verlichting
Een raadslid stelde op 11 januari 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Gaat het Haarlemse verlichtingsbeleid, bijvoorbeeld bij herinrichtingen, uit van het principe 'niet verlichten, tenzij'? → Zo nee, waarom niet?
- Met betrekking tot de lichtkleur: is het uitgangspunt voor de lampen een zo laag mogelijke Kelvinwaarde/de minst felle kleurtemperatuur die nodig is voor… → Zo nee, waarom niet?
- Met betrekking tot de lichtsterkte: is het uitgangspunt voor de lampen een zo laag mogelijke lichtsterkte (minste lumen) die nodig is voor verkeersveiligheid en sociale… → Zo nee, waarom niet?
- Met betrekking tot dimmen: tijdens welke uren en met welk percentage wordt de straatverlichting gedimd? → Ziet het college ruimte om verder te dimmen en/of het aantal gedimde uren uit te breiden?
- Wordt de stadsecoloog altijd betrokken bij het plaatsen van verlichting in ecologische zones? → Zo nee, waarom niet?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
♦ƒ* Gemeente Haarlem
Raadsfracties Partij voor de Dieren t.a.v. Mw.
Moedt, D66 t.a.v. dhr. Van den Berg en Trots t.a.v. dhr. Van den Raadt
Ons kenmerk
Datum
BBOR/2023/1604155 3 oktober 2023
Afdeling
Beheer en Beleid Openbare Ruimte
Contact
D.M. van Esterik 023-5113380
Telefoon
Onderwerp: beantwoording raadsvragen ex art 32 Partij voor de Dieren, D66, Trots over verlichting
Geachte mevrouw Moedt, heer Van den Berg en heer Van den Raadt, Op 7 september 2023 hebt u vragen gesteld ex art. 32 RvO inzake de Haarlemse openbare verlichting in relatie tot het toepassen van diervriendelijke verlichting.
Met deze brief geven wij antwoord op uw vragen. Hieronder is uw vraag steeds cursief weergegeven waarna het antwoord van het college volgt. Voor een compleet beeld van de context voegen wij uw brief bij deze antwoordbrief.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Gaat het Haarlemse verlichtingsbeleid, bijvoorbeeld bij herinrichtingen, uit van het principe 'niet verlichten, tenzij'?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
Ja. Het niet verlichten tenzij noodzakelijk voor de sociale of verkeersveiligheid is ons uitgangspunt.
Vraag 2
Met betrekking tot de lichtkleur: is het uitgangspunt voor de lampen een zo laag mogelijke Kelvinwaarde/de minst felle kleurtemperatuur die nodig is voor verkeersveiligheid en sociale veiligheid?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
De kleurtemperaturen volgens het Handboek Inrichting Openbare Ruimte worden als basis gehanteerd. Voor woonwijken is dit 2700K. Voor verkeersveiligheid is dit 3000K. Er loopt op dit moment een proef met 2150K voor de binnenstad. Indien de evaluatie hiervan positief is, zal deze kleurtemperatuur in de binnenstad op meer plekken worden uitgerold.
Vraag 3
Met betrekking tot de lichtsterkte: is het uitgangspunt voor de lampen een zo laag mogelijke lichtsterkte (minste lumen) die nodig is voor verkeersveiligheid en sociale veiligheid?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
Er wordt een zo laag mogelijke lichtsterkte toegepast waarbij we nog wel voldoen aan het Politiekeurmerk, wat ongeveer neerkomt op verlichtingsklasse P5 voor woonstraten.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: BBOR/2023/16041S5 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
1/4
Vraag 4
Met betrekking tot dimmen: tijdens welke uren en met welk percentage wordt de straatverlichting gedimd?
Antwoord van het college
Ziet het college ruimte om verder te dimmen en/of het aantal gedimde uren uit te breiden?
Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Het dimprofiel van Haarlem is hieronder toegevoegd:
Dimsenario (36%) 120
100
80
M)
40
O O
O
sP ON O LH
O
è?
O o
20
O
8888883888888388838
Het is mogelijk om de verlichting verder te dimmen en/of de gedimde uren uit te breiden. Dit moet worden getoetst aan de verkeers- en sociale veiligheid. Als de uitkomst positief is kan worden besloten om dit toe te passen. De uitvoering gebeurt op een lange termijn (20 tot 25 jaar voor de hele stad) omdat elk armatuur apart moet worden ingeregeld.
Vraag 5
Wordt de stadsecoloog altijd betrokken bij het plaatsen van verlichting in ecologische zones?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
Ja, de stadsecoloog wordt bij het plaatsen van verlichting in ecologische zones betrokken.
6. Rondom bijvoorbeeld de Haarlemmerhout brandt nog koudblauwe (4000k) LED-verlichting, waar nachtdieren last van hebben. In het Schoterbos zijn een aantal armaturen amberkleurig (vleermuisvriendelijk), maar een groot aantal is dat (nog) niet.
