IB.08. Antwoordennota beantwoording vragen D66 Gebruik bestrijdingsmiddelen
Een raadslid stelde op 11 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bunnik (11 vragen).
In het kort
11 vragen en wat het college antwoordt
- Maakt het college zich zorgen over de mogelijke gezondheidsrisico’s van bepaalde bestrijdingsmiddelen voor inwoners, en met name voor jonge kinderen, en heeft zij… → Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is de laatste tientallen jaren al drastisch verlaagd, onder andere door strenger toezicht op welke middelen toegelaten worden en door het verplicht…
- Kan het college aangeven of binnen de gemeente gegevens beschikbaar zijn over de mate waarin inwoners worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen, en zo ja, wat uit… → De gemeente beschikt niet over deze gegevens.
- Zijn er binnen de gemeente normen of richtlijnen voor de maximale concentraties bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving, hoe wordt hierop gehandhaafd en is er een… → Er zijn geen gemeentelijke normen of richtlijnen voor de maximale concentraties voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving.
- Kan het college aangeven of er lokaal beleid is om kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen en omwonenden van agrarische gebieden, te beschermen tegen blootstelling aan… → Zo nee, is het college bereid om hier beleid voor op te stellen?
- Hoe beoordeelt het college bevindingen dat bestrijdingsmiddelen met hoge concentraties via huisstof en lucht in ons lichaam terecht kunnen komen? → Acht het college aanvullende maatregelen nodig om omwonenden hiertegen te beschermen?
- Is het college het ermee eens dat het wenselijk is om kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen en omwonenden, zo veel mogelijk te beschermen tegen blootstelling aan… → Zo ja, welke maatregelen acht het college passend?
- Bestrijdingsmiddelen dringen diep door in Nederlandse natuurgebieden en spoelen uit naar het oppervlaktewater. → De NVWA houdt samen met de waterschappen toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor gewasbeschermingsmiddelen.
- Beschikt de gemeente over voldoende capaciteit, expertise en handvatten om bestrijdingsmiddelen effectief te reguleren? → Zo nee, op welke manier kan dit verbeterd worden?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Maakt het college zich zorgen over de mogelijke gezondheidsrisico’s van bepaalde bestrijdingsmiddelen voor inwoners, en met name voor jonge kinderen, en heeft zij hierover contact met de GGD?
Antwoord van het college
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is de laatste tientallen jaren al drastisch verlaagd, onder andere door strenger toezicht op welke middelen toegelaten worden en door het verplicht stellen van bepaalde methodes om te spuiten. Het college neemt haar taak om zorg te dragen voor een leefbare gemeente serieus. Vanuit die verantwoordelijkheid blijft gemeente Bunnik in afstemming met de GGD de ontwikkelingen hierover volgen.
Vraag 2
Kan het college aangeven of binnen de gemeente gegevens beschikbaar zijn over de mate waarin inwoners worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen, en zo ja, wat uit deze gegevens blijkt?
Antwoord van het college
De gemeente beschikt niet over deze gegevens. De handhavingsbevoegdheid voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen ligt primair bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Vraag 3
Zijn er binnen de gemeente normen of richtlijnen voor de maximale concentraties bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving, hoe wordt hierop gehandhaafd en is er een registratieregister van de in gebruik zijnde middelen?
Antwoord van het college
Er zijn geen gemeentelijke normen of richtlijnen voor de maximale concentraties voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving. De gemeente is ook geen bevoegd gezag als het gaat om toezicht en handhaving op het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het toelatingsbeleid van gewasbeschermingsmiddelen wordt gedaan door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). In het toelatingsbeleid wordt per stof/teelt/middel beschreven op welke manier dit middel gebruikt mag worden. De NVWA houdt zaaknummer 1359700 Antwoordennota toezicht op de naleving van wettelijke regels voor gewasbeschermingsmiddelen. Ze controleert of ondernemers die bestrijdingsmiddelen op de markt brengen en/of gebruiken, zich aan de regels van de Wet gewasbescherming en biociden houden. Dit betreft onder andere illegale handel, juiste etikettering, certificaten, licenties en de juiste wijze van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De richtlijnen op het gebruik zoals die door de NVWA zijn opgesteld worden steeds verder aangescherpt richting 2030. De NVWA houdt samen met de ILT, de Arbeidsinspectie en de waterschappen toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor gewasbeschermingsmiddelen. Iedere organisatie heeft zijn eigen taken en verantwoordelijkheden.
Vraag 4
Kan het college aangeven of er lokaal beleid is om kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen en omwonenden van agrarische gebieden, te beschermen tegen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen?
Antwoord van het college
Zo nee, is het college bereid om hier beleid voor op te stellen? Er zijn geen gemeentelijke normen of richtlijnen voor de maximale concentraties voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de leefomgeving. De gemeente is ook geen bevoegd gezag als het gaat om toezicht en handhaving op het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Landelijke wetgeving en beleid geven een passend schaalniveau om effect te hebben op ontwikkeling en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Er is landelijk beleid in ontwikkeling over het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In de Toekomstvisie gewasbescherming 2030 van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) is opgenomen dat het middelengebruik gaat veranderen: ‘In 2030 bestaat de land- en tuinbouw in Nederland uit een duurzame productie met weerbare planten en teeltsystemen, waardoor ziekten en plagen veel minder kansen krijgen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zo veel mogelijk kan worden voorkomen. Daar waar de middelen toch worden gebruikt, is dit conform de principes van geïntegreerde gewasbescherming, nagenoeg zonder emissies naar het milieu en nagenoeg zonder residuen.’ Het bovenstaande geeft ons nu geen aanleiding om beleid voor te bereiden.
