technische raadsvragen PB 23-27 (1)
Een raadslid stelde op 6 november 2020 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe zijn de bedragen in de begroting 2023-2026 verwerkt (waar terug te vinden? → ) en wat is de stand van zaken mbt de voorbereiding van dit traject voor volgend jaar?
- Is het College met ons van mening dat de relatie van de wijkraden met de projecten Nieuwe Democratie - in welk scenario dan ook- verhelderd dient te worden? → Nr Onderdeel Blz Vraag 29 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vragenronde: Begroting 2023-2027 Aangemaakt op: 27-10-2022 04:27 Totaal: 62 pagina's Gesorteerd op fractie (oplopend gesorteerd) Geselecteerd op status Goedgekeurd door coördinator
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
14 1 Algemeen Actiepartij R.H. (Robbert) Berkhout
1
In het coalitie akkoord is een waarborgfonds voor zonnecoöperaties opgenomen. Deze vinden wij niet terug in de begroting. Waar(in) is dit fonds opgenomen?
14
Gezien de enorme stijging van de energieprijzen wordt gestart met een verkenning van de invulling van een waarborgfonds voor zonnecoöperaties en maakt het nog geen deel uit van de huidige begroting.
15 1 Algemeen Actiepartij F. (Floor) Roduner 15
15
Is er een prioritering voorzien in de stelpost inflatie van 5,5 mio? Zie ook pagina 26 2c.
Door het onzekere karakter van de inflatie en de onvoorspelbaarheid van het opdoen van prijsstijgingen is er aan de voorkant geen prioritering meegegeven.
16 1 Algemeen Actiepartij F. (Floor) Roduner 16
Pag. 2
24
Is er al zicht op aan welk alternatief wordt gedacht dat in plaats van de reserve groei komt?
Het alternatief is dat er niet meer gewerkt wordt met een reserve Groei waarin onderbesteding wordt gereserveerd. De gevolgen van de groei van de stad op het voorzieningen niveau worden direct verwerkt in het meerjarig investeringsplan en de meerjarenbegroting. Dat gaat dan concreet om investeringslasten in het Investeringsprogramma en in de meerjarenbegroting de kapitaallasten (rente, afschrijving) van deze investeringen in nieuwe voorzieningen/areaal uitbreiding en de daarbij behorende exploitatielasten (onderhoudsbudget). Als de algemene uitkering gemeentefonds mede als gevolg van de groei van de stad voldoende toeneemt, dan zijn de kosten van het toenemende voorzieningen gedekt in de begroting. Loopt de groei van de algemene uitkering achter, dan kan de raad aanpassingen doen in het voorzieningenniveau (minder, lagere onderhoudsniveau) of bezuinigen op andere beleidsterreinen. Loopt de groei van de stad achter dan worden de investeringen in het voorzieningenniveau verder in de tijd geplaatst plus de bijbehorende exploitatiebedragen.
Nr
Onderdeel
17 1 Algemeen Actiepartij D. (Diana) van Loenen 17
Vraag
Pag. 3
35
Bij Algemeen pagina 35 (en bij besluitpunt op pagina 36): Er staat dat de definitieve huur voor het Popcentrum Slachthuis is vastgesteld en dat daarmee de de begrote huursubsidie met 60k verlaagd kan worden en kunnen worden ingezet t.b.v het onderwerp.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe zijn de bedragen in de begroting 2023-2026 verwerkt (waar terug te vinden?
Antwoord van het college
) en wat is de stand van zaken mbt de voorbereiding van dit traject voor volgend jaar?
Vraag 2
Is het College met ons van mening dat de relatie van de wijkraden met de projecten Nieuwe Democratie - in welk scenario dan ook- verhelderd dient te worden?
Antwoord van het college
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
29
1. De bedragen versterking lokale democratie zijn in de begroting verwerkt op pagina 309. Voor de stand van zaken zie hieronder.
Pag. 9
2. De volgende bestuurlijke nota’s die inhoudelijk met elkaar samenhangen worden op dit moment voorbereid:
Startnotitie actualisatie Participatie beleid Startnotitie van wijkraden naar wijkplatforms Informatienota Afronding programma Nieuwe Democratie en doorstart naar Versterken Lokale Democratie (incl. Leerpunten en aanbevelingen voor het vervolg) Deze nota’s worden geagendeerd voor de commissie Bestuur van 1 december as.
3. In de startnotitie over de wijkplatforms wordt de visie op de wijkplatforms geschetst en het proces om daar te komen. Daarin wordt ook aangegeven hoe de wijkraden en andere partners in de wijken worden betrokken bij de uitwerking hiervan.
4. In de startnotitie van wijkraden naar wijkplatforms wordt een proces beschreven hoe tot de verandering tot wijkplatforms te komen. De planning is om in de eerste helft van 2023 samen met actieve bewoners een uitwerking daarvan te maken.
5. Zowel in de startnotitie van het te actualiseren participatiebeleid als in de startnotitie van wijkraden naar wijkplatforms wordt op de relatie van de wijkraden met de projecten Nieuwe Democratie ingegaan.
Uitgangspunt bij de verschillende notities is: versterken van de wijkdemocratie door meer in te spelen op de energie die er is in de wijk om de wijk leefbaarder, duurzamer, sterker te maken. Daarvoor wordt extra geld uitgetrokken de komende jaren en wordt gewerkt aan een meer diverse mogelijkheid voor bewoners betrokkenheid in de wijk.
1 1 Algemeen CDA F. (Floor) Roduner
15
Graag een toelichting/onderbouwing bij de stelpost investeringen in de tabel “ totaal nadelig effect indexatie”. Wat zijn hier de aannames om tot genoemde bedragen te komen? Zijn deze bedragen gebaseerd op het voorgestelde investeringsplan in deze begroting zoals vermeld op blz 37?
Nr
Onderdeel
1
De bedragen voor de stelpost zijn op basis van een model geraamd. Deze bedragen zijn een berekening van de verwachte extra kapitaallasten op basis van de invetseringsbedragen zoals vermeld op pagina 37 én de aanvullingen van pagina 39 en verder. In het model is rekening gehouden met mogelijke prijsstijgingen van 10% per jaarschijf in 2023, 2024 en 2025 en 15% daarna. De bedragen zijn daarmee een statistische benadering van een dynamische werkelijkheid.
2 1 Algemeen CDA F. (Floor) Roduner 2
Blz
26
Vraag
Pag. 10
Gevraagd wordt het college te autoriseren om stelposten in te zetten ter dekking van prijsstijgingen waarvoor besluitvorming niet kan wachten tot het volgend P&C-product. Wat zijn de criteria voor deze autorisatie? Welke besluiten vallen wel en niet onder de noemer van prijsstijgingen? Hoe wordt aannemelijk gemaakt bij een te nemen besluit dat prijsstijging de aanleiding is?
Er zijn een aantal criteria waaraan getoetst wordt. Het gaat om financiële consequenties, bij ongewijzigd beleid, die het gevolg zijn van prijsstijgingen die niet opgevangen kunnen worden binnen de begroting 2023 op beleidsveldniveau en waar besluitvorming over extra inzet van middelen, te dekken uit de stelpost, leidt tot begrotingsonrechtmatigheden (wanneer de financiële consequenties onvermijdbaar zijn) danwel tot knelpunten- en vertraging in de uitvoering (bij tussentijds stopzetten of afschalen van gemeentelijke activiteiten).
Besluiten om financiële consequenties voortvloeiende uit prijsstijgingen tussentijds te dekken uit de stelpost worden onderbouwd en getoetst aan de hand van bovengenoemde criteria. Wanneer besluitvorming kan wachten wordt dit voorgelegd bij de Kadernota 2024
3 1 Algemeen CDA F. (Floor) Roduner 3
22
Is de inrichting van het atelier eerder aan de orde geweest in college, raad of commissie? Zo ja, graag ontvangen wij het verslag van de behandeling?
Het Stadsatelier is een opdracht vanuit het coalitieakkoord. Het is nog niet besproken in college of raad maar de stadsarchitect komt het graag op korte termijn toelichten.
4 1 Algemeen CDA F. (Floor) Roduner
25
De opheffing van de reserve groei van de stad wordt hier aangekondigd. Hier wordt gesteld dat de praktijk anders functioneert dan beoogt. Wat functioneert anders? Wat is het probleem?
Nr
Onderdeel
4
Door het nieuwe verdeelmodel van de Gemeentefonds per 2023 kan de gehanteerde systematiek niet meer worden gehandhaafd. Er is een wijziging in maatstaven en bijbehorende gewichten waardoor de koppeling tussen groei van de stad en bijbehorende inkomsten niet, of minder betrouwbaar, te maken is. Het programma groei is opgeheven en de opgaven van het programma zijn belegd in de lijn. Het verloop van de middelen over de reserve wordt onderbesteding gereserveerd. Met opheffen van de reserve worden de gevolgen van groei van de stad op het voorzieningen niveau direct verwerkt in het meerjarig investeringsplan en de meerjarenbegroting. Dat gaat dan concreet om investeringslasten in het Investeringsprogramma en in de meerjarenbegroting de kapitaallasten (rente, afschrijving) van deze investeringen in nieuwe voorzieningen/areaal uitbreiding en de daarbij behorende exploitatielasten (onderhoudsbudget). Als de algemene uitkering gemeentefonds mede als gevolg van de groei van de stad voldoende toeneemt, dan zijn de kosten van het toenemende voorzieningen gedekt in de begroting. Loopt de groei van de algemene uitkering achter, dan kan de raad aanpassingen doen in het voorzieningenniveau (minder, lagere onderhoudsniveau) of bezuinigen op andere beleidsterreinen. Loopt de groei van de stad achter dan worden de investeringen in het voorzieningenniveau verder in de tijd geplaatst plus de bijbehorende exploitatiebedragen.
5 1 Algemeen CDA F. (Floor) Roduner 5
27
Vraag
Pag. 11
In de aanbiedingsbrief wordt op blz 5 gesteld “ De structurele financiële ruimte van de gemeente is echter beperkt” . Klopt het dat de tabel op blz 28 laat zien dat de structurele ruimte 18 mln euro is? Dit is namelijk het laagste saldo in de reeks in 2026. Zo niet, wat is dan wel de structurele financiële ruimte op basis van deze begroting?
De tabel op blz. 28 geeft het saldo weer van de primaire begroting, dit is zonder de verwerking van het coalitieakkoord, autonome ontwikkelingen en de aanvullende voorstellen (o.a. inflatie stelposten) van de begroting. Voor de structurele ruimte na coalitieakkoord en aanvullende voorstellen van de begroting wordt verwezen naar het financieel kader op blz. 16. Daar is te zien dat er vooral incidentele middelen beschikbaar zijn in de jaren 2023, 2024 en 2025.
6 1 Algemeen CDA F. (Floor) Roduner 6
Blz
38
Het investeringsplan wordt in 2923 en 2024 met resp 40,7 en 32,7 mln verlaagd. Cijfermatig is dit in de tabel onderbouwd. Wat betekenen deze verschuivingen? Wat was er gepland en wordt nu later gerealiseerd? Graag op hoofdlijnen een toelichting wat burgers de komende jaren gaan missen terwijl dat wel de bedoeling was? Met andere woorden, welke keuzes zijn hier gemaakt?
De verschuivingen vanuit 2023 en 2024 zijn het gevolg van het realistischer in de tijd zetten van de geplande investeringen. De beantwoording op vragen 56 en 57 geeft een beeld van de investeringen waarop de verschuivingen van toepassing zijn.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
7 1 Algemeen CDA F. (Floor) Roduner
37
Klopt het dat er in het investeringsplan nog geen middelen zijn opgenomen voor het Frans Hals Museum?
7
Het klopt dat er geen middelen zijn opgenomen voor het Frans Hals Museum. Er is wel een stelpost cultuur in het IP opgenomen die ruimte zou kunnen bieden voor eventuele investeringsaanvragen vanuit het museum. In de informatienota “Exploitatie en huisvesting Frans Hals Museum” (2022/1311888) is ook aangegeven dat er een opinienota over het depot wordt voorbereid, inclusief onderzoek naar mogelijke financiering, met inachtneming van o.a. beschikbare middelen in het Investeringsplan (stelpost cultuur € 3 miljoen en € 1,3 miljoen voor erfgoed/archeologie).
8 1 Algemeen CDA F. (Floor) Roduner 8
31
De genoemde bedragen in de toelichting op Sociaal domein tellen niet op tot het totaal van het in de tabel genoemde bedrag van 16,1 mln. Graag de complete samenstelling van dit bedrag.
Voor een gedetailleerd overzicht van de uitwerking van het coalitie akkoord verwijzen wij u graag naar bijlage 5.13 'Uitwerking coalitieakkoord' van de programmabegroting, hierin is onder andere de samenstelling van de €16,1 miljoen op het Sociaal Domein inzichtelijk gemaakt.
9 1 Algemeen CDA R.H. (Robbert) Berkhout 9
Pag. 12
45
Hier staat dat op den duur de ambitie is om de duurzaamheidsbegroting in te richten met doestellingen en een meerjarenperspectief. Nu wordt nog slechts teruggekeken. Wat is “op den duur”? Wat is de planning om tot een duurzaamheidsbegroting te komen met daarin doelstellingen en een meerjarenperspectief?
De duurzaamheidsbegroting zal de komende jaren doorontwikkelen. Deze doorontwikkeling zal stapsgewijs plaatsvinden. Er is nog geen zicht op wanneer de duurzaamheidsbegroting ingericht wordt met doelstellingen en een meerjarenperspectief. In het raamwerk op pagina 60 van de Programmabegroting ziet u dat de duurzaamheidsbegroting doorontwikkeld zal worden (fase 3). Veel is nog onbekend, aangezien er nog geen universele methodieken zijn om de diverse duurzaamheidsthema's te meten. In de Kadernota zal een volgende stap gepresenteerd worden in deze doorontwikkeling.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 13
10
3.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
169
Klopt het dat het bedrijfsvoeringsrisico nr 3 in de tabel “ de daadwerkelijke inflatie valt hoger uit dan geïndexeerd” voor het eerst is opgenomen?
CDA F. (Floor) Roduner 10
Dat klopt, eerder gaf de inflatie geen aanleiding om een risico op te nemen.
11
2 Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen
154
De laatste effect indicator op blz 153 “fte per 1.000 inwoners” lijkt gelijk aan de eerste effect indicator op blz 154, terwijl de cijferreeks verschillend is. Graag uitleg wat het verschil is tussen deze indicatoren.
