Memo Raad Beantwoording raadsvragen Datacentrum de Kwakel warmtenet en kabeltracé
Een raadslid stelde op 15 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer (26 vragen).
In het kort
26 vragen en wat het college antwoordt
- Consistentie en onderbouwing 1. → Deze uitspraken hebben betrekking op verschillende aspecten van het project.
- Op welke onderzoeken, documenten en toetsingscriteria baseert het college de kwalificaties dat de gevolgen minimaal of beperkt zijn? → De beoordeling is gebaseerd op de ingediende vergunningsaanvraag, de verstrekte werktekeningen, het AVOI-instemmingsbesluit, het Handboek Kabels en Leidingen en de toepasselijke wettelijke…
- Kan het college de raad een actueel overzicht geven waarin duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen reeds genomen besluiten, verleende vergunningen en instemmingen… → Reeds genomen besluiten • Verleend AVOI-instemmingsbesluit voor werkzaamheden in de openbare ruimte. • Verleende toestemming van Hoogheemraadschap Rijnland voor wateractiviteiten ten…
- Het college heeft bij vragen over het tracé langs de N196 een AVOI- instemmingsbesluit en werktekening gevoegd, terwijl in de vergunningbrief uitsluitend Violenweg 32… → Het AVOI-instemmingsbesluit ziet toe op werkzaamheden aan de ondergrondse infrastructuur binnen de openbare ruimte van de gemeente Aalsmeer.
- Kan het college op kaart aangeven welke tracés al zijn goedgekeurd, welke nog kunnen wijzigen en waar de boor- en moflocaties liggen? → De tracédelen zoals opgenomen in het AVOI-instemmingsbesluit zijn goedgekeurd op grond van het daarbij behorende kaartmateriaal zoals gevoegd bij Memo 46 van 17 juli 2026.
- Is de verstrekte werktekening dezelfde tekening waarop het AVOI-instemmingsbesluit is gebaseerd? → Voor zover bij het college bekend betreft dit de tekening die onderdeel uitmaakt van de AVOI-aanvraag en het daarop gebaseerde instemmingsbesluit.
- Zijn voor het volledige tracé alle benodigde vergunningen, toestemmingen en instemmingen aanwezig, waaronder voor het kruisen van waterkeringen en dijklichamen, zoals… → Uit de eerdere beantwoording (Memo 46, vraag 5) blijkt dat aanvullende vergunningen, noodzakelijk kunnen zijn en dat initiatiefnemer deze zal moeten aanvragen, voorzover relevant.
- Waarom is gekozen voor een tracé dat op delen slingerend onder of langs de hoofdstructuur loopt, terwijl dit toekomstige ruimte voor andere kabels, leidingen… → De keuze voor het tracé is primair een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer en netbeheerder.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Pagina 1 van 6 Registratienr. Aanleden raad Afkomstig van Burgemeester en wethouders Datum 15 september 2026 Afschrift aancollege, griffie, voorlichting Beantwoording aanvullende raadsvragen over Datacentrum de Kwakel, kabeltracé en warmtenet Op 24 augustus 2026 heeft de fractie FlorAalsmeer volgens art. 39 RvO vragen ingediend over Datacentrum, de Kwakel, kabeltracé en warmtenet. In dit memo beantwoordt het college de ingediende vragen.
Vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Consistentie en onderbouwing 1. Hoe verklaart het college dat de gevolgen voor inwoners en ondernemers volgens de eerdere beantwoording nog niet duidelijk in kaart zijn te brengen, terwijl tegelijkertijd wordt gesproken over minimale gevolgen, uiterst beperkte overlast en het ontbreken van zwaarwegende gevolgen?
