Ia.04. Antwoordennotitie - Beantwoording schriftelijke vragen P21 betreft Nieuwbouwplannen bedrijfsterrein.pdf
Een raadslid stelde op 6 juli 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bunnik (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- De gemeente heeft tijdens de ALV van de (Oranje-)buurtvereniging de toezegging gedaan de buurt te blijven informeren over bouwplannen op het terrein. → En kan worden aangegeven dat dit bij de lopende vergunningsprocedure wederom niet is gebeurd.
- In het verlengde hiervan: De bewoners geven dus aan zowel in 2019 (reeds afgegeven vergunning) als 2022 (lopende vergunningsprocedure) niet betrokken te zijn bij de… → zaaknummer 1177735 Antwoordennota Antwoord: Voor het bedrijfsterrein van Houthandel Van Dam is het bestemmingsplan Dorp Bunnik uit 2012 van toepassing.
- Het bestemmingsplan schrijft een maximale goothoogte van 6 m voor. → Hier is sprake van een verkeerde aanname.
- Wordt met de huidige nieuwbouw de maximaal toegestane bebouwingspercentage van 60% overschreden, en zo ja, waarom is het college hiermee akkoord gegaan? → Het maximaal toegestane bebouwingspercentage wordt niet overschreden.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
De gemeente heeft tijdens de ALV van de (Oranje-)buurtvereniging de toezegging gedaan de buurt te blijven informeren over bouwplannen op het terrein. Ondanks dat het destijds ging over de woningbouwplannen, heeft de buurt haar zorgen geuit over bouwhoogte en afstand. Waarom zijn er door het College geen vragen gesteld ten tijde van de aanvraag en het verlenen van de vergunning over het betrekken van en afstemming met de omwonenden door de aanvrager, gezien de grote impact van de nieuwbouwplannen?
Antwoord van het college
En kan worden aangegeven dat dit bij de lopende vergunningsprocedure wederom niet is gebeurd. Antwoord: Met de toezegging zoals gedaan tijdens de ALV van de (Oranje)buurtverenging heeft de gemeente de plannen voor het transformeren van de bedrijfslocatie naar een gemengd woongebied voor ogen gehad. Toen bleek dat de plannen niet doorgingen heeft het bedrijf besloten om over te gaan tot het opknappen van de bestaande bedrijfspanden een deels tot vervangende nieuwbouw. Het bedrijf maakt hierbij gebruik van de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. Voor het bedrijfsterrein van Houthandel Van Dam is het bestemmingsplan Dorp Bunnik uit 2012 van toepassing. In dit bestemmingsplan zijn de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden vastgelegd. Er is dus sprake van een geldend bestemmingsplan. Omdat door het bedrijf gebruik wordt gemaakt van de bestaande rechten en de gezamenlijke inspanningen rondom de herontwikkeling op niets waren uitgelopen, was er voor de gemeente geen aanleiding om vragen te stellen over de uit te voeren plannen.
Vraag 2
In het verlengde hiervan: De bewoners geven dus aan zowel in 2019 (reeds afgegeven vergunning) als 2022 (lopende vergunningsprocedure) niet betrokken te zijn bij de planvorming en de vergunningsverlening. Kan het College een toelichting geven op beide processen, specifiek op de aspecten rond het niet betrekken van de bewoners?
Antwoord van het college
zaaknummer 1177735 Antwoordennota Antwoord: Voor het bedrijfsterrein van Houthandel Van Dam is het bestemmingsplan Dorp Bunnik uit 2012 van toepassing. In dit bestemmingsplan zijn de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden vastgelegd. Er is dus sprake van een geldend bestemmingsplan. Een aanvraag omgevingsvergunning gepubliceerd op het moment van indiening en op het moment van de verlening van de omgevingsvergunning. Dit is in beide gevallen gebeurd. Hiermee is aangesloten op hetgeen in de wet is vastgelegd omtrent de reguliere vergunningsprocedure. De wetgever gaat er vanuit dat in het voortraject, bij de totstandkoming van het bestemmingsplan, al participatie heeft plaatsgevonden. Alleen als blijkt dat de aanvraag niet past in het geldende bestemmingsplan en/of er sprake is van een uitgebreide omgevingsvergunning wordt er door de gemeente extra gecommuniceerd. Dit als onderdeel van de dan te volgen procedure. Dit speelt hier niet. In het overleg, voorafgaand aan de indiening van de aanvraag omgevingsvergunning door Houthandel Van Dam in 2021, is aan de gemachtigde van de aanvrager nadrukkelijk gewezen op het belang van goede communicatie met de omgeving. De gemeente heeft dan wel geen inhoudelijk rol, maar vooruitlopend op de Omgevingswet is wel gewezen op de rol van het bedrijf als goede buur. Inmiddels hebben er wel mede op initiatief van de gemeente inmiddels gesprekken plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van het bedrijf en een afvaardiging van de omwonenden. Ook hebben er gesprekken plaatsgehad tussen de gemeente en het bedrijf en ook tussen gemeente en omwonenden.
Vraag 3
Het bestemmingsplan schrijft een maximale goothoogte van 6 m voor. Kan het College dit bevestigen, en zo ja, waarom staat het College toe om in afwijking van de bouwregels (artikel 5.2 van het bestemmingsplan) een afwijkende goothoogte van 8m toe te staan i.p.v. de vermelde goothoogte van 6m?
Antwoord van het college
Hier is sprake van een verkeerde aanname. In het geldende bestemmingsplan is aangegeven dat voor deze locatie een goothoogte en een nokhoogte van 12.00 meter geldt. Deze hoogte is expliciet opgenomen op de verbeelding. In de planregels behorend bij de bedrijfsbestemming is de algemene lijn dat de goot- en nokhoogte respectievelijk 6 meter en 9 meter mogen bedragen. Tenzij anders is aangegeven. Voor de locatie Stationsweg 12 is in de verbeelding een specifieke hoogtemaat voor de goot en de nok weergegeven. Zie onderstaande uitsnede uit de planregel: En de verbeelding met legenda: zaaknummer 1177735 Antwoordennota Het bouwwerk heeft een totale hoogte van 10,65 meter en is voor dit onderdeel passend in het geldende bestemmingsplan.
Vraag 4
Wordt met de huidige nieuwbouw de maximaal toegestane bebouwingspercentage van 60% overschreden, en zo ja, waarom is het college hiermee akkoord gegaan?
Antwoord van het college
Het maximaal toegestane bebouwingspercentage wordt niet overschreden. Het maximale bebouwingspercentage op dit perceel is 60%. Het perceel is ongeveer 37.000m2 groot. Uitgaande van het toegestane percentage mag er ca. 22.200 m2 bebouwing staan. Er staat op dit moment ca. 19.760m2. Op dit moment mag er dus nog 2.500 m2 aan bebouwing worden toegevoegd. Met de realisatie van de ingediende plannen komt er ongeveer 1.350 m2 aan bebouwing bij. Er komt dan in totaal 21.100 m2 bebouwing te staan op het perceel. Dit is dus minder dan de toegestane 60%, zijnde 22.500 m2.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Bunnik (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.