CDA E. (Eva) de Raadt 11
Beide effect indicatoren betreffen het aantal medewerkers per 1000 inwoners. De effect indicator op blz 153 geeft informatie over het aantal formatieplaatsen terwijl de effect indicator op blz 154 de werkelijke bezetting betreft. De formatie vermeldt het aantal FTE (voltijdbanen) in vaste dienst binnen de gemeente, zoals dat in de financiële begroting is goedgekeurd. Het is gebruikelijk om dat aantal uit te splitsen naar afdeling en/of functiegroep. De bezetting geeft aan hoeveel FTE in vaste dienst in werkelijkheid aanwezig zijn. Alhoewel beide effect indicatoren met elkaar samenhangen, zien we in de praktijk dat de bezetting altijd licht afwijkt van de formatie.
12
2 Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen
CDA E. (Eva) de Raadt
153
De effect indicator Externe inhuur laat een opvallende daling zien van 2021 naar 2022 en 2023. We hebben de laatste jaren gehoord dat het moeilijk is om vacatures in te vullen en dat er daarom veel gebruik gemaakt moet worden van externe inhuur. Hoe kan het dat na 2021 het percentage zo aanzienlijk daalt? Waarom verwacht u dat dit percentage in 2023 nog verder zal dalen ten opzichte van 2022?
Nr
Onderdeel
12
Deze effect indicator wordt berekend door de begrote bedragen inhuur af te zetten tegen de totale loonsom (inhuur + vast personeel). In de door de Raad goedgekeurde meerjarenbegroting wordt uitgegaan van een daling van de inhuurkosten zodat dit streefpercentage daalt in de komende jaren. De effect indicator inhuur is daarmee een resultante van de meerjarenbegroting en niet op zichzelf staand kengetal. De inschatting van de inhuurkosten op de middellange en langere termijn is complex en volatiel als gevolg van conjuncturele ontwikkelingen, zoals krappe arbeidsmarkt, koopkrachtontwikkelingen en mogelijk recessie, maar ook door nieuwe maatschappelijke opgaven zoals de vluchtelingenopvang als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis (zie ook bestuursrapportage 2022 hfst 8).
13 1 Algemeen CDA R.H. (Robbert) Berkhout 13
Blz
48
Vraag
Pag. 14
De daling van de CO2 uitstoot komt vooral door een dalende emissiefactor. Kunt u aangeven wat de emissiefactor was waarmee is gerekend voor elektriciteit voor de jaren 2017,2018,2019 en 2020? En kunt u deze in het vervolg bij de toekomstige stukken m.b.t. CO2-uitstoot vermelden?
Voor elektriciteit is gerekend met de volgende emissiefactoren: 2017: 0,000453, 2018: 0,000428, 2019: 0,000369, 2020: 0,000292 (ton/kWh) Bron: Regionale Klimaatmonitor Technische gezien kunnen emissiefactoren in stukken m.b.t. CO? uitstoot vermeld worden, dit is een bestuurlijke afweging waarbij gekeken zal moeten worden naar de meerwaarde hiervan.
66 1 Algemeen CDA D. (Diana) van Loenen
68
Een belangrijke onderdeel van de opdracht aan VanHier is het faciliteren, ondersteunen en stimuleren van bewonersinitiatieven die gericht zijn op ontmoeting. Hoe worden de bewoners hierover op de hoogte gesteld?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 15
66
Bewonersinitiatieven worden op verschillende manieren op de hoogte gesteld door VanHier. Vanaf januari 2023, bij de start van de opdracht, zal VanHier inwoners op de hoogte stellen van het aanbod aan ondersteuning en activiteiten en waar men moet zijn als men zelf een initiatief heeft.
Daarvoor ontwikkelt VanHier onder andere een onlineconcept. Begin 2023 gaat dat live in combinatie met een publiekscampagne.
Verder is binnen de opdracht € 3 ton gealloceerd voor vrijwilligersorganisaties zonder personeel. Om hier invulling aan te geven zijn inmiddels twee grote bijeenkomsten geweest waar bekende organisaties gericht voor zijn uitgenodigd om het beleid op te stellen. Daarbij is ook gekeken naar het adressenbestand dat bekend is bij de Vrijwilligers Centrale. Verder zal VanHier vanaf 2023 gaan werken met een wijkprogrammering waarin per wijk de behoefte en mogelijkheden aan ondersteuning, activiteiten en initiatieven van betrokken partijen zal worden opgehaald. Op basis hiervan richt VanHier de dienstverlening in.
68 1 Algemeen CDA D. (Diana) van Loenen 68
Voor het uitrollen van het programma Geweld Hoort Nergens Thuis worden professionals van lokale en regionale organisaties geschoold. Om welke professionals gaat het?
Dit gaat om de professionals van: Veilig Thuis, het Sociaal Wijkteam, het CJG, de Blijf Groep en Kenter.
71 1 Algemeen CDA B. (Bas) van Leeuwen 71
69
70
In 2023 wordt verder onderzocht of het mogelijk is om het Haarlem College uit te breiden met een havoafdeling. Wanneer wordt de Raad op de hoogte gesteld van de resultaten van dit onderzoek?
Dunamare heeft het verzoek van de gezamenlijke VO schoolbesturen en de gemeenteraad gekregen om te onderzoeken op welke wijze het Haarlem College verbreed kan worden met een havo en hiervoor een concreet plan te maken. Zij heeft dit samen met het Haarlem College opgepakt en werkt aan dit plan. Volgens planning zal in de commissie van 19 januari 2023 een informatienota geagendeerd worden met details over de plannen en de stand van zaken.
74 1 Algemeen CDA D. (Diana) van Loenen
72
Per wanneer wordt de kostendelersnorm aangepast?
Nr
Onderdeel
74
De kostendelersnorm wordt per 1 januari 2023 aangepast. Met de wetswijziging wordt de leeftijdsgrens voor de kostendelersnorm verhoogd van 21 jaar naar 27 jaar. Inwonende huisgenoten tot 27 jaar zijn dan niet langer van invloed op de hoogte van de bijstandsnorm van de medebewoners.
75 1 Algemeen CDA D. (Diana) van Loenen
Blz
73
Vraag
Pag. 16
Haarlem gaat vanaf 2023 problematische schulden versneld oplossen door saneringskredieten te verstrekken. Geldt dit ook voor de inwoners van Zandvoort, Bloemendaal en Heemstede aangezien gemeente Haarlem de schuldhulpverlening voor deze gemeenten uitvoert?
75
Ja. Haarlem, Zandvoort, Heemstede en Bloemendaal voeren het zelfde beleid als het gaat om de dienstverlening aan inwoners met geldzorgen en schulden. Haarlem voert dit beleid uit voor deze gemeenten. Vanaf 2023 betekent dit dat Haarlem zoveel mogelijk saneringskredieten inzet.
76
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing
114
Bij de doelenboom wordt gesproken over een gemiddelde inschrijf- en wachttijd voor een sociale huurwoning. Over wat voor tijdsbestek wordt dan gesproken?
CDA F. (Floor) Roduner 76
De inschrijf- en wachttijd voor een sociale huurwoning wordt in de jaarrapportage van Woonservice opgenomen. De inschrijftijd is de periode dat men staat ingeschreven als woningzoekende. De inschrijftijd start vanaf het moment dat de woningzoekende staat ingeschreven. Deze wordt berekend voor verhuringen binnen het aanbodmodel (exclusief bemiddelingen en urgenties). De gemiddelde inschrijftijd van een woningzoekende wordt berekend op basis van de tijd tussen het moment dat hij zich heeft ingeschreven en wanneer hij een woning accepteert.
Bij de gemiddelde inschrijftijd wordt alleen gekeken naar de verhuringen van geadverteerde woningen maar exclusief verhuringen aan urgenten en bemiddelingen. Er wordt bij deze indicator dus gekeken naar de gemiddelde inschrijftijd van de woningzoekenden die in het betreffende jaar een woning hebben gevonden.
77
2 Programma 3 Werk, inkomen en schulden
CDA D. (Diana) van Loenen
110
Op blz. van de programmabegroting 2023-2027 wordt er gesproken over het concept housing first. Uit onderzoek blijkt dat 8 op de 10 mensen hiermee geholpen is zegt Housing first Nederland. Maar wat doen we dan met die 2 op de 10 bewoners? De bedoeling is dat de buren geen last hebben van de mensen die housing first krijgen en dat gaat blijkbaar goed bij 8 op de 10 mensen. Komen de overige mensen dan in aanmerking voor bijvoorbeeld de overlastwet en waar komen ze dan terecht als ze niet in hun woning kunnen blijven?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 17
77
Als iemand niet in een woning kan blijven volgens het Housing First model, komt hij in aanmerking voor of valt hij terug op de maatschappelijke opvang. Aangezien deze al zwaar belast is, proberen we dat te voorkomen. Goede en voldoende begeleiding is daarom van cruciaal belang.
De overlast van mensen vanuit hun woning of op straat wordt op verschillende gronden aangepakt. De overlastwet is hierbij niet direct relevant, deze ziet voornamelijk op ernstige overlast in de openbare ruimte. Voor woonoverlast is vooral de Wet Aanpak Woonoverlast aan de orde. De burgemeester heeft hiervoor in 2019 beleidsregels opgesteld.
Als mensen, woonachtig in een woning, stelselmatig ernstige overlast veroorzaken wordt ingezet op begeleiding en hulpverlening. Als dit niet leidt tot verandering van gedrag kan een woningcorporatie in een uiterst geval de rechter vragen om ontbinding van het huurcontract. Zij komen dan (opnieuw) in de maatschappelijke opvang terecht.
78
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing
109
CDA R.H. (Robbert) Berkhout
78
Er worden verdere stappen gezet om het energielandschap Schoteroog in te richten: een zonneweide op de afvalberg, een plan voor het vervangen van de huidige stilstaande windmolens en onderzoek naar het inpassen van wind en zon langs de Waarderpolder.
Dit is uiteraard een mooi streven maar het elektriciteitsnetwerk is nu al meer dan eens overbelast. Hoe wordt dit ondervangen?
Voor het vervangen van de huidige windmolens is al gekeken naar de mogelijkheden, en dat zou kunnen binnen de bestaande capaciteit (er ligt een kabel voor 2 MW). Als er meer windmolens bijkomen aan de rand van de Waardepolder zal dit met de netbeheerder besproken worden, om te kijken wat de mogelijkheden zijn. We staan nu aan de start van het project, en de capaciteit op het elektriciteitsnet is uiteraard onderdeel van allerlei zaken die uitgezocht moeten worden.
110 1 Algemeen CDA R.H. (Robbert) Berkhout
55
De gemeentelijke organisatie heeft in 2021 meer CO2 uitgestoten dan in 2019. Terwijl de verbeterde emissiefactor een daling zou moeten laten zien. Kunnen we het rapport ontvangen met een verklaring en de berekeningen? Ook de cijfers vanaf 2019.
Nr
Onderdeel
110
De CO2 footprint van de gemeentelijke organisatie wordt gepubliceerd op Haarlem.nl, naar verwachting zullen de cijfers over 2021 in het eerste kwartaal van 2023 gepubliceerd worden. De cijfers van 2019 zijn gepresenteerd in de vorige Duurzaamheidsbegroting, opgenomen in de bijlage bij de Kadernota 2022.
112 1 Algemeen CDA R.H. (Robbert) Berkhout
Blz
58
Vraag
Pag. 18
In de tabel "Reserve Energiebesparing" staan bij de toevoegingen uitsluitend waardes m.b.t. de straatverlichting.
Deze waardes veranderen niet t/m 2027. Wil dat zeggen dat we nauwelijks nog straatverlichting overzetten op LED?
We hadden verwacht dat de te realiseren besparingen vanwege de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed bij de Toevoeging zou staan. Waarom is dat niet gedaan en kunnen we de prognoses alsnog krijgen?
112
Bij de Programmabegroting 2020 is besloten om het revolverend fonds energiebesparing voor het eerst toe te passen op het ledverlichting project (2019/93821), de reële energiebesparing inzichtelijk te maken en het rendement te doteren aan het revolverend ronds energiebesparing.
Na analyse van de projectgegevens is een inschatting gemaakt van de financiële besparing, nl. €182k.
Een groot deel van het areaal is al vervangen. Komende jaren wordt er nog steeds geïnvesteerd en er wordt nog steeds verled, echter wel minder dan in voorgaande jaren omdat er minder armaturen zijn om te vervangen. De investering wordt per vervangen armatuur steeds groter omdat er op een gegeven moment bijvoorbeeld ook masten vervangen moeten worden of armaturen die nog niet afgeschreven zijn.
De business cases van de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed worden verfijnd. In de Kadernota 2024 wordt verwacht inzicht te hebben in het bedrag dat toegevoegd zal worden aan het RFE. Dit zal verwerkt worden in de Programmabegroting 2024.
30
2 Programma 3 Werk, inkomen en schulden Christen Unie D. (Diana) van Loenen
67
a. Hoeveel huishoudens zijn er in Haarlem met een inkomen tot 130% van de bijstandsnorm en hoeveel met een inkomen tot 150% van de bijstandsnorm?
b. Hoeveel huishoudens in Haarlem met een inkomen tot 150% zijn (naar schatting) eigenaar-bewoner?
c. Hoeveel huishoudens in Haarlem met een inkomen tot 150% zijn (naar schatting) eigenaar-bewoner van een huis van voor 1994? (huizen met over het algemeen een slechtere isolatie)
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 19
30
a. In Haarlem zijn er 12.429 huishoudens met een inkomen tot 130% en 14.635 huishoudens met een inkomen tot 150% (bron minimascan van Stimulansz van 2020)
b. Gebaseerd op de landelijke cijfers van TNO woont 75% van de huishoudens met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm in een sociale huurwoning, 15% is particulier huurder en 10% is woningeigenaar. In Haarlem is deze verdeling vergelijkbaar. Dat betekent dat ongeveer 1453 (10% van 14.536 huishoudens) met een inkomen tot 150%, eigenaar-bewoner is. De inschatting is dat in de groep van 120% tot 150% in verhouding iets meer eigenaar-bewoners zullen zitten dan in de groep tot 120%.
c. In Haarlem zijn in totaal 66.375 woningen van voor 1994, dit is 84% van het totaal aantal woningen. Hiervan zijn naar schatting 1.220 bewoond door inwoners met een inkomen tot 150% van de bijstandsnorm. Meer details zullen worden uitgewerkt in de aanloop naar (de aanvraag van) het Nationaal Isolatieprogramma.
