2026-038 Beantwoording raadsvragen JR25 - 1e Burap - PPN 2027-2030
Een raadslid stelde op 8 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- 4? → 2.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Perspectievennota 2027 - 2030 Nummer Onderwerp Fractie
Fractielid
Vraag
Antwoord
POHO
1
CDA
R. Groenen R. Groenen
Dit betreft inderdaad nog een oud saldo van de 1e Burap. Het definitieve saldo van de 1e Burap 2026 is € 874.000 negatief. Dit saldo is abusievelijk niet meer in de aanbiedingsbrief van de PPN bijgesteld.
De renteomslag is een percentage waarmee intern rente wordt doorberekend aan de verschillende producten. Door de berekening is deze lager dan de werkelijke rentepercentages die worden betaald op leningen die zijn aangetrokken, omdat ze over de hele begroting verdeeld moeten worden.
Wethouder Aarts
CDA
In de PPN staat dat het bijgestelde begrotingssaldo uit de 1e Burap 2026 €842.000 negatief is, terwijl de Burap zelf uitkomt op circa €874.000 negatief. Kan dit verschil worden toegelicht of betreft dit een fout?
De PPN gaat uit van een renteomslag van 1%. Kan worden toegelicht hoe gevoelig de meerjarenbegroting is voor een hogere rente?
2
Saldo 1e Burap in PPN Renteomslag
3
Kosten MD
CDA
R. Groenen
4
IHP
CDA
R. Groenen
Bij Maatschappelijke Dienstverlening wordt per saldo €591.000 structureel bijgesteld. In de PPN wordt bij BB13 al een uitsplitsing gegeven per onderdeel en worden enkele oorzaken benoemd. Tegelijk staat vermeld dat er nog een nadere analyse plaatsvindt naar de kostenstijging. Kan het college aangeven wanneer deze analyse beschikbaar komt, en kan daarin per onderdeel onderscheid worden gemaakt tussen prijs(indexatie), ontwikkeling op basis van aantal aanvragen, zorgzwaarte/complexiteit, en beleidswijzigingen? Kan daarbij ook worden aangegeven op welke onderdelen de gemeente zelf kan sturen en welke ontwikkelingen vooral extern of wettelijk bepaald zijn?
In het investeringsoverzicht van de PPN 2027-2030 staat bij taakveld 4 Onderwijs de renovatie van BS De Beistervelden opgenomen voor €6.085.000 met bruto investeringsjaar 2028. In BB20 staat echter dat de realisatie van kindcentrum De Beisterveld is uitgesteld, en in het vastgestelde IHP2 staat voor Beisterveld een start van het project in 2030 en oplevering medio 2033.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
4? Dit betreft een budget van € 12.500 voor extra verlichting bij het toegangspad van RKVV Bergeijk. Dit budget is opgenomen in de 1e BURAP 2026 onder paragraaf 2.4 (“extra verlichting toegangspad RKVV Bergeijk”). Er is hiervoor geen afzonderlijk krediet aangevraagd. De vermelding in de PPN op pagina 21 onder NB03 “Krediet aanbrengen verkeersplateau” is daarom niet juist geformuleerd. In plaats van een krediet had hier sprake moeten zijn van een exploitatiebudget. Het genoemde bedrag valt onder de bijstellingen die lager zijn dan de verantwoordingsgrens en is daarom opgenomen onder paragraaf 2.4 van de 1e BURAP 2026. Wethouder Aarts Jaarstukken 2025 Nummer Onderwerp Fractie Fractielid Vraag Antwoord POHO 1 Afwijkingen algemene uitkering en afschrijvingslasten CDA R. Groenen Bij de algemene uitkering is sprake van een nadeel van €840.000 door een onjuiste aanpassing van de begroting. Kan het college technisch toelichten wat hier precies misging?
Antwoord van het college
2. Voor de berekening van de algemene uitkering wordt gebruik gemaakt van een verwerkingsprogramma genoemd Lias Pauw. Daarmee kan door de gemeente specifieker berekend worden wat het saldo wordt van de algemene uitkering, dan met de rekenbladen van het Rijk. In dit programma kunnen aantallen van maatstaven worden aangepast die aansluiten bij de werkelijkheid van de gemeente en niet gebaseerd zijn op een trendontwikkeling ingeschat door het Rijk.
Denk aan bijvoorbeeld het aantal inwoners dat binnen een gemeente woont en de toekomstige verwachting hiervan. Bij de berekening van de voorgaande jaren zijn de maatstaven voor 2024 en eerder aangepast op basis van de uitkeringsspecificatie van het Rijk, wat een voordeel liet zien in de cijfers. Dit is verwerkt in de begroting van de gemeente.
Wethouder Aarts
Bij de afschrijvingslasten onderwijs wordt gesproken over een dubbele bijstelling. Kan inzichtelijk worden gemaakt waar deze dubbele verwerking is ontstaan?
Echter is de feitelijke uitbetaling van de uitkering al eerder geweest (2024) en is er geen sprake geweest van een nabetaling (2025). Daardoor wijkt de realisatie af van de begroting.
