19 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Dordrecht

Weeskinderendijk Oost.pdf

Een raadslid stelde op 19 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • De richtlijnen van NWWI zijn volgens ons afgestemd op de hypotheekmarkt (marktwaarde), niet op onteigeningsrecht (werkelijke waarde). → Het klopt dat een NWWI-taxatie ook gebruikt wordt in de hypotheekmarkt.
  • Welke methode heeft de gemeente bij eerdere minnelijke schikkingen toegepast? → Bij eerdere minnelijke verwervingen, zoals aan de Weeskinderendijk Noord, gebruikte de gemeente ook NWWI-gevalideerde marktwaardetaxaties als basis.
  • Passen andere gemeenten ook de NWWI methode toe bij een dergelijke taxatie? → Ja.
  • In de RIB staat dat de reactie op de eerste bieding wordt afgewogen bij het opstellen van een tweede bieding. → Het klopt dat reacties van eigenaren kunnen worden meegenomen bij het opstellen van een tweede bieding.
  • Verder hebben wij begrepen dat de procesbeschrijving bij biedingen en het vervolg bij het proces van onteigening, zoals dat is opgenomen in de RIB, eveneens niet gedeeld… → Dat klopt.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording vragen van de heer 't Lam (fractie SP) over Weeskinderendijk Oost:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

De richtlijnen van NWWI zijn volgens ons afgestemd op de hypotheekmarkt (marktwaarde), niet op onteigeningsrecht (werkelijke waarde). Bij onteigeningsrecht dient men uit te gaan van de hoogste waarde in het economisch verkeer, toepassing van jurisprudentie, bijkomende schadecomponenten en een maatwerk per casus. NWWI werkt met uniforme richtlijnen en volgens protocollen voor de hypotheekmarkt. Klopt het dat de NWWI-taxatie een ander doel heeft en niet tot de werkelijke waarde leidt?

Antwoord van het college

Het klopt dat een NWWI-taxatie ook gebruikt wordt in de hypotheekmarkt. De gemeente erkent dit en gebruikt de rapporten daarom als uniform uitgangspunt en als basis, waarna aanvullende schadeposten worden toegevoegd om te komen tot de werkelijke waarde volgens het onteigeningsrecht.

Een NWWI-gevalideerd taxatierapport geeft de marktwaarde weer op de dag van de inspectie (de waardepeildatum). De marktwaarde is gedefinieerd als het bedrag waarvoor het vastgoed op de waardepeildatum zou worden verkocht tussen een bereidwille koper en verkoper, na behoorlijke marketing en zonder dwang.

Omdat de gebruikswaarde in deze situatie de hoogste waarde vertegenwoordigt en er geen waardevermindering van het overblijvende is, wordt de marktwaarde uit het NWWI-rapport gebruikt als basis voor het berekenen van de volledige schadeloosstelling. De aanvullende schadecomponenten worden pas uitgewerkt in de vervolgfase, dus nadat het NWWI-taxatierapport beschikbaar is.

Deze rapporten zorgen juist voor eenduidigheid en consistentie.

Vraag 2

Welke methode heeft de gemeente bij eerdere minnelijke schikkingen toegepast?

Antwoord van het college

Bij eerdere minnelijke verwervingen, zoals aan de Weeskinderendijk Noord, gebruikte de gemeente ook NWWI-gevalideerde marktwaardetaxaties als basis. Deze werden vervolgens aangevuld met schadecomponenten volgens het onteigeningsrecht. Hiertegen is nooit bezwaar gemaakt. Bij de woningen van Weeskinderendijk Oost is dezelfde werkwijze toegepast.

Vraag 3

Passen andere gemeenten ook de NWWI methode toe bij een dergelijke taxatie?

Antwoord van het college

Ja. Andere gemeenten hanteren een vergelijkbare werkwijze om uniform, controleerbaar en betrouwbaar te kunnen handelen. Het is niet ongebruikelijk dat een lokale taxateur de marktwaarde bepaalt op basis van goede plaatselijke bekendheid, waarna de aanvullende expertise op het gebied van een volledige schadeloosstelling door een specialist wordt gedaan. Dit deel ziet toe op maatwerk.

Deze werkwijze bevordert consistentie en input van goede lokale marktkennis.

Vraag 4

In de RIB staat dat de reactie op de eerste bieding wordt afgewogen bij het opstellen van een tweede bieding. Klopt het dat deze informatie niet is opgenomen in de brief aan de bewoners die zij kregen bij het eerste aanbod en zo ja, waarom is hen dit niet meegedeeld?

Antwoord van het college

Het klopt dat reacties van eigenaren kunnen worden meegenomen bij het opstellen van een tweede bieding. Een tweede bieding is niet verplicht, maar dit doet de gemeente uit zorgvuldigheid.

Met de meeste woningeigenaren aan de Weeskinderendijk is er goed en regelmatig contact. In de gesprekken met die eigenaren is het uitbrengen van meer dan één schriftelijke bieding, als

minimumvereiste, besproken. In de situaties waar de contacten met woningeigenaren moeizaam gaat is er nog geen ruimte geweest om dit goed toe te lichten.

Vraag 5

Verder hebben wij begrepen dat de procesbeschrijving bij biedingen en het vervolg bij het proces van onteigening, zoals dat is opgenomen in de RIB, eveneens niet gedeeld is met de bewoners. Klopt dat en waarom gebeurde dat niet?

Antwoord van het college

Dat klopt. De biedingen zijn gedaan in het kader van minnelijke verwerving ter voorkoming van onteigening.

De procesbeschrijving van de onteigening is in de RIB opgenomen als doorkijkje voor de gemeenteraad, zodat de raad weet hoe het proces eruitziet en wat er gebeurt na verzending van de biedingsbrieven. De gebruikelijke volgorde van communicatie is dat eerst de gemeenteraad wordt geïnformeerd en daarna de bewoners.

De bewoners worden verder geïnformeerd over het vervolgproces wanneer dit aan de orde is, maar vooralsnog is de gemeente nog niet op het punt van onteigening.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen van de heer 't Lam (fractie SP) over Weeskinderendijk Oost.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Dordrecht (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Dordrecht

Alle artikel 35-vragen in Dordrecht