31
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Christen Unie R.H. (Robbert) Berkhout
109
a. Hoeveel geld heeft Haarlem gekregen uit de regeling Bestrijding energiearmoede vanuit het Rijk en wat zijn de voorwaarden voor de besteding van deze middelen?
b. Haarlem doet ook een aanvraag voor het Nationaal Isolatieprogramma. Wat zijn de voorwaarden voor de besteding van deze middelen en wat zijn de verschillen met het de regeling Bestrijding energiearmoede?
c. Op hoeveel geld kan Haarlem aanspraak maken uit het Nationaal Isolatieprogramma?
d. Hoeveel koopwoningen zijn er in Haarlem met een E, F of G label?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 20
31
a. Vanuit de rijksoverheid is begin van dit jaar ruim € 1 miljoen beschikbaar gesteld via de Specifieke Uitkering Energiearmoede. Dit bedrag is in juli verhoogd met € 2 miljoen, naar € 3 miljoen in totaal. De ophoging van € 2 miljoen bestaat daarbij voor 50% uit vooruitgeschoven gelden vanuit het Nationaal Isolatieprogramma voor de aanpak van energiearmoede. De middelen kunnen aan een breed scala aan maatregelen worden ingezet, zolang deze gericht zijn om de energierekening te verlagen of het energiegebruik te verminderen. Ook de uitvoeringskosten mogen worden bekostigd. Het is niet toegestaan de middelen als financiële compensatie uit te keren.
b. De aanvraag heeft betrekking op de lokale aanpak in het Nationaal Isolatieprogramma. Deze aanpak is gericht op koopwoningen. De voorwaarden voor de lokale aanpak zijn nog niet vastgesteld. De concept regeling is tot 15 november 2022 open gesteld ter consultatie.
c. In de conceptregeling worden bedragen genoemd op basis van een verdeelsleutel. De verdeelsleutel heeft betrekking op het aantal slecht geïsoleerde woningen in combinatie met inkomens met een risico op energiearmoede. Deze bedragen zijn nog niet vastgesteld. Voor Haarlem staat een bedrag opgenomen van € 1.015.857 euro voor 2023 en € 579.422 euro voor 2024.
d. Haarlem heeft ca. 30.000 koopwoningen met een E, F of G label.
32
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Christen Unie D. (Diana) van Loenen 32
33
111
Wat zijn de ideeën voor uitbreiding van de Schuur? Gaat dit om een extra zaal? En wat zijn indicatief de kosten?
De Schuur wil uitbreiden met twee multifunctionele zalen (capaciteit per zaal ca 60 bezoekers) o.a. te gebruiken voor film, debat, woordkunst en als educatieve workshopruimte. Hiermee wil de Schuur het programma aanbod vergroten en de bedrijfsvoering structureel versterken. De Schuur schat de investeringskosten op € 3 miljoen, waarvan € 2,5 miljoen als bijdrage van de gemeente gevraagd wordt. De Schuur is gevraagd een businesscase aan te leveren voor de investering en nieuwe exploitatie opzet.
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Christen Unie D. (Diana) van Loenen
112
Voor welke andere cultuurlocaties wordt uitbreiding onderzocht? Hoeveel budget is beschikbaar voor dit onderzoek en voor de uiteindelijke realisatie?
Nr
Onderdeel
33
In het Cultuurplan en het coalitieakkoord zijn diverse kansen benoemd, waaronder een broedplaats op de huidige locatie van de bibliotheek Schalkwijk. In het najaar van 2023 volgt een voorstel. Het in het IP beschikbare budget (5 miljoen) is nog niet verdeeld in kosten voor onderzoek en realisatie.
34
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Christen Unie R.H. (Robbert) Berkhout 34
2 Programma 2 Ondersteuning en zorg Christen Unie D. (Diana) van Loenen
36
109
Vraag
Pag. 21
Heeft u een lijst of kaart van de 5200 woningen die in beeld zijn voor aansluiting op het warmtenet?
Er is een lijst en kaart beschikbaar, deze zijn als bijlage toegevoegd. Het gaat om alle gestapelde corporatiewoningen in Schalkwijk.
35
35
Blz
80
Welk deel van de cliënten maakt gebruik van cliëntondersteuning? Heeft u deze cijfers voor de afgelopen jaren per jaar?
Afgelopen jaren is er in Haarlem gewerkt met een brede definitie van cliëntondersteuning. Er maakten circa 2.500 inwoners per jaar gebruik van deze dienstverlening. De precieze cijfers per jaar voor de afgelopen jaren zijn niet te geven. Het was geen onderdeel van de prestatieafspraken om apart over dit onderwerp te rapporteren. Mede omdat de afbakening van deze dienstverlening niet scherp was. Doordat er met een brede definitie gewerkt werd, behoorde een (groot) deel van dit aantal niet bij wat tot onafhankelijke cliëntondersteuning behoort, zoals de wet dit heeft bedoeld. In het Koplopersproject Cliëntondersteuning (2021-2022) is er dan ook een nieuwe en juiste definitie ontwikkeld voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit leidde tot een afbakening waardoor nu twee partners deze vorm van dienstverlening aan inwoners leveren:
MEE&deWering en Cliëntenbelang. Hiermee kan vanaf 2022 een eenduidige jaarlijkse rapportage worden opgesteld voor dit onderwerp, met daarin onder andere het aantal cliënten dat gebruikmaakt van deze dienstverlening.
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Christen Unie F. (Floor) Roduner
65
a. Waarom ervalt de effect-indicator "Gemiddelde energie-index corporatiewoningen (Corporaties)"?
b. Hoe is op dit moment de verdeling van corporatiewoningen over labels A, B, C, D, E, F en G?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 22
36
a. De energie-index is als meetinstrument landelijk komen te vervallen. Dit wordt ook niet meer geregistreerd dus door de corporaties. Daarom kan deze effect-indicator ook niet meer worden gebruikt.
b. De laatste update over energielabel verdeling bij de woningcorporaties is te vinden als bijlage bij de informatienota over de biedingen van de corporaties (2021/376158).
37
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Christen Unie F. (Floor) Roduner
37 38
42
"Bij de Kadernota 2023 is besloten om met ingang van de vaststelling van de programmabegroting 2023 voorbereidingskredieten vrij te geven voor meerjarige investeringen waarvan de eerste uitgaven staan geraamd in het begrotingsjaar, steeds ter hoogte van het bedrag dat in het IP is opgenomen voor het begrotingsjaar" Wat wordt hierbij bedoeld met "het bedrag dat in het IP is opgenomen voor het begrotingsjaar"? Dit betreft toch alleen voorbereidingskredieten en geen daadwerkelijke investeringen?
Het gaat hierbij om de bedragen die in deze Programmabegroting zijn opgenomen in het jaar 2023. Daarbij gaat het inderdaad alleen om voorbereidingskredieten.
2 Programma 5 Beheer en onderhoud Christen Unie R.H. (Robbert) Berkhout
23
"Voorlopig ligt de nadruk daarom op het in toom houden van de plant, niet op bestrijding. De kosten voor de aanpak van de Japanse Duizendknoop en andere invasieve exoten bedragen € 240.000. Waardoor € 120.000 additioneel op Actie! benodigd is."
a. Hoeveel extra geld zou er nodig zijn om echt over te gaan tot bestrijding?
b. Het gaat om een bedrag van 120.000 euro per jaar extra, dus totaal 240.000 euro per jaar. Hoeveel locaties kunnen hiervan per jaar aangepakt worden en hoeveel jaar moet dit per locatie worden volgehouden?
c. Eerder was er sprake van dat het budget voldoende was voor de aanpak van 10 van de 30 locaties.
Gaat het nog steeds om 30 locaties of zijn het er inmiddels meer?
Nr
Onderdeel
38
Zoals aangegeven in de tekst van de begroting zijn de methoden om de Duizendknoop te bestrijden in ontwikkeling. Op basis van een keuze voor een definitieve methode is ook meer zicht op de kosten. Met de huidige € 240.000 is in voorgaande jaren de aanpak van 10 groeilocaties (van de 30 bekende groeilocaties) gefinancierd. De bestrijding moet per locatie meerdere jaren worden volgehouden om te zorgen voor uitroeiing van de plant. De duur hiervan is niet altijd gelijk, en is afhankelijk van de omvang van een groeilocatie, de mogelijkheden voor bestrijding op die plek en de daadwerkelijk toegepaste vorm van bestrijding. De verwachting is dat het in de meeste gevallen om minstens vijf jaar gaat. Het aantal geregistreerde groeilocaties is op dit moment 31. Het is mogelijk dat er meer groeilocaties zijn. Nieuwe groeiplaatsen kunnen worden gemeld aan Spaarnelanden.
39 1 Algemeen D66 B. (Bas) van Leeuwen 39
Blz
17
Vraag
Pag. 23
Welke maatregelen heeft Haarlem al genomen die vermoedelijk ook zullen volgen uit de hervormingsagenda jeugd?
De hervormingsagenda Jeugd (HVAJ) is een plan om het jeugdhulpstelsel te hervormen, getrokken door het Rijk en VNG. Door de deelname aan de meedenkgroep VNG HVAJ zijn de actuele ontwikkelingen bij de gemeente bekend. De HVAJ bestaat uit 8 bouwstenen en op onderdelen van alle 8 bouwstenen zijn acties en maatregelen genomen. Werkgroepen (lokaal, regionaal en bovenregionaal) werken benodigde maatregelen uit om tot de hervorming te komen. Een aantal genomen maatregelen is:
De aanbestedingsdocumenten zijn opgesteld in lijn van de contractstandaarden HVAJ.
Er is een kwaliteitsmedewerker binnen team Jeugd aangesteld om de kwaliteit van geleverde zorg te monitoren.
De transformatie residentiële zorg vindt plaats in regionaal verband en in samenwerking met gecontracteerde aanbieders die jeugdhulp met verblijf bieden. De afdeling vastgoed is betrokken inzake geschikte of geschikt te maken locaties.
De toegang is reeds grotendeels georganiseerd volgens de plannen en maatregelen vanuit de HVAJ.
Er wordt data gedreven gewerkt.
40 1 Algemeen D66 E. (Eva) de Raadt
24
Is er nog iets te melden over de al dan niet voortzetting van de ambtelijke fusie met Zandvoort in 2023 e.v. en de kosten/opbrengsten daarvan?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 24
40
In het Dienstverleningshandvest is opgenomen dat de ambtelijke samenwerking na 4 jaar (in 2022) wordt geëvalueerd. Op dit moment wordt bestuurlijk gesproken over hoe deze evaluatie vorm te geven. Indien hier overeenstemming tussen beide colleges over is zullen de raden hierover worden geïnformeerd. De financiële vergoeding voor de ambtelijke samenwerking is opgenomen in de programmabegroting in paragraaf 3.5 Bedrijfsvoering (p. 199).
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
42 1 Algemeen D66 R.H. (Robbert) Berkhout
33
De bedragen in deze alinea kloppen niet met het IP in het overzicht op bladzijde 29;
Pag. 24
De alinea spreekt van € 250.000 voor klimaatbestendig bouwen, duurzame energiewinning. En daarnaast € 1,25 miljoen vanaf 2023 voor het vergroenen van de stad, in samenwerking met de buurt.
In het overzicht van het IP op p29 staat: 340.000 in 2022 en 2023 en vanaf 2024 meer dan 1.700.000. Hoe zit dat precies in elkaar?
42
De voor deze bestuursperiode beschikbare € 1,25 miljoen ten behoeve van vergroening, jaarlijks in de begroting van 2023 t/m 2026, staat los van de post 'investeringen klimaatadaptatie' in het investeringsplan.
Ook de middelen van €250.000 voor extra inzet klimaatadaptatie staan los van de post 'investeringen klimaatadaptatie' opgenomen in het investeringsplan.
43 1 Algemeen D66 R.H. (Robbert) Berkhout
43
39
Vanaf 1 november kunnen gemeenten in Noord-Holland een beroep doen op de subsidieregeling Klimaatadaptatie Noord-Holland. (207.000 euro is gereserveerd voor de omgeving ZuidKennemerland).
Is er al voorbereiding gedaan op een aanvraag voor deze subsidie en heeft Haarlem al een fysiek uitvoeringsproject voor deze subsidie voor ogen? En is hier ook geld voor geoormerkt uit deze investeringen?
Over de subsidie wordt overleg gevoerd met de regio (het geld wordt ter beschikking gesteld aan de regio). Samenwerking hierin is belangrijk en daarom willen we hier goede afspraken over maken.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
44 1 Algemeen D66 R.H. (Robbert) Berkhout
39
Sinds 2021 heeft het Rijk een Impulsregeling Klimaatadaptatie. Van de 200 miljoen euro is 1,098 procent geoormerkt voor Zuid-Kennemerland Zuid. Er wordt een regionale aanvraag voorbereid voor subsidie via de Impulsregeling klimaatadaptatie. Is er geld uit deze begroting gereserveerd om een beroep te doen op deze regeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoeveel?
44
Op dit moment wordt hieraan de laatste hand gelegd. De uitvoering ervan wordt mede gefinancierd vanuit het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte (SBOR). Daarmee kunnen de projecten extra goed aangepakt worden. Welke projecten het betreft volgt in de uitvoeringsagenda gekoppeld aan het Klimaatadaptatieplan en het Groenbeleidsplan.
45 1 Algemeen D66 drs. J. (Jos) Wienen D. (Diana) van Loenen 45
34
Vanaf 2023 is voor nachtcultuur € 150.000 beschikbaar.
Is dit budget voor het opzetten van de integrale visie, het uitvoeren daarvan of allebei? En indien het laatste, hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
Het budget is voor het opstellen van de visie, mogelijke ondersteuning daarbij en voor de uitvoering van de visie inclusief programmering. De budgetverdeling moet nog worden bepaald.
54 1 Algemeen D66 R.H. (Robbert) Berkhout 54
Pag. 25
33
Het doel is dat Haarlem in 2026 een nulemissie-zone heeft voor vervuilende brom- en snorfietsen.
Daarvoor wordt in 2023 65.000 gereserveerd. Wordt dat geld besteed aan voorlichting? (Want hoe meer mensen weten van die invoering, hoe minder zij nu een vervuilende brom- of snorfiets zullen kopen)
Het bedrag wordt ook besteed aan voorlichting. Dit maakt integraal deel uit van de voorbereidingskosten voor invoering.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 26
79 1 Algemeen D66 R.H. (Robbert) Berkhout
42
Op pagina 42 staat onder het kopje "SOR Groen" het volgende “Vanwege de verwachte overlappende doelstellingen tussen ‘bereikbare steden’ en de SOR is de verwachting dat met de middelen voor ‘bereikbare steden’ (15 miljoen in 2026) ook de SOR ambities kunnen worden ingevuld, waardoor vooralsnog geen aparte SOR middelen worden opgenomen voor 2026.” De doelstellingen van de SOR zijn echter breder dan bereikbaarheid en mobiliteit. Vanuit welk budget worden investeringen in doelstellingen als vergroening, sport- en speelruimte in de openbare gefinancierd in 2026?