Antwoord van het college
Deze uitspraken hebben betrekking op verschillende aspecten van het project. De opmerking dat de gevolgen voor inwoners en ondernemers nog niet volledig in kaart zijn te brengen ziet op het bredere initiatief rond het datacentrum, een mogelijk warmtenet en eventuele toekomstige ontwikkelingen die nog onzeker zijn. De kwalificaties "minimaal", "uiterst beperkt" en "geen zwaarwegende gevolgen" hebben betrekking op de voorliggende vergunningaanvraag voor een middenspanningsverbinding en de wijze van aanleg daarvan, met name door middel van gestuurde boringen. Volgens de beschikbare aanvraaggegevens blijft de fysieke impact van deze werkzaamheden beperkt en is na afronding bovengronds vrijwel niets zichtbaar.
Vraag 2
Op welke onderzoeken, documenten en toetsingscriteria baseert het college de kwalificaties dat de gevolgen minimaal of beperkt zijn? Kan het college daarbij aangeven welke conclusies zijn gebaseerd op feiten of onderzoek en welke op bestuurlijke verwachtingen of aannames?
Antwoord van het college
De beoordeling is gebaseerd op de ingediende vergunningsaanvraag, de verstrekte werktekeningen, het AVOI-instemmingsbesluit, het Handboek Kabels en Leidingen en de toepasselijke wettelijke beoordelingskaders. Feitelijk vastgesteld is dat sprake is van gestuurde boringen, dat de kabel grotendeels op aanzienlijke diepte wordt aangelegd en dat slechts drie moflocaties binnen Aalsmeer zijn voorzien. De verwachting dat de overlast beperkt zal blijven is gebaseerd op de aard van deze aanlegmethode en vergelijkbare werkzaamheden. Voor de bredere maatschappelijke effecten van het datacentrum en een eventueel warmtenet beschikt het college niet over voldoende informatie om definitieve conclusies te trekken.
Vraag 3
Kan het college de raad een actueel overzicht geven waarin duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen reeds genomen besluiten, verleende vergunningen en instemmingen, lopende onderzoeken, nog wijzigbare onderdelen en bestuurlijke aannames?
Antwoord van het college
Reeds genomen besluiten
• Verleend AVOI-instemmingsbesluit voor werkzaamheden in de openbare ruimte.
• Verleende toestemming van Hoogheemraadschap Rijnland voor wateractiviteiten ten behoeve van gestuurde boringen.
MEMO RAAD Betreft
Pagina 2 van 6 Lopende procedures
• Omgevingsvergunningaanvraag voor aanleg van de middenspanningsverbinding (ingediend 18 juni 2026).
Nog wijzigbare onderdelen en bestuurlijke verwachtingen
• Uitvoering en planning van werkzaamheden.
• Maatschappelijke meerwaarde van restwarmte.
• Potentiële verduurzamingskansen voor de glastuinbouw.
• Eventuele toekomstige warmtenet ontwikkelingen.
2. Kabeltracé, boringen en AVOI
Vraag 4
Het college heeft bij vragen over het tracé langs de N196 een AVOI- instemmingsbesluit en werktekening gevoegd, terwijl in de vergunningbrief uitsluitend Violenweg 32 wordt genoemd. Waarop heeft dit besluit exact betrekking: het volledige tracé, een deel daarvan, een boor- of moflocatie of uitsluitend Violenweg 32?
Antwoord van het college
Het AVOI-instemmingsbesluit ziet toe op werkzaamheden aan de ondergrondse infrastructuur binnen de openbare ruimte van de gemeente Aalsmeer. Uit het antwoord in Memo 46, vraag 4, volgt dat het instemmingsbesluit is verleend voor de aanleg van de middenspanningskabel overeenkomstig de bijbehorende werktekening. Verwezen wordt naar de werktekening die bij Memo 46 is gevoegd.
Vraag 5
Kan het college op kaart aangeven welke tracés al zijn goedgekeurd, welke nog kunnen wijzigen en waar de boor- en moflocaties liggen?
Antwoord van het college
De tracédelen zoals opgenomen in het AVOI-instemmingsbesluit zijn goedgekeurd op grond van het daarbij behorende kaartmateriaal zoals gevoegd bij Memo 46 van 17 juli 2026.
