8 december 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Enschede

Snippergroendossier Glanerbrug

Narda TekeBozkurt (PvdA) stelde op 8 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • Zorgvuldigheid en communicatie Snippergroen Vraag 1a: Heeft het college kennisgenomen van meldingen dat bewoners door medewerkers van Snippergroen onder druk worden… → We hebben hier geen meldingen van over ontvangen.
  • Onafhankelijkheid van de beoordeling Vraag 2a: Hoe wordt de onafhankelijkheid gewaarborgd van de persoon die bewoners beoordeelt of informeert, wanneer bewoners aangeven… → Elke situatie wordt getoetst aan bestaande wet- en regelgeving, jurisprudentie en de (historische) informatie van de locatie.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Toelichting vooraf van de vragensteller:

De PvdA-fractie heeft de afgelopen weken van meerdere bewoners uit Glanerbrug zeer omvangrijke informatie ontvangen over de voortuinen in de Jacob Roggeveenstraat en de wijze waarop de afdeling Snippergroen daartegen optreedt. Dit dossier is de afgelopen jaren bovendien herhaaldelijk onderwerp van gesprek geweest in de gemeenteraad, waarbij onder meer vragen zijn gesteld over zorgvuldigheid, communicatie en het juridisch kader dat de gemeente hanteert.

De door bewoners aangeleverde informatie omvat onder meer:

• verklaringen van eerste bewoners uit 1958;

• originele gemeentelijke tekeningen uit 1973 waarop de voortuinen als “bestaande toestand” staan ingetekend;

• foto’s uit de jaren ’60 waarop zichtbaar is dat de tuinen identieke afmetingen hadden als nu;

• een gemeentelijke brief uit december 1973 waarin wordt erkend dat bewoners de grond reeds decennialang als tuin gebruikten

• recente verklaringen van bewoners over druk en ontmoedigende communicatie door Snippergroen-medewerkers (waaronder de uitspraak dat een “juridische procedure 99% zinloos is”);

• soortgelijke klachten uit andere wijken, waaronder Stroinkslanden.

Deze stukken schetsen een consistent en juridisch relevant feitencomplex, waarin de betreffende voortuinen sinds 1958 onafgebroken, zichtbaar en als privéterrein zijn gebruikt, zonder effectief optreden door de gemeente. Daarmee is verjaring een reële juridische mogelijkheid – een standpunt dat volgens bewoners niet wordt gedeeld, en soms zelfs actief lijkt te worden ontmoedigd.

Op basis hiervan stelt de PvdA-fractie de volgende vragen.

Algemene reactie van het College vooraf We begrijpen dat dit soort kwesties kan leiden tot emoties bij huiseigenaren. Het juridische deel is vaak eenvoudig; de wettelijke kaders en de jurisprudentie zijn duidelijk. Het emotionele deel is juist erg ingewikkeld. Helaas gaat dat meestal niet hand in hand. Als gemeente richten we ons op het juridische, en houden we rekening met het emotionele deel. We kiezen er dan ook voor om een middenweg te vinden door het aanbieden van een bruikleenovereenkomst. Met een bruikleenovereenkomst mogen huiseigenaren de grond kosteloos blijven gebruiken. Dit is in andere delen van het land helemaal niet gebruikelijk; de smaken zijn over het algemeen namelijk verkopen of ontruimen/teruggeven.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Zorgvuldigheid en communicatie Snippergroen Vraag 1a: Heeft het college kennisgenomen van meldingen dat bewoners door medewerkers van Snippergroen onder druk worden gezet, onder meer doordat tegen hen wordt gezegd dat een juridische procedure “in 99% van de gevallen zinloos is”?

Antwoord van het college

We hebben hier geen meldingen van over ontvangen. Indien er inwoners zijn die zich onder druk gezet voelen, gaan we daar graag mee in overleg. Juist ook omdat we oog en aandacht hebben voor de vragen van de inwoners over snippergroen. We willen immers samen binnen de kaders maatwerk leveren.

Vraag 1b: Indien ja: acht het college deze wijze van communiceren passend?

Antwoord: De beantwoording van deze vraag is niet van toepassing, gelet op de beantwoording bij vraag 1.a.

Vraag 1c: Is aan medewerkers of ingehuurde “onafhankelijke onderzoekers” expliciet opgedragen om geen uitspraken te doen over de juridische haalbaarheid van geschillen over eigendom of verjaring?

