2 oktober 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Boxtel

Beekvlietboerderij

Een raadslid stelde op 2 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Boxtel.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen in gevolge artikel 39 RvO namens fractie SMG Aan: Het college van B&W Onderwerp:

stand van zaken uitvoering motie Behoud Beekvlietboerderij

Datum: 19 september 2025 --------------------------------------------------------------------------------------------------Aanleiding Op 8 mei 2025 heeft fractie SMG een motie ingediend met betrekking tot de Beekvlietboerderij. In deze motie wordt het college verzocht de Beekvlietboerderij niet te verkopen ten behoeve van een CPO-ontwikkeling maar te handhaven voor het voor onbepaalde tijd exposeren van de tentoonstelling “Gegijzeld maar niet verslagen”. De motie is raadsbreed aangenomen.

Middels een raadsinformatiebrief van 16 juni 2025 heeft het college de gemeenteraad laten weten de Beekvlietboerderij niet te zullen verkopen voor een CPO-ontwikkeling maar in plaats daarvan met de betrokken stichtingen in gesprek te zullen gaan om tot de uitwerking van verschillende scenario’s te komen die (citaat) “zullen leiden tot een weloverwogen besluit voor een toekomstbestendige Beekvlietboerderij met respect voor verleden en toekomst” (einde citaat).

Zoals ook tijdens de indiening van de motie naar voren is gebracht wil fractie SMG zich periodiek laten informeren over de voortgang in dit dossier. Daarom hebben wij aan u de volgende vragen.

Vragen Vraag 1:

Heeft u inmiddels de formele gesprekken met betrokken stichtingen al gestart?

Antwoord 1:

Ja. Het college heeft in juni 2025 een eerste formeel overleg gevoerd met vertegenwoordigers van de betrokken stichtingen (Stichting Gijzelaarskampen SintMichielsgestel en Stichting Beekvlietboerderij). Tijdens dit overleg zijn afspraken gemaakt over het uitwerken van een businesscase en het onderzoeken van verschillende scenario’s. Daarnaast is nadien via briefwisseling (11 september en reactie d.d. kort daarop) de voortgang verder afgestemd.

Vraag 2:

Ervan uitgaande dat het formele overleg al is gestart, welke uit te werken scenario’s is het college met de betrokken stichtingen overeengekomen?

Antwoord 2:

De stichtingen verkeren momenteel in een onderzoeksfase waarin zij diverse scenario’s uitwerken. Hierbij gaat het onder andere om:

•

eigendom, beheer of gebruiksvormen van de Beekvlietboerderij (bijv. huur, pacht, maatschappelijke verkoop);

•

behoud van het pand met een herontwikkeling gericht op duurzaamheid en passend gebruik;

•

een mogelijke verplaatsing of aanvullende invulling op het terrein van het Kleinseminarie Beekvliet (in overleg met Woonmeij);

•

exploitatie door de Stichting Gijzelaarskampen op basis van een duurzame businesscase.

Het college volgt dit proces en onderzoekt op basis van de businesscase de haalbaarheid van de verschillende opties.

Vraag 3:

Neemt het college het voortouw bij het uitwerken van de overeengekomen scenario’s?

Antwoord 3:

Het college neemt niet alleen het initiatief, maar zoekt actief de samenwerking met de betrokken stichtingen. De stichtingen zijn primair verantwoordelijk voor het uitwerken van een businesscase en het verkennen van de exploitatiemogelijkheden. Het college bewaakt daarbij de randvoorwaarden, zoals juridische en beleidsmatige kaders, en toetst de scenario’s.

Vraag 4:

Op welke wijze geeft het college invulling aan de in de raadsinformatiebrief gestelde “gezamenlijke uitwerking”? Welke rol- en taakverdeling is het college met de betrokken stichtingen overeengekomen?

Antwoord 4:

Met “gezamenlijke uitwerking” bedoelt het college dat beide partijen ieder een eigen verantwoordelijkheid hebben. De stichting onderzoekt de exploitatiemogelijkheden, werkt een businesscase uit en verkent juridische en organisatorische varianten. Het college toetst deze scenario’s aan gemeentelijk beleid en aan de juridische kaders, waaronder het Didam-arrest. Ook organiseert het college het overleg met derden, zoals Woonmeij.

Vraag 5:

Welk tijdspad heeft u met betrokken stichtingen afgesproken voor de uitwerking en definitieve vaststelling van de uit te werken scenario’s?

Antwoord 5:

Oorspronkelijk was afgesproken dat de businesscase eind september 2025 zou worden opgeleverd. De stichting heeft echter aangegeven 3 tot 6 maanden extra tijd nodig te hebben. Het college heeft hier begrip voor en heeft aangegeven dat het onderzoekstraject langer mag duren, mits er periodiek overleg plaatsvindt. Dit betekent dat de resultaten van de onderzoeksfase in de loop van de eerste helft van 2026 verwacht worden.

Vraag 6:

Is er uit de doorgesproken scenario’s al een voorkeurscenario naar voren gekomen?

Antwoord 6:

Op dit moment is er nog geen definitief voorkeurscenario naar voren gekomen. De stichtingen hebben aangegeven verschillende opties te onderzoeken en pas na afronding van de onderzoeksfase een richtinggevende keuze te kunnen maken.

Vraag 7:

Is het juist dat het college het vinden van een oplossing om de beperkingen uit het Didamarrest op te heffen bij de betrokken stichtingen heeft belegd?

Antwoord 7:

Nee, het college heeft de verantwoordelijkheid voor de juridische kaders, waaronder de gevolgen van het Didam-arrest, niet bij de stichtingen belegd. Wel is afgesproken dat de stichting in de onderzoeksfase de consequenties van het Didam-arrest verkent in relatie tot de mogelijke scenario’s. Het college behoudt echter de eindverantwoordelijkheid voor het naleven van de wettelijke bepalingen.

Namens fractie SMG Anja Andres

Bekijk de brief: College B&W; Beantwoording schriftelijke vragen 12 fractie SMG over Beekvlietboerderij

Bron: raadsinformatie van de gemeente Boxtel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Boxtel

Alle artikel 35-vragen in Boxtel