Belang van Beek - Afwijkingenrapportage 2026 - beantwoording schriftelijke vragen
Een raadslid stelde op 9 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Beek.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Formulier voor het indienen van vragen voor de vragenweek
Naam:
Michael Muijres
Fractie: Belang van Beek
Vragen bij agendapunt 7 Afwijkingenrapportage 2026 van de Commissie Bestuur, Sociaal, Maatschappelijk d.d. 30-6-2026.
Vraag 1: Surplus Algemene Reserve Op pagina 13 wordt aangegeven dat in 2026 € 1.478.400 uit het surplus van de Algemene Reserve wordt ingezet voor dekking van structurele lasten. Kan het college inzichtelijk maken hoe de berekening van het beschikbare surplus van de Algemene Reserve tot stand is gekomen, inclusief de gehanteerde solvabiliteitsratio, het benodigde weerstandsvermogen en de resterende vrije ruimte na deze onttrekking?
Antwoord:
De her-/berekening is gebaseerd op de meest recente cijfers per 31-12-2025. Hierbij is er sprake van een stand van de Algemene Reserve van € 17.368.860. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de meest recente risico-inventarisatie in de Jaarstukken 2025 bedraagt € 2.585.226. Van het verschil mag maximaal 10% worden aangewend als dekking voor structurele lasten: (€ 17.368.860 - € 2.585.226) * 10% = € 1.478.363.
De solvabiliteitsratio bij het vaststellen van de Begroting 2026 (in november 2025) bedroeg 32,2%. In de Jaarstukken 2025 bedraagt de solvabiliteit per 31-12-2025 39,8% (exclusief de nog door te voeren correctie wethouderspensioenen).
Let wel, bij het opstellen van de Afwijkingenrapportage was de correctie ten aanzien van de participaties en wethouderspensioenen uit de Jaarstukken 2025 nog niet bekend. Deze zal, naar verwachting, gevolgen hebben voor de stand van de Algemene Reserve per 31-122025. Indien dit het geval is, zal er voor de Slotrapportage 2026 een herrekening moeten plaatsvinden. Voor 2027 e.v. zal de correctie worden meegenomen in de opstelling van de begroting.
Op basis van de nu beschikbare informatie wordt niet verwacht dat de solvabiliteit als gevolg van de correctie onder de norm van 20% uitkomt; de definitieve effecten op de Algemene Reserve, het beschikbare surplus en de inzet daarvan worden betrokken bij de Slotrapportage 2026 en bij de opstelling van de begroting 2027 en verder.
-2-
Vraag 2: Flexcity en achtervanglocatie Voor de achtervanglocatie voor 50 flexwoningen wordt uitgegaan van € 1.500.000 rijkssubsidie, waarvan € 900.000 bedoeld is voor het langdurig beschikbaar houden van de locatie (pagina 11). Welke kosten worden concreet gedekt uit de € 900.000 die beschikbaar is voor het langdurig beschikbaar houden van de achtervanglocatie en welke financiële risico's blijven voor rekening van de gemeente?
Antwoord:
De rijkssubsidie van in totaal € 1.500.000 is bedoeld om de gemeente in staat te stellen een achtervanglocatie voor 50 flexwoningen te realiseren en gedurende de looptijd van de Flexcity-overeenkomst beschikbaar te houden. In de Afwijkingenrapportage is aangegeven dat hiervan € 600.000 verband houdt met het bouwrijp maken van de locatie en € 900.000 met het langdurig beschikbaar houden van de achtervanglocatie.
De subsidie is echter niet gekoppeld aan een vooraf vastgestelde, gedetailleerde kostenspecificatie. De middelen kunnen worden ingezet voor kosten die samenhangen met het realiseren en in stand houden van de achtervangfunctie, zoals kosten voor planologische procedures, onderzoeken, het bouw- en gebruiksgereed maken van de locatie en overige kosten die voortvloeien uit de verplichtingen uit de Flexcity-overeenkomst.
Op dit moment is nog geen businesscase of exploitatieopzet voor de achtervanglocatie opgesteld. Daardoor kan nog niet nader worden gespecificeerd welke concrete kosten uiteindelijk uit de beschikbare middelen zullen worden gedekt. Deze aspecten worden betrokken bij de verdere uitwerking van de achtervanglocatie en de daarbij behorende financiële onderbouwing.
Omdat de verdere invulling van de achtervanglocatie nog moet plaatsvinden, kunnen eventuele financiële risico's voor de gemeente op dit moment nog niet concreet worden benoemd.
Uitgangspunt is dat de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen worden ingezet voor de uitvoering van de verplichtingen die voortvloeien uit de Flexcity-overeenkomst.
Vraag 3: Stegen 35 De gemeente beëindigt huurcontracten van vier commerciële partijen vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan. Hierdoor vervallen € 28.000 aan huurinkomsten (pagina 9).
Welke structurele exploitatieopzet wordt voor Stegen 35 voorzien nadat de commerciële huurders zijn vertrokken en welke huuropbrengsten worden de komende jaren nog verwacht?