Antwoord:

Er is geen directe of indirecte opdracht gegeven aan medewerkers of externe adviseurs om een ondubbelzinnig oordeel te vellen over juridische geschillen. Bovendien, wat we eerder hebben aangegeven bij de beantwoording van vraag 1a. zijn we erop gericht om er samen uit te komen. Als je in overleg bent kan van een juridisch geschil geen sprake zijn. Uiteraard mag u van ons verwachten dat we ons houden aan de nota Verkoop of verhuur van openbaar groen (juni 2015) dat door u als raad is vastgesteld. Daarin staat een heldere analyse wanneer wij als college tot verkoop van snippergroen overgaan. Grond van de gemeente wordt niet weggegeven, maar goedkoop aan inwoners aangeboden.

Vraag 1d: Is het college bereid ervoor te zorgen dat medewerkers zich onthouden van normerende of ontmoedigende uitspraken die direct de rechtspositie van bewoners raken, zeker wanneer bewoners aantoonbare historische onderbouwing aanleveren?

Antwoord:

Deze vraag impliceert kennelijk dat er ontmoedigende uitspraken zijn gedaan. Daar herkennen we ons niet in. Huiseigenaren mogen de grond van de gemeente blijven gebruiken. Gelukkig kan dat ook in de meeste gevallen. Daar bieden we de optie van een bruikleenovereenkomst voor aan. Dat schept helderheid voor de inwoner en voor ons als gemeente. Als na onderzoek de mogelijkheid bestaat om tot verkoop over te gaan, zullen we dat ook laagdrempelig inrichten. Medewerkers geven op basis van hun kennis en kunde voorlichting. De informatie die inwoners met ons delen, wordt beoordeeld aan de hand van de regels die daarvoor gelden. Vanzelfsprekend passen we de wettelijke uitgangspunten van verjaring toe, als die van toepassing zijn.

Vraag 2

Onafhankelijkheid van de beoordeling Vraag 2a: Hoe wordt de onafhankelijkheid gewaarborgd van de persoon die bewoners beoordeelt of informeert, wanneer bewoners aangeven dat deze onderzoeker niet objectief lijkt en uitsluitend de visie van Snippergroen lijkt te volgen?

Antwoord van het college

Elke situatie wordt getoetst aan bestaande wet- en regelgeving, jurisprudentie en de (historische) informatie van de locatie.

Binnen het privaatrecht moeten we ons houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dus in geval van een onderzoek of verjaring van toepassing is, moeten we zorgvuldig zijn alle relevante feiten meewegen en zonder willekeur de wet- en regelgeving op de aanvraag toepassen. De wettelijke regels van eigendom en bezit en de daaropvolgende jurisprudentie zijn streng. Dat heeft gevolgen voor de toepassing van verjaring. Het thema verjaring luistert daarmee nauw. Gewoon, omdat het privaatrecht daarin strikt is. De deskundigheid hierover hebben we gelukkig in huis en we maken tevens gebruik van extra externe vakbekwaamheid. De professionele onafhankelijkheid hebben we daarmee geborgd.

Vraag 2b: Worden alle door bewoners aangeleverde stukken, waaronder verklaringen van eerste bewoners, oude foto’s, tekeningen uit 1973 en de brief van het Grondbedrijf verplicht betrokken bij de beoordeling?

Antwoord:

Ja, alles wat aangeleverd wordt, wordt meegewogen en beoordeeld.

Vraag 2c: Hoe wordt gecontroleerd dat deze stukken daadwerkelijk en volledig worden meegewogen?

Antwoord:

In onze beoordeling moeten we ons baseren op stukken, naast de wet- en regelgeving. Een lijst van de stukken is transparant terug te lezen in onze beoordeling. Dat zijn stukken uit ons archief en of aangeleverde stukken door de inwoner aangereikt. Als de stukken niet compleet zijn kan de inwoner de afzender van team Grondgebruik daar op attenderen.

Vraag 2d: Krijgen bewoners een schriftelijke weergave van de feitenvaststelling waarop de gemeente zich baseert, zodat zij feitelijke onjuistheden kunnen corrigeren?

Antwoord:

Ja, dat gaat zoals hierboven is beschreven. De bewoner krijgt onze beoordeling schriftelijk toegestuurd. Daarin staat een opsomming van de stukken die zijn meegewogen. Als de bewoner vindt dat die stukken niet compleet zijn kan deze de afzender van team Grondgebruik daar op attenderen.

