22 september 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Aalsmeer

Groenonderhoud

Een raadslid stelde op 22 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Registratienr. Aanleden raad Afkomstig van Burgemeester en wethouders Datum 25-08-2026 Afschrift aancollege, griffie, voorlichting : Beantwoording raadsvragen inzake groenonderhoud Op 24-08-2026 heeft de fractie VVD conform art. 39 RvO vragen ingediend inzake Groenonderhoud.

In dit memo beantwoordt het college de ingediende vragen.

Vragen:

Vraag 1 Kan de wethouder aangeven wat de oorzaken zijn van de huidige achterstanden in het groenonderhoud?

Antwoord:

In de bestaande openbare ruimte wordt het groenonderhoud conform het bestek uitgevoerd op basis van vaste onderhoudsfrequenties per onderhoudstype. Het onderhoud wordt overeenkomstig deze afspraken uitgevoerd. Het gazonmaaien (21 keer per jaar) verloopt strak en verzorgd en voldoet aan de gestelde kwaliteitsafspraken. Voor het onderhoud van de groenvakken (zeven keer per jaar) zijn er echter aandachtspunten ten aanzien van de geleverde kwaliteit. Daarnaast zagen wij vertraging in het maaien van bermen en taluds. Ook zijn er externe factoren die het beeld van de openbare ruimte negatief beïnvloeden. Zo neemt de onkruidgroei op verhardingen toe doordat geen chemische onkruidbestrijding meer worden toegepast. Daarnaast zorgt overhangend groen vanuit particuliere tuinen, waarop vanwege capaciteitsgebrek beperkt wordt gehandhaafd, voor een minder verzorgd straatbeeld. Tot slot leidt de toename van bijplaatsingen van grofvuil eveneens tot een negatieve invloed op de beleving van de openbare ruimte.

Dit jaar is door de overdracht van enkele nieuwbouwprojecten een achterstand in het groenonderhoud in de nieuwe plantsoenen ontstaan. Rond de oplevering van het groen bij de nieuwbouwprojecten heeft afstemming plaatsgevonden over de kwaliteit en het moment van overdracht naar regulier beheer en onderhoud. Deze afstemming heeft meer tijd gevraagd dan vooraf voorzien. Door de tussenliggende periode, mede beïnvloed door de vakantieperiode, is een tijdelijke achterstand in het groenonderhoud ontstaan. Die achterstand is inmiddels ingehaald.

Vraag 2 Worden de afspraken met De Meerlanden, waaronder het bewateren van nieuw aangeplante plantsoenen, volledig nagekomen?

Antwoord: Ja, de afspraken worden nagekomen. Uit beperkte, steeksgewijze controles blijkt dat Meerlanden de rondes volgens het frequentiebestek uitvoert. Daarbij kan wel worden geconstateerd dat de kwaliteit van de werkzaamheden niet altijd in lijn is met de wensen van de gemeente en in constant contact is met Meerlanden om verbeteringen door te voeren.

Bijna dagelijks is de nieuwe aanplant (bomen en heesters) bewaterd. Echter, ongeveer vanaf Pinksteren is er bijzonder weinig neerslag gevallen en is het uitzonderlijk droog. Het water dat aan de planten wordt gegeven verdwijnt grotendeels naar de droge ondergrond. Er viel niet tegenop water te geven. Tegelijk is er vanwege extra budget voor groenrenovaties en de bomen impuls veel nieuw MEMO RAAD Betreft

groen geplant in de gemeente in 2025/2026. We zullen moeten accepteren dat een deel van de beplanting (voornamelijk plantvakken) weer opnieuw aangeplant moet worden. Ook andere gemeentes hebben hiermee te maken.

Vraag 3 Welke rol spelen factoren als beschikbare capaciteit, planning en weersomstandigheden hierbij?

Antwoord: De belangrijkste bepalende factor vormt het bestek. Hierbinnen is het aantal onderhoudsbeurten en daarmee planning afgesproken. We zien de laatste decennia dat door klimaatverandering het groeiseizoen langer is geworden waardoor de pozen tussen de onderhoudsbeurten is toegenomen. Het is daarmee lastiger is om de plantvakken op beeldkwaliteitsniveau te houden.

Voor de overdracht van projecten naar beheer is tussen AA-organisatie, KOA en Meerlanden een verbeterproces opgestart waardoor het ontstaan van achterstanden bij nieuw openbaar groen in principe wordt voorkomen. Hierbij is uit ervaring gebleken dat de overdracht tussen drie partijen vaker leidt tot vertraging in de start van het onderhoud of discussie tussen partijen over de kwaliteit van het nieuw aangelegd of gerenoveerde groen. Onderdelen van het verbeter proces is het eerder betrekken van Meerlanden bij overdrachten en gesprekken met de AA-organisatie.

