9 juli 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Beek

Belang van Beek - Jaarstukken 2025 - beantwoording schriftelijke vragen

Een raadslid stelde op 9 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Beek.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Formulier voor het indienen van vragen voor de vragenweek

Naam:

Michael Muijres

Fractie: Belang van Beek

Vragen bij agendapunt 6 Jaarstukken 2025 van de Commissie Bestuur, Sociaal, Maatschappelijk d.d. 30-6-2026.

De verwijzingen bij de vragen refereren naar de pagina’s in bijgaande versie van de concept jaarrekening welke op dit moment de meest actuele is. Zodra de nieuwe definitieve jaarrekening er is, zullen de verwijzingen moeten worden aangepast.

Vraag 1: Definitieve jaarrekening en wethouderspensioenen Wanneer ontvangt de raad de definitieve Jaarrekening 2025 waarin de door de accountant geconstateerde correcties met betrekking tot de pensioenverplichtingen van (oud-)wethouders volledig zijn verwerkt, inclusief de aangepaste openingsbalans per 1 januari 2025, de mutaties gedurende 2025 en de gevolgen voor het eigen vermogen, het rekeningresultaat en de financiële kengetallen?

Antwoord:

Op dit moment zijn wij in afwachting van de laatste gegevens en doorrekeningen vanuit de pensioenadministratie en onze accountant. De aanpassingen in de jaarstukken worden verwerkt in een erratum, waarin de financiële effecten op de openingsbalans, het eigen vermogen, het rekeningresultaat, de algemene reserve en de solvabiliteitsratio worden opgenomen. Wij sturen u dit erratum voorafgaand aan de commissievergadering toe. Wel merken wij hierbij op dat we voor een deel van de inhoud – specifiek de doorrekeningen – afhankelijk zijn van de tijdige oplevering door de eerder vermelde externe partijen (pensioenadministratie en accountant).

Vraag 2: Financiële impact pensioencorrecties Kan het college een overzicht verstrekken van de financiële gevolgen van de correcties inzake de wethouderspensioenen, uitgesplitst naar:

•

mutatie openingsbalans per 1 januari 2025;

•

mutatie eigen vermogen;

•

mutatie rekeningresultaat 2025;

•

mutatie algemene reserve;

•

mutatie solvabiliteitsratio?

Antwoord:

Zie de beantwoording bij vraag 1

-2-

Vraag 3: Verklaring resultaatontwikkeling 2025 In de Kaderbrief 2025 werd een resultaat van circa € 564.000 verwacht, in de Begroting 2025 circa € 205.000, in de Afwijkingenrapportage circa € 1.063.000 en in de Slotrapportage circa € 1.590.000. De Jaarrekening 2025 laat vóór verwerking van de pensioencorrecties een resultaat van ruim € 4 miljoen zien.

Kan van de € 4 miljoen aangegeven worden welk deel ziet op gebeurtenissen voor 2025 en kan van het restant een uitsplitsing worden gemaakt is incidenteel en structureel?

Antwoord:

Zoals vermeld in het accountantsverslag is er in het boekjaar 2025 voor € 61.000 aan legesopbrengsten onterecht verantwoord; deze opbrengsten hadden betrekking op eerdere jaren. Ten aanzien van de Algemene Uitkering is er weliswaar sprake van een positieve bijstelling van € 1.500.000 uit voorgaande jaren, maar dit betreft een wijziging in de verdeelmaatstaf die in 2025 met terugwerkende kracht is doorgevoerd.

Op pagina 292 van de Jaarrekening 2025 in Pepperflow staat een overzicht van alle incidentele baten en lasten per programma. De correctie van € 61.000 heeft betrekking op de structurele baten en heeft daardoor geen invloed op deze incidentele overzichten. Indien de betreffende leges in het juiste boekjaar waren verantwoord, zou het structurele jaarrekeningsaldo over 2025 € 61.000 lager zijn uitgevallen.

Vraag 4: Asta-lening: zekerheden en voorziening (pagina’s 40, 134, pagina 170) Welke zekerheden waren verbonden aan de verstrekte lening aan Stichting Asta en wat was ten tijde van het verstrekken van de lening de waarde van deze zekerheden? Hoe verhoudt zich de voorziening tot de incidentele lasten met betrekking tot de uitstel aflossing lening?

Antwoord:

In de huurovereenkomst is opgenomen dat door de huurder aangebrachte voorzieningen bij beëindiging van de huurovereenkomst niet verwijderd mogen worden. Hierdoor werd geborgd dat de licht- en geluidsinstallatie bij beëindiging van de huur (vrijwillig of als gevolg van faillissement) eigendom van de gemeente zou worden. Ten tijde van het verstrekken van de lening was de waarde van deze zekerheid gelijk aan de hoogte van de verstrekte lening. De installatie is in 2022 aangeschaft en wordt in vijf jaar afgeschreven, waardoor de boekwaarde in de loop der tijd is gedaald. De actuele boekwaarde van deze zekerheid dekt inmiddels niet langer het volledige openstaande bedrag van de lening.

