JOGG
Linsey van der Veen (D66) stelde op 17 mei 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Corsanummer: 2400018205
Op 17 mei 2024 zijn bij de raadsgriffie vragen binnen gekomen van mevrouw Linsey van der Veen van de fractie D66 gericht aan de voorzitter van de Raad op grond van ex artikel 35 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad. Het college van Burgemeester en Wethouders beantwoordt de vragen als volgt.
Betreffende beantwoording schriftelijke vragen van mevrouw Linsey van der Veen (D66) inzake JOGG.
Vraag 1: Hoe beoordeelt het college de recente bevindingen van het RIVM met betrekking tot de achterblijvende resultaten van de JOGG-aanpak in het tegengaan van overgewicht en bevorderen van beweeggedrag bij kinderen en jongeren, vooral gezien het feit dat het aantal kinderen met overgewicht in wijken met de JOGG-aanpak na acht jaar zelfs lijkt toe te nemen?
Antwoord: Een verandering in leefstijl is complex. Om overgewicht en obesitas structureel aan te pakken, is er ook een systematische verandering in de inrichting van de samenleving nodig, en dat vergt een lange adem. Dat er op dit moment geen direct aantoonbaar lange termijn effect op het BMI gemeten wordt, verrast ons niet.
Dat is ook de reden dat we in het Beleidskader ‘Gezond Enschede, dat onlangs aan uw Raad is aangeboden, kiezen voor een domeinoverstijgende aanpak. Gericht op het gezondheidsdomein, de fysieke leefomgeving, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, onderwijs etc. In de verdere uitvoering van dit beleidskader kiezen we een gebiedsgerichte aanpak, om zo meer impact te creëren en aan te sluiten bij wat er speelt en liefst bij de inwoners, zo dicht mogelijk bij zijn of haar leefomgeving.
De bevindingen van het RIVM laten ons vooral zien dat het hebben van een lange adem van belang is en we fors op gezondheid en preventie in moeten (blijven) zetten.
In het onderzoek van het RIVM is er een focus gelegd op de daling van overgewichtcijfers bij kinderen in de afgelopen 8 jaar. Een focus op enkel de overgewichtcijfers laat niet de met zorg opgezette implementatietrajecten zien, die onderdeel zijn van de JOGG-aanpak. Onderzoek van Mulier en overige literatuur van JOGG laat namelijk zien dat de vraag naar effectevaluatie breder moet zijn, dan enkel het effect op overgewicht. Het dalen van overgewicht vindt vaak pas plaats na enkele jaren van implementatie.
Vraag 2: Welke maatregelen heeft het college genomen om de JOGG-aanpak in de gemeente te evalueren en te monitoren, en hoe heeft het deze maatregelen aangepast in het licht van de recente bevindingen van het RIVM?
Antwoord: Als Gemeente Enschede hebben we gezamenlijk met de andere JOGGgemeenten in Twente gemonitord middels de landelijke JOGG monitor en monitor van de GGD. Momenteel maakt GGD Twente van deze gezamenlijk ingevulde monitor een evaluatie van de afgelopen drie jaar. Deze evaluatie is rond de zomer beschikbaar.
In Enschede zien we overigens de JOGG-aanpak niet als een apart project, maar als een onderdeel om toe te werken naar een Gezonde Generatie in 2040, iets wat verder zijn plek gaat krijgen in de uitvoeringsplannen van het beleidskader ‘Gezond Enschede’.
De JOGG-aanpak helpt ons vooral om breed naar alle leefgebieden van een kind en jongere te kijken. Cijfers rondom overgewicht zijn inzichtelijk via de Twentse Gezondheidsverkenning en sinds enkele jaren hebben we de MQ-Scan ingevoerd bij de basisscholen om inzicht te krijgen in de motorische ontwikkeling van kinderen.
Specifieke maatregelen naar aanleiding van de bevindingen van het RIVM zijn nog niet genomen, omdat deze bevindingen nog zeer recent zijn. We nemen echter de bevindingen van het RIVM mee, evenals de regionale evaluatie JOGG en passen, daar waar nodig, onze plannen aan.
Vraag 3: Welke lokale initiatieven heeft het college genomen om de fysieke en sociale omgeving voor jongeren gezonder te maken, en hoe zijn deze initiatieven geëvalueerd in relatie tot de doelstellingen van de JOGG-aanpak?
Antwoord: In het beleidskader ‘Gezond Enschede’ zetten we zoals gezegd, fors in op de fysieke en sociale omgeving. Dat doen we gebiedsgericht en integraal, waarbij we één keer in de twee jaar monitoren en bijstellen.
Ondertussen is er de afgelopen jaren al veel gebeurd in Enschede om de omgeving voor jongeren gezonder te maken. Hierbij enkele voorbeelden: -
-
Gezonde Buurt Stadsveld, een samenwerking tussen buurtbewoners, gemeente Enschede, IVN, Jantje Beton en JOGG. Hiermee is een plek voor natuur, bewegen, spelen en ontmoeten gecreëerd in de buurt.