Vraag 6
Is de verstrekte werktekening dezelfde tekening waarop het AVOI-instemmingsbesluit is gebaseerd? Kan de raad daarnaast de dwarsprofielen van de gestuurde boringen ontvangen, zodat zichtbaar wordt op welke diepte en afstand onder bestaande infrastructuur en eventueel gefundeerde kunstwerken wordt geboord?
Antwoord van het college
Voor zover bij het college bekend betreft dit de tekening die onderdeel uitmaakt van de AVOI-aanvraag en het daarop gebaseerde instemmingsbesluit. Dwarsprofielen zijn niet door initiatiefnemer aangeleverd. Voor het antwoord inzake de diepte (15 meter), zie antwoord 4 in Memo 46.
Vraag 7
Zijn voor het volledige tracé alle benodigde vergunningen, toestemmingen en instemmingen aanwezig, waaronder voor het kruisen van waterkeringen en dijklichamen, zoals bij de Ringvaart en de dijk langs de Oosteinderweg? Welke risico’s of aanvullende voorwaarden gelden daar?
Antwoord van het college
Uit de eerdere beantwoording (Memo 46, vraag 5) blijkt dat aanvullende vergunningen, noodzakelijk kunnen zijn en dat initiatiefnemer deze zal moeten aanvragen, voorzover relevant.
Het college beschikt niet over de informatie dat alle benodigde toestemmingen voor het volledige tracé aanwezig zijn.
3. Keuze van het tracé en alternatieven
Vraag 8
Waarom is gekozen voor een tracé dat op delen slingerend onder of langs de hoofdstructuur loopt, terwijl dit toekomstige ruimte voor andere kabels, leidingen, warmtenetten en gemeentelijke infrastructuur kan beperken? Pagina 3 van 6
Antwoord van het college
De keuze voor het tracé is primair een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer en netbeheerder. Het college heeft geen rol gehad bij de technische tracéoptimalisatie, maar beoordeelt de aanvraag binnen het toepasselijke wettelijke kader.
Vraag 9
Is deze ligging getoetst aan het gemeentelijke handboek of andere regels voor kabels en leidingen, waarin waar mogelijk een ligging parallel aan of haaks op wegen wordt nagestreefd? Zo ja, waarom is hiervan afgeweken?
Antwoord van het college
Ja. Het instemmingsbesluit is beoordeeld aan de hand van de AVOI. Het Handboek Kabels en Leidingen voorziet niet in kabels op een diepte van 15 meter. Wel is zorgvuldig gekeken en beoordeeld dat de kabels op 15 meter diepte geen belemmering zijn voor de huidige openbare ruimte en (voorzienbare) toekomstige plannen in de openbare ruimte. Zoals het plan nu is ingediend en beoordeeld worden geen problemen voorzien voor nu en in de toekomst.
Vraag 10
Is het alternatief onderzocht om de elektriciteitsverbinding via het 50 kV-station aan de Vriezeweg in Leimuiden te realiseren, en is dit alternatief expliciet aan Liander voorgelegd? Zo ja, kan het college de technische, ruimtelijke en financiële vergelijking met het gekozen tracé door of langs Aalsmeer en Kudelstaart aan de raad verstrekken? Zo nee, waarom is dit alternatief niet onderzocht of voorgelegd?
Antwoord van het college
Het college beschikt niet over deze informatie. De keuze van het aansluitpunt en de netconfiguratie behoort tot de verantwoordelijkheid van de netbeheerder die ook aanvrager is van de benodigde vergunningen / toestemmingen.
4. BLVC en gevolgen voor de omgeving
Vraag 11
Is voor de aanleg van de kabelverbinding een BLVC-plan voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie opgesteld of vereist?
Antwoord van het college
Een BLVC-plan maakt geen onderdeel uit van de lopende aanvraag noch van het instemmingsbesluit. Wel gelden voorwaarden ten aanzien van verkeersmaatregelen, bereikbaarheid en communicatie voorafgaand aan uitvoering van werkzaamheden.
