4 september 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Gorinchem

991591 Beantwoording vragen PM - voorgangsrapportage RES 1.0

Een raadslid stelde op 4 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Schriftelijke vragen aan het college (op basis van artikel 16 of artikel 55 Reglement van Orde)

Datum: 5 augustus 2025 Zaaknummer: 1254608 Steller van de vragen: Michel Blom Politieke partij: Progressief Molenlanden Onderwerp: Raadsinformatiebrief voortgangsrapportage RES 1.0 Portefeuillehouder: Wethouder Jan Lock Behandelend ambtenaar: dit veld wordt ingevuld door het college Toelichting: -

Op 15 juli jl. mochten wij via een raadsinformatiebrief de voortgangsrapportage RES 1.0

Alblasserwaard 2025 ontvangen. De fractie van PM heeft grote zorgen over de voortgang van de RES 1.0 en wenst de navolgende vragen te stellen. PM benadrukt, dat de RES een

bod is tussen de gemeente Molenlanden en Gorinchem. Zo mogelijk verzoeken wij dit in uw antwoorden te betrekken.

Vraag 1: Wat is de reden, dat de werkelijke opbrengst van Giessenwind lager uitvalt dan verwacht?

Antwoord 1:

De reden dat de werkelijke opbrengst lager is dan de eerdere berekening liet zien, is gelegen in de rekenmethodiek die NPRES hanteert.

Voorheen gingen we, conform de rekenregels van NPRES, uit van kengetallen die

beschikbaar werden gesteld. Voor windpark Giessenwind leidde dit tot een berekende opbrengst van 28 GWh of 102 TJ aan opgewekte elektriciteit.

NPRES stelt nu dat, als er werkelijke productiecijfers van een project bekend zijn, deze gebruikt moeten worden in plaats van het kengetal. Via Windstats en RVO hebben we recent de daadwerkelijke productiecijfers ontvangen en op basis van deze werkelijke exploitatieresultaten hebben we uiteindelijk 18 GWh doorgevoerd.

Vraag 2: Welke berekeningen lagen ten grondslag aan de berekening van de opbrengst van Giessenwind?

Antwoord 2:

De formule die NPRES hanteert, als van kengetallen wordt uitgegaan, is gebaseerd op

windturbinecategorieën. De windmolens van Giessenwind kennen een tiphoogte van 151

meter en daarmee vallen ze net in een klasse waarin windmolens van 150 meter en hoger zijn ingedeeld. Op basis van de vollasturen en het windklimaat is gekomen tot de eerdere inschatting van 28 GWh.

Vraag 3: In de voortgangsrapportage blijkt ook de opbrengst van zon op dak lager dan verwacht. Een aantal oorzaken worden daarvoor genoemd. Wat is de reden, dat de schatting van die opbrengst destijds te optimistisch is geweest?

Antwoord 3:

Ten tijde van de RES 1.0 is de verwachte opbrengst van zon op dak ingeschat op basis van een inventarisatie van met name grote, onbenutte daken. Daarbij is gerekend met het

bruto dakoppervlak, zonder dat we rekening konden houden met aanwezige technische,

juridische of economische belemmeringen. Deze benadering is destijds gekozen vanwege het ontbreken van detailinformatie op gebouwniveau en de wens om de potentiële opbrengst maximaal inzichtelijk te maken.

Inmiddels blijkt uit nieuwe cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

dat een aanzienlijk deel van het dakoppervlak in de praktijk niet of niet volledig benut kan worden voor het opwekken van zonne-energie. Dit komt onder meer door constructieve beperkingen, de aanwezigheid van asbest, eigendomsverhoudingen, beperkte netaansluitingscapaciteit en de monumentale status van sommige panden.

Daarnaast is de basis onder het verdienmodel weggevallen (o.a. door netcongestie).

Binnen de RES vraagt dat daarom om een bijstelling. Die bijstelling zoeken we niet in het bod, maar in de aanpak van belemmerende factoren en het opzetten van nieuwe

verdienmodellen, waardoor investeren in zon weer aantrekkelijk wordt. Dat pakken we o.a. aan in de regiodeal met de agrarische energiehubs

Vraag 4: De conclusie is dat het bod RES 1.0 in 2030 niet wordt gerealiseerd. De

optimalisatie van Groote Haar samen met de middelgrote windturbines/erfmolens en de zonprojecten is onvoldoende. Hoe is het mogelijk, dat aan de gemeenteraad is

voorgespiegeld, dat dit voldoende zou zijn om het bod te realiseren en nu naar korte tijd blijkt, dat dit niet het geval is?

Antwoord 4:

De conclusie van de RES-voortgangsrapportage 2025 is dat het, met name door

ruimtelijke, technische en financiële en lange looptijden voor procedures niet aannemelijk is dat we het bod uit de RES 1.0 gaan realiseren vóór 2030.

Dat het halen van het bod voor opwek van zonne-energie onder druk staat hebben wij u

eerder bericht. Op 15 oktober 2024 hebben wij u in een Raadsinformatiebrief gemeld dat de groei van zonprojecten tot dat moment onvoldoende was om het gestelde doel voor 2030 te halen.

