Motie van het lid Van der Plas over aanvullend onderzoek naar de vraag of het in de VGO-studies gevonden statistische verband ook geldt voor andere vormen van verblijf dan wonen
Verworpen · 14 voor, 136 tegen
Op 4 februari 2026 stemde de Tweede Kamer over deze motie. Het voorstel is verworpen met 14 stemmen voor en 136 tegen. Voor stemden FVD, BBB en SGP. Tegen stemden D66, VVD, GroenLinks-PvdA, PVV, CDA, JA21, Groep Markuszower, ChristenUnie, DENK, PvdD, SP, 50PLUS en Volt.
In het kort
Wat vraagt de motie?
- Verzoekt de regering aanvullend onderzoek te laten uitvoeren naar de vraag of het in de VGO-studies gevonden statistische verband ook geldt voor andere vormen van verblijf dan wonen, zoals werken, onderwijs, zorg en recreatie
- Verzoekt de regering tevens te laten onderzoeken of het beperken van de omvang van geitenbedrijven of het tegenhouden van uitbreiding daadwerkelijk effect heeft op het in de VGO-studies gevonden verband
- En verzoekt de regering om, totdat deze aanvullende onderzoeksresultaten beschikbaar zijn, geen nieuwe generieke beleidsmaatregelen te treffen die vooruitlopen op deze onderzoeken
Aanleiding
Constaterende dat het VGO-onderzoek uitsluitend betrekking heeft op wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en VGO geen onderzoek heeft gedaan naar andere vormen van verblijf, zoals werken, onderwijs, zorg of recreatie
Overgenomen uit de tekst zelf, zonder eigen interpretatie.
Behandeld bij: Dierziektebeleid
Ingediend door C.A.M. van der Plas (BBB).
Zo stemde elke partij
| Partij | Stem | Zetels |
|---|---|---|
| D66 | ✗ Tegen | 26 |
| VVD | ✗ Tegen | 22 |
| GroenLinks-PvdA | ✗ Tegen | 20 |
| PVV | ✗ Tegen | 19 |
| CDA | ✗ Tegen | 18 |
| JA21 | ✗ Tegen | 9 |
| FVD | ✓ Voor | 7 |
| Groep Markuszower | ✗ Tegen | 7 |
| BBB | ✓ Voor | 4 |
| ChristenUnie | ✗ Tegen | 3 |
| DENK | ✗ Tegen | 3 |
| PvdD | ✗ Tegen | 3 |
| SGP | ✓ Voor | 3 |
| SP | ✗ Tegen | 3 |
| 50PLUS | ✗ Tegen | 2 |
| Volt | ✗ Tegen | 1 |
Andere motieen op 4 februari 2026
Alle stemmingen in februari 2026
Bron: Tweede Kamer Open Data. Bij een hoofdelijke stemming is de fractiestem de meerderheid van de leden.