Vraag 5
Hoe beoordeelt het college bevindingen dat bestrijdingsmiddelen met hoge concentraties via huisstof en lucht in ons lichaam terecht kunnen komen?
Antwoord van het college
Acht het college aanvullende maatregelen nodig om omwonenden hiertegen te beschermen? Antwoord: Het college vindt het terecht om aandacht te besteden aan deze bevindingen. In het contact met GGD zal gemeente Bunnik het standpunt uitdragen om in het landelijk beleid daar passende en concrete stappen in te nemen.
Vraag 6
Is het college het ermee eens dat het wenselijk is om kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen en omwonenden, zo veel mogelijk te beschermen tegen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen?
Antwoord van het college
Zo ja, welke maatregelen acht het college passend? Antwoord: Het college is het ermee eens dat het wenselijk is om kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen en omwonenden, zo veel als mogelijk te beschermen tegen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen. Bij nieuwe situaties en ruimtelijke ontwikkelingen winnen wij advies in bij de GGD. De GGD adviseert om in nieuwe situaties zo veel als mogelijk afstand te houden tussen landbouwgrond en kwetsbare bestemmingen zoals bijvoorbeeld een kinderdagverblijf. Zie ook het antwoord op vraag 4. zaaknummer 1359700 Antwoordennota
Vraag 7
Bestrijdingsmiddelen dringen diep door in Nederlandse natuurgebieden en spoelen uit naar het oppervlaktewater. Dit kan grote gevolgen hebben voor dieren en de natuur. In hoeverre speelt deze problematiek in onze gemeente en heeft het college hierover contact met het waterschap?
Antwoord van het college
De NVWA houdt samen met de waterschappen toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor gewasbeschermingsmiddelen. Iedere organisatie heeft zijn eigen taken en verantwoordelijkheden. Waterschappen zijn onder andere verantwoordelijk voor veilige dijken, waterstanden en de waterkwaliteit. Zo houden waterschappen toezicht op de landbouw- en tuinbouwbedrijven inzake het toepassen van de maatregelen die zijn voorgeschreven in de wetgeving en vanuit toelating van gewasbeschermingsmiddelen. De waterschappen meten met regelmaat de waterkwaliteit in agrarische gebieden. Op de helft van de meetlocaties worden gewasbeschermingsmiddelen in te hoge concentraties in het oppervlaktewater gevonden. In de kaderrichtlijn water (KRW) staan de doelenstellingen voor de waterkwaliteit. Het college neemt haar taak om zorg te dragen voor een leefbare leefomgeving serieus. Vanuit die verantwoordelijkheid blijft de gemeente Bunnik in afstemming met het waterschap de ontwikkelingen hierover volgen.
Vraag 8
Beschikt de gemeente over voldoende capaciteit, expertise en handvatten om bestrijdingsmiddelen effectief te reguleren?
Antwoord van het college
Zo nee, op welke manier kan dit verbeterd worden? Antwoord: De gemeente is hiervoor geen bevoegd gezag. Om deze reden is er binnen de gemeente geen capaciteit beschikbaar om e.e.a. effectief te reguleren.
Vraag 9
Is het college bekend met de mogelijkheden die de omgevingswet / het omgevingsplan biedt om bestrijdingsmiddelen te reguleren en zo ja welke?
Antwoord van het college
Is zij bereid deze mogelijkheden verder te verkennen voor onze gemeente en zo ja welke? Antwoord: Gemeente Bunnik krijgt hierover advies van de ODRU en volgt de ontwikkelingen hierover in de jurisprudentie alsmede de informatie van de GGD. Het is mogelijk om bij wijziging van het omgevingsplan milieuzones voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op te nemen. Hierbij moeten uiteraard de verschillende belangen worden afgewogen. Als voorbeeld wordt in onze gemeente, conform jurisprudentie (uitspraken van de Raad van State), een afstand van 50 meter aangehouden op locaties waar een gevoelige functie (o.a. wonen) wordt gerealiseerd nabij een boomgaard. Ook andersom geldt deze regel, als er een nieuwe boomkwekerij of boomgaard wordt aangelegd nabij een gevoelige functie.
Vraag 10
Is het college bekend met de mogelijkheden die pachtovereenkomsten of verkoop van agrarische gronden bieden om bestrijdingsmiddelen te reguleren en zo ja welke?
Antwoord van het college
Is zij bereid deze mogelijkheden verder te verkennen voor onze gemeente en zo ja welke? Antwoord: De gemeente is hiermee bekend en neemt in nieuwe pachtovereenkomsten voorwaarden op, bijvoorbeeld dat voor het verpachte perceel geen bestrijdingsmiddelen mogen worden opgenomen. De gemeente is zeker bereid om deze mogelijkheden verder te verkennen, bijvoorbeeld in aanvullende voorwaarden in anterieure overeenkomsten en de mogelijkheden om aanvullende regels zaaknummer 1359700 Antwoordennota over de fysieke leefomgeving te verankeren in het omgevingsplan.
Vraag 11
Is er ook beleid om het gebruik van bestrijdingsmiddelen door de gemeente zelf terug te dringen?
Antwoord van het college
En zo nee, is het college bereid om daar werk van te maken? Antwoord: De gemeente maakt geen gebruik van bestrijdingsmiddelen voor het uitvoeren van onderhoudstaken in de openbare ruimte. Een voorbeeld van een werkwijze die wel wordt toegepast is zogenaamde mechanische bestrijding, zoals het borstelen van straten om onkruid te verwijderen.
Bekijk de brief: IB.08. Antwoordennota beantwoording vragen D66 Gebruik bestrijdingsmiddelen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Bunnik (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.