24-20 - Beantwoording schriftelijke vragen CU - Individuele inkomenstoeslag
Een raadslid stelde op 6 december 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Achtkarspelen (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Indien het college de bovenstaande vragen met nee beantwoordt, is het college dan bereid om juridisch advies in te winnen over de rechtmatigheid van het verbinden van… → Reaksje kolleezje 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording schriftelijke vragen artikel 47 Reglement van Orde Kenmerk van de vraag Datum indienen vraag Vraagsteller Portefeuillehouder Ambtenaar Datum akkoord college Zaak- en stuknummer
: : : : : : :
24-20 6 december 2024 Mevr. D.A. van der Vaart-Kralt Dhr. T.O. Brinkman Mevr. A. Scheeringa en Dhr. J. Jager 21 januari 2025 202501143932 / 25ZG000094
Underwerp Individuele inkomenstoeslag Op 5 december 2024 heeft de CU-fractie schriftelijke vragen gesteld over Individuele inkomenstoeslag Hieronder vindt u de vragen en de reactie van het college:
Ynlieding De gemeenteraad is op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel b Participatiewet verplicht om in een verordening regels vast te stellen over de hoogte van de individuele inkomenstoeslag (IIT) en de manier waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Dit is de verordeningsbevoegdheid van gemeenten op het gebied van de IIT. Hoewel gemeenten nadere voorwaarden kunnen verbinden aan het recht op IIT, mogen deze voorwaarden niet in strijd zijn met de wet of de strekking daarvan.
Fragen
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Indien het college de bovenstaande vragen met nee beantwoordt, is het college dan bereid om juridisch advies in te winnen over de rechtmatigheid van het verbinden van vrijwilligerswerk en mantelzorg als voorwaarden voor toekenning van IIT?
Antwoord van het college
Reaksje kolleezje
1. Het college verschilt hierin van mening met uw fractie. De gemeenteraad moet in een verordening nadere regels vaststellen over het recht op individuele inkomenstoeslag. Daarin moet in ieder geval worden vastgelegd wat de hoogte van de individuele inkomstentoeslag is en wat de wijze is waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen 'langdurig' en 'laag' inkomen (artikel 8 lid 2 Participatiewet).
Side
:
2
Aanvullend is in de verordening invulling gegeven aan het gestelde in de volledige tekst van artikel 36 PW, zoals deze vanaf 1-1-2015 luidt. Daarin staat dat er voor het recht op de Individuele Inkomenstoeslag geen uitzicht mag zijn op inkomensverbetering én dat een belanghebbende met gebruikmaking van zijn krachten en bekwaamheden wél inspanningen moet doen om tot inkomensverbetering te komen. Dit laatste staat nadrukkelijk in het tweede lid van artikel 36 PW.
2. Het college kan u in uw stelling volgen als het gaat om aanvullende voorwaarden die niet aansluiten op de wet of de strekking daarvan. In het geval van de Individuele Inkomenstoeslag is hier blijkens de beantwoording van vraag 1. geen sprake van.
3. In ons Armoedebeleid, dat ten tijde van de inwerkingtreding van de Participatiewet per 1 januari 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is geheel in de toenmalige tijdsgeest (kanteling, eigen kracht, transitie aanbodgericht naar vraaggericht) ervan uitgegaan dat eenieder een positieve inbreng in de samenleving kan bijdragen.
Het college onderschrijft deze visie nog altijd.
Een sterke samenleving (Mienskip) is wat wij nastreven. Een activerend armoedebeleid zal hier naar onze overtuiging een belangrijke bijdrage in leveren.
Vanuit het armoedebeleid ‘Iedereen van waarde’ volgt dus dat eenieder zijn steentje bijdraagt voor wat betreft een positieve inbreng naar vermogen ten behoeve van de samenleving. Dit vertaalt zich in het naar vermogen doen van vrijwilligerswerk.
