3 maart 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Gorinchem

1022419 Beantwoording schriftelijke vragen fractie CDA Ronselen van jongeren door georganiseerde misdaad

Een raadslid stelde op 3 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem (7 vragen).

In het kort

7 vragen en wat het college antwoordt

  • Herkent het college de signalen uit het krantenbericht dat jongeren in aanraking komen met georganiseerde of ondermijnende criminaliteit? → Zijn er binnen onze gemeente vergelijkbare signalen of cijfers beschikbaar?
  • Beschikt de gemeente over actuele gegevens over ronselpraktijken onder jongeren, bijvoorbeeld via sociale media? → Hoe worden deze signalen gemonitord en met welke partners wordt informatie gedeeld?
  • Welke concrete preventieve programma’s of interventies worden in onze gemeente ingezet om jongeren weerbaar te maken tegen criminele uitbuiting? → Hoe wordt de effectiviteit van deze aanpak geëvalueerd?
  • Hoe is de samenwerking vormgegeven tussen gemeente, politie, Openbaar Ministerie, scholen en jongerenwerk bij het signaleren en tegengaan van ronselpraktijken? → Acht het college deze samenwerking toereikend?
  • Ziet het college aanleiding om, mede naar aanleiding van de landelijke discussie, aanvullende maatregelen te treffen binnen onze gemeente om jeugdige betrokkenheid bij… → Het college neemt aanvullende maatregelen, waaronder het versterken van de samenwerking met scholen.
  • Bent u het met de heer Tops en onze fractie eens dat een stevig jongerenwerk bijdraagt aan een preventieve werking tegen ondermijning en het ronselen van jongeren voor… → Ja, het college onderschrijft de stelling dat een stevig ambulant jongerenwerk bijdraagt aan de preventieve werking van ondermijning.
  • Kan uw college een update geven over de voortgang en geplande afhandeling van de door ons ingediende motie ‘de jeugd moet haar tijd hebben’ van 17 juli 2025? → Naar aanleiding van de motie ‘De jeugd moet haar tijd hebben’ is onderzocht op welke wijze het jongerenwerk in Gorinchem voor de komende periode het beste kan worden vormgegeven.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vragen 2025 Z/26/805429/D-1022419 Formulier voor het beantwoorden van schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 51 van het Reglement van Orde voor de vergadering van de raad van de gemeente Gorinchem.

Schriftelijke vragen van de heer van der Geest van de fractie CDA over ronselen van jongeren door georganiseerde misdaad d.d. 2 maart 2026 1.

Herkent het college de signalen uit het krantenbericht dat jongeren in aanraking komen met georganiseerde of ondermijnende criminaliteit? Zijn er binnen onze gemeente vergelijkbare signalen of cijfers beschikbaar?

2.

Beschikt de gemeente over actuele gegevens over ronselpraktijken onder jongeren, bijvoorbeeld via sociale media? Hoe worden deze signalen gemonitord en met welke partners wordt informatie gedeeld?

3.

Welke concrete preventieve programma’s of interventies worden in onze gemeente ingezet om jongeren weerbaar te maken tegen criminele uitbuiting? Hoe wordt de effectiviteit van deze aanpak geëvalueerd?

4.

Hoe is de samenwerking vormgegeven tussen gemeente, politie, Openbaar Ministerie, scholen en jongerenwerk bij het signaleren en tegengaan van ronselpraktijken? Acht het college deze samenwerking toereikend?

5.

Ziet het college aanleiding om, mede naar aanleiding van de landelijke discussie, aanvullende maatregelen te treffen binnen onze gemeente om jeugdige betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit te voorkomen?

Onze fractie ziet het versterken van jongerenwerk als belangrijke pijler onder de preventieve aanpak van ondermijning. Zoals Pieter Tops het omschrijft: het sociaal domein is de eerste verdedigingslinie van ondermijning.

6. Bent u het met de heer Tops en onze fractie eens dat een stevig jongerenwerk bijdraagt aan een preventieve werking tegen ondermijning en het ronselen van jongeren voor de criminaliteit? 7.

Kan uw college een update geven over de voortgang en geplande afhandeling van de door ons ingediende motie ‘de jeugd moet haar tijd hebben’ van 17 juli 2025?

Antwoorden van burgemeester en wethouders d.d. 31-03-2026:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Herkent het college de signalen uit het krantenbericht dat jongeren in aanraking komen met georganiseerde of ondermijnende criminaliteit?

Antwoord van het college

Zijn er binnen onze gemeente vergelijkbare signalen of cijfers beschikbaar?

Ja, het college herkent deze signalen. Binnen onze gemeente zijn er vergelijkbare signalen bekend dat jongeren benaderd worden door criminele organisaties om criminele activiteiten uit te voeren. Er zijn geen eenduidige cijfers beschikbaar over het aantal gevallen van ronselen. Wel is er recent een fenomeenbeeld jeugd vanuit de eenheid Rotterdam gepubliceerd. In dit

fenomeenbeeld worden de cijfers van gemeenten in onze eenheid met elkaar vergeleken. Deze is al reeds met uw raad gedeeld via de griffie op 10 februari jl. na aanleiding van de I&O Preventie met Gezag van 5 februari jl.

Vraag 2

Beschikt de gemeente over actuele gegevens over ronselpraktijken onder jongeren, bijvoorbeeld via sociale media?

Antwoord van het college

Hoe worden deze signalen gemonitord en met welke partners wordt informatie gedeeld?

Er zijn enkele signalen bij de gemeente bekend. Deze signalen worden besproken binnen het Mobiel Uitvoeringsteam (MUT). Dit is een mulitidisciplinair team bestaande uit sociaal team, specialistisch jongerenwerk vanuit Jongerenwerk Op Zuid (JOZ), gemeente en politie. Het MUT haalt signalen op in de openbare ruimte, op scholen en/of vanuit jongeren en ouders zelf.