Vraag 12
Zo ja, kan dit plan aan de raad worden verstrekt? Zo nee, hoe worden bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid, bouwverkeer, communicatie en samenloop met andere werkzaamheden dan integraal beoordeeld?
Antwoord van het college
Zie antwoord op vraag 11
Vraag 13
Hoe wordt voorkomen dat werkzaamheden of permanente infrastructuur van dit kabeltracé conflicteren met huidige of toekomstige werkzaamheden aan de N196, bus infrastructuur, warmtenetten of andere infrastructuur?
Antwoord van het college
Het college beoordeelt aanvragen in samenhang met bekende kabel- en leidinginformatie en bestaande ondergrondse infrastructuur. Eventuele werkzaamheden die vergunningplichtig zijn, worden afzonderlijk beoordeeld binnen de daarvoor geldende procedures.
5. Locatie oude benzinepomp / Violenweg
Vraag 14
Is bij de keuze voor de locatie bij de voormalige benzinepomp onderzocht welke gevolgen een permanente kabel-, boor- of moflocatie heeft voor toekomstige ruimtelijke en verkeerskundige ontwikkelingen, waaronder mogelijke woningbouw, een toekomstige ontsluiting, verlegging van de sloot, aanpassing van het busstation en een veilige fiets- en voetgangersverbinding? Pagina 4 van 6
Antwoord van het college
Het college heeft aangegeven dat toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen een aandachtspunt vormen. De toekomstige gebiedsontwikkeling op deze locatie, die op dit moment nog onvoldoende concreet is, maakt geen onderdeel uit van de afweging in relatie tot de huidige lopende vergunningprocedure. Zie daarvoor ook antwoord 7 en 8 uit Memo 46.
Vraag 15
Voor zover FlorAalsmeer bekend is, ligt er nog geen uitgewerkt plan voor een toekomstige ontsluiting van eventuele woningbouw in dit gebied. Hoe voorkomt het college dat door kabels, moflocaties of zakelijkrechtstroken een logische ontsluiting later onmogelijk of veel duurder wordt, waardoor extra verkeer mogelijk via het al drukke centrum moet worden afgewikkeld?
Antwoord van het college
De kabel wordt ondergronds aangelegd en bovengronds blijft geen infrastructuur zichtbaar. Bij toekomstige ontwikkelingen zal rekening moeten worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse nutsvoorzieningen, zoals bij andere kabel- en leidingtracés gebruikelijk is.
6. Transportleidingen, zakelijk recht en toekomstige ruimte
Vraag 16
Welke beperkingen gelden door transportleidingen, moflocaties en zakelijkrechtstroken van Liander voor toekomstige wegen, bruggen, funderingen, groenvoorzieningen en bomen?
Antwoord van het college
Binnen zakelijkrechtstroken kunnen beperkingen gelden voor bijvoorbeeld diep wortelende beplanting, funderingen, graafwerkzaamheden en permanente constructies.
Vraag 17
Klopt het dat wanneer de gemeente een transportleiding in de toekomst vanwege een gemeentelijke ontwikkeling wil laten verleggen, de kosten geheel of grotendeels voor rekening van de gemeente kunnen komen? Welk financieel risico ontstaat hierdoor en is dit vooraf meegewogen?
Antwoord van het college
In algemene zin kunnen verleggingskosten geheel of gedeeltelijk voor rekening komen van de partij die de verlegging noodzakelijk maakt. Het college beschikt momenteel niet over een concrete kostenraming of risicoanalyse voor deze specifieke verbinding. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat het tracé zorgvuldig is beoordeeld, dat alle eventuele alternatieven onderzocht zijn en dat er, met de kennis van nu, geen belemmeringen te verwachten zijn. Mede doordat de kabels op een diepte van 15 meter komen te liggen door de gestuurde boring.
Vraag 18
Is onderzocht of tegelijk met de werkzaamheden extra mantelbuizen kunnen worden aangelegd voor toekomstige gemeentelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw (Studio’s en Zwarteweg), zodat later niet opnieuw dezelfde infrastructuur hoeft te worden opengebroken?