3. Toepassing van het juridisch kader Toelichting vragensteller bij dit onderdeel: In het aangeleverde materiaal is een helder en consistent patroon zichtbaar: de voortuinen aan nr. 6, 8 en 10 zijn sinds oplevering in 1958 identiek aan de huidige situatie, zowel qua diepte als gebruik. Bewonerverklaringen, foto’s en gemeentelijke tekeningen uit 1973 bevestigen dit. De gemeente heeft in 1973 wel een poging gedaan het gebruik te beëindigen, maar dit vervolgens niet uitgevoerd, waarna het gebruik onverminderd werd voortgezet.

Vraag 3a: Erkent het college dat op basis van het Burgerlijk Wetboek (art. 3:105 jo. 3:306 BW) bevrijdende verjaring kan optreden wanneer grond gedurende 20 jaar openbaar, zichtbaar en onafgebroken in bezit is geweest?

Antwoord:

Ja. Wij werken volgens de wet- en regelgeving.

Vraag 3b: Kan het college uiteenzetten hoe in dit dossier wordt onderzocht of verjaring is opgetreden, en of daarbij wordt gekeken naar:

• de situatie vanaf 1958;

• de historische foto’s en bewonerverklaringen;

• de “bestaande toestand”-tekeningen uit 1973;

• het feit dat de gemeente vanaf 1973 meer dan 50 jaar niet heeft gehandhaafd?

Antwoord:

Ja, maar in specifieke individuele gevallen, die op dit moment door ons in onderzoek zijn, vinden wij het allereerst passend dat we in verbinding zijn en zorgvuldig blijven in het contact met de betrokken inwoners. Zij krijgen eerst van ons informatie. Alvorens wij daarover via de beantwoording van deze art. 35 vragen die individuele informatie in openbaarheid brengen.

Vraag 3c: Klopt het dat de gemeente reeds in 1973 wist dat bewoners de grond als tuin gebruikten, maar daarna geen handhavend optreden meer heeft gepleegd?

Antwoord:

Dit dossier is nog in behandeling. We informeren de inwoners hier zo snel als mogelijk over.

Vraag 3d: Hoe wordt dit langdurig uitblijven van handhaving juridisch gewogen in het kader van verjaring?

Antwoord:

We verwijzen u naar het antwoord bij vraag 3a. Simpelweg omdat de beantwoording hiervan ondubbelzinnig gekoppeld is aan de individuele situatie, die nog niet is afgerond.

Vraag 3e: Acht het college het juridisch correct om bewoners niet te informeren dat verjaring in deze concrete situatie zeer mogelijk is, ondanks de overtuigende en objectieve stukken die zij aandragen?

Antwoord:

In het algemeen: alle bewoners waarmee we over dit onderwerp in gesprek zijn krijgen een folder over verjaring. Verjaring zal soms een belangrijke rol spelen maar niet in alle gevallen.

We nemen daarover een helder standpunt in die getoetst is aan alle wettelijke eisen en jurisprudentie. We moeten de wetgeving toepassen. Zie ook beantwoording vraag 2a. voor de individuele gevallen.

4. Gelijke informatiepositie en rechtszekerheid Vraag 4a: Is het college bereid ervoor te zorgen dat bewoners volledig geïnformeerd worden over hun juridische positie, dat zij expliciet worden gewezen op mogelijke rechten door verjaring, en dat zij niet worden ontmoedigd om rechtsbijstand in te schakelen?

Antwoord:

Alle bewoners worden expliciet gewezen op de mogelijkheid om een beroep op verjaring te doen. Die informatie delen we met de folder die wordt meegegeven. Ook vertelt team Grondgebruik dat het inwinnen van juridisch advies, bijvoorbeeld bij het Juridisch Loket, tot de mogelijkheden behoort. Wij juichen het inschakelen van een jurist juist toe om de privaatrechtelijke belangen van de bewoners te behartigen. Kortom, we wijzen de inwoners naar de juridische mogelijkheden die zij kunnen bewandelen, waarbij we respect hebben voor het verschil in positie.

Vraag 4b: Worden verklaringen van eerste bewoners als formeel bewijsdocument opgenomen in het gemeentelijk dossier? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Alle aangeleverde documenten worden meegewogen in de beoordeling. Zie verder antwoord bij vraag 3b.

Vraag 4c: Kan het college bevestigen dat bewoners niet verplicht zijn een gebruiksovereenkomst te tekenen zolang niet is vastgesteld of verjaring van toepassing is?