Vraag 3

Welke concrete preventieve programma’s of interventies worden in onze gemeente ingezet om jongeren weerbaar te maken tegen criminele uitbuiting?

Antwoord van het college

Hoe wordt de effectiviteit van deze aanpak geëvalueerd?

Alle interventies rondom het vergroten van weerbaarheid zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma Preventie met Gezag 2026. Hier heeft uw raad een raadsinformatiebrief van ontvangen op 2 februari jl. Eind 2026 worden de interventies zoals omschreven in het uitvoeringsprogramma met de betrokken partners geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd.

Vraag 4

Hoe is de samenwerking vormgegeven tussen gemeente, politie, Openbaar Ministerie, scholen en jongerenwerk bij het signaleren en tegengaan van ronselpraktijken?

Antwoord van het college

Acht het college deze samenwerking toereikend?

De gemeente stemt af binnen de lokale driehoek (politie – burgemeester – Openbaar Ministerie) indien er sprake is van een groepsaanpak of persoonsgerichte aanpak. Ook vindt er overleg plaats met andere ketenpartners, middels overleggen zoals het Zorg- en Veiligheidshuis en nog op te richten Zorg- en Veiligheidskamer. Scholen en jongerenwerk zijn aangehaakt middels de contacten vanuit het Mobiel Uitvoeringsteam (MUT). De inzet van het MUT wordt eind 2026 geëvalueerd.

Vraag 5

Ziet het college aanleiding om, mede naar aanleiding van de landelijke discussie, aanvullende maatregelen te treffen binnen onze gemeente om jeugdige betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit te voorkomen?

Antwoord van het college

Het college neemt aanvullende maatregelen, waaronder het versterken van de samenwerking met scholen. Dit jaar wordt een convenant opgesteld tussen politie, gemeente en onderwijs om de veiligheid in en om school te verbeteren. Vanuit de beschikbare middelen vanuit het Rijk is er budget tot 2028 voor een jeugdboa, een privacy specialist en middelen om interventies en/of specialistische hulpverlening in te kunnen zetten (specialistisch jongerenwerk vanuit JOZ, jeugdprofessional vanuit sociaal team, IPTA-coach). Tot slot is er in het huidige Integraal Veiligheidsplan tot 2027 €80.000 gereserveerd voor het thema ondermijning. Overige benodigde aanvullende maatregelen worden meegenomen in het proces voor totstandkoming van het Integraal Veiligheidsplan 2027-2030.

Onze fractie ziet het versterken van jongerenwerk als belangrijke pijler onder de preventieve aanpak van ondermijning. Zoals Pieter Tops het omschrijft: het sociaal domein is de eerste verdedigingslinie van ondermijning.

Vraag 6

Bent u het met de heer Tops en onze fractie eens dat een stevig jongerenwerk bijdraagt aan een preventieve werking tegen ondermijning en het ronselen van jongeren voor de criminaliteit?

Antwoord van het college

Ja, het college onderschrijft de stelling dat een stevig ambulant jongerenwerk bijdraagt aan de preventieve werking van ondermijning. Jongerenwerk kan signalen op straat, op school en online ophalen waardoor hulpverlening vroegtijdig ingeschakeld kan worden. Om deze reden heeft het college ook extra geïnvesteerd in de inzet van specialistisch jongerenwerk vanuit Jongerenwerk op Zuid. Deze partij heeft geruime kennis en ervaring met ambulant jongerenwerk, gericht op een kwetsbare doelgroep waarbij er sprake is van criminaliteit. Het vergt extra vaardigheden om goed te kunnen schakelen tussen het veiligheids-, welzijns- en sociaal domein. Deze kennis en expertise was niet voorhanden binnen het regulier jongerenwerk.

Vraag 7

Kan uw college een update geven over de voortgang en geplande afhandeling van de door ons ingediende motie ‘de jeugd moet haar tijd hebben’ van 17 juli 2025?

Antwoord van het college

Naar aanleiding van de motie ‘De jeugd moet haar tijd hebben’ is onderzocht op welke wijze het jongerenwerk in Gorinchem voor de komende periode het beste kan worden vormgegeven. In dat kader is juridisch advies ingewonnen over de vraag of de inzet van jongerenwerk via subsidie of via inkoop dient te worden georganiseerd.

Uit dit advies volgt dat subsidiering juridisch mogelijk is, maar dat hier belangrijke aandachtspunten en risico’s aan verbonden zijn. Zo moet ook bij subsidieverstrekking, indien sprake is van schaarste, een transparante verdelingsprocedure worden doorlopen. Daarnaast is subsidie minder passend wanneer de gemeente wil kunnen afdwingen dat activiteiten daadwerkelijk worden uitgevoerd. In dat geval ligt een inkoop- of aanbestedingsrelatie meer voor de hand.

Het college betrekt deze uitkomsten bij de verdere uitwerking van de motie. Daarbij wordt bezien welke vorm van organisatie en financiering van het jongerenwerk het beste aansluit bij de doelstellingen van de motie, de behoefte van jongeren in Gorinchem en de gewenste sturingsmogelijkheden van de gemeente. De raad wordt hierover in 2026 nader geïnformeerd.

Burgemeester en wethouders van Gorinchem, de secretaris, de burgemeester, ValidSigned door Heleen Kromkamp op 15-04-2026

ValidSigned door Reinie Melissant op 15-04-2026

Bekijk de brief: 1022419 Beantwoording schriftelijke vragen fractie CDA Ronselen van jongeren door georganiseerde misdaad

Bron: raadsinformatie van de gemeente Gorinchem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Gorinchem

Alle artikel 35-vragen in Gorinchem