het Slim Warmtenet Zandweerd 19 november 2025
Een raadslid stelde op 26 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Deventer (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Correcte en volledige informatievoorziening a. → De rekentool is al langer gereed en in gebruik.
- Onafhankelijke toetsing Is het college bereid de nieuwe rekentool vooraf te laten beoordelen door een onafhankelijke, externe deskundige, zodat kan worden vastgesteld… → De gemeentelijke rekentool is opgesteld door een daardoor gespecialiseerd adviesbureau en gevalideerd door het projectteam SWZ.
- Status van eerder gegeven toestemmingen a. → b.
- Werkelijk aantal aanmeldingen a. → b.
- Beslissing over 27 miljoen euro krediet a. → b.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording technische vragen SP – Warmtenet Vragen van de SP over Slim Warmtenet Zandweerd (SWZ) aan het College van B&W (ter beantwoording alvorens een besluit door de gemeenteraad genomen kan worden over verdere investeringen in het SWZ) Het college heeft de vragen van de SP op 18 november ontvangen. De reactie van het college d.d. 19 november 2025 is in het blauw verwerkt.
A. Vragen aan het college met betrekking tot de rekentool Aanleiding Uit recente signalen (zie bijlage 1) blijkt dat de door de gemeente gebruikte rekentool voor het bepalen van kosten en verbruik bij aansluiting op het warmtenet Zandweerd onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt aan bewoners. Hierdoor hebben huishoudens mogelijk besluiten genomen op basis van gegevens die niet correct waren. Om de betrouwbaarheid van het aanmeldproces te waarborgen, is het noodzakelijk vast te stellen hoe de gemeente dit corrigeert.
Er is nooit een onjuiste tool in omloop geweest om de kosten van het slim warmtenet Deventer te berekenen. Projectleider WBieder1 heeft de eenheid (m3) op de blokverwarming rekening verkeerd omgerekend waardoor er bij een aantal bewoners een foutieve invoer is geweest. Dit is in een vroeg stadium opgemerkt en daardoor onder de aandacht gekomen van het projectteam SWZ. Projectteam SWZ maakt gebruik van een eigen rekentool. Deze is door meerdere partijen en personen getoetst waarbij geen fouten zijn geconstateerd.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Correcte en volledige informatievoorziening a. Woningcorporatie wil van bewoners uiterlijk 28 november een beslissing over de wens tot aansluiten, maar de nieuwe rekentool is er nog niet. Wanneer is de nieuwe rekentool gereed?
Antwoord van het college
De rekentool is al langer gereed en in gebruik. Zie ook reactie op de aanleiding
b. Kan het college bevestigen dat alle betrokken bewoners opnieuw correcte, volledige en geactualiseerde informatie zullen ontvangen over aansluiting op het warmtenet, gezien de geconstateerde fouten in de rekentool?
Er zijn geen fouten geconstateerd in de rekentool. Zie ook reactie op de aanleiding. Bewoners zijn correct geinformeerd. De rekenfout in de eigen gehanteerde omrekenfactor van Woonbedrijf Ieder1 is hersteld.
Vraag 2
Onafhankelijke toetsing Is het college bereid de nieuwe rekentool vooraf te laten beoordelen door een onafhankelijke, externe deskundige, zodat kan worden vastgesteld dat de tool juiste, volledige en transparante informatie oplevert voordat deze wordt gebruikt in de voorlichting naar bewoners?
Antwoord van het college
De gemeentelijke rekentool is opgesteld door een daardoor gespecialiseerd adviesbureau en gevalideerd door het projectteam SWZ. Aanvullend heeft Woonbedrijf Ieder1 ook een extern bureau een toetst gevraagd. Ook hier zijn geen fouten uit naar voren gekomen. Daarnaast heeft een van de Insprekers van de beeldvormende Raadstafel van 2 november eigenstandig de rekentool getoetst. Ook daar zijn geen fouten uit naar voren gekomen.
Vraag 3
Status van eerder gegeven toestemmingen a. Beschouwt het college de eerder door bewoners gegeven toestemming voor aansluiting als niet-bindend, zolang die toestemming gebaseerd is op aantoonbaar (zie bijlage 1.) onjuiste of incomplete informatie uit foutieve rekentool?
Antwoord van het college
b. Zo nee, hoe borgt het college dat bewoners worden geïnformeerd over de gebruikte foutieve rekentool?
c. Hoe borgt het college dat bewoners hun keuze kunnen herzien op basis van gecorrigeerde gegevens?
