2025-11-27 Antwoord op schriftelijke vragen - R. Smits (PvdA) en J. Peters (CDA) - Circulaire Restwaarde Methodiek
Een raadslid (PvdA) stelde op 10 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Berkelland (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen. → Ja.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen art. 33
Indieners: Ron Smits (PvdA) en Jan Peters (CDA) Datum indiening vraag: 10 november 2025 Datum verzending antwoord: 27 november 2025 Onderwerp:
In de begrotingsraad van 4 november 2025 heeft Ron Smits vragen gesteld over de mogelijkheden om bij de afschrijving van gemeentelijke gebouwen zoals scholen en sportaccommodaties gebruik te maken van de Circulaire Restwaarde Methodiek (CRM). Deze methode is ontwikkeld binnen het Programma Onderwijshuisvesting (POHV) door het Ministerie van OCW, de VNG, de PO-Raad en VO-Raad, in samenwerking met partijen als Alba Concepts, bbn adviseurs en Invest-NL. De CRM maakt het mogelijk om bij circulair ontworpen gebouwen niet langer tot nul af te schrijven, maar tot een onderbouwde restwaarde. Dat sluit aan bij de notitie materiële vaste activa van de commissie BBV, die gemeenten toestaat om een reële restwaarde te hanteren mits deze goed onderbouwd is.
De methodiek is inmiddels in gebruik bij verschillende gemeenten, waaronder Arnhem, Leeuwarden en Heerenveen. Zij passen de restwaarde toe bij de afschrijving van onderwijshuisvesting en sportgebouwen en ervaren daardoor meer investeringsruimte zonder hogere kapitaallasten. Volgens de landelijke rapportage kan toepassing van de CRM leiden tot een daling van de kapitaallasten van circa 4 tot 10 procent. Voor een gemeente als Berkelland kan dit betekenen dat er structureel gelden vrijkomen voor nieuwe investeringen in maatschappelijke voorzieningen.
Met deze vragen willen wij inzicht krijgen in de mogelijkheden voor onze gemeente om de Circulaire Restwaarde Methodiek toe te passen, zodat investeringen in onderwijshuisvesting en sportaccommodaties toekomstbestendiger en duurzamer kunnen worden vormgegeven.
Vraag 1:
Kan het college toelichten hoe het de Circulaire Restwaarde Methodiek beoordeelt binnen het kader van de financiële verordening en de notitie materiële vaste activa van de commissie BBV?
Antwoord (in te vullen door college):
De notitie Materiële vaste activa van de commissie BBV (hierna: de Notitie) maakt het mogelijk om een reële restwaarde te hanteren, mits deze deugdelijk en objectief is onderbouwd. De Circulaire Restwaarde Methodiek (CRM) kan een methode zijn om een reële restwaarde te bepalen. De Financiële Verordening voorziet hier momenteel nog niet in en zou hierop aangepast moeten worden.
Toelichting:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen. Schriftelijke vragen art. 33 Vraag 2: Past het college bij de afschrijving van gemeentelijke activa, zoals sporthallen en scholen, op dit moment standaard afschrijving tot nul toe? Overweegt het college om een restwaarde structureel mee te nemen bij circulair ontworpen gebouwen?
Antwoord van het college
Ja. Op dit moment wordt bij gemeentelijke gebouwen standaard afgeschreven tot nul, met een afschrijvingstermijn van 50 jaar voor onderwijshuisvesting, zoals vastgelegd in de financiële verordening. Ook sporthallen worden in 50 jaar afgeschreven.
Het structureel meenemen van een restwaarde bij circulair ontworpen gebouwen maakt op dit moment geen onderdeel uit van het gemeentelijk beleid. De huidige financiële verordening biedt hiervoor geen grondslag.
Daarnaast vraagt toepassing van de CRM om duidelijke spelregels, objectieve onderbouwing en een breed gedragen kader. Die voorwaarden zijn op dit moment nog niet uitgewerkt.
We achten het daarom van belang om eerst te verkennen wat dit instrument financieel, juridisch en beleidsmatig betekent, voordat kan worden overwogen of een structurele toepassing wenselijk en haalbaar is.
Vraag 3:
Is het college bereid om bij nieuwe investeringen in onderwijshuisvesting en sportaccommodaties de Circulaire Restwaarde Methodiek toe te passen als berekeningsmethode voor restwaarde?
