8 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Gorinchem

Proef woningdeling en effecten op de woningmarkt

van Santen (VVD) stelde op 8 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • Wanneer beschouwt het college deze proef als geslaagd? → a.
  • Wat gebeurt er met de statushouders indien de proef niet slaagt? → a.
  • Zijn de bewoners voor deze gedeelde woningen afkomstig uit het AZC in Gorinchem of betreft het voor Gorinchem nieuwe inwoners? → a.
  • In hoeverre leidt de proef tot het vrijkomen van extra zelfstandige woningen voor andere woningzoekenden? → a.
  • Waarom is gekozen voor afwijking van het bestemmingsplan? → Stadhuisplein 1 Postbus 108 / 4200 AC Gorinchem Telefoon: 14 0183 [email protected] Antwoorden van burgemeester en wethouders d.d. 3-2-2026 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vragen 2026 Z/26/802679 /D-1013650 Formulier voor het beantwoorden van (een) schriftelijke vra(a)g(en) als bedoeld in artikel 51 van het Reglement van Orde voor de vergadering van de raad van de gemeente Gorinchem.

Schriftelijke vragen van Dhr. van Santen van de fractie VVD, inzake Proef woningdeling en effecten op de woningmarkt, d.d. 6-1-2026.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Wanneer beschouwt het college deze proef als geslaagd?

Antwoord van het college

a. Welke criteria en meetbare indicatoren worden hiervoor gehanteerd (bijvoorbeeld doorstroming, wachttijdverkorting, bezettingsgraad)? En hoe wordt dit effect op de woningdruk beoordeeld?

Vraag 2

Wat gebeurt er met de statushouders indien de proef niet slaagt?

Antwoord van het college

a. Indien er in dat geval besloten wordt dat ieder een eigen woning krijgt, om hoeveel woningen zal het dan gaan?

Vraag 3

Zijn de bewoners voor deze gedeelde woningen afkomstig uit het AZC in Gorinchem of betreft het voor Gorinchem nieuwe inwoners?

Antwoord van het college

a. Indien het bewoners uit het huidige AZC in Gorinchem betreft, hoe worden de lege plekken in het AZC ingevuld, door asielzoekers of door andere statushouders?

Vraag 4

In hoeverre leidt de proef tot het vrijkomen van extra zelfstandige woningen voor andere woningzoekenden?

Antwoord van het college

a. In hoeverre betreft het uitsluitend een andere benutting van bestaande woningen?

b. Worden de gedeelde woningen zodanig ingericht dat bewoners voldoende privacy en zelfstandigheid hebben, bijvoorbeeld door aparte ingangen en voorzieningen, of betreft het in feite gewoon samenwonen.

Vraag 5

Waarom is gekozen voor afwijking van het bestemmingsplan?

Antwoord van het college

Stadhuisplein 1 Postbus 108 / 4200 AC Gorinchem

Telefoon: 14 0183 [email protected]

Antwoorden van burgemeester en wethouders d.d. 3-2-2026

1. Om hoeveel woningen en hoeveel statushouders gaat deze proef concreet, en voor welke periode is de toestemming verleend?

De gemeente Gorinchem voert een proef uit met tijdelijke gedeelde huisvesting voor statushouders. Tot op heden heeft Poort6 één woning beschikbaar gesteld voor deze pilot. Het is de bedoeling om uiteindelijk maximaal 16 woningen beschikbaar te stellen voor 32 alleenstaande statushouders (2 personen per woning). De pilot duurt maximaal drie jaar.

Dit type gedeelde huisvesting is onderdeel van een bredere aanpak om statushouders sneller uit opvanglocaties te laten doorstromen naar reguliere woonruimte en zodoende de druk op de opvanglocaties te verlichten. Gemeenten kunnen hiervoor verschillende woonvormen kiezen, waaronder gedeelde woningen, tijdelijke woonvormen of zelfstandige woningen, ondersteund door landelijke regelingen vanuit het Rijk.

