Vragen Commissie Burgerzaken 13 januari 2026
Een raadslid stelde op 27 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Brunssum.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording Vragen Commissie Burgerzaken 13 januari 2026
1. Bezwaar en Beroep:
Tegen de verordening Burgerparticipatie zelf staat doorgaans geen direct bezwaar of beroep open, omdat dit een algemeen bindend voorschrift (een wet in formele zin van een gemeente) betreft. Dat neemt niet weg dat inwoners wel degelijk bezwaar kunnen maken tegen besluiten ten gevolge van de specifieke plannen die vorm en inhoud moeten geven aan de participatie van inwoners. Immers in de concrete voorstellen die, na invoering van deze verordening, voorgelegd worden aan college moet een participatievoorstel komen. Daarna kunnen inwoners de gebruikelijke stappen doorlopen.
Kortom:
Juridische stappen De mogelijkheden voor bezwaar en beroep zijn afhankelijk van het type besluit waar het om gaat:
•
Tegen de verordening zelf: Als de gemeenteraad een verordening vaststelt, kunt inwoners hier meestal geen bezwaar of beroep tegen indienen bij de rechter. Dit is omdat een verordening algemene regels bevat en geen concreet, individueel besluit is.
•
Tegen een besluit op basis van de verordening: Tegen een specifiek, uitvoerend besluit van het college van burgemeester en wethouders (bijvoorbeeld over een specifieke vergunning of een subsidie) dat (mede) gebaseerd is op de Verordening Burgerparticipatie, staat wél de reguliere procedure van bezwaar en beroep open.
2. De omgevingsvisie:
Zoals u weet is de omgevingsvisie voor Brunssum nog in ontwikkeling. Het eerder gestarte traject om te komen tot een omgevingsvisie heeft geleid naar de Toekomstvisie, dit omdat eerdere versies van een visie op de toekomst van Brunssum te sterk verouderd waren. In de tussentijd werkt de gemeente wel met een omgevingsplan dat voorzien is van een inspraak paragraaf. Er zijn wat vragen over het omgevingsplan in relatie tot participatie. Het is door de nieuwe wet- en regelgeving zo complex geworden dat een kort antwoord niet volstaat.
In de nieuwe Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, wordt het omgevingsplan geïntroduceerd. Elke gemeente heeft de beschikking gekregen over een tijdelijk omgevingsplan. Dat tijdelijk deel bestaat uit: -
Alle vigerende bestemmingsplannen en beheersverordeningen
-
Voormalige Rijksregels omtrent met name vergunningplichten, milieuregels (ook wel ‘bruidsschat’ genoemd)
-
Erfgoedverordening (voor andere gemeenten ook nog een 3-tal andere verordeningen)
-
Bodembeheerkaarten
-
Welstandsnota
Alle gemeenten moeten het omgevingsplan uiterlijk op 1 januari 2032 definitief (omgevingswetproof) maken. Dit betekent dat alle regels uit de genoemde tijdelijke onderdelen een definitieve plek in het omgevingsplan krijgen. Daarnaast moeten gemeenten dan ook nog andere/ nieuwe onderdelen aan het omgevingsplan toevoegen, namelijk:
-
Verordeningsbepalingen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld regels uit de APV, de begraafplaatsenverordening, etc…)
-
Meer specifiek milieuregels
-
Regels over kostenverhaal
-
Regels voor nieuwe thema’s waarvan eerst een kader moet worden opgesteld in de omgevingsvisie (bijv. klimaatadaptatie, gezondheid, duurzaamheid, energietransitie, water, etc…)
Dit is een operatie die behoorlijk wat tijd gaat kosten en daarom dat de wetgever zoveel ruimte qua tijd heeft gegeven. Daarnaast gelden nieuwe digitale eisen die landelijk nog niet goed werken. De software kan nog niet alles wat nodig is om een goed omgevingsplan te maken en alle gemeenten stoeien nog met een goede en duidelijke opbouw van het definitieve omgevingsplan. Er komen immers heel veel en allerlei soorten documenten in één boekwerk bij elkaar.
Mede daarom wordt het omgevingsplan steeds op onderdelen gewijzigd. Dat kan voor een gebied zijn (gebiedsontwikkeling, herstructurering), voor een functie (bijvoorbeeld alle activiteiten op het gebied van wonen of detailhandel of bedrijven of natuur, etc….) of voor een thema (bijvoorbeeld regels over gezondheid, leidingen, archeologie, etc…). Daarnaast zitten er in de voormalige Rijksregels nog wat ‘bugs’ die een administratieve wijziging nodig maken (denk bijvoorbeeld aan een noodzakelijke aanpassing voor het vaststellen van het nieuwe ruimtelijke kader als aanvulling op de Welstandsnota dat in de aankomende raadsvergadering ter besluitvorming voor ligt).
Prioriteit hebben de onderdelen die op korte termijn ‘moeten’, zoals de aanpassing inzake de Welstandsnota en gebiedsontwikkelingen. Daarnaast worden stapsgewijs de andere onderdelen opgepakt. Een voorstel tot deze actualisatie wordt voorgelegd aan de nieuwe raad medio dit jaar in de vorm van een transitieplan.
Voor wat betreft participatie wordt deze bij elke wijziging op maat uitgevoerd. Participatie t.b.v. een gebiedsontwikkeling of een wijziging van gebruiks-/bouwegels binnen een bepaald gebied zal meer gebiedsgericht opgepakt worden (dus participatie met bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties binnen en rondom dat gebied). Participatie op thema’s zal wellicht gemeente breed zijn en dan worden ook instanties erbij betrokken die relevant zijn voor het onderwerp (bijvoorbeeld betrekken Enexis bij regels over een gasleiding, natuurorganisatie bij regels over natuur, etc…)
Zoals gezegd ligt de prioriteit op korte termijn bij de administratieve aanpassing om het ruimtelijk kader welstand toe te kunnen passen. Omdat over de inhoud van dat ruimtelijk kader al participatie is toegepast en het hier slechts een administratieve aanpassing betreft, vindt daar geen (nieuwe) participatie plaats. Vaststelling kan op basis van delegatie ook plaatsvinden door het college. Het college wijzigt het tijdelijke omgevingsplan dan op een klein onderdeel.
Voor de diverse gebiedsontwikkelingen zal natuurlijk wel participatie plaatsvinden. Deze wijzigingen van het omgevingsplan worden ook ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Medio dit jaar zal dit dan ook leiden tot enkele wijzigingsvoorstellen aan gemeenteraad.
Uit het transitievoorstel zal dan blijken hoe we alle andere benodigde wijzigingen tot 1 januari 2032 op gaan pakken.
Bekijk de brief: Beantwoording Vragen Commissie Burgerzaken 13 januari 2026
Bron: raadsinformatie van de gemeente Brunssum (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.