Gezonde Buurt in Glanerbrug Noord, waar op dit moment diverse stappen worden gezet, met grote inbreng van kinderen zelf.
Gezonde school adviseurs die scholen ondersteunen rondom beweegbeleid op school, inzet van schoolfruit, gezond ontbijt op school, traktatiebeleid etc.
Op 9 locaties in Enschede draait XtraGym, naar aanleiding van de MQ-Scan. Met deze scan hebben we de motorische ontwikkeling in beeld van alle basisschoolleerlingen in Enschede. Op meerdere locaties van XtraGym wordt fruit aangeboden en het water drinken gestimuleerd, dit geldt ook voor alle schoolsporttoernooien. Het zijn kleine stappen, maar we zien daardoor dat kinderen zelf geen snacks en frisdrank meer meenemen en gezonder eten en drinken.
Vraag 4: Hoe gaat het college om met het advies van het RIVM om de bestaande afspraken met betrekking tot de JOGG-aanpak te intensiveren, en welke concrete acties zijn gepland om de langetermijneffecten van de aanpak te verbeteren?
Antwoord: De focus van de JOGG-aanpak ligt op het uitbreiden van het netwerk waarin de gezonde leefomgeving van kinderen beïnvloed kan worden. Dit proces gaat traag en kost veel tijd, en zal bereikt moeten worden met weinig middelen vanuit de landelijke overheid. Het gaat hier dus met name om het volhouden van de uitgevoerde activiteiten.
Zoals toegelicht bij vraag 2 hebben we nog geen specifieke maatregelen genomen naar aanleiding van de bevindingen van het RIVM. We gaan eerst dit advies op de lokale situatie leggen, om te beoordelen of intensiveren noodzakelijk is, of dat doorgaan met de huidige inzet en dat volhouden beter passend is.
M.b.t. de lange termijn effecten wordt ook aansluiting gezocht bij het SER-advies ‘Gezond opgroeien, wonen en werken’. De raad adviseert het beleid vooral te richten op het wegnemen van maatschappelijke oorzaken van gezondheidsrisico’s én op het verbeteren van de gezondheid van iedereen, met gerichte en extra aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. Hiervoor geldt een collectieve verantwoordelijkheid, waar het overheidsbeleid tot dusverre vooral gebaseerd is op de individuele verantwoordelijkheid van de inwoners.
Vraag 5: In hoeverre is het college bereid om het gesprek aan te gaan met GGD Twente om de aanpak verder te verbeteren, zoals voorgesteld door staatssecretaris Maarten van Ooijen? Zo ja: welke specifieke punten zullen tijdens deze gesprekken worden besproken? Zo nee: waarom niet?
Antwoord: de GGD is een belangrijke partner in onze regionale en lokale JOGGaanpak. Vanuit die hoedanigheid vinden er al reguliere gesprekken plaats over de aanpak, inzet en optimalisatie van de aanpak.
Zoals aangegeven gaan we eerst bekijken of intensivering of aanpassing in Enschede noodzakelijk is. Vanuit die analyse nemen we specifieke punten mee (indien nodig).
Naast de GGD wordt er ook met andere relevante partners gesproken zoals het onderwijs en instanties op wijk- en buurtniveau, sportverenigingen en andere vrije tijdsorganisaties. Om de aanpak verder te verbeteren is juist die brede benadering van belang en niet alleen het gesprek met GGD Twente.
Vraag 6: Welke alternatieven en innovatieve methoden ziet het college nog meer om overgewicht bij jongeren te voorkomen en beweeggedrag te bevorderden?
Antwoord: Overgewicht is een zogenoemd ‘wicked problem’. Het is zeer complex om dit probleem aan te pakken. Wil je stappen zetten op het gebied van leefstijl, dan is het van belang om de onderliggende maatschappelijke problemen op te pakken Hier ligt dan ook de focus op. Momenteel kennen wij geen ander (landelijk) alternatief dat een betere oplossing is dan JOGG. Zie hiervoor ook de reactie van Marjon Bachra, directeur van JOGG.
In Enschede volgen we de landelijke ontwikkelingen. Maar we zitten zeker niet stil.
Ondertussen bouwen we vanuit het Beleidskader Gezond Enschede verder aan de hand van een uitvoeringsstrategie richting programma’s op wijk- en buurtniveau. Ook kinderen en jongeren zelf betrekken zoals dit via Speaking Minds in de strategie duurzame Jeugdhulp is gebeurd en via #Jong053, zal hier een plek in krijgen.
Enschede, 4 juni 2024 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de loco-Secretaris, de Burgemeester,
E.A. Smit
R.W. Bleker
Bekijk de brief: Beantwoording art. 35 vragen van mevr. Van der Veen (D66) inzake JOGG
Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.