Zie de reactie op de aanleiding en antwoord op vraag 1 en 2. Van aantoonbaar onjuiste of incomplete informatie is geen sprake na de correctie die door Woonbedrijf Ieder1 zelf is uitgevoerd op de omrekenfactor die verkeerd is toegepast. Nogmaals: dit betreft dus niet de rekentool. Woonbedrijf Ieder1 zal in samenwerking met het projectteam ook de nee-stemmers die hun keuze op de deze verkeerd toegepaste omrekenfactor hebben gebaseerd, benaderen.
Vraag 4
Werkelijk aantal aanmeldingen a. Kan het college inzicht geven in het realistisch te verwachten aantal huishoudens dat nu zegt aan te sluiten op het warmtenet op basis van de uitkomsten van de foutieve rekentool?
Antwoord van het college
b. Acht het college het mogelijk dat dit aantal zal wijzigen, zodra de gecorrigeerde en onafhankelijk getoetste rekentool beschikbaar komt en uitkomsten wijzigen?
Zie antwoord op vraag 3. Dit inzicht is er niet omdat er geen uitkomsten zijn van de foutieve rekentool.
Vraag 5
Beslissing over 27 miljoen euro krediet a. Zou het verstandig zijn het besluit tot het vrijmaken van een krediet van 27 miljoen euro uit te stellen totdat er duidelijkheid is over het reële aantal aansluitingen wat er gerealiseerd kan worden?
Antwoord van het college
b. Is het college bereid het besluit tot het vrijmaken van 27 miljoen euro uit te stellen totdat duidelijk is hoeveel huishoudens daadwerkelijk willen aansluiten op basis van correcte, onafhankelijke informatie?
Inherent aan onderhavig besluit is de aansluitstrategie waarmee onder andere geborgd wordt dat zoveel als mogelijk investeringen pas worden gedaan als er ook aansluitzekerheid is. Deze aansluitzekerheid is voor een groot deel via overeenkomsten met de verhurende partijen reeds geborgd. Het wijkproces laat ook steeds zien dat het merendeel van de inwoners van Zandweerd (representatief onderzoek Kennis en verkenning oktober 2025) positief staat tegenover het warmtenet.
B. Vragen aan het college met betrekking tot algemene financiële kwesties Aanleiding De totale kosten van het zgn. Slim Warmtenet Zandweerd liggen hoog en het college heeft aan de gemeenteraad voorgespiegeld deze in eerste instantie in 30 en later in 40 jaar terug te verdienen, waarbij de kosten ondertussen opliepen tot in ieder geval 232 miljoen mogelijk ruim 249 miljoen euro voor maximaal 2.200 aansluitingen, oftewel van ruim 105.000 tot mogelijk
ruim 113.000 euro per woning.
1. Totale kosten
a. Kan het college bevestigen dat in de totale projectkosten (CAPEX en OPEX) de herinvestering van 17 miljoen euro, zoals die in jaar 15 moeten plaatsvinden, in jaar 30 óók moeten plaatsvinden?
b. Zo niet, kan het college onderbouwen waarom deze wel in jaar 15, maar niet weer in 30 hoeven plaats te vinden?
c. Zo deze tweede 17 miljoen ‘vergeten’ zijn in het exploitatieplan, kan het college dan bevestigen dat de werkelijke totale kosten - indien de uitrol van het warmtenetplan geheel volgens plan en zonder enige tegenvallers zou verlopen - tot en met jaar 40 op ruim 249 miljoen euro uitkomen?
d. Indien de totale kosten (van in ieder geval 232 miljoen tot wel ruim 249 miljoen euro zonder budgetoverschrijdingen) volgens plan terugverdiend worden op het maximaal mogelijke aantal van 2.200 aansluitingen, dit over de duim neerkomt op ruim 2.600 tot ruim 2.800 euro per jaar per aansluiting voor alleen warmte en warm water? (elektrisch koken komt er nog bij voor de bewoners).
e. Indien er subsidies verkregen worden, waarop geen garantie is, wat is dan de impact op de jaarlijks per aansluiting terug te verdienen kosten om op de gewenste en geprojecteerde break-even uit te komen (al of niet met de recentelijk geprojecteerde en op het budget irrelevante ‘winst’ van € 800.000 na 40 jaar)?
f. Dekt het maximale ACM-tarief in combinatie met het vastrecht deze jaarlijkse kosten en hoe toont het college dit aan?
g. Zo de kosten niet gedekt blijken,
h. hoe groot is het dan het te verwachten gat in de exploitatiebegroting, wie vult dit gat met welke middelen en waar komen deze middelen vandaan?
