25 mei 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Gulpen-Wittem

SL/020 - memo beantwoording schriftelijke vragen fractie PRO Gulpen-Wittem regionaal beleidsplan Wmo (G.23.01518)

Een raadslid stelde op 25 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gulpen-Wittem (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • Waarom is er voor dit beleidsplan vooraf geen input opgehaald bij de gemeenteraden? → Onderwerpen uit het coalitieakkoord zijn meegenomen in dit beleidsplan.
  • Hoe is in dit WMO beleidsplan ‘de stem’ van het landelijk gebied meegenomen? → Alle gemeenten (Eijsden-Margraten, Gulpen-Witten, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg) hebben deelgenomen bij de beleidsontwikkeling.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Ons kenmerk:

G.23.01518

*G.23.01518* Dossiercode:

Memo Aan:

Gemeenteraad Gulpen-Wittem

Van:

S. van der Heijden

Datum:

11 april 2023

Onderwerp

Antwoord op vragen PRO Wmo beleidsplan Maastricht-Heuvelland

Inhoud:

Op dinsdag 11 april 2023 heeft de fractie van PRO Gulpen-Wittem aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van de discussie tijdens de commissievergadering van 6 april aangaande het beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning Maastricht-Heuvelland 2023-2026. Via deze memo beantwoorden we de gestelde vragen.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Waarom is er voor dit beleidsplan vooraf geen input opgehaald bij de gemeenteraden?

Antwoord van het college

Onderwerpen uit het coalitieakkoord zijn meegenomen in dit beleidsplan. Voorbeelden hiervan zijn o.a.: het streven naar normaliseren en het uitgaan van de mogelijkheden van de inwoner, aandacht te schenken naar de samenwerking tussen zorgaanbieders en vrijwilligersorganisaties en het uitgaan van preventie. Deze uitgangspunten zijn in lijn met het voorliggende beleidsplan.

Met het beleidsplan bouwen we voort op de uitgangspunten van de toekomstagenda. In de toelichting van uw vraag geeft u aan dat raadsleden betrokken zijn bij de totstandkoming van dit plan. Omdat het gaat om een veranderopgave en een ontwikkeling die niet van vandaag op morgen gerealiseerd is, houden we vast aan deze uitgangspunten. Ook komen enkele thema’s van het ‘Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2024: iedereen doet mee!’ terug in het nog vast te stellen beleidsplan.

De gemeenteraad heeft dus indirect invloed gehad op de ontwikkeling van het beleidsplan. Het is echter correct dat een ander proces doorlopen is met betrekking tot de participatie vanuit de raad dan bij de ontwikkeling van de toekomstagenda. Het gaat hier namelijk om een regionaal beleidsplan, dat als kapstok dient voor lokale uitvoeringsplannen. In de sessie van 6 april jl. is aangegeven dat de raad geïnformeerd en betrokken wordt bij de verdere concretisering van deze plannen.

Vraag 2

Hoe is in dit WMO beleidsplan ‘de stem’ van het landelijk gebied meegenomen?

Antwoord van het college

Alle gemeenten (Eijsden-Margraten, Gulpen-Witten, Maastricht, Meerssen, Vaals en Valkenburg) hebben deelgenomen bij de beleidsontwikkeling. In de regio staan we echter voor dezelfde opgaven, die niet gebonden zijn aan ‘de stad’ of ‘het landelijk gebied’. Een tastbaar voorbeeld is bijvoorbeeld de demografische ontwikkeling, ook wel sprekende over de (dubbele) vergrijzing. Op regionaal niveau werken we ook samen betreffende inkoop. Een gezamenlijk visie, ook wel het voorliggende beleid, betreffende de Wmo achten wij wenselijk.

Hoe we invulling geven aan deze gezamenlijke opgaven kan verschillen. Zo zijn er ook waarneembare verschillen te benoemen tussen ‘de stad’ en ‘het landelijk gebied’. Het beleidsplan laat ruimte om de invulling van deze verschillen nader uit te werken in het uitvoeringsplan.

1

3.

a. Welke Maatwerkvoorzieningen kennen we in de gemeente Gulpen-Wittem?

Graag ontvangen wij een overzicht van het aantal inwoners dat hiervan gebruik maakt.

In onderstaande overzicht treft u de verschillende soorten maatwerkvoorziening aan, inclusief het aantal unieke cliënten. Het overzicht betreft het aantal personen dat in 2022 gebruik maakte van de voorziening. Dit staat niet gelijk aan het aantal ingediende aanvragen van dat betreffende jaar.

