Aanvullende beantwoording vragen - 12 februari 2026
Een raadslid stelde op 24 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Duiven.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aanvullende beantwoording raadvragen Tijdens de behandeling van het raadsvoorstel wijziging omgevingsplan – Geur- en Spuitzone Plakse Weide op donderdag 12 februari 2026 heeft wethouder Schrijner toegezegd een tweetal vragen schriftelijk te beantwoorden.
Vraag 1: zijn er gezondheidsklachten in relatie tot de voorgenomen verhoging van de geurnorm bekend?
Vraag 2: waarom is het door de indieners van de zienswijzen aangehaalde Rapport Geurbelasting en geurhinder van veehouderijen. Update van de blootstelling-responsrelatie” (v. Aalsburg et al, 2023) niet meegewogen?
Beide vragen worden in deze notitie nader benatwoord.
Beantwoording van vraag 1:
Het geuronderzoek dat bij het ter inzage liggende plan is gevoegd bevat een tabel waarin de geurbelasting wordt afgezet tegen het percentage gehinderden. Ook geeft deze tabel een kwalificatie voor het woon- en leefklimaat:
In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting. De voorgrondbelasting is de geurbelasting van één veehouderij. In de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen in de omgeving meegenomen.
Hieruit blijkt dat bij een geurbelasting tussen 3,7 en 6,5 odeur units per kubieke meter als voorgrondbelasting (OUE/m3) sprake is van 10-15% gehinderden sprake is van een redelijk goede milieukwaliteit. Bij een achtergrondbelasting tussen 3-8 OUE/m3 is sprake van een goede milieukwaliteit. Uit de geurberekening blijkt (zie de bijlage aan het einde van deze memo) dat de voorgrondbelasting maximaal 5,5 OUE/m3 bedraagt en de achtergrondbelasting maximaal 4,49 OUE/m3. Dit geldt voor de rekenpunten op het plangebied.
Het komt mogelijk vreemd over dat de achtergrondbelasting lager is dan de voorgrondbelasting. De geurberekening schrijft daarover (de ruwheidlengte is een invoerveld in de software voor de geurberekening):
De berekende waarden voor de achtergrondbelasting zijn lager dan de berekende waarden voor de voorgrondbelasting. Dit komt doordat de achtergrondbelasting voor een groter gebied wordt berekend en daarmee sprake is van een andere waarde voor de ruwheidlengte.
De mogelijkheid om hogere normen vast te stellen is gebaseerd op het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op grond van artikel 5.109 lid 2 van het Bkl mag de gemeente in het omgevingsplan een geurbelasting (voorgrondbelasting) toestaan tot 14 OUE/m3. Het Bkl bevat geen normering voor de achtergrondbelasting.
De GGD adviseert (citaat uit het GGD advies):
Om geurhinder te beperken adviseert de GGD te streven naar een voorgrondgeurbelasting van maximaal 2 OU/m3 en een achtergrondbelasting van maximaal 5 OU/m3. De voorgrondbelasting ter plaatse van de beoogde bouwvlakken in het plangebied is aanzienlijk hoger.
Het advies van de GGD constateert dat gestreefd moet worden naar voorgrondbelasting van 2 OUE/m3. Mede uit gesprekken met de GGD blijkt dat zij vooral adviseren over gezondheidskundige waarden, maar dat de gemeente een integrale afweging moet maken om te bekijken wat acceptabel is, waarbij geurhinder een onderdeel is van de integrale afweging.
Op basis van het GGD advies wordt geconstateerd dat voldaan wordt aan de gezondheidskundige waarde van maximaal 5 OUE/m3 voor de achtergrondbelasting zoals de GGD die adviseert. Voor de verhoging van de voorgrondbelasting is in de toelichting gemotiveerd waarom deze als acceptabel wordt aangemerkt.