De vragen hebben betrekking op het raadsbesluit van 17 sept 2025 waarbij de projectexploitatie geactualiseerd is. Deze vragen hadden dus daar gesteld moeten worden en zijn daar voor een groot deel ook al beantwoord in een gesprek met de vraagsteller.
Ten overvloede bevestigt het college dat de herinvesteringen volledig zijn meegenomen in de businesscase, zowel na 15 als na 30 jaar. Van vergeten kosten is dus geen sprake. De financiële onderbouwing is zorgvuldig opgesteld, risico’s zijn afgedekt. De businesscase is meerdere keren extern getoetst door specialistische bureaus.
3. Rekenrente
a. Op welke marktdata, financieringsbronnen of andere uitgangspunten baseert het college de gehanteerde rekenrente in de ‘businesscase’ van het warmtenet, gezien het feit dat vergelijkbare langlopende leningen bij gemeenten recent zijn afgesloten tegen rentes tussen ongeveer 2,5% en 3,5%?
Omdat de gemeente zelf investeert wordt de omslagrente voor 2026 toegepast.
b. Kan het college bevestigen dat de rekenrente die gehanteerd wordt voor de financiering van het warmtenet beneden het niveau ligt van de gangbare lange rente bij NWB, BNG, etc.? (zie bijlage 2.)
c. Zo ja, lijkt het project hierdoor financieel gunstiger dan het is op basis van reële rentekosten, omdat de rentekosten kunstmatig omlaag zijn gerekend?
d. Om welk bedrag aan verdekte kosten gaat dit precies op basis van een reële rente?
e. Hoe en uit welke middelen compenseert de gemeente deze verdekte kosten?
f. Heeft het college deze bijkomende kosten transparant aangegeven aan de gemeenteraad en zo niet, is zij bereid dit alsnog te doen?
De vragen hebben betrekking op het raadsbesluit van 17 sept 2025 waarbij de projectexploitatie geactualiseerd is. Deze vragen hadden dus daar gesteld moeten worden en zijn daar voor een groot deel ook al beantwoord in een gesprek met de vraagsteller.
Ten overvloede bevestigt het college dat de businesscase de gemeentelijke omslagrente als uitgangspunt hanteert. Deze bedraagt momenteel 1,4%, waarbij veiligheidshalve 2% is ingerekend. Dit sluit aan bij de gemeentelijke systematiek voor investeringen en vormt daarmee een reële basis voor de berekeningen. Er is géén sprake van verdekte kosten. Alle uitgangspunten zijn transparant opgenomen in de projectexploitatie en vertrouwelijk met de raad gedeeld. Daarmee is duidelijk dat het project financieel verantwoord is opgezet en dat de gehanteerde rekenrente past binnen de gemeentelijke kaders.
4. ‘Goedkoper dan anders’ cq de ‘inspanningsverplichting tot betaalbaarheid’
a. Verwacht het college dat veel (zo niet vrijwel alle) bewoners - die nu dreigen aangesloten te worden op het warmtenet op basis van een beslissing op basis van een foutieve rekentool - erop achteruitgaan of op vooruitgaan bij aansluiting op het warmtenet?
b. Zo het college ervan uitgaat dat bewoners erop vooruitgaan, hoe kan zij dit aantonen, nu blijkt dat de gebruikte rekentool, die de gemeente aan de woningcorporaties ter beschikking heeft gesteld, niet deugt?
c. Hoe gaat het college om met de berekeningen van mensen uit de financiële sector en de energietechniek, die aangeven dat meerdere testcases, zoals hopelijk ondertussen ook besproken met de portefeuillehouder, juist heel negatief uitkomen op basis van het werkelijke verbruik?
d. Kan het college aangeven hoe betrouwbaar de verbruiksgegevens zijn waarvan zij uitgaat, nu zij deze al eens heeft moeten aanpassen en zijn deze gebaseerd op lokaal onderzoek of slechts op algemene bronnen? (ter herinnering: deze lagen in eerste instantie ruim boven het gemiddelde van diverse statistische bronnen) Zie reactie op de aanleiding en antwoorden hiervoor over de correct toegepaste rekentool. Bij de berekeningen wordt gebruik gemaakt van werkelijke gebruiken zoals die door Enexis danwel gebouweigenaren/-gebruikers beschikbaar wordt gesteld. Deze gegevens zijn dus betrouwbaar.