Antwoord:
Voor Stegen 35 wordt op dit moment gewerkt aan een nieuwe structurele exploitatieopzet als onderdeel van het gemeentelijk accommodatiebeleid. Dit gebeurt door ICS, die voor alle gemeentelijke accommodaties onderzoekt wat een duurzame en gezonde exploitatie is en adviseert over de uniformering van huurtarieven. Dit onderzoek is nog niet afgerond. Daardoor is op dit moment nog geen definitieve exploitatieopzet beschikbaar voor Stegen 35 en is er nog geen volledig inzicht in de toekomstige structurele huurinkomsten.
In de Afwijkingenrapportage is reeds vermeld dat de huurinkomsten van de Heemkundevereniging op een later moment worden geraamd, zodra duidelijk is per welke datum zij hun intrek nemen in De Stegen en de contractonderhandelingen zijn afgerond. Voor de overige huuropbrengsten geldt dat deze afhankelijk zijn van de uitkomsten van het lopende onderzoek en de toekomstige invulling van het accommodatiebeleid.
-3-
Vraag 4: Energiekosten gemeentelijk vastgoed De energielasten stijgen gemeentebreed met circa € 147.100 (pagina 10). Kan het college aangeven welk deel van deze stijging wordt veroorzaakt door prijsontwikkeling, welk deel door hoger verbruik en welke maatregelen worden genomen om deze kostenontwikkeling te beperken?
Antwoord:
De kostenstijging van € 147.100 is grotendeels het gevolg van de hoge energie-inkoopprijzen op de wereldmarkt. Het werkelijke verbruik van gemeentelijk vastgoed is licht gestegen.
De stijging wordt dus vrijwel volledig veroorzaakt door prijsontwikkelingen. Om de kostenstijging te beperken gaat de gemeente Beek diverse maatregelen uitvoeren in het kader van verduurzaming vastgoed en slimmer beheer.
Vraag 5: De Haamen De structurele gemeentelijke bijdrage aan De Haamen stijgt doordat de indexatie volgens de exploitatieovereenkomst 4,2% bedraagt in plaats van de gemeentelijke index van 2,1% (pagina 10). Wat is de totale gemeentelijke bijdrage aan De Haamen in 2026 en volgende jaren inclusief deze aanvullende indexatie en welke financiële effecten worden verwacht bij afloop van de huidige exploitatieovereenkomst?
Antwoord:
De totale gemeentelijke bijdrage aan Stichting De Haamen in 2026 en volgende jaren bedraagt € 818.343. De huidige exploitatieovereenkomst loopt tot en met 31 december 2029.
Op het moment dat deze geactualiseerd moet worden, zijn de geplande investeringen bij Stichting De Haamen gereed. Op dat moment kan worden bekeken of een financieel effect hiervan in een nieuwe exploitatieovereenkomst kan worden verwerkt.
Alternatief antwoord: De structurele exploitatiebijdrage aan Stichting De Haamen bedraagt in 2026 € 818.343. Dit betreft de reguliere gemeentelijke bijdrage op basis van de exploitatieovereenkomst, inclusief de daarin opgenomen indexatie.
Dit bedrag is niet één-op-één vergelijkbaar met de bedragen die in de Jaarstukken 2025 zijn genoemd. In de Jaarstukken 2025 ging het om de exploitatiebijdrage over 2025 van € 830.954 en daarnaast om een aanvullende interne verrekening van € 406.992 in verband met door de gemeente gemaakte onderhoudskosten. Die aanvullende post is niet als extra bedrag aan Stichting De Haamen uitbetaald, maar administratief verwerkt conform de afspraken in de exploitatieovereenkomst.
De huidige exploitatieovereenkomst loopt tot en met 31 december 2029. Bij de actualisatie van de overeenkomst zal opnieuw worden beoordeeld welke kosten, bijdragen en verantwoordelijkheden structureel onderdeel moeten uitmaken van de exploitatieafspraken. Daarbij worden ook de financiële effecten van de geplande investeringen en de toekomstige exploitatie betrokken.
-4-
Vraag 6: GACS-verplichtingen Voor Asta, De Haamen en het gemeentehuis worden investeringen aangekondigd vanwege de nieuwe wettelijke GACS-verplichting (pagina's 11 en 14). Voor welke overige gemeentelijke gebouwen wordt momenteel onderzocht of aanvullende investeringen noodzakelijk zijn om aan de GACS-verplichting te voldoen en wat is de indicatieve omvang van deze investeringen?
Antwoord:
De GACS-verplichting (Gebouw Automatiserings- en Controlesysteem) geldt voor gebouwen met een verwarmings- of airconditioningsysteem met een nominaal vermogen van 290 kW of groter. Voor de gemeentelijke gebouwen is beoordeeld op welke locaties deze verplichting van toepassing is en of aanvullende maatregelen nodig zijn.
Voor de gemeente Beek geldt dat de locaties Asta en gemeentehuis onder deze verplichting vallen en dat hiervoor aanvullende investeringen nodig zijn.…
Bekijk de brief: Belang van Beek - Afwijkingenrapportage 2026 - beantwoording schriftelijke vragen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Beek (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.