79
Het betreft hier een passage uit de begroting 2022 (gekoppeld aan het vraagstuk van cofinanciering) en niet uit de nieuwe begroting 2023. In het algemeen geldt dat voor het realiseren van doelstellingen op het gebied van Groen en Spelen de begroting diverse budgetten bevat. Door het vaststellen van het Strategisch beheerplan kunnen beleidsdoelstellingen zoals vergroening worden aangepakt via het onderhoudscontract met Spaarnelanden voor Groen en Spelen (het dagelijks beheer en onderhoud) en via groot onderhoud en herinrichting. Ook in ontwikkelzones en ontwikkelprojecten wordt vergroening meegenomen. Verder is in het coalitieakkoord structureel € 1,25 mln opgenomen voor maatregelen gekoppeld aan het Groenbeleidsplan. Via de SOR wordt ook groen gerealiseerd, dat budget wordt via projecten aangesproken. Daarnaast kunnen voor afzonderlijke maatregelen budgetten in het investeringsplan worden opgenomen (icoonprojecten). Indien op het gebied van Groen sprake zou zijn van de inzet van subsidies met een eis van cofinanciering dan zou via de genoemde budgetten aan die eis kunnen worden voldaan (afhankelijk van de specifieke situatie en subsidievereisten).
80
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing
95
D66 drs. J. (Jos) Wienen
Op pagina 95 is te lezen: “Op het gebied van evenementen is nog veel onduidelijk. De (duur van de) beperkende maatregelen brengen het voortbestaan van evenementen in gevaar. Er wordt onderzocht of theaterfestival De Parade naar Haarlem kan komen in 2022” Voor welke bestaande Haarlemse evenementen is het voortbestaan in gevaar? Is bekend wat zij nodig hebben om het voorbestaan mogelijk te maken?
80
Uw vraag heeft betrekking op de begroting 2022.
81
2 Programma 1 Maatschappelijke participatie
D66 E. (Eva) de Raadt
72
Hoeveel garantiebanen heeft de gemeente Haarlem zelf gecreëerd in 2022? Wat is de eigen ambitie in de periode 2023-2027?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
81
In het onderstaande overzicht (zie ook kadernota 2023) hebben wij de ambitie en realisatie tm 30-9-2022 vermeld.
Pag. 27
Na een goede startfase moet geconcludeerd worden dat de realisatie van garantiebanen is gestagneerd. Naast het reguliere verloop en lage werkeloosheid zien we een duidelijke trendbreuk in 2020 als gevolg van de Corona-epidemie die grote impact heeft op deze doelgroep. De gemeente heeft een ambitie geformuleerd t/m 2024 en is in afwachting van het landelijk onderzoek (afronding in 2023) waarbij mogelijk de doelgroep wordt verbreed, wat betekent dat er meer mensen die onder de noemer garantiebaan kunnen worden ingezet beschikbaar komen.
Daarna gaan we bepalen wat er nodig is om de gestelde ambitie alsnog te halen.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
82
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing
100
Op pagina 100 is als effectindicator opgenomen “Een leefomgeving die door de inwoners van Haarlem als aantrekkelijk wordt ervaren (www.atlasleefomgeving.nl, kaart leefbaarometer wordt tweejaarlijks geactualiseerd” Hoe wordt het oordeel van de Haarlemmers gemeten in dit leefbarometeronderzoek?
D66 E. (Eva) de Raadt
Pag. 28
82
De Leefbaarometer is een instrument van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om tot op een laag schaalniveau en voor heel Nederland een inschatting te geven van de leefbaarheid. Dat wordt gedaan aan de hand van een groot aantal kenmerken van de woonomgeving, zoals type voorzieningen, lokale geluidsbelasting en onveiligheid. De Leefbaarometer geeft een indruk van waar het naar verwachting goed of slechts is gesteld met de leefbaarheid (signalering) en hoe die leefbaarheid zich ontwikkelt (monitoring). De barometer wordt iedere twee jaar geactualiseerd. Voor meer informatie zie https://www.leefbaarometer/nl/page/FAQ.
83
2 Programma 1 Maatschappelijke participatie
98
D66 D. (Diana) van Loenen
Bij de effectindicator "aantal uitkeringsgerechtigden zonder afstand (...) dat passend werk heeft gevonden ten opzichte van het totale aantal binnen deze doelgroep" staan getallen vermeld 320 in 2020, 334 in 2021 en 350 in 2022. Zijn dat nu de aantal uitkeringsgerechtigden dat passend werk heeft gevonden OF het totale aantal binnen deze doelgroep? Kunt u ook de andere cijfers geven, zodat de raad weet 1. hoe groot de groep is met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en 2. het aantal mensen daarvan dat passend werk heeft gevonden.
83
Deze getallen hebben betrekking op het aantal uitkeringsgerechtigden in de doelgroep ‘mensen met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt’ (inclusief direct bemiddelbaren) dat in het verslagjaar passend werk heeft gevonden. Gerekend over het hele jaar 2020 bestond de totale doelgroep uit 2319 mensen, in 2021 uit 2223 mensen en het actuele aantal voor 2022 is 2089 mensen.
84
2 Programma 1 Maatschappelijke participatie
98
Ook bij uitkeringsgerechtigden met onoverbrugbare afstand graag zowel de totale groep als het aantal daarvan dat participeert vermelden.
D66 D. (Diana) van Loenen 84
Deze getallen hebben betrekking op het aantal uitkeringsgerechtigden in de doelgroep ‘mensen met een onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt’ dat in het verslagjaar participeert. Gerekend over heel 2020 bestond deze doelgroep uit 1387 mensen, in 2021 uit 1536 mensen en het actuele aantal voor 2022 is 1425 mensen.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 29
85
2 Programma 1 Maatschappelijke participatie
70
Haarlem is voorloper in het traject Rijke Schooldag. Wat is de concrete uitwerking hiervan in 2023 en welke partijen doen hieraan mee?
D66 B. (Bas) van Leeuwen 85
De gemeente Haarlem is in het voorjaar geselecteerd als voorloper in het kader van de regeling ‘School en Omgeving’ (eerst ‘Rijke Schooldag’). Begin oktober is een convenant in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het Ministerie OCW ondertekend door wethouder Onderwijs, schoolbesturen primair onderwijs, het Samenwerkingsverband primair onderwijs, de VVE-aanbieders, Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en andere partners, zoals Stichting Hart, SportSupport, Triple Threat en kinderopvangorganisaties Hero en Midas. Bij het vormgeven en de invulling van de Rijke Schooldag zijn alle partners uitgegaan van de Kansencirkel voor jeugd. Op basis van de eisen van deze regeling kunnen vooralsnog alleen scholen in Haarlem-Oost en Schalkwijk aan het traject deelnemen.
Begin 2023 zullen de eerste zeven basisscholen starten met aanvullend aanbod op het gebied van o.a. cultuur, sport, sociale vaardigheden, natuur en wetenschap, met als doel kinderen een rijke ontwikkelomgeving te bieden. Dit aanbod wordt op dit moment voorbereid. Naar verwachting zullen nog tien scholen vanaf de zomer van 2023 de kans krijgen om aan het programma deel te nemen.
86
2 Programma 1 Maatschappelijke participatie
D66 B. (Bas) van Leeuwen 86
70
Wat voor onderzoek moet er in 2023 worden uitgevoerd om havo-klassen op het Haarlem College toe te voegen? Hoe verschilt dat van de eerdere analyse die reeds is uitgevoerd en besproken in de cie samenleving? En wanneer wordt dat onderzoek naar verwachting opgeleverd aan de raad?
Dunamare heeft het verzoek van de gezamenlijke VO schoolbesturen en de gemeenteraad gekregen om te onderzoeken op welke wijze het Haarlem College verbreed kan worden met een havo en hiervoor een concreet plan te maken. Zij heeft dit samen met het Haarlem College opgepakt en werkt aan dit plan. Wat de komende periode gaat gebeuren en deels al is gebeurd is dat het team van het Haarlem College intensief betrokken wordt bij deze plannen. Er zal gekeken worden naar de wijze van profilering van deze nieuwe onderwijstak. Ook zullen diverse andere stakeholders, zoals maatschappelijke organisaties en de potentiële doelgroep, betrokken worden. Volgens planning zal in de commissie van 19 januari 2023 een informatienota geagendeerd worden met details over de plannen en de stand van zaken.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
87
2 Programma 2 Ondersteuning en zorg
69
Wanneer is het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming gereed? Op welke wijze verschilt dat precies van het programma Geweld hoort nergens thuis? Waarop worden lokale en regionale professionals dan precies (bij)geschoold en hoe lang duurt dat?
D66 D. (Diana) van Loenen
Pag. 30
87
Het programma Toekomstscenario (TKS) is gereed, maar moet nog starten. Het Rijk moet het programma nog voorleggen aan de kamer, hiervoor zijn verschillende wetsvoorstellen in voorbereiding. Wel lopen er in Nederland inmiddels tien proeftuinen. Het TKS bouwt verder op het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT). Het TKS is gericht op een fundamenteel andere manier van werken. De bescherming van kinderen, gezinnen met kinderen en huishoudens zonder kinderen, en daarmee het jeugdbeschermingsstelsel, wordt meer gezins- of systeemgericht, eenvoudiger, lerend en transparanter ingericht. Als regio werken wij aan het op orde krijgen van de basis ter voorbereiding op het TKS. Belangrijk onderdeel van GHNT, onze regioiovisie en het TKS is gefaseerd werken voor veiligheid. Onze professionals worden getraind om te werken met de bijbehorende Top 3-methodiek. Het trainen van alle professionals vraagt tijd en is eigenlijk nooit klaar.
88
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing
111
Wordt er in het locatieonderzoek voor een gezamenlijk depot Frans Hals, NHA en de gemeentelijke archeologische collectie ook buiten Haarlem gekeken naar mogelijke opties?
D66 F. (Floor) Roduner D. (Diana) van Loenen 88
Ja. In het locatie-onderzoek wordt ook gekeken naar kavels en locaties rondom Haarlem, zoals in de Haarlemmermeer. In de zoekopdracht is opgenomen maximaal 10 km/20 minuten autorijden/30 minuten fietsen tussen de locaties van FHM, NHA en Archeologie in het centrum, en het depotgebouw.
89
2 Programma 6 Burger, bestuur 139 en veiligheid
D66 drs. J. (Jos) Wienen
Op welke termijn wordt de integrale wijkaanpak uitgebreid naar een derde wijk? Hoe wordt deze wijk geselecteerd, zijn daar criteria voor? Wordt dit voorgelegd aan de raad?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 31
89
Het college informeert de raad begin 2023 in welke wijk zij extra gaat investeren om de leefbaarheid te verbeteren. In haar afweging kijkt het college naar wijken waar een combinatie speelt van veiligheidsproblemen en waar bewoners problemen ervaren op het sociaal economisch vlak.
Het plan van aanpak wordt opgesteld samen met ketenpartners als politie, de woningbouwcorporaties en maatschappelijke organisaties.
90
2 Programma 6 Burger, bestuur 140 en veiligheid
Wanneer start de pilot met 24-uursvergunningen en hoe lang draait deze pilot?
D66 drs. J. (Jos) Wienen D. (Diana) van Loenen 90
Het streven is de kaders voor de pilot inclusief locatieverkenning begin 2023 te bespreken in de commissie beheer/bestuur.
91
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing
110
D66 F. (Floor) Roduner 91
Het college verwacht dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet effect zal hebben op de dienstverlening, meer specifiek bij vergunningverlening en het KCC. Graag een toelichting wat dit concreet betekent en voor hoe lang?
De ervaring uit het verleden leert dat een substantiële wijziging van een wet, tijdelijke effecten heeft op de kwaliteit van de dienstverlening. Dit wordt landelijk ook gezien als een risico bij de invoering van de Omgevingswet. Zowel een initiatiefnemer als de ambtelijke organisatie moet zich nieuwe werkwijzen en processen eigen maken. Met de komst van de Omgevingswet moet ook gewerkt gaan worden met hele nieuwe landelijke digitale systemen. Los van het gegeven dat hier ervaring mee moet worden opgedaan, is de kans zeer groot dat de systemen nog niet optimaal werken. Pas als er echt met de nieuwe wet gewerkt wordt blijkt waar aanpassingen in processen, werkwijzen en systemen nodig zijn om zo efficiënt en effectief mogelijk te werken en de dienstverlening daadwerkelijk te verbeteren.
92 1 Algemeen D66 R.H. (Robbert) Berkhout
61
Wat is het concrete voorstel / denkrichting van het college om samen met de raad om het concept brede welvaart te verkennen en in te vullen?
Nr
Onderdeel
92
Zoals toegezegd in de duurzaamheidsbegroting zal er in de Kadernota 2024 een voorstel gepresenteerd worden om invulling te geven aan (de strekking van) de motie 'Duurzaamheidsbegroting'. Deze motie bevat elementen van brede welvaart. Dit zal stapsgewijs uitgebreid worden.
93 1 Algemeen D66 F. (Floor) Roduner 93
26
Vraag
Pag. 32
De raad wordt gevraagd de stelposten inflatie tevens in te laten zetten door het college voor prijsstijgingen waarvoor besluitvorming niet kan wachten tot een volgend P&C product. Waar wordt dan concreet aan gedacht? Kunnen er voorbeelden worden genoemd?
Het autoriseren van het college voor besluitvorming dat niet kan wachten is voor het onzekere karakter van de inflatie en de onvoorspelbaarheid van het opdoen van prijsstijgingen. Daarmee is het concreet benoemen van voorbeelden lastig. Waar bijvoorbeeld onder andere aan gedacht kan worden zijn (energie)contracten die aflopen of maatschappelijke partners waarbij de continuïteit in het geding komt.
94 1 Algemeen D66 F. (Floor) Roduner 94
Blz
26
Zijn er criteria voor het uitnemen van de gelden in de stelposten inflatie? Aan de hand waarvan wordt dit beoordeeld in het college?
Er zijn een aantal criteria waaraan getoetst wordt. Het gaat om financiële consequenties, bij ongewijzigd beleid, die het gevolg zijn van prijsstijgingen die niet opgevangen kunnen worden binnen de begroting 2023 op beleidsveldniveau en waar besluitvorming over extra inzet van middelen, te dekken uit de stelpost, leidt tot begrotingsonrechtmatigheden (wanneer de financiële consequenties onvermijdbaar zijn) danwel tot knelpunten- en vertraging in de uitvoering (bij tussentijds stopzetten of afschalen van gemeentelijke activiteiten).