Er is beperkte capaciteit in de directietaken van de Kernorganisatie voor het toezicht op het dagelijks onderhoud waardoor directe aansturing in het nauw komt. Veel capaciteit zit in het dagelijks onderhoud aan verhardingen, overdrachten, behandeling van Fixi-meldingen en rioolcalamiteiten waardoor capaciteitsproblemen ontstaan op de andere onderdelen. In de beantwoording van vraag 4 lichten wij enkele concrete maatregelen toe die deze knelpunten moeten ondervangen.

Eenzelfde beperking in capaciteit is aanwezig bij Meerlanden voor aansturing ten behoeve van de kwaliteit van de werkzaamheden, waardoor aanpassingen in werkwijze die kunnen leiden tot het verbeteren van de kwaliteit van het groenonderhoud vertraging kunnen oplopen.

Overigens is deze beperking in capaciteit bij de Meerlanden niet (alleen) de Meerlanden aan te rekenen, maar vooral het gevolg van de algemene arbeidskrapte binnen dit domein.

Vraag 4 Welke concrete maatregelen neemt de wethouder op korte termijn om de ontstane achterstanden weg te werken?

Antwoord: De achterstanden die in vraag 1 zijn genoemd, zijn inmiddels weggewerkt binnen het bestaande bestek.

Om verdere achterstanden in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen zoekt het college naar andere manieren van samenwerking, onderhoud en beplanten die beter aansluiten bij de veranderende klimatologische omstandigheden en die nauwer aansluiten bij de gegeven grondsoort en de bijbehorende beplanting.

Zoals ook al bij het antwoord op vraag 3 is aangevoerd is het de bedoeling dat bij de opleveringen van projecten de kwaliteit en het onderhoud van het groen het eerste jaar na oplevering bij de initiatiefnemers c.q. uitvoerders komt te liggen. Dit voorkomt onder andere onduidelijke periodes tussen oplevering en overdracht. Het zorgt er namelijk voor dat de aannemer die het groen aanlegt verder denkt dan de oplevering omdat het groenonderhoud het eerste jaar ook bij hem ligt, inclusief het vervangen van niet aangeslagen beplanting. Tenslotte moeten we op zoek naar praktische oplossingen, zoals bijvoorbeeld stoom in plaats van chemische middelen om het gifgebruik bij het bestrijden van onkruid af te schaffen.

Vraag 5 Is de wethouder bereid tijdelijk extra capaciteit in te zetten of andere maatregelen te treffen om knelpunten versneld aan te pakken?

Antwoord: In 2027 staat het opstellen van een nieuw groenbeleidsplan gepland, daarin worden nieuwe keuzes over het groenonderhoud gemaakt die vertaald moeten worden naar financiële middelen en in nieuwe afspraken (bestek) met Meerlanden. Ook hopen we hierbij tot een model te komen waarbij de inwoners zelf een grotere rol kunnen pakken, al-dan-niet ondersteund door, en in overleg met, de Meerlanden. En hierin zullen dan ook de mogelijkheden worden neergelegd voor een natuurlijk en biodivers/biostimulerend inrichtings- en onderhoudsplan.

Vraag 6:

Acht de wethouder het noodzakelijk om de regie op onderdelen van het groenonderhoud tijdelijk nadrukkelijker zelf ter hand te nemen, zodat inwoners weer kunnen rekenen op een verzorgde en goed onderhouden openbare ruimte?

Antwoord: De afspraken met betrekking tot het onderhoud liggen goed vast op papier en bieden voldoende sturingsmogelijkheden op de onderdelen van het groenonderhoud waardoor het niet nodig wordt geacht om dit tijdelijk zelf ter hand te nemen.

Binnen die afspraken is het echter wel mogelijk om de portefeuillehouder dichter te betrekken bij de uitvoering; niet als tijdelijke, maar als permanente bijdrage aan een oplossing.

Op dit moment vinden er gesprekken plaats met de Meerlanden hoe dit nader vorm te geven, waarbij er praktisch gekeken wordt naar enkele andere voorbeeldgemeenten binnen het werkgebied van de Meerlanden.

Ook wordt er op er gekeken naar de mogelijkheid om het onderhoudsteam van de Meerlanden een nog grotere verbondenheid met Aalsmeer en Kudelstaart te laten hebben, bijvoorbeeld door het opnieuw vestigen van een onderhoudscentrum voor groenonderhoud binnen de gemeentegrenzen van Aalsmeer.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, P. Simonse

Bekijk de brief: Memo Raad Beanwoording raadsvragen inzake Groenonderhoud

Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalsmeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Aalsmeer

Alle artikel 35-vragen in Aalsmeer