In de schriftelijk beantwoording van de vragen van GroenLinks stond ‘dat er geen gezondheidsklachten in relatie tot deze verhoging bekend zijn’. Dat is te stellig geformuleerd en willen we hierbij nuanceren. Geurhinder zelf leidt niet tot gezondheidsklachten, er kunnen echter wel afgeleide klachten ontstaan. Geurhinder is daarbij subjectief. Het ligt voor de hand dat als de geurnorm hoger wordt, de ervaren geurhinder ook hoger kan worden.
Een belangrijke nuance hierbij is dat het bij Plakse Weide niet om een bestaande woonomgeving gaat waar een hogere geurnorm mogelijk wordt gemaakt. In een bestaande woonomgeving ligt het meer voor de hand dat het aantal gehinderden toeneemt.
In dit geval gaat het om nieuwe woningen, waarbij mensen een keuze hebben om hier te gaan wonen. Het is niet te voorspellen of mensen in een nieuwe wijk een hogere geurhinder ervaren ten opzichte van de standaard geurnorm uit het Bkl. Bij de verkoop van de woningen worden potentiële kopers geïnformeerd over de hogere geurnorm.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat er voor de bestaande woningen geen sprake is van een wijziging.
Beantwoording vraag 2:
Rapport Geurbelasting en geurhinder van veehouderijen. Update van de blootstellingresponsrelatie” (v. Aalsburg et al, 2023) Voor de volledigheid is ook het aangehaalde rapport in de zienswijzen geraadpleegd. In dat rapport wordt de relatie gelegd tussen de cumulatieve geurbelasting en geurhinder. Daarmee heeft het rapport alleen betrekking op de achtergrondbelasting (oftewel de cumulatieve geurbelasting). (Zie paragraaf 4.6 uit het onderzoek waar staat ‘Voor de te verwachten mate van geurhinder van een individuele veehouderij kan op grond van ons onderzoek geen uitspraak worden gedaan.’) Zoals hierboven al is aangegeven voldoet de gecumuleerde geurbelasting aan het GGD-advies. Mede om die reden is het aangehaalde onderzoek niet relevant voor de beoordeling van de achtergrondbelasting en kan het niet gebruikt worden bij uitspraken over de voorgrondbelasting.
Daarnaast wordt nog opgemerkt dat het rapport niet het doel heeft om als afweging gebruikt te worden in ruimtelijke procedures.
Extra toelichting op de geurberekening van de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting Bij de ter inzage liggende stukken is een geurberekening gevoegd. Onderstaande opmerkingen over de voor- en achtergrondbelasting zijn een sterk verkorte samenvatting uit dat rapport en is ter informatie aan deze memo toegevoegd.
Voorgrondbelasting In het geuronderzoek is de voorgrondbelasting berekend. In onderstaande tabel staan de rekenresultaten, waarbij wordt opgemerkt dat voor het plan Plakse Weide alleen de punten TP01TP04 relevant zijn omdat deze punten op de geprojecteerde woningen in het plangebied liggen. Dit zijn nieuwe woningen waarvoor afgewogen moet worden of de geurbelasting acceptabel is.
De ligging van de beoordelingspunten TP01-04 zijn aangegeven op onderstaand kaartje. Op dat kaartje staan ook de geurcontourlijnen weergegeven.
Achtergrondbelasting In het geuronderzoek dat bij de stukken ter inzage ligt is de achtergrondbelasting ook berekend.
Daaruit blijkt dat op de cumulatieve geurbelasting op de punten TP01-04 3,3-4,1 OUE/m3 bedraagt.
Deze punten liggen op de rand van het plangebied van Plakse Weide. Zie onderstaand kaartje. De aanduiding TP04 is op dit kaartje weggevallen, maar dit is het groene punt onder TP03 (zie ook bovenstaand kaartje waarop TP04 wel is aangegeven).
Voor de volledigheid worden ook een kopie van de rekenresultaten voor de achtergrondbelasting uit het rapport opgenomen, waarbij wordt opgemerkt dat voor het omgevingsplan dat nu ter inzage ligt alleen de punten TP01-04 relevant zijn:
Bekijk de brief: Aanvullende beantwoording vragen - 12 februari 2026
Bron: raadsinformatie van de gemeente Duiven (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.