28 juli 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Berkelland

subsidies

Een raadslid (CDA) stelde op 28 juli 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Berkelland.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen art. 33

Indiener: Biense Klein Braskamp / CDA Datum indiening vraag: 28 juli 2025 Datum verzending antwoord: 31-07-2025 Onderwerp: Gevolgen uitspraak Raad van State over subsidies Op 23 juli heeft de Raad van State geoordeeld dat ook begrotingssubsidies onder de regels voor de verdeling van ‘schaarse publieke rechten’ vallen (uitspraak 202406518/1/A2, ECLI:NL:RVS:2025:3399). Dit betekent dat gemeenten bij het verstrekken van dergelijke subsidies:

- Openbaar en transparant moeten handelen (gelijke kansen);

- Objectieve en toetsbare criteria moeten hanteren (voldoende motiveren);

- Alleen zonder mededinging mogen toekennen als het aannemelijk is dat er slechts één serieuze gegadigde is.

Deze uitspraak is definitief en sluit aan bij eerdere jurisprudentie over schaarse rechten (zoals het Didamarrest) en is dan ook niet geheel verrassend. De uitspraak heeft directe gevolgen voor het subsidiebeleid van gemeenten, waaronder Berkelland.

Voor het CDA is de uitspraak een bevestiging van wat we in de raad vaker hebben uitgesproken, namelijk dat gelijke kansen en rechten voor iedereen belangrijk is bij het inzetten van (gemeenschaps)geld en dat we moeten waken om verkeerde verwachtingen te scheppen richting onze maatschappelijke partners als haalbaarheid juridisch ingewikkeld ligt.

Vraag:

Is het college bekend met de recente uitspraak van de Raad van State van 23 juli 2025?

Antwoord (in te vullen door college):

De uitspraak is zeer recent (23 juli jl.). Via Binnenlands Bestuur en juridische nieuwsbrieven/vakmedia hebben wij kennisgenomen van deze uitspraak.

Vraag:

Heeft het college reeds contact gehad met de VNG en/of andere gemeenten over een gezamenlijke analyse over de impact en een gezamenlijke aanpak ten aanzien van de gevolgen van deze uitspraak? Zo nee, gaat het college dat nog doen? Zo ja, wat is uit dat contact gekomen?

Antwoord:

Ons is bekend dat de VNG deze uitspraak bestudeert en met een advies/reactie richting gemeenten gaat komen. Gezien het recente karakter van de uitspraak is er vanuit Berkelland nog geen contact geweest met de VNG of andere gemeenten. Er zal eerst meer duidelijkheid moeten komen over de interpretatie en

Toelichting:

1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan.

2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan.

3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen.

Schriftelijke vragen art. 33

handelingsperspectieven. Wij laten ons adviseren door de VNG maar ook o.a. onze huisadvocaat (Hekkelman) en door Vijverberg Advocaten en Adviseurs.

De gemeente Berkelland kent veel subsidies die via de begroting gaan. Denk aan goed bedoelde subsidies die worden verstrekt aan bijv. Stichting Bibliotheek Oost-Achterhoek, Culturije en dorpshuizen. Maar er zijn nog veel meer voorbeelden. Daarnaast zijn subsidies vanuit de bestemming van het jaaroverschot verstrekt (worden ook tot begrotingssubsidies gerekend), bijv. aan Stichting AED Berkelland en Stichting Berkelland Lokaal.

Te twijfelen valt of bij dergelijke subsidies sprake is van het voldoende bieden van gelijke kansen bij de subsidieverstrekking en/of het voldoende motiveren van de subsidieverstrekking.

Vraag:

Hoe beoordeelt het college de juridische houdbaarheid van dergelijke subsidies binnen Berkelland en wat zijn de gevolgen als deze niet voldoende juridisch houdbaar zijn?

Antwoord:

Wij hebben ons, mede gezien de korte tijd sinds de uitspraak, nog geen definitief oordeel gevormd over de juridische houdbaarheid van concrete begrotingssubsidies binnen Berkelland. Wel constateren wij dat veel van onze bestaande subsidies worden verstrekt aan organisaties met een duidelijke lokale binding en vaak zonder concurrentie. Of dat juridisch houdbaar is, hangt af van de vraag of sprake is van ‘schaarste’ en of mededingingsruimte had moeten worden geboden. In dat licht wachten wij het advies van de VNG af alvorens nadere conclusies te trekken over concrete subsidierelaties.

