7 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Bergeijk

2026-031 Beantwoording raadsvragen mevr. Houbraken (LPB) Raadsvoorstel Braambos

Een raadslid (LPB) stelde op 7 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • Kan het college aangeven: - welke bebouwing exact behouden blijft voor de hoveniersfunctie; - welke bedrijfsactiviteiten planologisch worden toegestaan; - en in hoeverre… →
  • Welke milieucategorie hanteert de gemeente voor de bedrijfsactiviteiten aan braambos 4 en waarop is deze classificatie gebaseerd? → Is onderzocht of de feitelijke bedrijfsvoering kenmerken vertoont van milieucategorie 3.1 gelet op de verkeersbewegingen, bedrijfsintensiteit, geluid, logistieke activiteiten en…
  • Betreft dit plan geheel of gedeeltelijk legalisatie van een bestaande situatie? → Indien hiervan sprake is: waren onderdelen van de huidige bedrijfsvoering eerder niet vergund, gedoogd, strijdig met het bestemmingsplan of handhavigsgevoelig?
  • Waarom is in dit dossier niet aangesloten bij de reguliere VAB-systematiek? →
  • Op de verbeelding is er sprake van “specifieke vorm van wonen- opslag t.b.v. hoveniersbedrijf”. → Slotopmerking Gezien de omvang van de toegestane bedrijfsbebouwing, de ligging in het buitengebied en de combinatie van ruimte-voor-ruimte titels, maatwerkconstructies en externe saldering…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vraag d.d.

Onderwerp Van Afhandeling door Afgehandeld d.d.

: 7 mei 2026 : Raadsvoorstel Braambos : Petra Houbraken (LPB) : wethouder Wijnen : 22-05-2026

Vraag De Lokale Partij Bergeijk heeft vragen over de onderbouwing van het bestemmingsplan “Braambos 46-10 Westerhoven”.

In de planstukken wordt een complexe combinatie toegepast van ruimte-voor-ruimte titels, maatwerk omgevingskwaliteit, sloopmeters, verhardingssanering, asbestsanering, externe aangekochte titels en daarnaast een specifieke regeling voor een hoveniersbedrijf binnen een woonbestemming in het buitengebied.

Uit de toelichting blijkt onder meer dat:

- aan Braambos 4-6 circa 2.800 m² stallen wordt gesloopt;

- circa 840 m² bebouwing behouden blijft ten behoeve van een hoveniersfunctie;

- de locatie “nagenoeg” 3 RvR-titels voortbrengt;

- aanvullende externe titels uit Boekel en Son worden ingezet;

- en daarnaast maatwerk omgevingskwaliteit wordt toegepast om het resterende tekort op te lossen.

Daarnaast blijkt uit de toelichting dat eerder sloopmeters afkomstig van een locatie aan het Braambos zijn ingezet voor een RvR-ontwikkeling aan de Voorderstraat.

De Lokale Partij Bergeijk heeft daarom de volgende vragen:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Kan het college aangeven: - welke bebouwing exact behouden blijft voor de hoveniersfunctie; - welke bedrijfsactiviteiten planologisch worden toegestaan; - en in hoeverre deze bebouwing is meegewogen binnen de berekening van de sanerings- en kwaliteitswinst?

Antwoord van het college

Vraag 2

Welke milieucategorie hanteert de gemeente voor de bedrijfsactiviteiten aan braambos 4 en waarop is deze classificatie gebaseerd?

Antwoord van het college

Is onderzocht of de feitelijke bedrijfsvoering kenmerken vertoont van milieucategorie 3.1 gelet op de verkeersbewegingen, bedrijfsintensiteit, geluid, logistieke activiteiten en opslagcapaciteit?

Volgens de VNG-brochure “bedrijven en milieuzonering” worden hoveniersbedrijven met een grotere bedrijfsmatige omvang en opslagcapaciteit veelal aangemerkt als milieucategorie 3.1. In de planregels is echter opgenomen dat “het bedrijf vergelijkbaar is met milieucategorie 2”. Op basis van welk objectief onderzoek of welke feitelijke bedrijfsgegevens is vastgesteld da teen hoveniersfunctie met circa 840 m² bedrijfsbebouwing vergelijkbaar is met milieucategorie 2?

Vraag 3

Betreft dit plan geheel of gedeeltelijk legalisatie van een bestaande situatie?

Antwoord van het college

Indien hiervan sprake is: waren onderdelen van de huidige bedrijfsvoering eerder niet vergund, gedoogd, strijdig met het bestemmingsplan of handhavigsgevoelig?

Vraag 4

Waarom is in dit dossier niet aangesloten bij de reguliere VAB-systematiek?

Antwoord van het college

Vraag 5

Op de verbeelding is er sprake van “specifieke vorm van wonen- opslag t.b.v. hoveniersbedrijf”. Waarom is gekozen voor de term “ opslag t.b.v. hoveniersbedrijf”?