2
Afwijking GRSK
CDA
R. Groenen
De uitvoeringskosten GRSK laten een nadeel zien door een foutieve vertaling in de begroting over programma’s 0, 6 en 8. Kan het college aangeven hoe de verdeling tot stand komt en hoe deze vanaf 2026 correct wordt verwerkt?
3
Afwijking openbaar groen
CDA
R. Groenen
Bij openbaar groen buiten de kom is €105.000 extra uitgegeven door boomveiligheid en vitaliteit. Is dit een incidenteel iets of verwacht het college dat dit structureel effect heeft op BORA/onderhoudsbudgetten?
4
Inkomsten leges
CDA
R. Groenen
De leges omgevingsvergunningen vielen €270.000 hoger uit, vooral door aanvragen in het laatste kwartaal. Is dit een gevolg van de overstap van TAMIMRO naar STOP/TPOD en verwachten we hierdoor komende tijd minder inkomsten omdat de implementatie van STOP/TPOD vertraging heeft en er naar verwachting komende tijd minder vergunningen worden uitgegeven?
3. In de 1e burap 2025 zijn de lasten voor de tijdelijke huisvesting bijgesteld in de budgetten van het onderdeel onderwijs. Daarbij is een bedrag van € 214.000 afgeraamd in de exploitatie (zie 4.5 in de burap). Daarnaast is bij het raadsvoorstel van mei het krediet bijgesteld naar € 0. Hierbij is ten onrechte de afschrijvingslast nogmaals aangepast, dat doorgaans samenhangt met het krediet.
Allereerst is de eerste begrotingswijziging van de GRSK per abuis niet verwerkt in de begroting van de gemeente. Daardoor is een verschil ontstaan tussen realisatie en de begroting. Daarnaast zijn de kosten in de begroting in 2025 verdeeld op basis van een verdeelsleutel van historische kosten. Dit is nu gewijzigd naar het begroten op basis van de deelbegrotingen zoals aangeleverd door de GRSK (SSC en MD). Hierdoor zijn de bedragen per afdeling nu juist begroot en zal een afwijking voortkomen uit lagere of hogere kosten binnen deze afdelingen..
De extra uitgaven zijn incidenteel van aard. In 2025 is op meerdere locaties geconstateerd dat er significant meer dood hout aanwezig was dan in voorgaande jaren. Dit had directe gevolgen voor de boomveiligheid en maakte het noodzakelijk om versneld en intensiever in te grijpen. Met deze gerichte onderhoudsslag is het boomonderhoud weer op het gewenste niveau. Op basis van de huidige inzichten verwacht ik geen structurele verhoging van de BORA- of onderhoudsbudgetten. Het reguliere onderhoudsregime kan hiermee worden voortgezet.
Wij zien geen link tussen de beëindiging van TAM-IMRO (per 1 januari 2026) en de legesinkomsten in het laatste kwartaal van 2025. We verwachten dan ook niet dat de beëindiging van TAM-IMRO significante invloed heeft op het aantal te verlenen vergunningen en/of de legesinkomsten in 2026.
Wethouder Aarts
Wethouder van Onna
Wethouder Aarts
1e Burap 2026 Nummer
Onderwerp
Fractie
Fractielid
Vraag
Antwoord
POHO
1
TUOB
CDA
R. Groenen
De TUOB-budgetten worden met 13% geïndexeerd. Kan technisch worden onderbouwd hoe dit percentage is opgebouwd en of hiermee ook de komende jaren naar verwachting voldoende dekking bestaat?
TUOB (Transparant Uniform Onderhoud Bergeijk) is een groot succes voor met name de sportverenigingen.
Wethouder Aarts
Mede door het samenspel tussen vereniging, sponsoren, vrijwilligers en de gemeente.
Met name door de prijsstijgingen is het succes en de uitvoering van klein- en dagelijks onderhoud door de verenigingen onder druk komen te staan.
Een technische zuivere onderbouwing van 13% indexatie is niet geheel mogelijk.
Zouden we uitgaan van bijvoorbeeld de reguliere bouwkostenindex, dan komen we uit op een indexatie van om en nabij 40% of zelf meer.
Mede door het goede samenspel tussen vereniging, sponsoren en gemeente is dat percentage te hoog.
Op basis van ervaringscijfers hebben we getracht een reëel indexatiecijfer te benoemen, met de werkelijke prijsstijging van 2015 tot medio 2025 en dit is ca. 13% indexatie.
Met de indexatie van 13% wordt nu een eenmalig een enorme ‘sprong’ (inhaalslag) gemaakt om vervolgens de indexering jaarlijks mee te laten lopen met de indexeringssystematiek van BORA.
Hiermee worden verdere prijsstijgingen jaarlijks opgevangen.
Bekijk de brief: 2026-038 Beantwoording raadsvragen JR25 - 1e Burap - PPN 2027-2030
Bron: raadsinformatie van de gemeente Bergeijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.