10 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Enschede

vervolgvragen incidenten azc

Kyle Pril (FVD) stelde op 10 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Enschede (7 vragen).

In het kort

7 vragen en wat het college antwoordt

  • In antwoord op vraag 1 verwijst het college naar kwartaalrapportages van het COA en landelijke rapportages van het WODC, maar wordt geen antwoord gegeven op de vraag… → Zoals eerder aangegeven rapporteert het COA ieder kwartaal via de voortgangsrapportage over incidenten op de opvanglocatie aan de Parkweg.
  • Indien het college niet beschikt over de onder vraag 1 gevraagde gegevens, kan het college aangeven welke instantie(s) wel over deze gegevens beschikken en welke… → De primaire registratie van incidenten op en rond de opvanglocatie ligt bij het COA.
  • In antwoord op vraag 2 stelt het college dat het incident uit juni 2025 niet zonder meer als strijdig met de bestuursovereenkomst wordt beschouwd. → Op welke datum is de gemeente Enschede hierover geïnformeerd?
  • Het college geeft aan dat de beoordeling van “ernstige incidenten met een structureel karakter” plaatsvindt op basis van een integrale afweging van aard, ernst… → Nee.
  • Heeft het college sinds de ingebruikname van het AZC Parkweg het COA formeel aangesproken op de naleving van afspraken omtrent veiligheid, toezicht, incidentrapportage… → Zo ja, wanneer heeft dit plaatsgevonden, op welke onderwerpen had dit betrekking en welke opvolging is hieraan gegeven?
  • Het college bevestigt dat geen sprake is van automatische verlenging van de opvanglocatie na afloop van de termijn van vijf jaar. → Zoals eerder aangegeven is geen sprake van automatische verlenging.
  • Kan het college bevestigen dat de gemeenteraad voorafgaand aan een eventueel besluit over voortzetting van de opvanglocatie een integrale evaluatie ontvangt waarin in… → Ja.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

In antwoord op vraag 1 verwijst het college naar kwartaalrapportages van het COA en landelijke rapportages van het WODC, maar wordt geen antwoord gegeven op de vraag hoeveel incidenten sinds de ingebruikname van het AZC Parkweg hebben plaatsgevonden waarbij sprake was van geweld, bedreiging, wapens, politie-inzet of ambulancezorg. Kan het college alsnog een overzicht verstrekken van het aantal incidenten sinds ingebruikname van het AZC Parkweg, uitgesplitst naar jaar en categorie (geweld, bedreiging, wapens, politie-inzet en ambulancezorg)?

Antwoord van het college

Zoals eerder aangegeven rapporteert het COA ieder kwartaal via de voortgangsrapportage over incidenten op de opvanglocatie aan de Parkweg. Daarin worden relevante feiten en cijfers over de locatie opgenomen. Daarnaast publiceert het WODC jaarlijks een landelijk overzicht van incidenten en misdrijven door bewoners van COA-locaties. Het college beschikt niet over een afzonderlijk totaaloverzicht waarin alle incidenten sinds de ingebruikname van de locatie zijn uitgesplitst naar de door u genoemde categorieën: geweld, bedreiging, wapens, politie-inzet en ambulancezorg. Ook de politie heeft aangegeven dat zij geen afzonderlijk lokaal overzicht kan verstrekken van incidenten waarbij eventueel bewoners van de COA-opvanglocatie in Enschede betrokken zijn geweest. De reden hiervoor is dat de politie in haar systemen niet standaard registreert op doelgroepkenmerken, zoals verblijfsstatus, geloofsovertuiging of seksuele geaardheid. De politie legt uitsluitend gegevens vast die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de politietaak. Voor bijzondere persoonsgegevens gelden daarbij strikte wettelijke voorwaarden op grond van onder meer de Wet politiegegevens en de AVG. Om die reden kan uit de politiesystemen geen specifiek overzicht worden samengesteld zoals gevraagd. Voor de beschikbare informatie verwijst het college daarom naar de kwartaalrapportages van het COA en, voor het landelijke beeld, naar de jaarlijkse rapportages van het WODC.

Vraag 2

Indien het college niet beschikt over de onder vraag 1 gevraagde gegevens, kan het college aangeven welke instantie(s) wel over deze gegevens beschikken en welke inspanningen het college heeft verricht om deze informatie te verkrijgen?

Antwoord van het college

De primaire registratie van incidenten op en rond de opvanglocatie ligt bij het COA. Voor gegevens over strafbare feiten, politie-inzet of strafrechtelijke duiding zijn politie en Openbaar Ministerie de aangewezen instanties. Voor medische inzet, waaronder ambulancezorg, gelden afzonderlijke registraties en privacywetgeving. Daarbij geldt dat niet alle registraties zonder meer één-op-één met de gemeente kunnen worden gedeeld of openbaar kunnen worden gemaakt.

Vraag 3

In antwoord op vraag 2 stelt het college dat het incident uit juni 2025 niet zonder meer als strijdig met de bestuursovereenkomst wordt beschouwd. Op welke datum heeft het COA kennisgenomen van dit incident?

