3 december 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Etten-Leur

nieuwe vragen CDA nav beantwoording vragen asielzoekerscentrum

Een raadslid stelde op 3 december 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Geacht college, Naar aanleiding van de beantwoording van de vragen omtrent de procedure omgevingsvergunning AZC heeft het CDA een aantal nieuwe vragen. Deze vragen komen voort uit uw antwoorden. Deze zijn te vaak onvolledig. Graag zouden we deze vragen op korte termijn beantwoord zien.

Vraag 1: De GoFlo is op aspect (sociale) veiligheid volgens het CDA onvolledig aangeleverd door het college: er is geen rekening gehouden met recente jurisprudentie (zie uitspraak RvSt, 11-42024). Er had volgens het CDA een veiligheidsplan onderdeel moeten zijn van de omgevingsvergunning. Dit zodat de veiligheid in de buurt en omliggende wijken kan worden gewaarborgd. Het college had de gemeenteraad dan toch over deze verplichting moeten informeren? De gemeenteraad heeft op 2 september dus op onvolledige informatie haar advies afgegeven. Kunt u aangeven waarom u de gemeenteraad niet geïnformeerd heeft over deze noodzaak? Wat gaat u nu doen om dit te herstellen?

Link naar uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2024:2126, Rechtbank Gelderland, AWB 24/1700 en AWB 24/1710 14.3.

De voorzieningenrechter overweegt verder dat het veiligheidsplan en de daarin opgenomen voorwaarden expliciet onderdeel uitmaken van de omgevingsvergunning. In de omgevingsvergunning is namelijk het volgende voorschrift opgenomen: ‘In overleg met de gemeente is een integraal veiligheidsplan noodopvang asielzoekers opgesteld voor deze locatie. Dit veiligheidsplan is vastgesteld door de burgemeester. Dit veiligheidsplan en de daartoe behorende bijlagen, waaronder het Maatregelenbeleid COA en het COA ontruimingsplan Fletcher Hotel Epe, maken onderdeel uit van dit besluit. Het COA dient zich aan dit veiligheidsplan en de daartoe behorende bijlagen strikt te houden.’ 14.4.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college in het veiligheidsplan voldoende randvoorwaarden heeft gesteld om de veiligheid in de buurt te waarborgen en overlast zoveel mogelijk te voorkomen van overlast. Omdat de naleving van de in het veiligheidsplan gestelde randvoorwaarden is geborgd in de omgevingsvergunning, is er geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het college onvoldoende oog heeft gehad voor het effect van de huisvesting van de asielzoekers op de veiligheid.

Vraag 2: Een asielzoekerscentrum wordt als ‘kwetsbaar gebouw’ omschreven in BKL, in combinatie met de BBL. Zowel een logiesfunctie als een woonfunctie vallen onder de definitie ‘kwetsbaar gebouw’. Het toevoegen van een kwetsbaar gebouw mag niet volgens het CDA op basis van het bestemmings / omgevingsplan industrieterrein Vosdonk. Hier in staat namelijk: “Daarnaast geldt, net als voor de Bevi-inrichtingen, dat op het bedrijventerrein in het algemeen sprake is van goed zelfredzame personen en professionele organisaties, dat de ruime wegen de zelfredzaamheid, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid ten goede komen en dat voorliggend bestemmingsplan het ontstaan en de uitbreiding van kwetsbare objecten zoveel mogelijk tegengaat.”. Bovendien is er geen sprake van zelfredzame personen: men spreekt de taal niet en er zijn ook kinderen in het AZC!

Dit zou dan toch moeten betekenen dat het gehele omgevingsplan, onderdeel industrieterrein Vosdonk, moet worden aangepast? Deze aanpassing gaat verder dan alleen het perceel het azc en dus is een BOPA toch niet het juiste instrument. Wijziging van een omgevingsplan is een traject van 26 weken. Graag een motivatie van het antwoord.

Vraag 3: De afweging inzake het omgevingsplan Vosdonk, onderdeel industrieterrein komt niet terug in de raadstukken op basis waar van de gemeenteraad haar besluit genomen heeft.

Volgens het CDA had U de gemeenteraad hierover wel moeten informeren. Waarom bent u de mening toegedaan dat dit niet noodzakelijk is?

Vraag 4: In de beantwoording geeft u aan dat de GoFlo onder 4.14 (pagina 34) ingaat op het aspect (sociale ) veiligheid en dat geconcludeerd wordt dat dit aspect geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Maar de GoFlo gaat op pagina 34 in op de sociale veiligheid van de bewoners van het AZC. Het gaat niet over de omwonenden en inwoners van Etten-Leur.

Er staat alleen dat het COA ‘een pakket maatregelen neemt om de sociale veiligheid in de omgeving te waarborgen’. De GoFlo is dan toch op dit punt onvolledig? Daarnaast geldt dat er volgens recente jurisprudentie (uitspraak voorzieningenrechter rechtbank Gelderland 11-42024) dat een veiligheidsplan onderdeel moet zijn van de omgevingsvergunning. Zonder dat veiligheidsplan kan niet beoordeeld worden hoe de veiligheid van de omwonenden en bewoners gewaarborgd wordt. Dit is volgens het CDA een belangrijk onderdeel van de vergunningverlening. Bent u dat met het CDA eens?