Antwoord van het college
Nee, dit is niet onderzocht. Het betreft hier een gestuurde boring waarbij een kabel naar 15 meter diepte wordt geleid. Het aanleggen van extra mantelbuizen is gezien de techniek die wordt toegepast niet relevant.
7. Vergunningprocedure en integrale afweging
Vraag 19
In maart 2026 werd bij het kabeltracé gesproken over toetsing aan hinder, veiligheid, leefomgeving, archeologie en landschap. In juli zou bij de nieuwe aanvraag alleen archeologie relevant zijn. Welke wijziging in de aanvraag verklaart dit verschil en is daarbij de fysieke uitvoering veranderd of alleen de juridische afbakening? Pagina 5 van 6
Antwoord van het college
In Memo 7 dd. 3 maart 2026 werd in algemene zin gesproken over beleidsmatige aandachtspunten bij infrastructurele projecten. In juli 2026 heeft het college verduidelijkt dat het wettelijke afwegingskader voor de concrete aanvraag beperkt is en zich, gezien de ingediende aanvraag, voornamelijk richt op archeologische aspecten.
Vraag 20
Waar worden bereikbaarheid, veiligheid, hinder, leefomgeving en de cumulatieve gevolgen van het volledige project nu formeel en integraal beoordeeld? Hoe voorkomt het college dat deze aspecten versnipperd raken over verschillende vergunningen, meldingen en instemmingsbesluiten?
Antwoord van het college
De verschillende aspecten worden, voorzover relevant, beoordeeld binnen de daarvoor geldende wettelijke procedures door het bevoegd gezag. Het college heeft in het antwoord op vraag 23 in Memo 46 aangegeven dat zijn eigen beoordelingsruimte beperkt is en dat onderdelen van de afweging bij andere instanties (waterschap en provincie) liggen.
8. Overleg en informatiepositie
Vraag 21
Het college stelt dat geen afspraken zijn gemaakt, maar spreekt tegelijkertijd over proactieve gesprekken, regionale samenwerking en een gezamenlijk positief beeld. Welke concrete overleggen, werkafspraken of toezeggingen zijn sinds 2023 gemaakt met onder andere Uithoorn, Liander, Switch Datacenters, Greenport en betrokken glastuinbouwbedrijven?
Antwoord van het college
Volgens eerdere beantwoording (Memo 7, vraag 7) hebben diverse ambtelijke afstemmingen plaatsgevonden met Uithoorn, provincie Noord-Holland, netbeheerders en andere betrokken partijen over procedures, juridische stappen, onderzoeken naar de middenspanningsverbinding en de projectontwikkeling. Van concrete formele afspraken, toezeggingen of structureel overleg is geen sprake.
Vraag 22
Was het college bij de beantwoording van 17 juli 2026 op de hoogte van de meerpartijenovereenkomst, de SDE++-subsidie en de met Liander ontwikkelde aanpak voor warmte- en koudelevering? Zo ja, waarom is dit niet vermeld? Zo nee, hoe verhoudt dit zich tot de genoemde proactieve gesprekken en het positieve beeld?
Antwoord van het college
Het college weet niet wat wordt bedoeld met de ‘meerpartijenovereenkomst’ of de met Liander ontwikkelde aanpak voor warmte-en koudelevering. Op 22 juni is het college geïnformeerd dat de SDE++ subsidie is toegekend voor het initiatief van energie coöperatie van tuinders in de Kwakel en Kudelstaart.
9. Restwarmte en voordeel voor Aalsmeer
Vraag 23
Hoeveel bestaande ondernemingen binnen de gemeente Aalsmeer, en specifiek in Kudelstaart, kunnen technisch en economisch daadwerkelijk op het warmtenet aansluiten?
Antwoord van het college
Het college beschikt niet over deze gegevens. Het warmtenet bevindt zich nog in een planfase en de technische en economische haalbaarheid is nog niet uitgewerkt.