Dit wordt ondersteund door de wetsbepaling van artikel 36, lid 2 PW, waarin wordt gesteld dat het college voor de beoordeling van het recht op een Individuele Inkomenstoeslag de krachten en bekwaamheden van een belanghebbende moet beoordelen en tevens moet vaststellen dat de belanghebbende voldoende inspanningen heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Het doen van vrijwilligerswerk zou hierin een eerste stap kunnen zijn.
Bovendien blijkt uit ervaringen dat het doen van vrijwilligerswerk een positief effect heeft op het welbevinden (waardering, het opbouwen van een sociaal netwerk en tegengaan van vereenzaming) van onze inwoners.
Dit komt ook naar voren uit de ervaringen die we hebben met Dyn Ynset, dat in het leven is geroepen ter invulling van de ‘verplichte tegenprestatie’ in de wet.
Uitkeringsgerechtigden die via bemiddeling door de Vrijwilligersbank van Kearn vrijwilligerswerk hebben gedaan ervaarden hierin zodanige voldoening dat ze na beëindiging van hun vrijwilligerswerk om een nieuwe klus vroegen.
De gemeenteraad heeft dus ten aanzien van de Individuele Inkomenstoeslag besloten de bepalingen uit de wet (streven naar inkomensverbetering) en de uitgangspunten van het activerende armoedebeleid (maatschappelijke participatie) te combineren.
Met het doen van vrijwilligerswerk wordt dus een bijdrage aan de samenleving (maatschappelijke participatie) gedaan. Hierbij is de omvang van het vrijwilligerswerk niet van belang. Aangezien de krachten en bekwaamheden van een belanghebbende hierin leidend zijn, kan dit zéér gering zijn.
Wij zijn dus van mening dat wij aan de Individuele Inkomenstoeslag, mits er een gedegen beoordeling is geweest naar de krachten en bekwaamheden van de belanghebbende, een aanvullende voorwaarde kunnen en mogen verbinden. Zoals al in een eerdere beantwoording (zie raadsvragen met kenmerk 24-226) is vermeld voldoen uitkeringsgerechtigden in het kader van de Participatiewet hierdoor als vanzelf al aan de plicht tot tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, lid 1, sub c Participatiewet, die in ieder geval voor hen geldt.
Side
:
3
4. Naar aanleiding van een uitspraak van de Rechtbank Noord Nederland d.d. 28 augustus 2024 met betrekking tot een beroepszaak in het kader van de Individuele Inkomenstoeslag, waarin in een incidenteel geval is geoordeeld dat de beoordeling van de krachten en bekwaamheden onvoldoende is geweest, is reeds juridisch advies ingewonnen.
Mr. Jeroen van Fessem, juridisch vakredacteur Participatiewet bij Schulinck gaf toen in een reactie aan dat de Rechtbank in de uitspraak het feit dat de gemeente Achtkarspelen voor het verkrijgen van de Individuele Inkomenstoeslag de voorwaarde voor het doen van vrijwilligerswerk (of mantelzorg) verbindt, niet ter discussie stelt. Sterker nog: de Rechtbank overweegt zelfs ‘dat de Participatiewet niet in de weg staat dat het gemeentebestuur bij de bepaling van het recht op een Inkomenstoeslag mede betrekt of een belanghebbende vrijwilligerswerk verricht. Voor dit oordeel is van belang dat het stimuleren van maatschappelijke nuttige werkzaamheden een nadrukkelijk doel is van de PW (vergelijk artikel 9, eerste lid, aanhef en onder c. van de PW) en dat uit artikel 36, tweede lid van de PW nadrukkelijk volgt dat bij de weging van de omstandigheden van de persoon meer omstandigheden mogen worden betrokken dan de inspanningen om tot inkomensverbetering te komen.’ In deze zaak ging het uitsluitend om een gebrek in de beoordeling van de krachten en bekwaamheden.
Het college van burgemeester en wethouders van Achtkarspelen,
secretaris,
burgemeester,
dhr. mr. M.P. de Jong
dhr. mr. O.F. Brouwer
Bekijk de brief: 24-20 - Beantwoording schriftelijke vragen CU - Individuele inkomenstoeslag
Bron: raadsinformatie van de gemeente Achtkarspelen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.