5. Zorgen, aantal aansluitingen en consequenties
a. Is het college bekend met de grote zorgen die leven bij wijkbewoners en andere inwoners van Deventer (gezien zij zullen meebetalen bij een eventueel tekort), naar aanleiding van de door de gemeente en woningcorporaties verspreide informatie over de kosten, de mate van gas-vrijheid, de gevolgen voor keuzevrijheid?
b. Zo ja, kan het college aangeven wat het betekent voor de berekende uitkomsten in het exploitatieplan, indien uiteindelijk minder aansluitingen gerealiseerd kunnen worden, zoals bij:
- 2.000 aansluitingen en wat wordt dan het bedrag per aansluiting wat terugverdient dient te worden?
- 1.500 aansluitingen en wat wordt dan het bedrag per aansluiting wat terugverdient dient te worden?
- 1.000 aansluitingen en wat wordt dan het bedrag per aansluiting wat terugverdient dient te worden?
c. Indien minder aansluitingen gerealiseerd kunnen worden, hoe groot is dan het gat in de exploitatiebegroting bij de genoemde aantallen onder 5b?
d. Hoe wordt een gat in de exploitatiebegroting precies gevuld, wanneer de gemeente de eigenaar is van het warmtebedrijf en dit significante verliezen lijdt?
Zie antwoord op vraag A5 over de inzichten uit Kennis en verkenning over de beleving van over het SWZ in de wijk Zandweerd. Die is overwegend positief. De scenario's in vraag b geschetst zijn erg hoog over en zullen geen heldere uitkomst geven op het werkelijke vollooprisico. De aansluitstrategie is opgesteld om dit vollooprisico te mitigeren en zoveel als mogelijk alleen investeringen te doen wanneer er voldoende mate van aansluitzekerheid is. In de aansluitstrategie wordt rekening gehouden met veel verschillende variabelen die in de praktijk zich kunnen voorzien. Het college heeft er vertrouwen in dat het samen met onze partners lukt om steeds op, over of zo dicht mogelijk bij het beoogde aantal aansluitingen te komen. Daarbij komt dat de reeds aangesloten bewoners zeer tevreden zijn over de aansluiting. Het is daarom niet zinvol om vragen te beantwoorden over potentiële situaties die zich zeer waarschijnlijk niet voor gaan doen. Op het moment dat zich onverhoopt een onverwachte situatie voordoet, zal het college uiteraard de raad hierover informeren, zoals het college dat ook steeds gedaan heeft.
C. Vragen met betrekking tot duurzaamheidsdoelstellingen en overige zorgen Slim warmtenet Zandweerd (SWZ) Aanleiding Het totale gasverbruik in het deel van Zandweerd wat op het SWZ wordt aangesloten volgens het college komt (het lijkt na aanpassing) overeen met de berekende cijfers door Wijkplatform Samen Voor Zandweerd (SVZ), nadat SVZ deze had gepubliceerd. De pretentie dat de wijk gasvrij wordt, wordt door deskundigen uit de energiesector en wijkbewoners bestreden. Ook zijn er alternatieven voor het SWZ die aandacht verdienen en slechts in zeer algemene zin door het college worden omschreven en afgeschreven, in weerwil van de uitgebreide mogelijkheden, waarmee effectiever en winstgevender een gemeentelijk energiebedrijf kan worden opgezet.
1. Gasbesparing
a. Is het college bekend met het gegeven dat elektriciteit gedurende juist de koude periodes voornamelijk wordt opgewekt in gascentrales (pakweg 60% tot pieken van 80% volgens CBS en andere officiële statistische bronnen)?
b. Zo ja, komt het totale gasverbruik van het SWZ in gascentrales en in de ‘wijkcentrale(s)’ dan niet uit op bijna 2/3de van het gasverbruik in de wijk nu, uitgaande van verbruikscijfers van het CBS en andere statistische bronnen en op basis van de werkelijke verbruikscijfers van vele bewoners op nog meer?
c. Kan het college onderbouwd ontkennen dat er feitelijk een verplaatsing van het gasverbruik plaatsvindt met betrekking tot 2/3de van het verbruik, zelfs als we uitgaan van de verbruikscijfers van het CBS?