Soort voorziening Huishoudelijke hulp (HBH) Individuele begeleiding Groepsbegeleiding (dagbesteding) Kortdurend verblijf Collectief vervoer (CVV) unieke PGB cliënten huishoudelijke hulp (HBH) unieke PGB cliënten begeleiding (BEGL) Rolstoellen inclusief PGB Scootmobiels inclusief PGB Driewielfiets voor volwassenen Roerende woonvoorzieningen (Douchetoiletstoel, patiëntenlift enzo.) Woonvoorzieningen (trapliften, plafondlift, woningaanpassingen enz.) Toekenningen primaat van verhuizing

Aantal unieke cliënten in 2022 526 97 68 0 628 36 10 107 47 7 35 75 27

b. U stelt in het beleidsplan op pagina 6 ‘In de praktijk komt het nog regelmatig voor dat iemand een maatwerkvoorziening krijgt, terwijl ondersteuning of hulp waarvoor geen indicatie vereist is een goed alternatief was geweest’. Waar ziet het college de ruimte om te komen tot minder maatwerkvoorzieningen?

Voor het antwoord op uw vraag refereren we graag terug naar het beleidsplan. Op pagina 12 is een concreet voorbeeld opgenomen dat in de praktijk voorkomt. In de regio hebben wij het volgende signaal opgevangen: inwoners gaan met een ondersteuningsvraag naar de huisarts, na een gesprek oppert de huisarts dat een zorgboerderij een mogelijke optie is. Dit is geïndiceerde zorg, ook wel een maatwerkvoorziening genoemd.

Inwoners, maar ook de huisarts, zijn mogelijk niet bekend met voorliggende voorzieningen, zoals de Hoeskamers of de Seniorenprojecten van Sevagram. Het kan ook zo zijn, en dit is een signaal dat wij hebben geconstateerd, dat een voorliggende voorziening ontbreekt die voorziet in de behoefte tussen de zorgboerderij en de seniorenprojecten/Hoeskamers. Sommige inwoners zijn namelijk graag buiten bezig. Het huidige is tot op heden met name gericht op interne activiteiten. Door in gesprek te blijven, de behoefte te peilen en daarop te acteren kunnen we die behoefte vervullen. Dit door een voorliggende voorziening te faciliteren die tegemoet komt aan het buiten bezig zijn.

Een ander voorbeeld is het opnemen van de waakvlamfunctie in de reguliere cliëntondersteuning. De pilot ‘waakvlamfunctie’ is, in samenwerking met de gemeente Eijsden-Margraten, in 2021 gestart.

Deze pilot is in juni 2022 geëvalueerd. De waakvlamfunctie behelst het overdragen van lichte begeleidingscasussen naar stichting MEE én het door MEE laten oppakken van casuïstiek waar de gemeente normaliter een maatwerkvoorziening lichte individuele begeleiding voor zou toekennen. De

2

resultaten lieten zien dat minder maatwerk trajecten nodig waren en opschaling verschillende keren voorkomen is.

Als laatste kunt u denken aan een nieuw inwonersinitiatief, dat resulteert tot een groeiend basisaanbod en een afname van maatwerkvoorzieningen. U kunt denken aan het volgende hypothetische voorbeeld: In andere gemeenten zien we initiatieven zoals ANWB Automaatje. Dit is een vervoersservice waarbij vrijwillige chauffeurs minder mobiele plaatsgenoten vervoeren. Dit met als gevolg dat minder gebruik gemaakt gaat worden van de maatwerkvoorziening vervoer. Dergelijke initiatieven willen we ondersteunen, dit afhankelijk van de behoefte per kern en dorp.

4. Wat bedoelt u met de term ‘normaliseren’ als we het hebben over de doelgroep die, naar onze inschatting, het meest gebruik maakt van WMO voorzieningen: de ouderen?

Op pagina 25, bijlage 1, is de volgende definitie van de term ‘normaliseren’ opgenomen: ‘Het demedicaliseren van een probleem en het tegengaan van onnodig problematiseren en etiketteren.’ Op pagina 11 van het beleidsplan is ook een voorbeeld vermeld dat aandacht schenkt aan de term normaliseren. Ook jongeren en inwoners onder de 65 maken gebruik van de wmo. In uw vraag stelt u terecht dat ouderen het meeste gebruik maken van de Wmo voorzieningen.

Met normaliseren kan men denken aan het inzetten van valpreventie, in plaats van curatieve oplossingen. Dit is in lijn met het uitgangspunt van preventie. Maar ook door te kijken naar de vraag achter de vraag. Is er sprake van eenzaamheidsproblematiek of van een vervoersvraagstuk? Op dit moment kijken we nog te vaak naar problemen als zorgvraagstuk, terwijl het gaat om een fase waarin je aanpassingen moet doen. Daarbij zetten we in op zo dichtbij als het kan, zelf als het kan, van bijzonder naar normaal en investeren we in het individu.

5. Hoe vaak wordt een WMO-aanvraag afgewezen en op welke gronden?

Het is op dit moment niet mogelijk om voor de Wmo en Jeugd een overzicht te maken voor hoe vaak een aanvraag wordt afgewezen. Een aanvraag kan namelijk op twee manieren worden afgewezen.