2. Wanneer beschouwt het college deze proef als geslaagd?

a. Welke criteria en meetbare indicatoren worden hiervoor gehanteerd (bijvoorbeeld doorstroming, wachttijdverkorting, bezettingsgraad)? En hoe wordt dit effect op de woningdruk beoordeeld?

Het college beschouwt de proef als geslaagd wanneer de beoogde effecten aantoonbaar zijn:

Snellere huisvesting van gekoppelde statushouders in de eigen gemeente en minder woningen nodig voor het voldoen aan de taakstelling.

Meetbare indicatoren zijn onder meer: doorstroom uit opvang naar reguliere woonruimte en het aantal woningen dat nodig is voor de taakstelling.

3. Op welke termijn wordt de proef geëvalueerd en wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd?

De pilot wordt periodiek geëvalueerd en gedurende de pilot wordt de gemeenteraad jaarlijks via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de voortgang en resultaten.

4. Wat gebeurt er met de statushouders indien de proef niet slaagt?

a. Indien er in dat geval besloten wordt dat ieder een eigen woning krijgt, om hoeveel woningen zal het dan gaan?

Als de pilot niet het gewenste resultaat laat zien, wordt gekeken naar alternatieve huisvestingsvormen voor deze statushouders. Dit kan betekenen dat zij alsnog een eigen woonruimte krijgen in overleg met Poort6 en gemeente, rekening houdend met de schaarste op de woningmarkt. Het exacte aantal benodigde woningen hangt af van de uitkomst van de evaluatie.

Dit betreft maximaal 16 extra woningen. We sturen erop aan dat statushouders zich inschrijven bij Poort6, zodat ze na afloop van de pilot allemaal een eigen woning kunnen betrekken.

5. Zijn de bewoners voor deze gedeelde woningen afkomstig uit het AZC in Gorinchem of betreft het voor Gorinchem nieuwe inwoners?

a. Indien het bewoners uit het huidige AZC in Gorinchem betreft, hoe worden de lege plekken in het AZC ingevuld, door asielzoekers of door andere statushouders?

De deelnemers aan de proef zijn statushouders die geregistreerd en gekoppeld zijn aan de gemeente Gorinchem. Ze kunnen afkomstig zijn uit verschillende asielzoekerscentra in het land.

Het gaat om mensen met een verblijfsvergunning die legaal in Nederland mogen wonen en werken en aan Gorinchem zijn toegewezen. De vrijgekomen plekken in het desbetreffende azc, dit kan het azc in Gorinchem zijn of elders, worden ingenomen door asielzoekers. Het COA is hiervoor verantwoordelijk en regiehouder.

6. Wat verandert er in verantwoordelijkheden zodra statushouders uit het AZC naar de deelwoning verhuizen?

Statushouders die naar reguliere woonruimte verhuizen vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Daarnaast zijn de reguliere wettelijke kaders voor huisvesting en participatie van toepassing. Dit geldt ook voor de deelnemers aan deze pilot.

Zodra hun verblijf in het azc eindigt, neemt de gemeente de rol over die het COA eerder had. De statushouders hebben dezelfde rechten en plichten als andere inwoners in de gemeente inclusief huurbetaling, deelname aan inburgering en arbeidsmarkt.

7. Waarom is gedeelde huisvesting gekozen voor statushouders en niet voor andere woningzoekenden?

Gedeelde huisvesting is nu primair voor statushouders ingezet vanwege de specifieke landelijke en regionale urgentie (vanuit de provincie) om hun doorstroom vanuit opvanglocaties te versnellen.

Het kabinet en gemeenten stimuleren woningdelen ook als instrument om de druk op de woningmarkt te verlagen, maar in deze pilot ligt de focus op statushouders. In het kader van het beter benutten van de woningvoorraad, wordt deze woonvorm ook voor andere doelgroepen bekeken. Dit is in de I&O van 19 juni 2025 aan de orde geweest en wordt nog vervolgd.