d. Indien, uitgaande van de CBS-cijfers voor gasverbruik, de werkelijke gasbesparing berekend wordt, bedraagt deze gasbesparing omstreeks 830.000m3 aardgas, en is het
dan niet zo dat bij een kostenplaatje van totaal 232 tot 249 miljoen euro na 40 jaar elke m3 bespaard aardgas ongeveer € 7,00 tot € 7,50 heef gekost? (40 jaar x 830.000m3 = 33.200.000m3 bespaard aardgas tegen 232 tot 249 miljoen aan kosten)
e. Daar de cijfers geen hogere wiskunde betreffen, kan het college aangeven of zij minimaal de kosten van € 7,00/m3 bespaard aardgas een goede investering vindt of acht zij het mogelijk dat er betere investeringen gedaan kunnen worden met minder geld voor betere resultaten?
Deze vraagt ligt grotendeels buiten de scope van het voorliggend raadsbesluit SWZ. Ten overvloede geeft college aan dat met het SWZ ingezet wordt op stapsgewijs naar aardgasvrij over een langere periode. Stapsgewijs gebeurt dit op twee manieren:
- zowel via de kant van de inkomende energiemix (waarbij afgelopen 3 jr het aandeel aardgas reeds deelde van 40% naar 23% en het percentage duurzame opwek in dezelfde periode steeg van 25% naar bijna 50%)
- Als aan de kant van de afnemers. SWZ is nu uitgelegd op 80% reductie aardgasgebruik aan de afnemerskant voor de aangesloten woningen. Met toepassing van de buffer (onderdeel van dit besluit) kan dit percentage stijgen naar 85%. Daarnaast wordt in het warmtehuis ruimtelijk rekening gehouden met het mogelijk in de toekomst toevoegen van aanvullende innovaties die het percentage aardgasvrij naar 100% krijgen.
Deze twee parallel lopende ontwikkelingen leiden niet tot een verschuiving in orde grootte zoals de vraag veronderstelt. Op het benoemde 'kostenplaatje’ is reeds eerder ingegaan.
2. Alternatieven; ook gecombineerd toe te passen
- Groen gas:
a. is het college bekend met het feit dat voor een investering van pakweg 10-12 miljoen euro (de CAPEX) en operationele kosten van 2-3 miljoen/jaar (OPEX) er 6,5 (tot wel 8) miljoen m3 groen gas geproduceerd kan worden in vergistingsinstallaties in de directe omgeving?
b. Is dat per jaar niet al pakweg 8x de te realiseren reële gasbesparing van het SWZ tegen een fractie van de kosten?
c. Zijn investeringen in groen gas niet alleen effectiever om aardgas te besparen, maar worden niet ook stikstof en koolstofdioxide gecontroleerd afgevangen en verkrijgen bovendien boeren niet een extra inkomstenbron, wat eventueel weer kan leiden tot minder intensieve veehouderij?
- All-electric:
a. Is het college bekend met het feit dat netcongestie vooral een virtueel en rekenwaarden probleem is? (neem bijv. de virtuele energiehub in Deventer: aan vraag, techniek e.d. is niets veranderd; slechts op papier wel) en resterende congestie vooral transportcongestie betreft die met gelijktijdigheid te maken heeft?
b. Zo ja, dan is de vraag of het college heeft laten doorrekenen of all-electric op basis van projecten, zoals de ‘batterijenbuurt’, vandaag de dag (na stevige dalingen in de prijs per kWh-opslag) niet vele male effectiever en goedkoper is dan de aanleg van het SWZ?
- Bodemenergie
a. Is het college bekend met bodemenergie? (Dit is ondiepe warmte uit de bodem die vele graden warmer is dan de warmte die onttrokken kan worden aan de RZWI).
b. Is het college bekend met het feit dat de bodem op 6-8m diepte minimaal tussen de 8– 12°C warm is in de winter? (dit in vergelijking tot een dure uitkoppeling om in koude seizoenen 8°C uit een RZWI te halen)
- Isoleren
a. Is het college bekend met het feit dat volgens recente statistieken er in de gemeente Deventer nog ongeveer 11.000 slecht of niet geïsoleerde woningen zijn en dat isolatie van deze woningen een grotere gasbesparing op zou leveren dan het SWZ tegen veel lagere kosten, terwijl meer huishoudens écht geholpen worden?
