C2 Beantwoording raadsvragen Gezond Verstand 1-3-2023 - diverse bouwprojecten.pdf
Een raadslid stelde op 28 maart 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Goirle.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
College
Beantwoording schriftelijk gestelde vragen
Aan:
Gemeenteraad
Portefeuillehouder:
Wethouder Franssen
Vragen gesteld door:
Dhr. J. Duijsters (GVGR)
Onderwerp:
Technische vragen lopende bouwprojecten Goirle
Datum:
28 februari 2023
__________________________________________________________________________________ Op 13 februari 2023 ontvingen wij technische vragen van GVGR over lopende bouwprojecten in Goirle op basis van artikel 40 Reglement van Orde. Hieronder treft u de gestelde vraag of vragen aan, met het daarbij behorende antwoord:
Land van Anna Vraag 1: Klopt het dat door een koper van een van de woningen bezwaar is aangetekend tegen de collectieve bouwvergunning?
Antwoord: Ja.
Vraag 2: Klopt het dat dit niet alleen de onherroepelijkheid van diens eigen vergunning maar ook de vergunning van de andere 162 woningen in dit project opschort?
Antwoord: Nee, de werking van de omgevingsvergunning wordt nu niet opgeschort.
Vraag 3: Is met deze bezwaarmaker een mediation traject gevoerd om dit bezwaar zo spoedig mogelijk van tafel te krijgen of wordt hier de langslepende juridische weg van bezwaar en beroep gevolgd?
Antwoord: Ja, dit traject is door de ontwikkelaar geïnitieerd. Partijen zijn er niet uitgekomen. Of beroep wordt ingesteld is aan de bezwaarmaker en niet aan het college.
Vraag 4: Klopt het dat de bezwaarmaker inmiddels niet ontvankelijk is verklaard omdat bezwaarmaker, als koper met een opschortende voorwaarde, geen belanghebbende zou zijn?
Het aanvechten van de ontvankelijkheid is een extra vertraging in het onherroepelijk worden van de vergunning.
Antwoord: Nee dat klopt niet. Bij de beoordeling of sprake is van een belanghebbende zijn meerdere redenen van belang. Bij beoordeling is bevonden dat er geen sprake was van een belanghebbende en is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
De ontvankelijkheid wordt niet aangevochten.
Vraag 5: Kunnen wij uit de niet ontvankelijkheid verklaring afleiden dat de bezwaarmaker inhoudelijk wel een punt heeft, waarom is anders niet de kortere weg van mediation of inhoudelijke behandeling gekozen?
Antwoord: Nee, dat mag u daar niet uit afleiden. Er is door de ontwikkelaar tot onderling gesprek overgegaan met de bezwaarmaker. Partijen zijn er niet uitgekomen. Als partijen het niet eens worden, wordt het formele traject gevolgd (zie antwoord vraag 3). Het formele traject heeft in dit geval geleid tot
Bladnummer
Datum
2
28 februari 2022
niet-ontvankelijkheid. Inhoudelijk wordt niet meer gekeken naar het bezwaar als de bezwaarmaker geen belanghebbende is. Zo zit de wetsystematiek in elkaar. Deze is dwingend.
Vraag 6: Stel dat de bezwaarmaker door de rechter uiteindelijk in het gelijk wordt gesteld en de door deze procedure opgelopen vertraging voor de andere woningen leidt tot bovengenoemde gevolgen, in hoeverre is de gemeente dan mogelijk aansprakelijk?
Antwoord: Dat is op dit moment voor ons niet te beoordelen. Een gemeente kan aansprakelijk zijn voor vertragingsschade. Echter nu kan, op eigen risico, gebouwd worden door de ontwikkelaar. Er is immers sprake van een omgevingsvergunning.
Dat de koop-aanneemovereenkomst pas ingaat op het moment van het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning is een beding dat speelt tussen de ontwikkelaar en de kopers. In die zin heeft de gemeente daar niets mee te maken. De bezwaarmaker die in dit geval een van de kopers is zou wel invloed kunnen hebben op het beding door bijvoorbeeld niet meer in beroep te gaan. Maar dat is aan de bezwaarmaker zelf.
In de koop- aanneemovereenkomst staat ook dat de ontwikkelaar dient te voldoen aan de regels van de overheid. De bezwaarmaker is daarop ook gewezen en verzocht om via die weg (privaatrechtelijk) met de ontwikkelaar uit de impasse te komen, nu volgens ons het bezwaar niet-ontvankelijk is.
Hertenwei
Vraag 7: Klopt het dat bovengenoemd verzoek tot wijziging van de twee-onder-een kapwoningen naar vrijstaande bungalows is afgewezen?
Antwoord: Het verzoek dat is ingediend zijn geen vrijstaande bungalows maar geschakelde tweeonder-een kapbungalows. Dit verzoek is ambtelijk getoetst op de regels die gelden voor “twee-aaneen gebouwde woningen” en is op vier punten in strijd met de regels in het bestemmingsplan.
Vraag 8: Klopt het dat deze afwijzing is onderbouwd met het “containerbegrip” precedentwerking?
Antwoord: De voornaamste afwijking is de bepaling in art. 6.2.2.g , t.w.: twee-aan-een gebouwde woningen worden tenminste 3 meter uit één zijdelingse perceelsgrens gebouwd. Alle woningen in het verzoek zijn in strijd met dit voorschrift, omdat de zijdelingse afstand minder dan 3 meter bedraagt.
Het begrip “precedentwerking” is in het kader van het vooroverleg inderdaad ter sprake gekomen, omdat bij dit woningtype (twee-aaneen gebouwde woningen) niet wordt afgeweken van deze voorschriften.
Vraag 9: Is in deze casus sprake van niet willen of niet kunnen?
Antwoord: In het kader van het vooroverleg hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden met initiatiefnemer over de strijdigheden ten opzichte van het geldende bestemmingsplan en over mogelijkheden om al dan niet af te wijken. Zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau.
Initiatiefnemer heeft n.a.v. de gesprekken besloten om het bouwplan aan te passen.
Vraag 10: Wat is het beleid in de afweging van precedentwerking. Waarom wordt bijvoorbeeld bij het project Kalverstraat wel afgeweken van het (parkeer)beleid zonder angst voor precedentwerking en gebeurt dat in dit geval, een zogenaamd kruimelgeval, niet?
Antwoord: Er is geen beleid ten aanzien van precedentwerking. Precedent kan in juridische zin ontstaan wanneer wordt afgeweken van beleid. Ten aanzien van parkeren geldt het door de raad
Bladnummer
Datum
3
28 februari 2022
vastgestelde parkeerbeleid. Dat beleid biedt ruimte om onder voorwaarden te kunnen afwijken. Bij het project Hoek Tilburgseweg-Kalverstraat heeft de raad zelf besloten om af te wijken van de parkeernormen.
Vraag 11: Klopt het dat aan een eventuele wijziging van het plan aanvullende voorwaarden zouden worden gesteld waardoor dit voor de initiatiefnemer niet meer interessant zou zijn?
Antwoord: Nee. ____________________________________________________________________________
Bekijk de brief: C2 Beantwoording raadsvragen Gezond Verstand 1-3-2023 - diverse bouwprojecten.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Goirle (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.