Besluiten om financiële consequenties voortvloeiende uit prijsstijgingen tussentijds te dekken uit de stelpost worden onderbouwd en getoetst aan de hand van bovengenoemde criteria. Wanneer besluitvorming kan wachten wordt dit voorgelegd bij de Kadernota 2024.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
107 1 Algemeen D66 R.H. (Robbert) Berkhout
33
Op pagina 20 staat in de tabel: Milieuzone Brom en Snorfietsen per 2025, dit stond ook zo in het coalitieakkoord (zie pagina 307 begroting en pagina 27 coalitieakkoord). In de tekst op pagina 22 en 33 staat echter dat milieuzone brom- en snorfietsen pas in 2026 ingevoerd moet zijn. Ik vraag mij af of het dus wel 2025 is of toch pas 2026? En, in beide gevallen, waarom het niet al eerder kan (want klimaatcrisis en slechte luchtkwaliteit, en met compensatie/opkoopsubsidie wordt het voor iedereen mogelijk). Net zoals andere steden zouden we eerst de meest vervuilende brommers kunnen verbieden, die helaas nog veel rondrijden en waar we echt niet tot 2025/'26 voor hoeven te wachten. Daarom ook nog de vraag: wat kan er eerder gebeuren als we er voor 2023 al meer geld voor vrijmaken?
107
Pag. 33
De nulemissiezone brom/snorfietsen moet per 2026 van kracht zijn, dit is ook opgenomen in het coalitieakkoord. Inderdaad is in het financieel kader van het coalitieakkoord abusievelijk uitgegaan van 2025 (p27). Dit is hersteld in de begroting (o.a. pagina 307), al wordt in de tabellen wel soms nog abusievelijk van milieuzone gesproken i.p.v. nul-emissiezone. Bij de keuze voor 2026 is rekening gehouden met een voldoende termijn van vooraankondiging en met het capaciteitsbeslag op de organisatie en beschikbare adviesinhuur (een samenloop met de invoering van de nulemissiezone voor vracht- en bestelwagens is een groot risico: de doelgroepen verschillen, zodat weinig werkzaamheden en communicatie gecombineerd kunnen worden).
Wat betreft het eerder invoeren van een milieuzone. Het onderzoek in 2021 heeft uitgewezen dat invoering van een milieuzone veel minder oplevert dan een nulemissiezone (waarbij de lawaaireductie door nulemissie nog niet eens is meegewogen). De coalitie geeft voorrang aan het grotere milieueffect. Het eerder weren van oudere brom/snorfietsen (milieuzone) heeft weinig meeropbrengst (zie het onderzoek), maar daarvoor moeten wel alle voorzieningen (camera’s, boa’s, ontheffingen en subsidieloket) worden doorgevoerd. Gerekend moet worden op een termijn tot van kracht worden van circa 2 jaar. De milieuzone zou dan van kracht worden per 2025. Om de krachtsinspanning enigszins rendabel te maken en het overzicht voor belanghebbenden te waarborgen, zouden de regels toch wel 2 jaar moeten gelden, wat omzetting naar nulemissie per 2027 i.p.v. per 2026 zou betekenen. Een alternatief is dan wellicht om een subsidieregeling eerder te laten ingaan (in een ‘vrijwillige variant’) dan het jaar voor invoering van de nulemissiezone (de organisatorische en vooral financiële consequenties hiervan zouden nader in kaart moeten worden gebracht).
108
3.8 Paragraaf Duurzaamheidsbegroting
D66 R.H. (Robbert) Berkhout
49
De tabel op pagina 49 is verwarrend, vooral het kopje 'Doelstelling 2030 vs. 2017' --> het gaat namelijk toch om reductie van de CO2 uitstoot vs. 1990 en niet 2017?
Nr
Onderdeel
Blz
108
De doelstelling van het Klimaatakkoord is geformuleerd ten opzichte van emissies in 1990, maar deze emissies zijn voor Haarlem niet bekend. 2017 vormde een tweede referentiepunt bij het Klimaatakkoord en vormt de brug naar Haarlem. Landelijk gezien is de CO? uitstoot in 2017 vrijwel gelijk aan 1990. Daarom is er in de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid (2021/430881) gekozen om de CO2 reductiedoelstelling van 2030 af te zetten tegen 2017. In de vertaling van het regeerakkoord naar Haarlem, opgenomen in de duurzaamheidsbegroting, wordt dezelfde werkwijze gehanteerd.
109
3.8 Paragraaf Duurzaamheidsbegroting
61
D66 R.H. (Robbert) Berkhout
Vraag
Pag. 34
Op pagina 61 wordt instemming gevraagd met het volgende 'Besluit: met betrekking tot de duurzaamheidsbegroting: a. in te stemmen met het ondernemen van de hierin opgenomen activiteiten en opgaven als afgeleide van landelijke normering in het kader van duurzaamheid (paragraaf 1.10).' Het is mij niet duidelijk tot wat hier concreet wordt besloten? Gaat het misschien om de acties die genoemd worden in het laatste raamwerk (pagina 60)? De acties in fase 1 en 2 hiervan zijn al voltooid toch, dus het gaat dan om fase 3?
109
Het gevraagde besluitpunt slaat inderdaad terug op het gepresenteerde raamwerk (Programmabegroting blz. 60). In het raamwerk zijn in de drie fases opgenomen op welke onderwerpen de komende periode stappen moeten worden gezet en welke activiteiten nog ondernomen moeten worden. De onderwerpen en activiteiten in fase 1 en 2 zijn reeds in gang gezet, maar zullen de komende periode nog wel tijd en aandacht vragen met als doel duurzaamheid te versleutelen in de haarvaten van de beleids- investeringen en besluitvormingsprocessen van de gemeente.
De grootste ontwikkelopgave zit in fase 3, de doorontwikkeling van de duurzaamheidsbegroting. Met het besluit wordt gevraagd in te stemmen met deze ontwikkelopgave en de daarbij behorende activiteiten, maar ook met het continueren met hetgeen reeds in gang is gezet.
111
2 Programma 3 Werk, inkomen en schulden
D66 F. (Floor) Roduner
98
Veel effect indicatoren R/S worden constant gehouden voor alle toekomstige jaren (2022 of 2023 en verder), bijvoorbeeld op deze pagina veel indicatoren. Dat is prima (neem aan dat dit een bewuste keus is), als die indicatoren al op een voldoende/goed niveau zitten en niet verder verbeterd hoeven en kunnen worden. Om het leesbaarder te maken is het mogelijk van de indicatoren die constant blijven vanaf 2022 of 2023 de waarden vanaf dan t/m 2027 dezelfde kleur te arceren? Een lichte pastelkleur bijvoorbeeld. Dan is veel makkelijker te zien dat voor deze indicatoren de ambitie gekozen wordt om deze niet te (kunnen) verbeteren maar op peil te houden. Nu doet het toch vreemd aan dat veel indicatoren hetzelfde blijven, en kost het de lezer onnodige tijd om dit voor elke individuele indicator te checken en er daarna pas over na te gaan denken.
Nr
Onderdeel
111
De huidige opzet en prestatie van de P&C-producten (incl. keuze voor indicatoren) is het resultaat van de uitkomsten van de raadsconferentie 'De begroting ont(k)leed' (verwerkt in de Programmabegroting 2020-2024). In november staat een volgende raadsconferentie over indeling en indicatoren gepland. Het staat de vraagsteller vrij bij deze conferentie (of d.m.v. een motie bij de begrotingsbehandeling) dit voorstel in te dienen.
De indeling van de begroting is een raadsbevoegdheid.
Nr
Onderdeel
41 3.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Groen Links F. (Floor) Roduner 41
Vraag
Blz
Vraag
195
Is er rekening gehouden met een minimumloon van 14 euro?
Pag. 35
Pag. 35
Voor de medewerkers van de gemeente geldt conform landelijke CAO € 14 vanaf 1 januari 2022 als minimum. Voor Spaarnelanden NV geldt dat de € 14 wordt verwerkt via de CAO-GEO 2022-2024. SRO NV verwerkt de € 14 in de conceptbegrotingen 2023 die in december a.s. in de aandeelhoudersvergadering aan de orde is.
46 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner 46
Blz
18
Wat is het budgettaire effect op de begroting als de omgevingswet weer wordt uitgesteld?
- Op dit moment is er een sterke lobby om de invoering van de omgevingswet weer uit te stellen
De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw wordt zo goed als zeker uitgesteld naar tenminste 1 juli 2023. Het wachten is nog op het formele besluit van de Minister. Mocht de wet worden uitgesteld dan is het effect op de batenkant van de leges op dit moment voor een heel jaar verwerkt, dit zal dan beperkt worden tot een half jaar (met andere woorden er worden minder inkomsten verwacht en wel 1,5 ton ipv 3 ton).
De andere werkzaamheden ten behoeve van de voorbereiding van de Omgevingswet moeten worden voortgezet en deze werkzaamheden zijn al verwerkt in de begroting en hebben dan ook geen direct effect op de begroting. Die taken moesten toch al gedaan worden.
De tijdelijke capaciteitsuitbreiding die is toegekend aan VTH en KCC om de eerste tijd meer vragen te kunnen beantwoorden en tegelijkertijd de implementatie van de wet, nieuwe software en afspraken goed van start te laten gaan, verandert niet. De inzet van deze extra capaciteit zal alleen verschuiven in de tijd.
Nr
Onderdeel
47 1 Algemeen Groen Links B. (Bas) van Leeuwen
47
Blz
Vraag
Pag. 36
13
We hebben als Haarlem al maatregelen genomen die worden voorgesteld door het Rijk als besparing en daar worden we op gekort.
Kortom: begrijp ik het goed dat Haarlem door actief te besparen, nu het slachtoffer wordt van deze door het Rijk aangekondigde besparingen, omdat we geacht worden die nog niet te hebben uitgevoerd?
De maatregelen die vanuit het Rijk komen zijn nog niet vastgesteld. Dit betekent dat het ook nog niet duidelijk is welk gevolg deze maatregelen voor Haarlem specifiek hebben. In het verleden is de gemeente Haarlem al begonnen met het invoeren van maatregelen met betrekking tot kostenbeheersing. Deze maatregelen waren zowel inhoudelijk als financieel van aard, met als doel om de autonome groei van het jeugdhulp budget naar beneden bij te sturen.
Het effect van nieuwe maatregelen vanuit het Rijk zal voor de gemeente Haarlem daarom wellicht overeenkomen met het effect van deze reeds genomen maatregelen in het verleden. Dit betekent dat een verwacht resultaat van deze maatregelen bij de gemeente Haarlem lager kan uitvallen. De gemeente is hierdoor niet een slachtoffer van het actief besparen in het verleden, maar de positieve effecten van die maatregelen zijn bij Haarlem al gerealiseerd en dus reeds onderdeel van de huidige begroting.
48 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner
13
Haarlem heeft weinig ruimte om de lokale belastingen te verhogen. Nu wordt er meer naar Haarlem doorgeschoven vanaf 2026. Er staat '... de daaruit volgende beperkte structurele ruimte lijkt dan ook niet houdbaar...' klopt het dat de verwachting is dat Haarlem het gat dat door het beleid van het kabinet op dit punt wordt veroorzaakt, niet of slechts gedeeltelijk door Haarlem is in te vullen?
48
Wanneer Haarlem minder structurele middelen ontvangt vanuit het Gemeentefonds (door middel van het accres) dient dit door de gemeente opgevangen te worden. Ofwel door haar lasten te verlagen, ofwel door haar overige inkomsten te verhogen. Voor wat betreft het structurele accres lopen op dit moment onderzoeken en discussies met het Rijk waarbij de financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten centraal staat.
Het "niet houdbaar zijn" slaat dan ook op het eenzijdige besluit van het kabinet. Bij de septembercirculaire 2022 is inmiddels € 1 miljard extra beschikbaar gesteld voor het Gemeentefonds in 2026, voor de daaropvolgende jaren heeft nog geen toekenning van extra middelen vanuit het Rijk plaats gevonden.
Nr
Onderdeel
95 5 Bijlagen Groen Links F. (Floor) Roduner D. (Diana) van Loenen 95
Blz
Vraag
236
Er staat hier nog steeds een reservering voor het depot 'erfgoed' van 1.3 miljoen in 2025.
Pag. 37
Er zijn gevorderde ideeën over een gezamenlijk depot met andere partijen. Moet daar niet nu al een voorlopige voorziening voor worden getroffen ipv een reservering voor een depot van maar 1 organisatie?
Er is inderdaad t.b.v. het Archeologisch depot een IP-post opgenomen van € 1,3 miljoen. Op dit moment vindt er onderzoek plaats naar een locatie voor een depot. Hierin werken de gemeente en het Noord-Hollands Archief nauw samen.
Aangezien dit onderzoek nog niet is afgerond en daarmee over de financiering nog niets bekend is, is het opnemen van een stelpost in het IP nu prematuur.
96 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner
16
Voor 2023 wordt door de gemeente de extra kosten voor samenwerking met HVC gedekt uit de algemene middelen.
Wat betekent het voor de afvalstoffenheffing als deze in 2024 weer 100% dekkend moeten zijn.
Met wat voor een verhoging zien de een- en meerpersoonshuishoudens zich geconfronteerd in 2024 ev?
96
97
Wanneer de kosten voorvloeiende uit de overstap naar HVC in 2024 zouden worden doorbelast aan de gebruiker, betekent dit een stijging van het tarief met +/- € 10 voor meerpersoonshuishoudens (zie ook blz. 179 van de programmabegroting) en +/- € 7 voor eenpersoonshuishoudens ten opzichte van de voor 2023 voorgestelde tarieven.
3.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Groen Links F. (Floor) Roduner
164
De NSQ blijft relatief laag - tot 80% in 2027.
Is het mogelijk om aan te geven waarom deze niet naar de 120% op loopt als beoogd in het coalitie programma?
Welke investeringen er niet worden gedaan, of vooruit geschoven worden?
Nr
Onderdeel
97
In het coalitieprogramma staat dat de maximale netto schuldquote wordt gehandhaafd op 120%. Er wordt dus niet gesteld dat de beoogde netto schuldquote 120% is. In het Financieel Kader 2022 (raad van 7 april 2022) wordt reeds aangegeven dat voor het bepalen van de ruimte voor (extra) investeringen de schuldpositie niet zozeer van belang is, maar de structurele begrotingsruimte bepalend is. Dit is terug te zien in de netto schuldquote van 80%. Overigens geeft dit percentage de schuldquote weer op basis van de begroting exclusief aanvullende voorstellen en investeringen waarover nog beslist moet worden.
98 5 Bijlagen Groen Links D. (Diana) van Loenen 98
Blz
253
Vraag
Pag. 38
De grafiek toont dat Haarlem koploper is in lopende re-integratievoorzieningen.
Is het bekent waarom dit getal zo hoog is in Haarlem in verhouding tot andere steden?