Het kan voorkomen dat na het huisbezoek (ook wel keukentafelgesprek genoemd) en het opstellen van het ondersteuningsplan een aanvraag afgebroken wordt met een bepaalde reden. Of dat een aanvraag daadwerkelijke wordt afgewezen. Beide varianten worden verwerkt in ons systeem.

Tot op heden laat ons systeem (pakket) het niet toe om een onderscheid te maken. Een andere uitdaging die we kennen omtrent het inzichtelijk maken van het aantal afwijzingen is als volgt: één aanvraag kan betrekking hebben op meerdere maatwerkvoorzieningen, als hiervan één wordt afgewezen en één toegekend, is het tot op heden niet mogelijk dit juist te categoriseren.

Wel kunnen u wel vertellen dat het vaker voorkomt dat een aanvraag afgebroken wordt, in plaats van een afwijzing. De meest voorkomende gronden voor een afwijzing is het ontbreken van een medische noodzaak of dat er andere oplossing voorhanden zijn. Denk hierbij aan het eigen netwerk of een voorliggende voorziening zoals de seniorenprojecten

6. Wij mogen ons in onze gemeente gelukkig prijzen met een aantal zeer waardevolle burgerinitiatieven. Daarnaast zijn er de seniorenprojecten van Sevagram.

a. Wij ontvangen graag een overzicht de huidige informele voorzieningen, door inwoners of professionele organisaties.

In het beleidsplan is op pagina 16 de volgende definitie opgenomen van het informeel basaanbod (met basisaanbod bedoelen we alle voorliggende voorzieningen waar inwoners van Maastricht-

3

Heuvelland zonder indicatie gebruik van kunnen maken): ‘Aanbod geboden door niet professionele externe partijen, zonder of met minimale subsidie’.

In uw vraag maakt u geen onderscheid tussen de regio (Maastricht-Heuvelland) en de lokale situatie.

Wij interpreteren uw vraag als volgt: we ontvangen graag een overzicht van de huidige lokale informelere voorzieningen,….

In de gemeente Gulpen-Wittem kennen we de volgende lokale informele voorzieningen: -

Hoeskamers Stichting Heinz Bijzondere Vakantiereizen Toon Hermans Huis Maastricht Stichting M Viefentwintig Stichting Canilos Stichting Leven Naast de Brouwerij

Het bovenstaande overzicht is niet uitputtend. Het gaat hier alleen om organisaties in het informele basisaanbod waarbij de gemeente vanuit de Wmo subsidie verleent. We zien dat inwoners op veel plekken zelf initiatieven en activiteiten ondernemen om hun hulpvragen voor zichzelf of voor de omgeving op te lossen. We hebben geen zicht op alle activiteiten, het kan dus voorkomen dat inwoners zelf een initiatief organiseren zonder tussenkomst van de gemeente. Denk daarbij aan een praatclub voor inwoners met dementerende partners of een bijeenkomst voor mantelzorgondersteuners. Waar mogelijk, maar ook waar gewenst, faciliteren we dergelijk initiatieven.

b. Worden deze betaald uit budget WMO?

De eerder genoemde lokale informele voorzieningen ontvangen een subsidie vanuit de Wmo.

c. Zo nee, waaruit dan wel?

Zie antwoord op vraag 6.b

d. Is het college voornemens een voorziening WMO op te nemen in de begroting 2024 voor de uitbreiding van burgerinitiatieven in het sociaal domein?

De Adviesraad Sociaal Domein Gulpen-Wittem heeft eerder in haar advies gevraagd om een behoefte- en effectenanalyse uit te voeren. In de reactie van het college van 4 april jl. heeft u kunnen lezen dat per kern, wijk en gemeente gekeken gaat worden waar behoefte aan is. Dit vanwege waarneembare verschillen in de regio.

Het in kaart brengen van de verschillende burgerinitiatieven is dan ook één van de activiteiten die we willen opnemen in het uitvoeringprogramma. Mocht dit leiden tot nieuwe activiteiten zal als eerste gekeken worden naar het budget Samen Doen. Afhankelijk van de opbrengst is het mogelijk dat dit budget ontoereikend is. Dit is vooraf nog niet te zeggen. We gaan uit van de huidige financiële kaders zoals opgenomen in de begroting. We wachten eerst de resultaten van de behoefteanalyse af, alvorens we een extra budget opnemen in de begroting.

4

Bekijk de brief: SL/020 - memo beantwoording schriftelijke vragen fractie PRO Gulpen-Wittem regionaal beleidsplan Wmo (G.23.01518)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Gulpen-Wittem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Gulpen-Wittem

Alle artikel 35-vragen in Gulpen-Wittem