Ten aanzien van windenergie hebben wij in juli 2024 in het raadsvoorstel ‘Locaties

windenergie RES Alblasserwaard’ gemeld dat er 6 tot 10 grote windturbines extra nodig zijn om het windbod te halen. Uw raad heeft toen besloten om alleen het Molenlandse deel van locatie S aan te wijzen als door de provincie te onderzoeken gebied voor

windenergie en in te zetten op de realisatie van middelgrote windturbines en erfmolens.

De raad van Gorinchem besloot zoeklocatie S aan te dragen aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, mits deze dient als alternatief voor Avelingen. Voor beide sporen zijn

vervolgens diverse onderzoeken gestart, onder andere om te bepalen wat de maximale opbrengst zal zijn. In de RIB over de Samenwerkingsovereenkomst windenergie RES

Alblasserwaard van 11 maart jl.. hebben wij u hier over bericht. Deze onderzoeken zijn

nog niet afgerond, maar we kunnen op basis van wat nu bekend is wel stellen dat met de optimalisatie van locatie S en de realisatie van middelgrote windmolens en erfmolens het volledige windbod niet voor 2030 gerealiseerd zal zijn. Overigens betekent dat niet dat het bod niet gehaald kan worden, maar niet binnen de gestelde tijd. Molenlanden gaat nog steeds voor haar 50% van het bod

Vraag 5: Kunt u inschatten wat de reactie van GS zal zijn, nu de doelstellingen niet worden gerealiseerd?

Antwoord 5:

De Voortgangsrapportage 2025 is in het Bestuurlijk Overleg RES Alblasserwaard

besproken met gedeputeerde Potjer. Daarbij is afgesproken dat alle partijen zich inzetten om het bod zoveel mogelijk in te vullen en om stappen te zetten om te komen tot een lokaal/ regionaal duurzaam energiesysteem. In de samenwerkingsovereenkomst

windenergie RES Alblasserwaard die we samen met de provincie Zuid-Holland en

gemeente Gorinchem hebben ondertekend hebben we deze lijn al vastgelegd. Over deze overeenkomst hebben we u op 11 maart 2025 geïnformeerd.

Wij kunnen er daarom vanuit gaan dat Gedeputeerde Staten onze koers steunt.

Vraag 6: Nu laatstgenoemde conclusie wordt getrokken, menen wij dat alles in het werk gesteld moet worden om die doelstellingen wel te halen. Welke (out of the box) maatregelen liggen dan voor?

Antwoord 6:

Wij zijn het met u eens dat alles in het werk gesteld moet worden om de doelstellingen uit RES 1.0 zoveel mogelijk te halen. Dat geldt voor duurzame opwek (door middel van zon en wind) en voor energiebesparing.

Daarnaast zullen we ons nadrukkelijk richten op het realiseren van een lokaal/ regionaal duurzaam energiesysteem. Sinds het opstellen van RES1.0 zijn er namelijk nieuwe

ontwikkelingen gekomen (zoals netcongestie) die om maatregelen vragen. In antwoord op vraag 10 en 12 gaan we hier nader op in.

Vraag 7: Is in dat kader het raadzaam om Avelingen als locatie toch weer te betrekken?

Antwoord 7:

De provincie heeft naar aanleiding van de Analyse van de

omgevingseffecten en de HIA geconcludeerd dat Avelingen geen kansrijke locatie voor

windenergie meer kan zijn vanwege de impact op de UNESCO-werelderfgoedstatus van de Hollandse Waterlinie, in het bijzonder op de vestingstad Gorinchem.

Wanneer op Avelingen 2 windturbines met een tiphoogte tot 195 meter geplaatst worden is het effect op werelderfgoed verwaarloosbaar. Echter, met 2 windturbines van deze

omvang kunnen marktpartijen geen rendabele businesscase realiseren. Andere locaties zijn om deze reden al eerder afgevallen in de windverkenning.

In de samenwerkingsovereenkomst windenergie RES Alblasserwaard zijn de gemeenten

met de provincie daarom overeengekomen dat Gedeputeerde Staten Avelingen niet meer

opneemt als locatie voor windenergie in haar omgevingsbeleid. Er is geen ruimte meer om van deze afspraken af te wijken.

Vraag 8: Het College heeft kennelijk nog steeds de ambitie om de doelstellingen van de RES te behalen. Waarop is dit optimisme gebaseerd?

Antwoord 8:

Wij verwijzen u hiervoor naar onze antwoorden op de vragen 5 en 6.

Vraag 9: Hoe denkt u de doelstellingen van 50% lokaal eigendom te realiseren?

Antwoord 9:

De doelstelling om lokaal eigendom van minimaal 50% te behalen, is na te streven door te stimuleren en te faciliteren dat commerciële partijen te allen tijde de samenwerking

zoeken met lokale of regionale energiecoöperaties en om gezamenlijk op zoek te gaan

naar de beste balans van lokaal eigendom per windproject. In sommige gevallen is dat bv. 25%, in het meest optimale geval is dit percentage 100%, maar vaak is het initiatief rond 50% lokaal (conform de landelijke doelstellingen). Omdat de projecten nog niet volledig…

Bekijk de brief: 991591 Beantwoording vragen PM - voorgangsrapportage RES 1.0

Bron: raadsinformatie van de gemeente Gorinchem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Gorinchem

Alle artikel 35-vragen in Gorinchem