20 september 2022 · artikel 35-vragen · gemeente Eersel

[22.23044] - Beantwoording schriftelijke vraag nav brief d.d. 31 augustus 2022 van Clientenraad GGzE De Boei

Een raadslid stelde op 20 september 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Eersel.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

*22.23044*

Beantwoording schriftelijke vraag Onderwerp:

Brief d.d. 31 augustus 2022 van Cliëntenraad GGzE De Boei

Van:

College van burgemeester en wethouders

Portefeuillehouder:

H.J.M. Beex

Datum B&W besluit: 18 oktober 2022 Betreft:

Beantwoording schriftelijke vraag

Op 31 augustus 2022 heeft de Eenheidsraad GGzE De Boei een brief gestuurd naar alle gemeenten in de regio (bijlage 1).

Naar aanleiding van deze brief is onderstaande vraag gesteld.

Vraag:

Hoe kan de gemeenteraad ervoor zorgen dat de regelzucht van de gemeente afneemt, zodat de zorg aan mensen met langdurige/levenslange psychische beperkingen in de gemeente Eersel (en zo mogelijk in de hele Kempen) aantoonbaar verbetert? (bijlage 2) Antwoord:

Alvorens deze vraag te beantwoorden is het van belang in beeld te brengen wat de taak van de gemeenten is en wat de werkwijze is. Vervolgens gaan we in op landelijke en lokale ontwikkelingen welke invloed hebben of hebben gehad op de termijn van indicaties. Tot slot brengen we in beeld welke (on)mogelijkheid de gemeenteraad heeft ten aanzien van de duur van indicaties.

Wettelijk kader Het college draagt er zorg voor dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen, een maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Het college voert in samenspraak met de inwoner een onderzoek uit.1 Het college onderzoekt onder andere de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner en de mogelijkheden om zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren. Het college beslist vervolgens op een aanvraag en draagt er zorg voor dat de ondersteuning voor de inwoner beschikbaar is.

Werkwijze De maatwerkvoorziening is zoals het woord het aangeeft maatwerk. Onze Wmo-consulenten voeren het onderzoek uit en sluiten voor de duur van de indicatie aan bij de ondersteuningsbehoefte van de inwoner en de mogelijkheid tot ontwikkeling hierin. Daarbij wordt een wel overwogen keuze gemaakt in de wijze van onderzoek. Bij een herindicatie van iemand op leeftijd waarbij de vraag is om bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of dagbesteding voort te zetten, kan dit telefonisch plaatsvinden. De bevoegdheid om te beslissen op de Wmo-aanvragen is gemandateerd aan de Wmo-consulenten.

Voorbeelden Als de inschatting is dat met ondersteuning binnen 3 maanden een wijziging in de ondersteuningsbehoefte ontstaat, zal een indicatie worden afgegeven van 3 maanden. Bijvoorbeeld om die periode te gebruiken om toe te werken naar mogelijkheden in het voorliggend veld. Of er wordt een afschaalproduct geïndiceerd. Bijvoorbeeld een indicatie begeleiding van 3 maanden gericht op het stabiliseren van een ontregelde situatie, gevolgd door een indicatie begeleiding voor de duur van 9 maanden gericht op het aanleren en behouden van vaardigheden. Als de 1

Dit staat in artikel 2.3.1 en 2.3.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning. 22.23044

verwachting is dat de situatie niet meer wijzigt, kan ook een indicatie voor 5 jaar worden afgegeven Bijvoorbeeld een dame van 90 met hulp bij het huishouden of iemand die dementerend is en deelneemt aan dagbesteding.

Landelijke en lokale ontwikkelingen Landelijke en lokale ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat er de afgelopen jaar meer kortdurende indicaties zijn afgegeven.

Sinds 1 januari 2021 staat de Wet langdurige zorg open voor mensen die hun leven lang geestelijke gezondheidszorg nodig hebben. In aanloop naar die wet zijn er vanuit de Wmo minder lange indicaties afgegeven. Ook kunnen er kortdurende Wmo-verlengingen zijn afgegeven in afwachting van de beslissing op de Wlz-indicatie. Het overgangsjaar 2021 is inmiddels afgerond.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) deed op 26 mei 2021 de uitspraak dat individuele begeleiding op grond van de Wmo in uren moet worden toegekend. De CRvB verwijst naar eerdere uitspraken (uit 2016 en 2018) over huishoudelijke hulp. De motivatie van de uitspraak is als volgt: toekenning in resultaten met een ondersteuningsplan waarin vermeld is welke activiteiten met welke frequentie in het kader van de begeleiding worden aangeboden, is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel omdat hiermee voor een inwoner niet duidelijk is op hoeveel uren/dagdelen begeleiding per week hij recht heeft.

Dit heeft ertoe geleid dat lokaal is besloten per 1 april 2022 over te gaan naar een andere indicatiesystematiek. Tot 1 april 2022 werd de inkoop van dagbesteding en begeleiding gebaseerd op resultaatfinanciering. In de beschikking van de inwoner werd vastgelegd aan welke doelen gewerkt wordt, maar niet hoe en met welke omvang. De gemeente betaalde een vast bedrag per maand per inwoner. De inwoner en de aanbieder bepaalden zelf op welke wijze het resultaat behaald zou worden en daarmee ook hoeveel uren/dagdelen ondersteuning daarvoor werden ingezet. Dit had als nadeel dat het voor de inwoner en de gemeente niet duidelijk was wat de ondersteuningsinzet zou zijn.

Per 1 april 2022 zijn de overeenkomsten met de aanbieder gebaseerd op een inspanningsgerichte financiering. De Wmo-consulent bepaalt op basis van zorgvuldig onderzoek welke ondersteuning de inwoner nodig heeft en legt deze ondersteuning in uren/dagdelen vast in de beschikking. De inwoner weet hierdoor op welke ondersteuning hij/zij recht heeft. De aanbieder brengt vervolgens alleen de werkelijk ingezette uren bij de gemeente in rekening.

Deze wijziging heeft ertoe geleid dat in aanloop naar deze wijziging kortdurende indicaties zijn afgegeven. Hiermee ontstond de mogelijkheid om vanaf 1 april 2022 de juiste inspanningsgerichte indicatie te stellen.

Beide ontwikkelingen (Wlz en overstap van resultaatgerichte financiering naar inspanningsgerichte financiering) hebben tijdelijk geleid tot meer kortdurende indicaties en vervolgens herindicaties.

Mogelijkheden gemeenteraad met betrekking tot duur van indicaties Uw raad zou in de verordening maatschappelijke ondersteuning richting kunnen geven aan de duur van de indicaties. Het is echter de bevoegdheid van het college om op basis van onderzoek te bepalen welke maatwerkvoorziening passend is voor de inwoner en daarmee ook voor welke periode.

Bijlagen

1. Brief d.d. 31 augustus 2022 van de Eenheidsraad GGzE De Boei (22ik.1335)

2. Schriftelijke vraag d.d. 20 september 2022 nar de brief van de Eenheidsraad GGzE De Boei (22.21617) 2 22.23044

Bekijk de brief: [22.23044] - Beantwoording schriftelijke vraag nav brief d.d. 31 augustus 2022 van Clientenraad GGzE De Boei

Bron: raadsinformatie van de gemeente Eersel (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Eersel

Alle artikel 35-vragen in Eersel