In Haarlem is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de bemiddeling en ondersteuning naar betaald werk in de vorm van een re-integratietraject voor de groep uitkeringsgerechtigden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. Dit zou kunnen verklaren waarom het aantal lopende re-integratievoorzieningen bij de gemeente Haarlem hoger is in vergelijking met andere gemeenten.
99 5 Bijlagen Groen Links drs. J. (Jos) Wienen
258
Hier is Haarlem koploper in.
Terwijl Haarlem verder in de statistieken in de bijlage lager dan gemiddeld scoort op (kleine) criminaliteit.
Kunt u aangeven waarom dat zo is?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 39
99
Haarlem heeft relatief veel Halt verwijzingen, omdat het college en de driehoek hier veel waarde/belang aan hecht. Dit krijgt in de praktijk vorm door:
- Haarlem heeft in verhouding met andere middelgrote gemeenten veel jeugdboa’s die actief doorverwijzen naar HALT als er sprake is van overtredingen op APV feiten. -Halt heeft in Haarlem relatief goede contacten met de jeugdagenten die de pedagogische meerwaarde van Halt zien. Zij kiezen daardoor eerder voor Halt dan een waarschuwing of bekeuring.
- Halt werkt op het politiebureau Koudenhorn en is aangesloten bij ZSM, waardoor de lijnen met politie en OM in Haarlem kort zijn.
- Het OM Noord Holland heeft dan ook een hoog doorzettingscijfer richting Halt, met andere woorden zij hebben Halt relatief meer op het netvlies dan andere arrondissementen.
- Halt krijgt relatief veel vals ID zaken binnen vanwege de horeca in Haarlem.
- Halt sluit aan bij handhavingsacties rond evenementen zoals Haarlem Jazz en Bevrijdingspop. Hier wordt door handhavers actief gehandhaafd op alcohol onder de 18. Hierdoor krijgt Halt veel zaken m.b.t. alcohol toegestuurd.
100
2 Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen Groen Links E. (Eva) de Raadt
153
We zien dat het percentage inhuur piekt in 2021 om vervolgens weer te dalen naar 10% in 2024 ev.
De arbeidsmarkt is nog steeds overspannen en personeel is niet te vinden. Dat maakt externe inhuur vaker nodig dan gewenst. De kans is zeer groot aanwezig dat er meer moet worden ingehuurd. Waarom is dit percentage dan zo 'laag' ingeschat. Uiteraard heeft de raad keer ook keer gepleit omdat percentage zo laag mogelijk te houden, maar nu lijkt het wel heel optimistisch.
Kunt u ons informeren waarop deze cijfers zijn gebaseerd?
Nr
Onderdeel
100
Deze effect indicator wordt berekend op basis van de begrote bedragen inhuur af te zetten tegen de totale loonsom (inhuur + vast personeel). In de door de Raad goedgekeurde meerjarenbegroting wordt uitgegaan van een daling van de inhuurkosten, zodat dit streefpercentage daalt in de komende jaren. De effect indicator inhuur is daarmee een resultante van de meerjarenbegroting en niet op zichzelf staand kengetal. De inschatting van de inhuurkosten op de middellange en langere termijn is complex en volatiel te noemen, als gevolg van conjuncturele ontwikkelingen zoals krappe arbeidsmarkt, koopkrachtontwikkelingen en een mogelijke recessie, maar ook door nieuwe maatschappelijke opgaven zoals de vluchtelingenopvang als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de energiecrisis. In de 2de bestuursrapportage 2022 gaan we hier nader op in.
101 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner D. (Diana) van Loenen
101
103
34
Vraag
Pag. 40
Er ligt een uitdaging voor een gezamenlijk depot voor in ieder geval voor FHM NHA archief en de Archeologische collectie.
Dat vraagt een groot aantal vierkantemeters. Haarlem heeft niet of nauwelijks ruimte binnen de stadsgrenzen en die vierkante meters zijn zeer kostbaar. Wordt er gekeken naar locaties buiten de stadsgrenzen van Haarlem
In het locatieonderzoek wordt ook gekeken naar kavels en locaties rondom Haarlem, zoals in de Haarlemmermeer.
102 1 Algemeen Groen Links F. (Floor) Roduner D. (Diana) van Loenen 102
Blz
111
Nog een vraag over het gezamenlijke depot FHM, NHA en Archeologische coll.
Is er, of wordt er nagedacht om een deel van de archieven van het NHA te digitaliseren en de originelen, indien daar toe geschikt, te vernietigen om ruimte in de depots te creëren of een kleinere ruimte eis voor het beoogde nieuwe depot?
In de Archiefwet staat dat archieven na uiterlijk 10 jaar overgebracht moeten worden naar de archiefbewaarplaats. De (analoog) overgebrachte archieven blijven dan bewaard, digitalisering vervangt niet het originele archiefstuk. Het NHA verwacht de komende jaren nog 20 kilometer papieren archief.
2 Programma 2 Ondersteuning en zorg Groen Links D. (Diana) van Loenen
88
De eerste twee cijfers, beter kunnen redden en kwaliteit, zien we dat de streefcijfers lager zijn dan in de jaren ervoor.
Kunt u aangeven waarom er voor is gekozen om de ambitie te verlagen?
Nr
Onderdeel
103
De streefwaarden zijn niet verlaagd, maar gelijk aan die van 2022. Er is gekozen voor deze streefwaarden, omdat dit een realistische en positieve ambitie is op basis van de trend die de cijfers uit het verleden laten zien en de actuele ervaringen.
104 5 Bijlagen Groen Links D. (Diana) van Loenen
Blz
302
Vraag
Pag. 41
De pagina aanduiding klopt niet. Het is de 2de pagina van de bijlage 'overzicht Risico's' Beroep open einde regeling Minima etc.
- Gezien de huidige ontwikkelingen lijkt het risico aanmerkelijk groter dan 25%. Dat konden we al eerder zien aankomen. Waarom is het risico toch op (maar) 25% gezet?
104
Op basis van de ervaringsgegevens uit de afgelopen jaren en ook de prognose van uitgaven dit jaar, blijkt dat het beroep op de minimaregelingen en bijzondere bijstand binnen de beschikbare budgetten is gebleven/blijft. Op grond van die ervaringsgegevens over het aantal inwoners dat gebruik maakt van de regelingen, is de inschatting dat het risico op overschrijding van het budget 25% is.
Als het gebruik in 2023 gaat toenemen zal de kans op overschrijding in volgende P&C-documenten (als eerste de Jaarrekening 2022) opnieuw beoordeeld worden.
105
3.7 Paragraaf Grond- en vastgoedbeleid Groen Links F. (Floor) Roduner
225
Voor sociale woningbouw gelden vaste grondprijzen.
Betekent dat een commerciële partij die een aantal sociale huurwoningen of koopwoningen wil bouwen de vaste grondprijs betaald?
Veel partijen willen de sociale woningen na 10-15 jaar uitponden. Kunnen die dan gebruik maken van de vaste grondprijs?
105
Ja, ontwikkelaars betalen de vaste grondprijs voor sociale huur/koop-woningen. Er is een door de raad vastgesteld kader voor de termijnen waarin sociale huur en koop van toepassing zijn, namelijk "Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment (2018/273161). Daar dienen de ontwikkelaars van sociale huur en koop zich aan te houden. Uitponden voordat die termijn afloopt kan dus niet.
Nr
Onderdeel
106 5 Bijlagen Groen Links E. (Eva) de Raadt
Blz
Vraag
Pag. 42
312
Pagina aanduiding is niet correct omdat er paginanummering is bij de Risisoparagraaf.
Mijn vraag is van algemene aard.
Hoewel de gemeente en de IT afdeling alles doet om datalekken te voorkomen en daartoe ook risicobedragen in de risicoparagraaf zijn opgenomen, lijkt het mij dat het risico dat de site wordt afgesloten door hackers en er een losgeld wordt gevraag en aannemelijk risico. Is daar over nagedacht omdat risico op te nemen?
106 113
Dit risico is opgenomen met kans 35% en een mogelijke schade van € 12 miljoen. Aandacht gaat zowel uit naar het verlagen van de kans (voorkomen dat het gebeurt) als naar het verlagen van de impact doordat continuiteitsmanagement wordt opgestart.
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
114
Bij de doelenboom van programma 4 staat als doel ‘een duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving nu en in de toekomst.’ Wat wordt er in dit verband bedoeld met ‘duurzaam’? Gaat het om toekomstbestendigheid, energieverbruik, co2 uitstoot, of nog iets anders?
Een volgend doel is ‘een duurzaam Haarlem’. Wat wordt bij dit doel bedoeld met ‘duurzaam’?
In het algemeen: Wordt er binnen de gemeente een bepaalde definitie van het begrip ‘duurzaamheid’ gehanteerd, en zo ja, wat is die definitie, of welke elementen komen erin terug?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 43
113
Met 'een duurzame, veilige en gezonde fysieke leefomgeving nu en in de toekomst' wordt de term duurzaamheid vooral als toekomstbestendig bedoeld. Zoals aangekondigd op p 65 van de begroting volgt voor het einde van het jaar een voorstel voor aanpassing van de doelen en prestaties van de programma’s 4 en 5 om deze beter aan te laten sluiten op de ambities uit de Omgevingsvisie.
Bij het volgende doel 'een duurzaam Haarlem' wordt met 'duurzaam' bedoeld: de totale CO2 uitstoot (x1.000 ton) in Haarlem, het percentage hernieuwbare elektriciteit en het draagvalk onder Haarlemmers, gemeten in de mate waarin Haarlemmers zelf Duurzaam Doen.
In de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid staat deze beschrijving van het begrip 'duurzaamheid': De Haarlemse Routekaart Duurzaamheid gaat over hoe we als Haarlem CO2-reductie realiseren [...]. Dat doen we zowel voor de directe als indirecte CO2-uitstoot, maar ook voor de uitstoot in de keten.
114
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links F. (Floor) Roduner
114 115
114
Bij het doel ‘meer, betaalbaarder en energiezuiniger aanbod van woningen’ staat een effectindicator die gaat over corporatiewoningen.
Betekent dit dat het doel om energiezuinigere woningen te realiseren, alleen van toepassing is op corporatiewoningen? Of betreft het doel ook koophuizen en/of huurwoningen in de vrije sector, maar is hiervoor geen effectindicator opgenomen?
Het doel om meer energiezuinige woningen te realiseren heeft zeker ook betrekking op woningen buiten de corporatiesector. Onder het doel "Een duurzaam Haarlem” is het percentage energielabels woningen C of hoger van geldige energielabels als indicator opgenomen.
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
117
Bij de prestatie ‘creëren van bewustwording door middel van campagnes, educatie, etc.’ (onder het doel ‘duurzaam Haarlem) is als indicator het percentage energielabels van C of hoger opgenomen.
Betekent dit dat de bewustwording zich alleen of met name richt op het verbeteren van het energielabel van woningen? Of richt de bewustwording zich ook op andere facetten van duurzaamheid, en zo ja, welke?
Nr
Onderdeel
115
We doen veel meer aan bewustwording dan alleen het verbeteren van energielabels. We richten ons op meerdere duurzame facetten, zoals energie opwek en energie besparing, duurzame voeding en kleding, en het groener maken van de leefomgeving, zoals groene daken en tegels wippen. We doen dit onder andere met de campagnes: Haarlem doet duurzaam en Haarlem wordt steeds gasvrijer.
116
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 116
117
117
Vraag
Pag. 44
Bij de prestatie ‘Gemeente Haarlem stimuleert Haarlemmers om energie te besparen’ en ook bij ‘creëren van bewustwording hoe Haarlemmers zelf bij kunnen dragen’: kunt u aangeven welke (groepen) Haarlemmers hier worden bedoeld? (Gaat het bijvoorbeeld om particuliere woningbezitters, om huurders, om VVE’s, gaat het ook om bedrijven?)
Haarlem zet al jaren in op het informeren, stimuleren en motiveren van bewoners om het energiegebruik in woningen te verminderen. Dit doen we onder andere met de campagne Haarlem wordt steeds gasvrijer, de Duurzaamheidslening, collectieve inkoopacties, informatiebijeenkomsten en het aanbieden van gratis energiescans. Hiermee bereiken we huurders, woningeigenaren, VvE’s, maar ook eigenaren en huurders van bedrijfspanden (kantoren, horecaondernemers en winkeliers).
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 117
Blz
117
Zoals in de duurzaamheidsbegroting wordt toegelicht, wordt de totale CO2 uitstoot in Haarlem mede bepaald door externe factoren, zoals het aandeel duurzame energie in de elektriciteitsmix. Kunt u aangeven wat ongeveer het percentage is van de totale CO2 uitstoot, waarop de genoemde prestaties (stimuleren & faciliteren energiebesparing en creëren van bewustwording) een effect kunnen hebben?
In de Haarlemse Routekaart Duurzaamheid “Route voor CO2 reductie” is aangegeven hoe de transitiepaden er voor Haarlem uitzien. Per transitiepad is het percentage CO2 uitstoot aangegeven. Het transitiepad Elektriciteit en opwek is verantwoordelijk voor 40% van de CO2 uitstoot. Beperking van het aardgasverbruik voor Wonen en Werken én het beperken van brandstofverbruik (benzine en diesel) voor mobiliteit hebben direct invloed op het beperken van de CO2 uitstoot. Het aardgasverbruik en het brandstofverbruik bepalen ongeveer 60% van de totale CO2 uitstoot van Haarlem.
Nr
Onderdeel
118
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
118
Blz
Vraag
Pag. 45
117
Het percentage opgewekte hernieuwbare elektriciteit loopt naar verwachting jaarlijks op van 10% in 2022 tot 17% in 2027. Maar in 2023 wordt eenmalig een neergang verwacht (9% hernieuwbare opwek, na 10% het jaar daarvoor). Kunt u aangeven waarom het percentage in dat jaar daalt? (Ik neem overigens aan dat het gaat om het percentage dat in Haarlem wordt opgewekt, en niet het percentage van de elektriciteit die Haarlemmers gebruiken, klopt dat?)
De waarde van 10,3% hernieuwbare elektriciteit in 2022 is fout weergegeven en behoort 7,5% procent te zijn. Met andere woorden, het percentage hernieuwbare elektriciteit blijft jaarlijks stijgen, met name door het plaatsen van zonnepanelen op daken van woningen en gebouwen.
Het betreft inderdaad het percentage elektriciteit, dat binnen de grenzen van Haarlem hernieuwbaar wordt geproduceerd, ten opzichte van het totale elektriciteitsverbruik in Haarlem.
119
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 119
117
Het aantal verstrekte duurzaamheidsleningen in 2022 zoals in het raadsstuk van de commissie Beheer van 6 oktober (ongeveer 200 leningen) is hoger dan in de tabel in de programmabegroting (100 leningen). Komt dat omdat dit recentere cijfers zijn? Is de verwachting van het aantal leningen per jaar van 2023 t/m 2027 inmiddels naar boven bijgesteld, en zo ja, wat is de nieuwe verwachting?
