere werkwijze.
Omdat enerzijds in een periode van enkele jaren meerdere maatregelen naast elkaar worden ontwikkeld en ingevoerd, is in het totaalbeeld niet altijd heel nauwkeurig ter herleiden tot welke besparingen afzonderlijke maatregelen op de langere termijn precies geleid hebben. En anderzijds is met name in het leven van kinderen en jongeren na verloop van tijd het causaal verband tussen de ingezette hulpverlening en hoe het gaat met het gezin steeds minder goed aan te tonen. Daarom is een belangrijke factor bij de ontwikkelde maatregelen ook dat de betrokken inwoners zelf aangeven dat de ingezet hulp leidt tot de noodzakelijke veranderingen.
Te illustratie, zie ook de beantwoording hierboven op vraag 5 van het CDA.
2. Welke meetbare doelstellingen en indicatoren hanteert het college om te beoordelen of hervormingen daadwerkelijk leiden tot kostenbeheersing?
Kostenbeheersing en het behalen van de beweging zijn aan elkaar verbonden. We verwijzen naar het antwoord bij vraag 4 van het CDA.
Openbaarheid Deze nota is openbaar.
Burgemeester en wethouders van Zwolle,
burgemeester, Peter Snijders secretaris, Dick Emmer
6/6
Bron: raadsinformatie van de gemeente Zwolle (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.