8. Is er gelegenheid geweest voor inspraak en hoe worden eventuele zorgen of klachten opgevolgd?

Voor deze pilot is een externe begeleidingspartij betrokken die ervaring heeft met begeleiding en inburgering van statushouders. Zij fungeren als contactpunt voor eventuele zorgen, klachten en vragen van omwonenden of deelnemers. Reacties worden via deze partij verzameld, opgevolgd en teruggekoppeld.

9. Welke selectiecriteria worden gehanteerd bij de toewijzing aan gedeelde woningen?

Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de persoonlijke situatie en leefstijl van de statushouders om woonconflicten te voorkomen. Er vinden matchinggesprekken plaats waarbij cultuur, geloofsachtergrond, leeftijd en mate van zelfredzaamheid meegewogen worden.

10. Is deelname aan woningdeling volledig vrijwillig?

Deelname is niet vrijblijvend: statushouders dienen woonruimte te accepteren zodra die aan hen wordt aangeboden. Daarom worden gerichte gesprekken gevoerd om de statushouder goed en duidelijk te informeren over woningdelen.

11. Is onderzocht of woningdeling voor andere doelgroepen kan bijdragen aan vermindering van de woningdruk?

Woningdelen wordt ook elders in Nederland toegepast en gemeenten wisselen ervaringen uit. Het wordt gezien als één van de instrumenten om efficiënter om te gaan met het bestaande woningaanbod. Zie ook het antwoord op vraag 7.

12. Welk doel weegt het zwaarst?

Voor het college zijn het versneld huisvesten van statushouders en het beschikbaar houden van meer woningen voor reguliere huisvesting belangrijke doelen. De gekozen opzet van de pilot draagt bij aan beide doelen. Het ondersteunt daarnaast snelle integratie en actieve deelname aan de samenleving van statushouders, doordat zij eerder uit het azc doorstromen en in onze gemeente worden gehuisvest.

13. In hoeverre leidt de proef tot het vrijkomen van extra zelfstandige woningen voor andere woningzoekenden?

a. In hoeverre betreft het uitsluitend een andere benutting van bestaande woningen?

Door woningdelen kunnen twee statushouders in één woning worden gehuisvest. Dit verlaagt de vraag naar zelfstandige woningen en maakt ruimte vrij voor andere woningzoekenden.

Woningdelen maakt een andere benutting van bestaande woningen mogelijk.

b. Worden de gedeelde woningen zodanig ingericht dat bewoners voldoende privacy en zelfstandigheid hebben, bijvoorbeeld door aparte ingangen en voorzieningen, of betreft het in feite gewoon samenwonen.

De woningen worden zo ingericht dat bewoners voldoende zelfstandigheid hebben: zij beschikken elk over een eigen slaapkamer met gedeelde ingang, woonkamer, keuken, badkamer en toilet.

14. Welke alternatieve maatregelen zijn overwogen?

Naast deze pilot onderzoekt de gemeente samen met Poort6 verschillende manieren om woningen te benutten, waaronder tijdelijke woonvormen of transformatie van gebouwen om zowel aan de taakstelling voor statushouders als aan het verlagen van de druk op de woningmarkt te voldoen.

15. Waarom is gekozen voor afwijking van het bestemmingsplan?

Op de aangewezen locatie is sprake van een ‘woning’ volgens het bestemmingsplan. Een woning moet gedefinieerd worden als ‘een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting

van één afzonderlijk huishouden. Twee statushouders in een woning worden niet gezien als één huishouden, daarom is sprake van een afwijking van het bestemmingsplan.

Burgemeester en wethouders van Gorinchem, de secretaris, de burgemeester, ValidSigned door Heleen Kromkamp op 04-02-2026

ValidSigned door Reinie Melissant op 04-02-2026

Bekijk de brief: 1013650 Beantwoording Schriftelijke vragen fractie VVD, inzake Proef woningdeling en effecten op de woningmarkt

Bron: raadsinformatie van de gemeente Gorinchem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Gorinchem

Alle artikel 35-vragen in Gorinchem