Het onderzoeken van alternatieven is met alle raadsbesluiten die er tot nu toe zijn genomen in dit dossier niet aan de orde. Het college zet voor de energietransitie in op alle beschikbare mogelijkheden die in de door de raad vastgestelde Energievisie en Warmteprogramma zijn opgenomen. Per wijk en buurt zijn de (on)mogelijkheden anders. Gemeentebreed is duidelijk dat er sprake is van schaarste naar praktisch toepasbare alternatieve bronnen. Binnenkort wordt de raad geïnformeerd over het proces van het warmteprogramma (vervolg op Transitie Visie Warmte) en in januari 2026 ontvangt de raad het nieuwe Uitvoeringsprogramma Energievisie.
D. Algemene vragen rond SWZ
a. Klopt het dat er twee topsalarissen zijn ingeruimd voor de bestuurders van het gemeentelijk warmtebedrijf, terwijl in ieder geval reeds (deels) bepaald is wie de directie moet voeren?
b. Kan het college van alle bekende MT-warmtenetten (let wel: het SWZ is een hybride ZLT/MT-warmtenet) aangeven welke binnen budget zijn uitgevoerd en een kostendekkende dan wel winstgevende exploitatie kunnen overleggen, waarbij bewoners beter dan wel even goed af zijn dan voorheen?
c. Waarom heet het SWZ ‘Slim’ te zijn terwijl het aan geen van de definities van een ‘slim warmtenet’ voldoet? (Multi-source? Bi-directional?)
d. In diverse stukken heeft het college aangegeven dat de isolatieopgave afneemt door de komst van het SWZ, maar is dit niet volledig in tegenspraak met de vereiste voor het MTdeel van het SWZ, daar voor m.n. MT-warmtenetten in oudere wijken geldt dat goede isolatie een voorwaarde is? Hoe verklaart het college die uitspraak?
Vragen over het warmtebedrijf vallen buiten scope van dit raadsvoorstel. Ten overvloede wordt aangegeven dat er een marktconform salaris is ingecalculeerd en dat er op geen enkele wijze al bepaald is wie de directie zal vormen.
Er zijn meerdere voorbeelden van warmtenetten te noemen die op onderdelen gelijkenissen vertonen met SWZ en ook een sluitende exploitatie kennen. Voorbeeldgemeenten met wie de gemeente ook contacten onderhoud en kennis uitwisselt zijn: Gemeente Rotterdam, Eindhoven, Gorinchem, Dordrecht/Sliedrecht, Enschede, Harderwijk. Een overzicht van min of meer vergelijkbare projecten is in te zien via: https://warmtenetwerk.nl/map/ Slim is geen vastgelegde term maar houdt oa in dat met lage temperaturen meerdere type afnemers (nieuw, bestaand, hoog, laag, woning/niet woning) stapsgewijs aardgasvrij gemaakt kunnen worden.
Het SWZ is nooit een vervanging voor de isolatieopgaven van de woningen.
Bijlage 1. Email van Ieder1 mbt tot de disfunctionele rekentool
Bijlage 2. Rente In recente gemeentelijke stukken over het warmtenet Zandweerd wordt gerekend met een relatief lage rekenrente voor de inzet van gemeentelijke middelen. Tegelijkertijd blijkt uit recente leningen van gemeenten bij BNG Bank, NWB Bank en via langlopende obligaties dat de actuele rente voor leningen met looptijden van 25–50 jaar doorgaans ligt in de bandbreedte van circa 2,5% tot 3,5%.
Tevens vertoond de lange rente al geruime tijd een stijgende lijn zonder uitzicht op verbetering.
Onderstaand overzicht geeft de genoemde ontwikkeling ook goed weer.
#
Gemeent Jaar / e/ Bank / type datum instelling
1
Hilversum
feb 2023
BNG, langlopende lening
2
Zwolle
12 nov Swap + lening 50 jaar 2024 (treasuryplan)
3
begroti Referentierent Hoeksche ng e langlopende 25 jaar Waard 2025 leningen
Looptijd Rente
50 jaar
2,449% vaste rente (https://hilversum.bestuurlijkeinformatie.nl/ Document/View/ba1ef52e-4894-4521a489-d5f4cac07da6) 2,60% voor de lening (swap 1,74% + opslag 0,86%) (https://zwolle.bestuurlijkeinformatie.nl/Do cument/View/2a59b25a-883c-497f-a53911891c16476b) ca. 3,20% als uitgangspunt (https://begroting.gemeentehw.nl/2025/par agrafen/financiering)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Deventer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.