Antwoord van het college

Op welke datum is de gemeente Enschede hierover geïnformeerd? Acht het college het wenselijk dat dergelijke incidenten pas geruime tijd na dato bij de gemeente bekend worden? Graag een gemotiveerd antwoord. Zoals eerder aangegeven is de informatiepositie in de praktijk afhankelijk van meerdere partijen en omstandigheden, waaronder politie en Openbaar Ministerie. In het algemeen vertrouwt het college erop dat het de door het COA aangeleverde kwartaalrapportages volstaan. Het college acht het van belang dat de gemeente tijdig wordt geïnformeerd over incidenten die relevant zijn voor de openbare orde, veiligheid of het functioneren van de opvanglocatie. In dit geval was echter ook het COA niet op de hoogte van de aard en de ernst van de verdenking, waardoor het de gemeente daarover niet eerder heeft kunnen informeren. Het COA heeft pas naar aanleiding van de berichtgeving in de regionale media kennisgenomen van de behandeling van de strafzaak en de aard van de verdenking. Dit heeft het college al eerder kenbaar gemaakt tijdens de actualiteitenraad van 9 februari 2026. Op het moment dat het incident zich voordeed, is vanuit de COA-locatie wel contact opgenomen met de meldkamer van de politie. Daarbij heeft het COA melding gemaakt van een ruzie. Op basis van de informatie waarover het COA op dat moment beschikte, bestond geen aanleiding om het incident als ernstiger in te schatten dan een ruzie of schermutseling. Pas door de openbare behandeling van de strafzaak is de aard en de ernst van de verdenking duidelijk geworden.

Vraag 4

Het college geeft aan dat de beoordeling van “ernstige incidenten met een structureel karakter” plaatsvindt op basis van een integrale afweging van aard, ernst, frequentie, samenhang en impact. Kan het college concreet aangeven welke situaties, incidenttypen of patronen aanleiding zouden kunnen zijn om toepassing te geven aan artikel 5 van de bestuursovereenkomst en het COA hierop formeel aan te spreken?

Antwoord van het college

Nee. Artikel 5 ziet op ernstige incidenten met een structureel karakter. Het college beoordeelt dit niet op basis van één vooraf vastgelegde categorie, maar op basis van een integrale weging. Een eventuele formele stap richting het COA vraagt om zorgvuldige dossiervorming, proportionaliteit en afstemming met de betrokken veiligheidspartners.

Vraag 5

Heeft het college sinds de ingebruikname van het AZC Parkweg het COA formeel aangesproken op de naleving van afspraken omtrent veiligheid, toezicht, incidentrapportage of informatievoorziening?

Antwoord van het college

Zo ja, wanneer heeft dit plaatsgevonden, op welke onderwerpen had dit betrekking en welke opvolging is hieraan gegeven? Het college voert doorlopend overleg met het COA over veiligheid, toezicht, leefbaarheid, incidenten en informatievoorziening rondom de opvanglocatie. Daarbij worden signalen en aandachtspunten besproken en waar nodig opgevolgd. Voor zover het gaat om een formele schriftelijke aanspreking in de zin van artikel 5 van de bestuursovereenkomst, is daarvan tot op heden geen sprake geweest. Wel blijft het college het COA aanspreken op een zorgvuldige uitvoering van de gemaakte afspraken en op tijdige en volledige informatievoorziening binnen de geldende kaders. Dit ziet het college terug in onder andere de gemaakte afspraken rondom de kwartaalrapportages.

Vraag 6

Het college bevestigt dat geen sprake is van automatische verlenging van de opvanglocatie na afloop van de termijn van vijf jaar. Kan het college aangeven welke formele rol de gemeenteraad heeft bij een besluit over eventuele voortzetting van de opvanglocatie na afloop van deze termijn?

Antwoord van het college

Zoals eerder aangegeven is geen sprake van automatische verlenging. Uiterlijk één jaar vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar vindt een evaluatie plaats over eventuele voortzetting. In het coalitieakkoord 2026-2030 ‘Stad van Twente’ heeft het college de wens uitgesproken om het huidige azc onder de bestaande voorwaarden op de huidige locatie met vijf jaar te verlengen, gerekend vanaf de einddatum. Daarmee wil Enschede ook in de toekomst een bijdrage leveren aan de opvangopgave in de regio. Die bestuurlijke wens laat onverlet dat een besluit over voortzetting zorgvuldig moet worden voorbereid. De raad wordt hierover geïnformeerd en betrokken overeenkomstig zijn kaderstellende en controlerende rol en de afspraken die hierover eerder met de raad zijn gemaakt.

Vraag 7

Kan het college bevestigen dat de gemeenteraad voorafgaand aan een eventueel besluit over voortzetting van de opvanglocatie een integrale evaluatie ontvangt waarin in ieder geval wordt ingegaan op veiligheid, leefbaarheid, incidentenregistratie, naleving van de bestuursovereenkomst en de ervaringen van omwonenden?

Antwoord van het college

Ja. Voorafgaand aan eventuele besluitvorming over voortzetting ontvangt de raad een evaluatie. Daarbij ligt het in de rede dat in ieder geval wordt ingegaan op de werking van de locatie, veiligheid en leefbaarheid, de beschikbare informatie over incidenten via de kwartaalrapportages, de naleving van de bestuursovereenkomst en signalen en ervaringen uit de omgeving. Deze evaluatie vormt een belangrijk onderdeel van de zorgvuldige voorbereiding van een eventueel besluit over voortzetting. De precieze opzet van de evaluatie wordt tijdig bepaald, zodat deze aansluit bij de informatiebehoefte van de raad en de afspraken die met het COA zijn gemaakt. Enschede, 30 juni 2026 Burgemeester en Wethouders van Enschede, de Secretaris, de Burgemeester, M.W. de Graaf R.W. Bleker

Bekijk de brief: Beantwoording art. 35 vragen van dhr. Pril inzake vervolgvragen incidenten azc

Bron: raadsinformatie van de gemeente Enschede (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Enschede

Alle artikel 35-vragen in Enschede