De indicator hoort bij de prestatie: Gemeente Haarlem stimuleert en faciliteert Haarlemmers om energie te besparen en duurzame energie op te wekken via het beschikbaar stellen van financiering (zoals een subsidie, lening). Het getal zegt iets over de vraag naar deze leningsfaciliteit en het beschikbaar stellen van deze financiering.
De aantallen verstrekte leningen zijn in korte tijd enorm toegenomen. Huishoudens met een verzamelinkomen tot € 45.014 euro per jaar kunnen vanaf 1 november terecht bij het Nationaal Warmtefonds voor een energiebespaarlening met 0% rente. Op dit moment zijn in 2022 er 132 leningen tot stand gekomen bij SVn. Verwachting is dat dit verder oploopt tot het einde van het jaar.
Nr
Onderdeel
120
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
Blz
Vraag
Pag. 46
117
Het oordeel van Haarlemmers over de mate waarin zij duurzaam doen wordt gemeten door een inwonerspeiling. In deze peiling is voor de jaren 2019 tot 2021 te zien dat op 4 aspecten het duurzame gedrag van mensen toeneemt (zoals meer afval gescheiden inleveren, meer eigen energie opwekken), maar op 7 aspecten blijft het duurzame gedrag gelijk, of neemt het af (minder duurzaam vervoer, minder seizoensproducten, minder tegels vervangen door groen, etc).
Heeft u een verklaring voor deze neergaande lijn in hoe Haarlemmers hun eigen duurzame gedrag beoordelen?
In de komende jaren wordt er een juist stijging voorzien in het duurzame gedrag (van een 6,8 in 2021 naar een 8 in 2024). Kunt u aangeven welke maatregelen worden genomen om die stijging te realiseren? En kunt u aangeven welke van deze maatregelen nieuw zijn, bestaand, of een intensivering van het bestaande?
120
De tabellen over op welke ‘initiatieven’ Haarlemmers rekening houden met Duurzaamheid worden sinds 2019, 2020 en 2021 opgehaald binnen het omnibusonderzoek van Haarlem. Deelnemende bewoners worden gevraagd om aan te kruizen welke van deze ‘initiatieven’ zij zelf toepassen. Dit onderzoek geeft al drie jaar op rij een vrij constant beeld van de ordening van de initiatieven. Er is dus niet zo zeer sprake van een neergaande lijn, maar juist een zeer consequent beeld van welke duurzame dingen Haarlemmers duurzaamheid meenemen in hun leefomgeving. Dit geeft inzicht waarop bijvoorbeeld de communicatie-uitingen van de gemeente Haarlem zich kunnen gaan richten.
Haarlem streeft naar een stijging in het duurzame gedrag van de Haarlemmers. Nederland en de wereld staan aan de vooravond van de transitie naar een circulaire economie. Haarlemmers kopen en verkopen al gebruikte spullen. Het kopen van seizoensproducten en consuminderen kan men als volgende stap omschrijven. Daarnaast zijn al veel Haarlemmers bezig met het vergroenen van hun leefomgeving, maar vangen ze nog geen water op voor toekomstig gebruik. Hiervoor zal in de toekomst met de aanpak en communicatie van circulaire economie en klimaatadaptatie steeds meer aandacht voor komen. Haarlem zal de komende jaren met bewustwordingscampagnes aandacht gaan vragen voor de ‘initiatieven’ waarop Haarlemmers nu nog niet aangeven deze toe te passen.
122 1 Algemeen Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
45
In de duurzaamheidsbegroting wordt aangegeven dat er nog geen doelstellingen zijn opgenomen, maar dat dit wel de ambitie is. Kunt u aangeven waarom er nu nog geen doelstellingen zijn opgenomen?
Wanneer wordt verwacht dat deze doelstellingen er komen?
Nr
Onderdeel
122
De Routekaart Duurzaamheid bevat de beleidsvisie van de gemeente voor het reduceren van CO2-uitstoot en hoe deze wordt uitgewerkt in doelstellingen en beleid. De feitelijke gevolgen van het geïmplementeerde beleid zullen zichtbaar worden in de duurzaamheidsbegroting. De doorvertaling van de aangescherpte doelstelling uit het Regeerakkoord is opgenomen in de duurzaamheidsbegroting, toegezegd is om begin 2023 inzicht te geven in de maatregelen die benodigd zijn om deze doelstelling te behalen.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
123 1 Algemeen Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout
53
In de duurzaamheidsbegroting is aangegeven dat binnen de categorie Werken een grote stijging van elektriciteitsverbruik wordt veroorzaakt door datacenters. Is het bekend of dit toegenomen verbruik (stijging van 155%) gevolgen heeft voor de capaciteit van het net? En zo ja, wat zijn deze gevolgen?
123
Vraag
Pag. 47
Pag. 47
Het is niet bekend wat de gevolgen zijn van het toegenomen verbruik van datacenters op het stroomnet. Het is aannemelijk dat de datacenters invloed hebben op het stroomnet. Op 31 januari 2022 is de Datacenterstrategie Noord-Holland 2022-2024 door de Provinciale Staten vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat enkel nog in de gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon grote datacenters mogen komen. Dit betekent dat er in Haarlem enkel nog kleine datacenters gevestigd kunnen worden, met dus een beperkte stroomvraag. Uiteraard hebben deze ook gevolgen voor het net, maar de gevolgen zullen beperkt zijn.
124 1 Algemeen Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 124
Blz
45
In de duurzaamheidsbegroting wordt verwezen naar de Routekaart duurzaamheid, met een doelstelling van 50% CO2 reductie in 2030. (die verhoogd zal worden naar 60%) Zijn er voor de verschillende transitiepaden tussen nu en 2030 inmiddels tussendoelen opgesteld? En zo ja, wat zijn deze tussendoelen?
Toegezegd is dat in het eerste kwartaal 2023 een actuele doorrekening gemaakt zal worden van de Routekaart Duurzaamheid. Hier zullen de maatregelen in worden opgenomen die benodigd zijn om de aangescherpte doelstelling te bereiken.
Er worden geen tussendoelen gesteld. Deze zijn lastig te bepalen, omdat een aantal grote projecten lang lopend zijn zoals de realisatie van warmtenetten. Middels de duurzaamheidsbegroting monitoren we of we op de goede weg zijn richting het doel in 2030.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
125 1 Algemeen Groen Links E. (Eva) de Raadt
32
Kunt u aangeven hoe het gaat met de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed? Welke panden zijn dit jaar aangepakt tegen welke middelen? Welke panden staan in 2023 op de rol?
125
De afdeling Vastgoed heeft toegezegd om jaarlijks de raad te informeren over de voortgang van de verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed. De eerste raadsinformatiebrief is gereed en staat op de agenda van de Commissie Ontwikkeling van november. De raadsinformatiebrief geeft inzicht over wat in 2022 is gedaan en wat er in 2023 en verder gepland staat. Strekking is dat er afgelopen jaar veel voorwerk is gedaan, op korte termijn de verduurzamingsopdrachten worden verstrekt aan SRO die het beheer en onderhoud van onze portefeuille doet vanaf 1 januari 2022. Verder is er gedurende het jaar 'werk met werk' gecombineerd, denk bijvoorbeeld aan de renovatie en vernieuwing van de bibliotheek in het centrum, waar we van een G label naar een B label gaan. Voor meer informatie zie de raadsinformatiebrief in november.
126
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links F. (Floor) Roduner 126
127
116
Het valt ons op dat bij de prestatie-indicatoren van de inwonerspeiling (p.166) het oordeel van de Haarlemmers 7,5 en dat dit tevens de prognose is voor de toekomst. Waarom is dat zo? Hoe kunnen we dit cijfer verhogen? Kan dit ambitieuzer?
De gebiedsgerichte integrale uitvoering van de omgevingsvisie zal leiden tot veranderingen in de directe leefomgeving. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het invoeren van gereguleerd parkeren of de aanleg van een Waternet. Niet alle bewoners zullen dit als positief ervaren. De ambitie dat Haarlemmers hun straat met gemiddeld een 7,5 blijven beoordelen tijdens een periode van veranderingen is ambitieus.
2 Programma 4 Duurzame stedelijke vernieuwing Groen Links R.H. (Robbert) Berkhout 127
Pag. 48
117
Gezien de huidige urgentie voor meer investeringen in duurzame energie valt het ons op dat het percentage energielabels van woningen C of hoger in 2023 hetzelfde is als in 2022. Is dit correct?
Waarom zijn verwachtte percentages niet hoger?
Van ongeveer de helft van de woningen is het daadwerkelijke energielabel op dit moment nog niet bekend/geldig. Dit betreft voornamelijk woningen met een laag energielabel (label D of lager). Doordat er in de loop van de jaren van meer woningen het (relatief lage) energielabel bekend wordt, is de verwachting dat het percentage woningen met een energielabel C of hoger de komende jaren ongeveer gelijk zal blijven.
Nr
Onderdeel
121
3.8 Paragraaf Duurzaamheidsbegroting Partij voor de Dieren R.H. (Robbert) Berkhout 121
Blz
Vraag
Pag. 49
49
Hoe verhoudt zich het reductie doel van 399 kton CO2 tov de beoogde reductie van 366 kton in de tabel op blz 50? Betekent de 366 kton het maximale wat Haarlem kan gaan reduceren en we daarmee het doel van 399 niet gaan halen? Of gaat de Routekaart aangepast worden om tot de 399 kton reductie te komen?
In de Routekaart Duurzaamheid is begin 2022 een reductie prognose gepresenteerd van 297 kton CO2. Recente ontwikkelingen zoals de bijmengverplichting groen gas en een herziene emissiefactor, hebben invloed op deze eerder gemaakte prognose. Wanneer deze ontwikkeling worden doorgerekend, is de verwachte CO2 reductie 366 kton.
De doorrekening van de aangescherpte CO2 reductiedoelstelling laat zien dat Haarlem een reductiedoel heeft van 399 kton. Toegezegd is om begin 2023 met een actuele doorrekening te komen.
49 1 Algemeen PvdA E. (Eva) de Raadt 49
1
Wat zijn de openstaande vacatures per afdeling per heden?
De openstaande vacatures per afdeling (peildatum 30-9-2022) zijn als volgt:
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 50
Nr
Onderdeel
Blz
50
2 Programma 6 Burger, bestuur 297 en veiligheid
Vraag
Pag. 51
Kunt u ten aanzien van de afdeling WABO-vergunningen – gezien de werkdruk aldaar- aangeven hoe de capaciteit was in 2021, 2022 en de geplande capaciteit in 2023 en verder?
PvdA F. (Floor) Roduner 50
In de begroting is totaal 21,56 fte beschikbaar voor vergunningverlening op APV, bijzondere wetten en op de Wabo. Voor de Wabo betreft dit 11 fte en is dit voor 2021, 2022, 2023 en verder eveneens beschikbaar in de begroting. De bezetting van de formatie op peil houden is echter zeer moeilijk. In 2021 was bv van de 8 fte senior specialist gemiddeld 4 fte bezet met vast personeel en 5 personen via inhuur. In 2022 is inmiddels deze bezetting gedaald naar 3 fte vast en 3 senior specialist inhuur. Het vinden van vast personeel neemt nog steeds af en inhuur is steeds moeilijker te vinden en dat heeft geleid tot het inzetten van een arbeidsmarktcampagne in 2021 en heeft medio 2022 geleid tot het starten met een juniorklas om zelf mensen tot vergunningverlener wabo op te leiden, hetgeen uiteraard ook capaciteit vergt van de zittende mensen.
51 1 Algemeen PvdA B. (Bas) van Leeuwen 51
Actieplan fiets uit coalitieakkoord: wanneer wordt dit plan opgesteld en voorgelegd aan de raad?
Het nieuwe actieplan fiets uit het coalitieakkoord is feitelijk het uitvoeringsprogramma behorende bij het nieuwe fietsbeleid. De planning is om het conceptfietsbeleid in januari vrij te geven voor inspraak en op 12 januari 2023 te bespreken in de commissie beheer. Parallel aan de inspraakperiode voor het fietsbeleid stellen wij het uitvoeringsprogramma Actieplan Fiets 2023 op. Planning is om dit plan samen met het definitieve fietsbeleid voor de zomer 2023 in de raad vast te stellen.
52 0 Aanbiedingsbrief PvdA drs. J. (Jos) Wienen D. (Diana) van Loenen 52
1
4
Visie en programmageld nachtcultuur (150k per jaar incidenteel 2023-2026): zijn hier al gesprekken over gestart met stakeholders? Wat is de planning dat de visie beschikbaar is?
Met de Nachtwacht wordt gesproken over de visie en een plan van aanpak. In overleg met de Nachtwacht zal de planning worden bepaald.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
53 0 Aanbiedingsbrief PvdA drs. J. (Jos) Wienen D. (Diana) van Loenen
4
In het verlengde van visie nachtcultuur; op 6 november 2020 is bij de begrotingsbehandeling de motie “24 uur post corona” aangenomen. Inmiddels bijna 2 jaar verder is er geen locatieverkenning aangeboden voor geschikte locaties voor een 24 uurs vergunning. Kunt u uitzetten welke activiteiten er zijn ondernomen om de motie uit te voeren en waarom het niet mogelijk was om in 2 jaar (!) tijd een resultaat voor te leggen aan de raad? Op welke termijn wordt er wél een resultaat aangeboden aan de raad?
53
Pag. 52
Het betreft een meervoudig complex vraagstuk waar meerdere belangen spelen. Dit in samenhang met de coronacrisis heeft dit proces langer laten duren.
Het streven is de kaders voor pilot inclusief locatieverkenning begin 2023 te bespreken in de commissie beheer/bestuur.
55 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
1
Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2022 (ad €6,5 miljoen) worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 53
55
Algemeen: er zijn niet veel investeringen die van 2022 (of 2023, 2024 of 2025) naar 2027 of verder zijn uitgesteld. Het gaat vaak om meerjarige investeringen waarbij de verschuivingen ook meerdere jaren betreffen. Een investering die bijvoorbeeld in 2023 of gedeeltelijk in 2023 stond geraamd, kan nu zijn geraamd over de periode 2025-2027. Hoewel dan de hele investering niet meer in 2023 staat geraamd, is het bedrag dat naar 2027 of verder is uitgesteld veel kleiner. Er kan ook sprake zijn van een investering die was geraamd van 2022 t/m 2025, die nu is verschoven naar 2024 t/m 2027. Het bedrag dat eerst in 2022 was geraamd, staat dan nu in 2024 geraamd. Er is daarmee geen investering van 2022 die naar 2027 is uitgesteld, maar wel een verschuiving die leidt tot een resterend investeringsbedrag in de jaarschijf 2027.