Vraag 24
Welk deel van de geproduceerde restwarmte zal naar verwachting daadwerkelijk binnen Aalsmeer worden gebruikt en welk deel van de economische en verduurzamingsbaten komt bij Aalsmeerse ondernemers terecht? Kan het college deze baten afzetten tegen de lasten voor Aalsmeer, waaronder kabels, werkterreinen, verkeershinder, ruimtelijke beperkingen en toekomstige beheers- of verleggingskosten? Pagina 6 van 6
Antwoord van het college
Zie antwoord op vraag 23.
Het college onderkent het belang van een zorgvuldige afweging van kosten, baten en ruimtelijke effecten. Tegelijkertijd betreft het een ontwikkeling binnen een grensoverschrijdend glastuinbouwgebied waarin ondernemers, energiegebruik en infrastructuur zich niet beperken tot één gemeente. Het is daarom niet wenselijk om maatschappelijke en economische effecten uitsluitend aan één gemeente toe te rekenen. De meerwaarde van het project wordt mede beoordeeld vanuit de bijdrage aan de verduurzaming en toekomstbestendigheid van het gehele gebied. Daarnaast beschikt het college niet over voldoende gegevens over warmteproductie, afname, investeringen, exploitatie en ruimtelijke effecten om een volledige maatschappelijke kosten-batenanalyse op te stellen.
10. Warmtenet en positieve grondhouding
Vraag 25
Heeft het college inzicht in de jaarlijkse en seizoensgebonden warmteproductie en warmteafname, wat er in de zomer met niet-benutte warmte gebeurt en of het datacenter ook volledig kan functioneren wanneer het warmtenet niet, later of slechts gedeeltelijk wordt gerealiseerd? Welke juridisch afdwingbare verplichting bestaat om daadwerkelijk restwarmte nuttig te leveren?
Antwoord van het college
Nee. Het college heeft in haar antwoord op vraag 13 in Memo 46 eerder aangegeven niet bekend te zijn met het technische concept van het mogelijke warmtenet. Evenmin beschikt het college over informatie over eventuele juridisch afdwingbare verplichtingen ten aanzien van warmtelevering.
Vraag 26
Kan bij waterschaarste de situatie ontstaan dat kwekers in Aalsmeer/Kudelstaart minder water mogen gebruiken voor hun productie, terwijl het datacenter waarvoor diezelfde kwekers restwarmte zouden moeten afnemen wel kan blijven functioneren? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de door het college genoemde maatschappelijke meerwaarde en verduurzaming van de glastuinbouw?
Antwoord van het college
Het college beschikt niet over informatie waaruit blijkt dat zich een situatie zal voordoen waarin glastuinbouwbedrijven vanwege waterschaarste worden beperkt in hun watergebruik, terwijl een datacenter onverminderd kan blijven functioneren. Daarnaast is op dit moment niet bekend welke koeltechniek bij een eventueel datacenter zal worden toegepast.
Er bestaan technieken waarbij sprake is van gesloten koelsystemen, waardoor het gebruik van water sterk wordt beperkt. Indien zich in de toekomst perioden van waterschaarste voordoen, worden besluiten over de verdeling en prioritering van beschikbaar water genomen door het daarvoor bevoegd gezag, zoals bijvoorbeeld de waterschappen. De gemeente heeft hierin geen beslissende rol.
Het college onderkent dat waterbeschikbaarheid een belangrijk aandachtspunt is voor zowel de glastuinbouw als andere waterafhankelijke functies in de regio. Eventuele afwegingen over waterbeschikbaarheid, watergebruik en vergunningverlening maken onderdeel uit van de verantwoordelijkheden van het betreffende bevoegde gezag en niet van de gemeente Aalsmeer.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer, de secretaris, P. Simonse
Bekijk de brief: Memo Raad Beantwoording raadsvragen Datacentrum de Kwakel warmtenet en kabeltracé
Bron: raadsinformatie van de gemeente Aalsmeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.