Speelgoedbank
Een raadslid stelde op 10 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Boxtel (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Nee. → vraag
- De exacte planning wordt in eerste instantie gedeeld met de Speelgoeden Kledingbank. → Indien dit (nog) niet het geval is: welke voorwaarden hanteert het college om te bepalen of de locatie definitief wordt?
- De tijdelijke huisvesting van de Speelgoedbank is nadrukkelijk bedoeld als voorlopige invulling en schept geen rechten voor de toekomst. → Zo ja, welke afwegingen liggen hieraan ten grondslag?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Nee. De beleidsadviseur Bestaanszekerheid en Schulddienstverlening is binnen de gemeente het aanspreekpunt voor de speelgoedbank én voor de verhuizing. De beleidsadviseur werkt hiervoor intern samen de strategisch beleidsmedewerker vastgoed, de wijkmakelaar en de voormalig projectleider Hostiebakkerij. Vraag 2: Er is nog geen duidelijkheid over het precieze moment van verhuizing naar de Hostiebakkerij. Kunt u aangeven wanneer de Speelgoedbank toegang tot de Hostiebakkerij krijgt om de ruimte in gereedheid te brengen en wanneer de Speelgoedbank zich definitief dient te huisvesten?
Antwoord van het college
vraag
Vraag 2
De exacte planning wordt in eerste instantie gedeeld met de Speelgoeden Kledingbank. Als het volgens planning loopt zal de verhuizing na de zomer plaatsvinden. Vraag 3: Is de Hostiebakkerij door het college bedoeld als definitieve locatie voor de Speelgoedbank?
Antwoord van het college
Indien dit (nog) niet het geval is: welke voorwaarden hanteert het college om te bepalen of de locatie definitief wordt? Klopt het dat dit mede afhankelijk wordt gemaakt van het ontwikkelen van een buurtfunctie? Zo ja: hoe ziet die buurtfunctie er dan uit? Antwoord vraag
Vraag 3
De tijdelijke huisvesting van de Speelgoedbank is nadrukkelijk bedoeld als voorlopige invulling en schept geen rechten voor de toekomst. De voorwaarden die het college hanteert om te bepalen of de locatie definitief wordt zijn nog niet concreet. Tijdens de tijdelijke fase wordt onderzocht welke invulling duurzaam aansluit bij de ontwikkelrichting van de locatie. Dit is mede afhankelijk van de keuzes die door de raad worden gemaakt in het kader van het accommodatiebeleid. Vraag 5: Klopt het dat ook Wijkplein Gestel mogelijk naar de Hostiebakkerij moet verhuizen?
Antwoord van het college
Zo ja, welke afwegingen liggen hieraan ten grondslag? Antwoord vraag 5. Nee. Op dit moment ligt er geen besluit of concreet plan om Wijkplein Gestel naar de Hostiebakkerij te verplaatsen. In de verkenning is breed gekeken naar mogelijke functies die in de toekomst eventueel passend zouden kunnen zijn binnen de ontwikkelrichting van de locatie. Vraag 6: Is er een rol in het geheel voor BINT weggelegd? Zo ja, welke afwegingen liggen hieraan ten grondslag? Antwoord vraag 6. Ja. BINT is als maatschappelijke partner betrokken geweest bij de verkenning van eventuele functies voor de locatie. Daarbij is onder andere gesproken over ontmoeting, participatie, armoedebestrijding en sociale cohesie. Er ligt op dit moment geen formeel besluit over een structurele rol van BINT binnen de locatie. Vraag 7: Welke partijen zijn betrokken bij deze planvorming en op welke wijze gebeurt dat? Antwoord vraag 7. Het plan is intern afgewogen. Dit is gebeurd op basis van gesprekken, inhoudelijke verkenningen en ambtelijke én bestuurlijke afstemming. Als de locatie definitief wordt, worden ook omwonenden en andere belanghebbenden via participatie betrokken. Vraag 8: Welke aanpassingen, opknapwerkzaamheden of constructieve ingrepen zijn nodig om de Hostiebakkerij geschikt te maken voor de Speelgoedbank? En welke aanpassingen, opknapwerkzaamheden of constructieve ingrepen zijn nodig om de Hostiebakkerij geschikt te maken voor de Kledingbank? Wie is verantwoordelijk voor de kosten van de aanpassingen, opknapwerkzaamheden of constructieve ingrepen: de gemeente, de Speelgoedbank, of een andere partij? Zijn er ramingen van deze werkzaamheden gemaakt? Hoe zien die ramingen eruit? Antwoord vraag 8. Voor tijdelijk gebruik zijn naar verwachting beperkte aanpassingen nodig om het pand veilig en functioneel in gebruik te kunnen nemen. Daarbij moet worden gedacht aan basisvoorzieningen, beperkte herstelwerkzaamheden en het geschikt maken van ruimtes voor opslag en uitgifte. Voor de langere termijn zullen omvangrijkere renovatie- en verduurzamingsmaatregelen nodig zijn. Vraag 9: De Speelgoedbank geeft aan afhankelijk te zijn van particuliere giften. Is het college bereid om te onderzoeken of een structurele jaarlijkse bijdrage mogelijk is om de continuïteit van deze voorziening te waarborgen? Antwoord vraag 9. Het college erkent het maatschappelijke belang van de Speelgoedbank en de belangrijke bijdrage die de organisatie levert binnen het Netwerk tegen Armoede. Op dit moment ligt er geen voorstel voor een structurele jaarlijkste bijdrage. Tijdens het najaarsgesprek met de Speelgoedbank is dit onderwerp niet aan de orde geweest en was de toevoer van speelgoed toereikend. De Speelgoedbank heeft tot nu toe kosteloos gebruik kunnen maken van het pand. In het nieuwe beleidskader Financiële Bestaanszekerheid, dat momenteel wordt uitgewerkt, wordt gekeken naar de wijze waarop partners binnen het netwerk worden ondersteund. Dit beleidskader zal ter besluitvorming in 2027 aan uw raad worden voorgelegd. Toelichting Ieder raadslid kan vragen stellen aan het college of de burgemeester. Schriftelijke vragen hebben een politieke lading en vragen meestal om een mening van het college. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en bevatten indien relevant een bronvermelding. De vragen worden via de griffie bij de voorzitter van de raad ingediend. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis worden gebracht van de overige leden van de raad, het college of de burgemeester. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat ze zijn ingediend. Als de beantwoording niet binnen de termijn heeft plaatsgevonden, dan wordt hiervan schriftelijk en gemotiveerd mededeling gedaan door het college of de burgemeester middels een verdagingsbericht. De mededeling bevat ook de termijn van beantwoording. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffie aan de raadsleden toegezonden. Zie voor meer informatie het Reglement van Orde of neem contact op met de griffie.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen art 39 RvO van Dorpsgoed over Speelgoedbank
Bron: raadsinformatie van de gemeente Boxtel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.