Vraag 5: In de laatste notulen van de meedenkgroep staat: “Wat betreft het veiligheidsplan bespraken we:

Onder contact en overleg met de locatie arbeidsmigranten: de meedenkgroep adviseert om het plan dat het COA en Kafra (eigenaar arbeidsmigrantenhotel) maken onderdeel te laten zijn van de bestuursovereenkomst en het veiligheidsplan.” Nu staat bij de antwoorden op de door het CDA gestelde vragen dat het veiligheidsplan nog niet gereed was toen de omgevingsvergunning afgegeven is. Waarom is dit niet in overeenstemming met elkaar? En omdat het veiligheidsplan niet gereed was, is toch ook niet voldaan aan de vereisten van ETFAL? De sociale veiligheid is niet geborgd.

Vraag 6: Bij een aanpassing van de functie van het gebouw dient volgens het CDA altijd een Besi (beschermde soorten indicator) toets uitgevoerd te worden. Dit is door het CDA nagevraagd bij het IPLO en zij hebben dat bevestigd. Waarom is dit niet gedaan?

Vraag 7: Daarnaast geeft het college bij de beantwoording zelf aan dat zij nog niet voldaan hebben aan de zorgplicht: planten en dieren mogen niet onnodig verstoord worden. Hoe zorgt het college ervoor dat bestaande planten en dieren niet verstoord worden?

Vraag 8: Er had toch al een planschadeovereenkomst met het COA afgesloten moeten zijn? Dit dienen alle andere aanvragen van een vergunning ook altijd vooraf te doen. Die planschade overeenkomst moet volgens het CDA of getekend zijn voor tekenen bestuursovereenkomst of daar onlosmakelijk onderdeel van zijn. Dat is dus niet gebeurd volgens de antwoorden op de vragen. De reden kan toch niet zijn een eigen inschatting van de gemeente? Bij ieder andere initiatief van een ondernemer of plan indiener dient dit te gebeuren. Waarom hier niet?

Vraag 9: Volgens het CDA is verkeersveiligheid onderdeel van de sociale veiligheid. Wanneer die niet vaststaat is er geen sprake van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het AZC ligt op een druk industrieterrein en is alleen via fietspaden te bereiken. Niet via voetpaden.

Die zijn er niet aan de Mon Plaisir. En omdat in de GoFlo staat ‘dat het COA geen fietsen ter beschikking stelt’ zullen bewoners te voet naar de voorzieningen gaan. Fiets- en wandellampjes, en kaartjes met daarop de routes naar de voorzieningen alleen is ontoereikend. Op deze manier is volgens het CDA niet voldaan aan ETFAL. Sterker nog, de rechtbank Zeeland stelt dat het

college moet aantonen dat er voldoende fysieke maatregelen genomen zijn of zullen worden (bijv. doordat er al een aannemer is gecontracteerd) waar uit opgemaakt kan worden dat de noodzakelijke verkeersmaatregel er ook daadwerkelijk komt. Het college moet aldus aantonen dat zij ‘een volwaardige verplichting tot het realiseren van voetpaden’ is aangegaan. Dan pas is er zekerheid dat er een veilige verbinding komt van het AZC naar de voorzieningen in het centrum. Link naar uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2024:5780, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, BRE 24/5664 OWBOUW B 7.13 Verzoekers voeren aan dat er in de omgevingsvergunning geen waarborg is opgenomen dat het in de ruimtelijke onderbouwing geadviseerde voetpad ook daadwerkelijk wordt aangelegd. Hiervoor zou een voorschrift aan de omgevingsvergunning toegevoegd moeten worden. Het college heeft ter zitting – ondanks dat in de omgevingsvergunning geen volwaardige verplichting tot realisering van het voetpad is opgenomen – meegedeeld dat het voetpad er komt. In dat verband is al een aannemer gecontracteerd en er is een klankbordgroep hierover opgericht. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college hiermee voldoende stappen genomen en kan het college ook aan de ter zitting gedane toezegging hierover worden gehouden.

Bent u dat met het CDA eens dat op deze manier niet voldaan is aan ETFAL? En wat gaat u hier aan doen?

Vraag 10: Bij de beantwoording van vraag 10 geeft u aan dat de belanghebbende door de afdeling communicatie en het college zijn bepaald en vastgesteld. Volgens het CDA is deze groep te beperkt vastgesteld. Dit is dan mogelijk een procedurefout. Immers, de Rechtbank Gelderland heeft hier onlangs een duidelijke uitspraak over gedaan, waarin opgenomen is dat inwoners van de omliggende wijken waar voorzieningen zijn gehuisvest ook als belanghebbend moeten worden aangemerkt.…

Bekijk de brief: nieuwe vragen CDA nav beantwoording vragen asielzoekerscentrum

Bron: raadsinformatie van de gemeente Etten-Leur (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Etten-Leur

Alle artikel 35-vragen in Etten-Leur