De uitspraak komt overigens niet geheel uit de lucht vallen. We hebben al enigszins geanticipeerd op de uitspraak. De subsidies voor de combinatiefunctionarissen worden al tijden via een aanbestedingsprocedure verdeeld.

Vraag:

Hoe beoordeelt het college het risico dat subsidies moeten worden teruggevorderd en/of dat bezwaar- of beroepsprocedures ontstaan?

Antwoord:

Voor bestaande subsidies geldt dat deze rechtsgeldig zijn als de bezwaartermijn is verstreken. Voor toekomstige, nieuw te verstrekken subsidies die nog niet onherroepelijk zijn, geldt dat bezwaar- of beroepsprocedures niet zijn uitgesloten. Wel achten wij het risico in de praktijk beperkt, omdat veel van onze begrotingssubsidies worden verstrekt aan lokale maatschappelijke organisaties die met veel vrijwilligersinzet lokale voorzieningen in stand houden. Er is volgens onze inschatting geen of een beperkte marktwerking. Maar ook dit vraagt om nadere toetsing per geval. Verder verwijzen wij u naar het vorige

Toelichting:

1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan.

2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan.

3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen.

Schriftelijke vragen art. 33

antwoord, gelet op de korte tijd na de uitspraak en het feit dat de uitspraak nog nadere bestudering nodig heeft hebben wij daar nog geen risico inschatting op gemaakt.

Vraag:

Wat zijn de gevolgen voor maatschappelijke partners waaraan – achteraf gezien – ten onrechte of onvoldoende gemotiveerd subsidie is verleend en bestaat het risico dat maatschappelijke partners, die afhankelijk zijn van subsidies, in de problemen komen? Wat kan het college doen om dit te voorkomen?

Antwoord:

Wij verwijzen naar onze vorige antwoorden. De uitspraak ziet primair op toekomstige subsidies. Op basis van nog te ontvangen adviezen maken wij een beoordeling voor welke begrotingspostsubsidies en maatschappelijke partners deze uitspraak een mogelijk risico kan zijn en of er specifieke aanpassingen in dat proces van subsidieverlening nodig zijn en met welke ‘verwachtingen’ er dan rekening moeten worden gehouden. Als blijkt dat bepaalde subsidies op een andere wijze moeten worden vormgegeven of verdeeld, zal het college daarbij oog houden voor de uitvoeringspraktijk en de afhankelijkheid van maatschappelijke partners van gemeentelijke subsidie. Op basis van adviezen zal worden bezien of aanpassingen nodig zijn in de subsidieverlening en welke verwachtingen daarbij richting maatschappelijke partners moeten worden gemanaged. Doel is om rechtmatigheid te waarborgen zonder onnodige schade voor bestaande structuren.

Het college is al enige tijd bezig met de herijking van het subsidiebeleid binnen Berkelland.

Vraag:

Kan het college aangeven welke mogelijke gevolgen deze uitspraak heeft voor de herijking van het subsidiebeleid? Wat is de impact op de planning zoals die door het college eerder via Raadsbrief is gecommuniceerd?

Antwoord:

De herijking van het subsidiebeleid ziet vooral op subsidieregelingen die op basis van beleidskaders en openstelling worden toegekend en niet op begrotingspostsubsidies. Wij zien daarom geen impact op het lopende proces. De uitspraak van de Raad van State betreft specifiek de begrotingssubsidies op grond van artikel 4:23 lid 3 Awb. Gezien deze scheiding in systematiek, zien wij op dit moment geen directe gevolgen voor de planning of inhoud van het reeds lopende herijkingstraject. Uiteraard wordt de uitspraak wel betrokken in de verdere uitwerking, met name waar begrotingssubsidies structureel worden verstrekt.

Toelichting:

1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan.

2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan.

3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen.

Bekijk de brief: 2025-07-31 Antwoord op schriftelijke vragen - B. Klein Braskamp (CDA) - Gevolgen uitspraak Raad van State over subsidies

Bron: raadsinformatie van de gemeente Berkelland (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Berkelland

Alle artikel 35-vragen in Berkelland