Antwoord van het college

Slotopmerking Gezien de omvang van de toegestane bedrijfsbebouwing, de ligging in het buitengebied en de combinatie van ruimte-voor-ruimte titels, maatwerkconstructies en externe saldering verzoeken wij het college om volledig inzicht te geven in de ruimtelijke, milieutechnische, juridische en beleidsmatige afwegingen die aan dit bestemmingsplan en deze maatbestemming ten grondslag liggen Antwoord Ad 1: Van de opstallen van de Braambos 10 wordt 2000m2 ingezet voor de bouwtitel van het plan Voorderstraat-Heiereind ong.

Ad 2: Vanuit de locatie aan de Braambos 4-6 worden 3 RVR-titels gegenereerd. In bijlage 18 van de toelichting is op vraag van de provincie de rekenmodule ingevuld om dit aan te tonen.

Ad 3: Nee dit klopt niet, vanuit de locatie aan de Braambos 4-6 worden 3 volledige titels gegenereerd (zie bijlage 18). Van de locatie aan de Braambos 10 wordt 1,8 maatwerktitel mogelijk gemaakt, dit is aangetoond in bijlage 20 van de toelichting. Omdat er te weinig titels aanwezig zijn om de 7 nieuwe woningen mogelijk te maken zijn de overige titels aangekocht. De aangekochte titels zijn terug te vinden in bijlage 19 Ad 4: Dit is aangetoond middels bijlagen 18, 19 en 20. Hierin staan de bewijsstukken van de titels opgenomen. Er is bij de ontwikkeling geen sprake van een dubbeltelling. Deze stukken zijn tevens gecontroleerd.

Ad 5: De RvR-regeling hield in dat voor 1.000 m2 sloop en inlevering van 3.500 kg fosfaat één bouwtitel kon worden verkregen. Dit staat los van behoud of herbouw mogelijkheden tbv de hoveniersfunctie.

Ad 6: Naar aanleiding van de raadsvragen is de onderbouwing van de RvR c.q. maatwerktitels nogmaals bekeken, ook in relatie tot het behoud van 840m2 ten behoeve van het hoveniersbedrijf.

Daar hebben we ook de initiatiefnemer om uitleg over gevraagd. Hierbij is gebleken dat er bij deze onderbouwing fouten zijn gemaakt die mede het gevolg zijn van een verkeerde uitwerking van de wijziging in de provinciale verordening. Deze wijziging heeft betrekking op het vervangen van de RvRregeling door de maatwerkregeling. Geconstateerd moet worden dat hierdoor de toelichting van het plan, maar deels ook de regels niet kloppen. Om deze reden wordt geadviseerd het plan niet te behandelen en de initiatiefnemer de gelegenheid te geven de gebreken te herstellen.

Ad 7, 8 en 9: zie vraag 6

Ad 10; Zoals aangegeven vindt op de locatie zelf geen andere activiteit plaats dan binnenopslag ten dienste van een hoveniersbedrijf. De werkzaamheden zelf worden op locatie uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek (bijlage 11) blijkt dat de activiteit op deze locatie acceptabel is.

Ad 11: zie bijlage 11 Ad 12: Het hoveniersbedrijf is kleinschalig van omvang. Het betreft het ook enkel de opslag ten diensten van het hoveniersbedrijf, vandaar dat het ook als bedrijf aan huis kan worden geëxploiteerd.

Buitenopslag is niet nodig, niet gewenst en daarom ook uitgesloten in de regels.

Ad 13 en 14: Het betreft in essentie de sanering van twee varkenshouderijen. Onderdeel daarvan is dat ook het reeds aanwezige hoveniersbedrijf planologisch goed geregeld wordt.

Ad 15: Het betreft een bebouwingsconcentratie waar sprake is van een menging van functies .Ook andere functies dan wonen zijn in dergelijke gebieden afweegbaar, zeker als het gaat om een aan de woonfunctie ondergeschikte functie.

Ad 16: Precedentwerking is alleen van toepassing op identieke situaties. Hier gaat het over sanering van twee varkenshouderijen waarbij een passende herontwikkeling c.q. maatwerk behoort. Wij verwachten dus geen precedentwerking.

Ad 17: Er is geen nulmeting uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de beoogde activiteit mogelijk is.

Ad 18: Het bedrijf zal moeten functioneren binnen de geldende wet- en regelgeving. Kortom datgene wat is vastgelegd in de planologisch juridische regels.

Ad 19: zie vraag 18 Ad 20, 21, 22, 23, 24 en 25: zie vraag 6

Bekijk de brief: 2026-031 Beantwoording raadsvragen mevr. Houbraken (LPB) Raadsvoorstel Braambos

Bron: raadsinformatie van de gemeente Bergeijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Bergeijk

Alle artikel 35-vragen in Bergeijk