Het openstaande bedrag van de lening is gelijkgesteld aan de gevormde voorziening. De voorziening is daarmee in lijn met de verwachte oninbaarheid/het risico van niet-terugbetaling, mede gezien de beperkte actuele waarde van de onderliggende zekerheid.

-3-

Vraag 5: Gehanteerde krimpveronderstellingen In de Jaarrekening 2025 wordt op meerdere plaatsen verwezen naar krimp als relevante factor voor beleid en investeringen.

Zo wordt op pagina 86 gesteld dat het bestaande aanbod aan gemeentelijke accommodaties onder druk staat omdat "krimp en vergrijzing het draagvlak voor de accommodaties verminderen". Daarnaast wordt op pagina 252/253 bij het project Upgrading Carmelwijk als doelstelling genoemd dat de wijk beter bestand moet zijn tegen "de gevolgen van krimp".

Tegelijkertijd blijkt uit dezelfde jaarrekening dat het inwonertal van de gemeente Beek is gestegen van circa 15.817 inwoners in 2022 naar circa 16.251 inwoners in 2025.

Kan het college aangeven: a.

Op welke actuele bevolkings- en huishoudensprognoses de in de jaarrekening genoemde verwijzingen naar krimp zijn gebaseerd?

b.

Acht het college krimp nog steeds een realistisch uitgangspunt voor de gemeente Beek voor de middellange en lange termijn?

c.

In hoeverre zijn het accommodatiebeleid, ruimtelijke plannen en woningbouwprogrammering nog gebaseerd op eerdere krimpscenario's?

d.

Hoe verhouden de in de jaarrekening genoemde krimpveronderstellingen zich tot de feitelijke bevolkingsontwikkeling van de afgelopen jaren en de huidige woningbouwopgave binnen de gemeente?

e.

Is het college voornemens de gehanteerde demografische uitgangspunten te actualiseren indien deze nog gebaseerd zijn op oudere krimpprognoses?

f.

In de portefeuilleverdeling op pagina 202 van de Jaarrekening 2025 is "Krimp" opgenomen binnen de portefeuille van wethouder Dirx. Kan het college aangeven welke beleidsopgaven en werkzaamheden momenteel onder dit portefeuilleonderdeel vallen?

Antwoord:

De verwijzingen naar krimp in de Jaarrekening 2025 moeten worden geplaatst tegen de achtergrond van eerdere demografische prognoses voor Zuid-Limburg en de Westelijke Mijnstreek, waarin lange tijd rekening is gehouden met bevolkingsdaling, huishoudensverdunning en vergrijzing. De recente feitelijke ontwikkeling in Beek laat echter een genuanceerder beeld zien. Het inwonertal van de gemeente Beek is de afgelopen jaren licht gestegen dan wel gestabiliseerd. Tegelijkertijd is nog steeds sprake van vergrijzing en van natuurlijke krimp: er overlijden meer mensen dan er worden geboren. De positieve bevolkingsontwikkeling wordt vooral beïnvloed door migratie en instroom van nieuwe inwoners.

Het college beschouwt algemene bevolkingskrimp daarom niet langer als zelfstandig of eenduidig uitgangspunt voor het gemeentelijk beleid. Voor actuele beleidskeuzes wordt gewerkt met recente bevolkings- en huishoudensgegevens, actuele regionale en provinciale prognoses en de inzichten uit onder meer de woningbouwprogrammering. Daarbij wordt niet uitsluitend gekeken naar het totaal aantal inwoners, maar ook naar huishoudensontwikkeling, leeftijdsopbouw, verhuisbewegingen, woonbehoefte en leefbaarheid in de kernen.

Voor het accommodatiebeleid, ruimtelijke plannen en de woningbouwprogrammering betekent dit dat niet wordt gestuurd op afbouw vanwege krimp, maar op toekomstbestendigheid, betaalbaarheid, passende voorzieningen en de juiste woningen op de juiste plek. Eerdere verwijzingen naar krimp in beleidsstukken of projectomschrijvingen worden waar nodig geactualiseerd of genuanceerd. Daarbij past in veel gevallen beter de bredere term “demografische ontwikkeling”, omdat het niet alleen gaat om mogelijke bevolkingsdaling, maar ook

-4-

om vergrijzing, veranderende huishoudenssamenstelling en verschuivende woon- en voorzieningsbehoeften.

De huidige woningbouwopgave bevestigt dat beeld. De gemeente Beek zet in op toevoeging van passende woningen voor starters, senioren en andere doelgroepen, mede om doorstroming te bevorderen en de leefbaarheid in de kernen te versterken. Deze inzet is niet gebaseerd op een klassiek krimpscenario, maar op de actuele behoefte aan betaalbare, levensloopbestendige en toekomstbestendige woningen.

Het college zal bij toekomstige actualisaties van beleidsstukken, projectomschrijvingen en P&C-documenten scherper formuleren welke demografische uitgangspunten worden gehanteerd. Voor zover de term “krimp” nog voorkomt als historische of administratieve aanduiding, wordt beoordeeld of deze nog passend is.…

Bekijk de brief: Belang van Beek - Jaarstukken 2025 - beantwoording schriftelijke vragen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Beek (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Beek

Alle artikel 35-vragen in Beek