De bedragen die in de vragen 55 tot en met 69 genoemd worden betreffen overigens de netto verlaging in een bepaald jaar. Sommige investeringen worden verhoogd of vervroegd, sommige investeringen worden juist verder in de tijd geraamd. De genoemde bedragen zijn de saldi van deze tegengestelde bewegingen.
Specifiek voor 2022: de volgende investeringen hebben in 2022 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. Nogmaals, dit hoeft geen rechtstreekse verplaatsing van 2022 naar 2027 te zijn.
GOB.77 SOR.20 SOR.21 SOR.22 OR.020
56 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Schalkstad openbare ruimte Lange termijn fietsparkeren bij OV Stationsplein Busverkeer; o.a. knooppunt Buitenrust / Zuid-Oost Herstructurering Stadsstraat Europaweg Wilhelminastraat herinrichting (basis) 1
Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2023 (ad €41 miljoen) worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
56
Algemeen: zie antwoord op vraag 55
Vraag
Pag. 54
Specifiek voor 2023: de volgende investeringen hebben in 2023 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. Dit hoeft geen rechtstreekse verplaatsing van 2023 naar 2027 te zijn.
GOB.79 GOB.77 SOR.20 SOR.21 SOR.22 SOR.23 OR.013 OR.018 OR.020 OR.021 57 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Integrale vernieuwing openb.ruimte Zuiderpolder Schalkstad openbare ruimte Lange termijn fietsparkeren bij OV Stationsplein Busverkeer; o.a. knooppunt Buitenrust / Zuid-Oost Herstructurering Stadsstraat Europaweg Dwars door Schalkwijk: Herprofileren Kennedylaan/Belgiëlaan/Floris van Adrichemlaan Waterverbinding Floris van Adrichemlaan (incl Poort van Boerhaave grachtje) Prinsenbrug onderdoorgang Wilhelminastraat herinrichting (basis) Vergroening Oostersingelgracht 1
1. Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2024 (ad €33 miljoen) worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
57
Algemeen: zie antwoord op vraag 55
Vraag
Pag. 55
Specifiek voor 2024: de volgende investeringen hebben in 2024 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. Dit hoeft geen rechtstreekse verplaatsing van 2024 naar 2027 te zijn.
GOB.78 IMP.01 ONT.01 GOB.79 IP.MN GOB.77 SOR.20 SOR.21 SOR.22 SOR.23 OR.013 OR.018 OR.020 OR.021 FTS.01 ICT.01 ICT.02 58 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Integrale vernieuwing openb.ruimte Meerwijk (IVORIM) Oostpoort (Impulsaanvraag 1e fase) Bereikbare Steden Integrale vernieuwing openb.ruimte Zuiderpolder Investering maatschappelijk nut (stelpost) Schalkstad openbare ruimte Lange termijn fietsparkeren bij OV Stationsplein Busverkeer; o.a. knooppunt Buitenrust / Zuid-Oost Herstructurering Stadsstraat Europaweg Dwars door Schalkwijk: Herprofileren Kennedylaan/Belgiëlaan/Floris van Adrichemlaan Waterverbinding Floris van Adrichemlaan (incl Poort van Boerhaave grachtje) Prinsenbrug onderdoorgang Wilhelminastraat herinrichting (basis) Vergroening Oostersingelgracht Actieplan Fiets (inc. Groenmarkt) Vervanging en uitbreiding ICT Digitale Transformatie 1
Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2025 (ad €7 miljoen) worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
58
Algemeen: zie antwoord op vraag 55
Vraag
Pag. 56
Specifiek voor 2025: de volgende investeringen hebben in 2025 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna. Dit hoeft geen rechtstreekse verplaatsing van 2025 naar 2027 te zijn.
GOB.78 IMP.01 IMP.03 ONT.01 63.19 OR.022 SOR.00 SOR.01 OR.018 OR.020 OR.021 PRK.03 59 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Integrale vernieuwing openb.ruimte Meerwijk (IVORIM) Oostpoort (Impulsaanvraag 1e fase) Impulsaanvraag 2e tranche Bereikbare Steden Rioleringen (2023 e.v.) Westergracht spoorovergang (bijdrage) SOR - Duurzame mobiliteit SOR - Water, groen, klimaatadaptatie, ecologie Prinsenbrug onderdoorgang Wilhelminastraat herinrichting (basis) Vergroening Oostersingelgracht Nedtrain parkeeroplossing Spaarnesprong 1
Kunt u aangeven welke geplande investeringen in 2026 worden uitgesteld tot 2027 of de jaren erna?
Nr
Onderdeel
Blz
59
Algemeen: zie antwoord op vraag 55
Vraag
Pag. 57
Specifiek voor 2026: de volgende investeringen hebben in 2026 lagere uitgaven dan voorheen geraamd waarbij de uitgaven doorlopen tot 2027 of de jaren erna.
GOB.73 GOB.78 IMP.01 IMP.03 ONT.01 63.19 DRS.01 OR.002 OR.012 OR.018 OR.019 PRK.03 60 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
Bomen in Schalkwijk Integrale vernieuwing openb.ruimte Meerwijk (IVORIM) Oostpoort (Impulsaanvraag 1e fase) Impulsaanvraag 2e tranche Bereikbare Steden Rioleringen (2023 e.v.) Verbetering doorstroming Waarderweg / Vondelweg Reconstructie Nassaulaan Vervanging kade Kinderhuisvest Prinsenbrug onderdoorgang (bijdrage subsidie) Waddenstraat herinrichting bij sloop- / nieuwbouw Nedtrain parkeeroplossing Spaarnesprong 1
Kunt u per uitgestelde investering aangeven in hoeverre de risico’s van achterstallig onderhoud zijn meegenomen?
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
Pag. 58
60
Er is bijna geen sprake van investeringen die veel later beginnen. De meeste investeringen die in de tijd zijn verschoven, zijn meerjarige investeringen die over een langere tijdsperiode zijn uitgestrekt. Daarbij is het verlengen van de uitvoeringsperiode geen financiële of inhoudelijke keuze maar een aanpassing aan een realistische planning; de geraamde investeringsbedragen sluiten nu beter aan op het verwachte feitelijk te realiseren uitvoeringstempo.
In de paragraaf kapitaalgoederen staat vermeld dat een deel van het areaal niet voldoet aan het gewenste onderhoudsniveau, maar dat er conform de definitie van de BBV geen sprake is van achterstallig onderhoud. Bij investeringen die de SOR betreffen gaat het om een impuls van herinrichting en daarmee geen (directe) onderhoudsimpuls. Bij investeringen in de OR en GOB gaat het om investeringen waarbij sprake kan zijn van een lager dan gewenst onderhoudsniveau. De verschuivingen in de tijd van de ramingen van investeringen zorgen er niet voor dat er in de praktijk later onderhoud plaats zal vinden, maar zorgt ervoor dat de ramingen beter aansluiten bij de realiteit. Er is meer tijd nodig om “achterstallig” onderhoud in te lopen dan eerder geraamd, maar dit leidt niet tot achterstallig onderhoud conform de BBV.
61 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner 61
Wat is de reden dat de nieuwe investeringen in de stad (p. 39) wel opgevoerd worden in de begroting en de investeringen die vervallen niet opgevoerd worden in de begroting?
De begroting geeft een beeld van welke investeringen (al dan niet aanvullend) opgenomen zijn of worden in het Investeringsplan. Er zijn geen investeringen geschrapt cq vervallen bij de actualisatie het Investeringsplan, wel zijn investeringen realistischer in de tijd geraamd waardoor verschuivingen van investeringen over de jaren hebben plaatsgevonden. Zie ook vraag 55 tot en met 59.
62 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner 62
1
1
In de begroting is een stelpost opgenomen om prijsstijgingen bij investeringen op te kunnen vangen. Bij welke investeringen is het op dit moment al bekend dat er voor de voortgangsrapportage 2023 en/of de Kadernota 2024 gebruik gemaakt moet worden van deze stelpost?
Op dit moment zijn er nog geen concrete investeringen waarvan nu al bekend is dat deze bij de Voortgangsrapportage 2023 en/of de Kadernota 2024 gebruik moeten maken van de stelpost. Bij alle investeringen die nog niet afgerond zijn is er een risico voor hogere prijzen maar bij investeringen waarbij de aanbesteding nog niet is afgerond is er een significant risico op prijsstijgingen. De stelpost kan dienen om de risico’s voor zoveel mogelijk te dekken wanneer deze plaatsvinden. Wanneer concreet is welke prijsstijging er verwacht wordt voor een bepaalde investering volgt verwerking in het eerstvolgende P&C-product.
Nr
Onderdeel
Blz
Vraag
63 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner
1
Is het mogelijk om bij de autorisatie voor het gebruik van de stelpost om prijsstijgingen bij investeringen op te vangen een grens per investering op te leggen (bijvoorbeeld van maximaal 10%)?
1
In de begroting is een stijging van de rentelasten opgenomen van 1% naar 2,5%. Kunt u aangeven wat de gevolgen voor de begroting zijn van een onverhoopte verdere stijging van de structurele rentelasten (naar 5%, 7,5% en 10%)?
63
Dat is technisch mogelijk.
64 1 Algemeen VVD F. (Floor) Roduner 64
Pag. 59
Als de rentelasten voor nieuw aan te trekken leningen toenemen naar percentages van 5%, 7,5% of 10% zijn de gevolgen (de nadelige mutaties) voor de rentelasten in de begroting als volgt: mutaties in 2023 2024 2025 2026 2027 miljoenen 5% 0,7 2,0 2,5 3,0 4,3 7,5%* 0,7 2,5 3,6 4,5 7,2 10%** 0,7 2,5 3,6 4,9 9,0 *:opbouw van 5% in 2023 en 7,5% in 2024 en verder **: opbouw van 5% in 2023, 7,5% in 2024 en 10% in 2025 en verder
65 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen
1
Het minimabeleid wordt vanaf 2023 verruimd van 120% naar 130% van de bijstandsnorm. Kunt u een overzicht geven van alle extra voorzieningen en regelingen waar deze huishoudens een beroep op kunnen doen, inclusief een (inschatting van de) financiële waarde van deze extra voorziening of regeling.
Nr
Onderdeel
65
Op de website van de gemeente staan alle regelingen op de pagina’s https://haarlem.nl/haarlempas en https://haarlem.nl/uitkering-en-regelingenbij-weinig-geld. Hier staan ook de doorverwijzingen naar partners zoals het Jeugdfonds sport en cultuur. In de programmabegroting is voor deze verruiming € 1.455.000 opgenomen.
67 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen 67
1
Vraag
Pag. 60
Kunt u inzichtelijk maken wat de gevolgen zijn van de verhoging van het minimabeleid van 120% naar 130% voor de armoedeval?
De armoedeval wordt kleiner door de verhoging van de inkomensgrens van het minimabeleid naar 130%. Door deze verhoging komen huishoudens die hun inkomen verruimen, bijvoorbeeld door te gaan werken vanuit een bijstandsuitkering, langer in aanmerking voor de regeling van het minimabeleid. Dit stimuleert inwoners om hun inkomen te vergroten. Een verdere verhoging van de inkomensgrens van het minimabeleid zal de armoedeval verder verkleinen.
69 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen 69
Blz
1
Het college stelt voor om overgebleven middelen uit het sociaal programma statushouders over te hevelen naar het budget wet inburgering. Is het budget Wet inburgering te laag gebudgetteerd geweest?
De overgebleven middelen vanuit het sociaal programma statushouders zijn bedoeld om de juridische begeleiding aan statushouders en vluchtelingen de komende jaren te kunnen blijven aanbieden. Juridische begeleiding aan statushouders en vluchtelingen is geen wettelijke taak van de gemeente en is geen gemeentelijke taak in het kader van de Wet inburgering. Voor inwerkingtreding van de nieuwe wet was dit overigens ook al het geval. Afgelopen jaren zijn hier op lokaal niveau middelen voor beschikbaar gesteld. Het Rijk heeft voor de juridische begeleiding aan statushouders geen financiering aan gemeenten beschikbaar gesteld.
70 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen
1
Aangegeven wordt dat het geld ingezet wordt om de inkoop- en subsidierelaties met betrekking tot inburgering op één plek binnen de gemeente te beleggen. Kunt u aangegeven hoe deze €250k daaraan bijdraagt en wat de onderbouwing van dit bedrag is?
Nr
Onderdeel
70
Het account maatschappelijke begeleiding aan statushouders (Vluchtelingenwerk) is per 1 januari 2022 met de komst van de nieuwe Wet inburgering overgegaan van de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling naar de afdeling Werk en Inkomen. De reden hiervoor is dat alle contractrelaties in het kader van de Wet inburgering bij de afdeling Werk en Inkomen zijn belegd. Omdat juridische begeleiding geen formeel onderdeel is, maar wel de dienstverlening in het kader van de Wet inburgering raakt, wordt voorgesteld om dit op één plek binnen de gemeente te beleggen. Op basis van het huidige subsidiebedrag aan juridische begeleiding in 2022 (€ 32.000 euro), wordt verondersteld dat deze dienstverlening met de overgebleven middelen in ieder geval tot en met 2029 kan worden gefinancierd.
Nr
Onderdeel
72 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen 72
Vraag
Pag. 61
Blz
Vraag
Pag. 61
1
Kunt aangeven hoeveel statushouders de afgelopen 10 jaren (per jaar) toegewezen zijn aan Haarlem?
Om een volledig beeld van de afgelopen 10 jaar te kunnen geven is de vraag doorgezet naar het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).
Zij geven aan juiste en volledige informatie te kunnen leveren, maar door drukte waren ze niet in staat dit voor de beantwoordingsdeadline aan te leveren. We zullen de gevraagde informatie zo snel mogelijk nazenden.
73 1 Algemeen VVD D. (Diana) van Loenen 73
Blz
1
Kunt u aangeven welk percentage van de statushouders in Haarlem werk vindt?
Het percentage statushouders in Haarlem dat betaald werk heeft is 33% (Bron: Divosa benchmark statushouders, peildatum: 31-12-2021). Het gaat om het percentage gehuisveste statushouders tussen de 18 en 65 jaar dat betaald werk heeft. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven in de gemeente. Dat betekent dat er mensen tussen zitten die al een paar jaar in de gemeente wonen, maar ook mensen die er net een paar maanden zijn. Het benchmarkgemiddelde ligt op 32%. 133 gemeenten doen mee aan de benchmark statushouders van Divosa.
Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
2
13-9-2022
Bekijk de brief: Beantwoording technische raadsvragen PB 23-27 (1)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Haarlem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.