Antwoord:

Dat klopt.

Vooraf wordt getoetst of de wettelijke verjaringsregels van toepassing zijn. Is verjaring wettelijk / juridisch gezien niet aan de orde, maar wil de inwoner de grond van de gemeente blijven gebruiken? Dan bieden we een gebruikersovereenkomst aan. Het is grond van de gemeente, waarvan we het gebruik toestaan van de inwoner. Zo helpen we de inwoner verder. Die overeenkomst leggen we transparant en zorgvuldig vast.

Vraag 4d: Is het college bereid een onafhankelijke juridische toets uit te laten voeren naar de vraag of verjaring in deze concrete situatie aan de orde is?

Antwoord:

Deze vraag is reeds beantwoord bij vraag 2a.

5. Onderzoek naar bredere werkwijze Snippergroen Vraag 5a: Ziet het college aanleiding om onderzoek te doen naar het patroon dat bewoners uit verschillende wijken melden: ervaren druk, gebrek aan objectieve beoordeling, onvoldoende meewegen van bewijslast en het ontmoedigen van juridische stappen?

Antwoord:

Het patroon dat u stelt herkennen wij niet. We zien daarom geen aanleiding om hier een onderzoek naar te (laten) doen. Wel begrijpen we dat dit soort kwesties kan leiden tot emoties bij huiseigenaren. Daar hebben wij oog voor en passen waar dit mogelijk is altijd maatwerk toe binnen de juridische kaders. Het juridische deel is vaak eenvoudig. Het emotionele deel is juist erg ingewikkeld. Helaas gaat dat meestal niet hand in hand. Als gemeente richten we ons op het juridische, en houden we rekening met het emotionele deel.

We kiezen er dan ook voor om een middenweg te vinden door het aanbieden van een bruikleenovereenkomst. Onze intentie is in ieder geval altijd om er samen uit te komen.

Vraag 5b: Wil het college lopende dossiers waarin bewoners aantoonbaar historisch bewijs hebben overgelegd tijdelijk pauzeren totdat een zorgvuldige en onafhankelijke juridische beoordeling heeft plaatsgevonden?

Antwoord:

Nee, daar is geen aanleiding toe. De zorgvuldige afweging van alle relevante stukken zijn een onderdeel van het beoordelingsproces. Alle ingediende stukken worden daarbij meegewogen.

6. Slotvraag Vraag 6a: Hoe gaat het college herstellen dat bewoners zich niet gehoord, niet serieus genomen en in sommige gevallen zelfs geïntimideerd voelen, in een proces waarin zij aantoonbaar zorgvuldig en onderbouwd handelen en waarin de gemeente zelf langdurig nalatig is geweest?

Antwoord:

De noodzaak tot herstel herkennen we niet. Zie daarvoor de beantwoording bij vraag 1a en hierboven. Het college hecht er, zoals reeds gememoreerd, aan om samen met de inwoners eruit te komen. Dat betekent niet dat alle inwoners in alles gelijk krijgen. We komen tot een zorgvuldige oplossing, die recht doet aan wet- en regelgeving en het vastgestelde beleid van de raad. Gelijke gevallen worden gelijk beoordeeld. Daar waar we mee kunnen bewegen met de vraag van de inwoner, bewegen we natuurlijk mee. Voor het overige is de stelling dat we langdurig niet adequaat hebben gehandeld een stelling waarin we u niet kunnen volgen.

Het vraagstuk rondom verjaring van snippergroen speelt zich af binnen het privaatrecht en betreft een juridisch-technisch domein. Daarbij gelden strikte wettelijke kaders voor eigendom, bezit en houderschap. In het dagelijks taalgebruik wordt dit onderscheid nauwelijks gemaakt, wat begrijpelijkerwijs tot vragen kan leiden.

Indien uw fractie behoefte heeft aan een nadere toelichting op deze wettelijke kaders, zijn wij uiteraard bereid om u – en desgewenst ook andere raadsleden – hierover op elk gewenst moment uitgebreid te informeren.

Enschede, 15 januari 2026 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de Secretaris, de Burgemeester,

M.W. de Graaf

R.W. Bleker

Bekijk de brief: Beantwoording artikel 35 vragen van mevrouw Teke-Bozkurt (van de fractie PvdA) inzake ‘Snippergroendossier Glanerbrug’

Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Enschede

Alle artikel 35-vragen in Enschede