Antwoord:
De financiële verordening voorziet op dit moment niet in het toepassen van de CRM. Het college vindt het daarom niet passend om deze methodiek nu al bij nieuwe investeringen te hanteren of structureel vast te leggen. Voordat hierover besluiten kunnen worden genomen, is eerst nadere analyse nodig van de financiële, juridische en beleidsmatige gevolgen. We vinden het van belang dat deze verkenning zorgvuldig is uitgevoerd, voordat een goed onderbouwde keuze kan worden gemaakt.
Vraag 4:
Kan het college inzicht geven in de financiële effecten bij toepassing van 5%, 10% en 20% restwaarde op de meerjarenraming van het Integraal Huisvestingsplan en het investeringsprogramma sport?
Antwoord:
Op hoofdlijnen geldt dat toepassing van een restwaarde van bijvoorbeeld 5 %, 10 % of 20 % kan leiden tot een lagere jaarlijkse afschrijvingslast (en daarmee lagere kapitaallasten) over de looptijd van het actief.
Toelichting:
1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan.
2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan.
3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen.
Schriftelijke vragen art. 33
Vraag 5:
Welke eisen aan losmaakbaarheid, circulariteit en onderhoudsniveau wil het college hanteren bij projecten waarvoor een restwaarde wordt meegenomen?
Antwoord:
Op dit moment kunnen we daar geen uitspraken over doen. In het algemeen geldt dat in dat kader kan worden gekeken naar criteria zoals demontabiliteit van bouwdelen, toepassing van materiaalpaspoorten, onderhoudsniveau en levensduur verlengende maatregelen.
Vraag 6:
Wanneer zal het college voorstellen om de mogelijkheid van afschrijving tot restwaarde expliciet op te nemen in de financiële verordening en de nota waarderen en afschrijven?
Antwoord:
Het expliciet opnemen van de mogelijkheid om tot een restwaarde af te schrijven vraagt om een zorgvuldige inhoudelijke, juridische en financiële voorbereiding. Daarbij moet onder meer worden bezien welke objecten in aanmerking kunnen komen, welke beleidsmatige uitgangspunten daarbij passen en hoe dit zich verhoudt tot de bestaande verordening en de BBV-kaders. We vinden het een voorwaarde dat deze afwegingen eerst volledig en gedegen zijn uitgewerkt. Gezien de beperkte capaciteit en middelen daarvoor, zien we voorlopig geen mogelijkheid om deze methodiek verder uit te werken.
Vraag 7:
Is het college bereid om een of meerdere pilotprojecten uit te voeren waarin de Circulaire Restwaarde Methodiek wordt toegepast, en de resultaten daarvan met de gemeenteraad te delen?
Antwoord:
Voordat kan worden bepaald of pilotprojecten wenselijk en verantwoord zijn, is eerst meer inhoudelijke uitwerking nodig. De toepassing van de CRM vraagt om duidelijke randvoorwaarden, objectieve onderbouwing en een toetsingskader dat zowel juridisch als financieel zorgvuldig is. Alleen onder die voorwaarden kan het instrument consistent en rechtmatig worden ingezet. Het ontbreekt ons op dit moment aan capaciteit, kennis en middelen om hier op in te zetten.
Vraag 8:
Op welke wijze kan het college bij aanbestedingen en contractering van nieuwbouw en renovatie borgen dat de restwaarde realistisch wordt vastgesteld, bijvoorbeeld door afspraken over hergebruik, losmaakbaarheid of terugnamegaranties?
Antwoord:
Toelichting:
1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan.
2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan.
3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen.
Schriftelijke vragen art. 33
In het algemeen geldt dat bij aanbestedingen en contracten van nieuwbouw borgingsinsturmenten kunnen worden gebruikt zoals:
• Verplicht gebruik van materiaalpaspoorten en registratie van herbruikbare componenten.
• Opnemen van eisen voor demontabiliteit (losmaakbaarheid) en moduleerbaarheid van bouwdelen.
• Afspraken over terugname- of hergebruikgaranties door leveranciers.
• Voorziening van toetsing (bijv. door onafhankelijke adviseur) of de restwaarde op redelijke wijze is vastgesteld.
Voor een meer uitgewerkt antwoord is, zoals hierboven al aangehaald, een gedegen onderzoek naar deze methodiek noodzakelijk.
Toelichting:
1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan.
2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan.
3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Berkelland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.