Rond de Haarlemmerhout zijn armaturen in 2016 vervangen door led-lampen. Toentertijd was er nog geen ruime keuze voor led-verlichting mogelijk dus de meeste lampen zitten aan de hoge kant van het spectrum. Specifiek voor rond de Haarlemmerhout zullen we verkennen of het mogelijk is de verlichting verder te dimmen en/of de gedimde uren uit te breiden.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: BBOR/2023/1604155 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
2/4
<1* Na afronding van het project herinrichting Schoterbos bleek dat de lichtkleur van de armaturen verschillend is. Het is opgevoerd als restpunt bij de oplevering en zal door de uitvoerende partij nog opgelost worden, waarbij vleermuisvriendelijke verlichting wordt toegepast.
Op welke termijn verwacht het college dat in de ecologische zones alle verlichting is vervangen door diervriendelijke verlichting (<2200k), waarbij het wellicht ook een optie is om amberkleurige filters op de bestaande armaturen te zetten?
Er is geen investeringsprogramma om verlichting in ecologische zones te vervangen naar natuurvriendelijk. Bij elk onderhouds- en herinrichtingsproject wordt project specifiek naar de mogelijke toepassing van natuurvriendelijke verlichting gekeken en afgewogen, zoals bij de projecten Zuid-Schalkwijkerweg en Spaarndamseweg (buiten bebouwde kom). In de stad is nog steeds een uitrol van led-verlichting bezig, waarbij diervriendelijke verlichting wordt toegepast als sprake is van gebieden of verbindingen die liggen in het NatuurNetwerk Haarlem.
7. Zorgt de gemeente Haarlem ervoor dat verlichting in de openbare ruimte geen uitstraling heeft naar boven, naar het water en de natuur?
Bij het vaststellen van de standaard armaturen uit ons beleidsplan 2017 is niet bewust rekening gehouden met uitstraling van strooilicht naar boven. Bij recente toepassing van de extra verlichting in het Reinaldapark is wel gekozen voor een afwijking op de standaard armaturen die geen strooilicht naar boven hebben.
8. Op sportvelden wordt vaak voor koudblauw 4000k LED-licht gekozen, terwijl met 2700k voldoende zicht op het speelveld verkregen kan worden en deze lichtkleur veel prettiger is voor dieren, omwonenden en het klimaat. Vraagt de gemeente bij sportverenigingen aandacht voor de effecten van de lichtkleur, de lichtsterkte en het afschermen van de LEDwerllchting zodat er zo min mogelijk licht buiten de sportvelden terechtkomt? Zo nee, waarom niet?
De gemeente Haarlem is eigenaar van bijna alle veldverlichting rondom de sportvelden en is daarmee verantwoordelijk voor vervanging of nieuwbouw. Bij vervanging of nieuwbouw van de sportveldverlichting wordt ledverlichting toegepast, die moet voldoen aan de lichtnormen die door de sportbonden worden opgesteld zodat er veilig gesport kan worden. Als hier niet aan wordt voldaan mag er geen competitie gespeeld worden. Voorafgaand aan de vervanging of nieuwbouw van de veldverlichting wordt een flora- en fauna-onderzoek uitgevoerd en een QuickScan lichthinder.
Aan de hand van de uitkomsten worden passende maatregelen genomen, zoals het gebruik van lichthinderkappen om strooilicht te beperken. Led-armaturen zijn beter te richten dan conventionele armaturen, hiermee wordt de hoeveelheid strooilicht ook beperkt. Led-armaturen kunnen in tegenstelling tot conventionele lampen onbeperkt worden aan- of uitgezet. De verlichting kan per half veld (of per tennisbaan) aangezet worden en kent een training- en wedstrijdstand. In de trainingstand is de verlichting ca. 30% gedimd en in de wedstrijdstand is de verlichting ca. 10% gedimd. De wedstrijdverlichting wordt incidenteel gebruikt door de verenigingen. De verlichting kan gekoppeld worden aan het veldboekingssysteem of eenvoudig bediend worden met een knop bij de ingang van het veld of via een smartphone-applicatie. Dit dynamisch gebruik van de verlichting zorgt
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie.
Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: BBOR/2023/1604155 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
3/4
voor zo min mogelijk overlast voor omwonenden en de natuur. Daarnaast bespaart het energie en dat is beter voor het klimaat en scheelt de verenigingen ook in hun portemonnee.
9. Wordt er vanuit de gemeente aandacht besteed aan de vermindering van lichtvervuiling/energieverspilling (bijvoorbeeld door het uitzetten van schermen en lichten na sluitingstijd en het minder aanlichten van gevels) door ondernemers?
Zo nee, ziet het college mogelijkheden om dit te gaan doen?
Over het aanlichten van gevels en toepassen van feestverlichting is contact geweest met de organisatie 'Haarlem Lichtstad'. Deze verlichting wordt dynamisch geregeld en wordt ook gedimd/uitgeschakeld in late avond/in de nacht. Buiten de bestaande, wordt er geen nieuwe feestverlichting meer in bomen aangebracht.
10. Heeft de gemeente Haarlem contact met bouwondernemers om lichtvervuiling en energieverspilling door meer dan strikt noodzakelijk brandende bouwlampen tegen te gaan?
Zo nee, ziet het college mogelijkheden om dit te gaan doen?
Nee, dat is niet mogelijk. De inrichting van de bouwplaats kan onderdeel vormen van het bouwen/of sloopveiligheidsplan. Dit plan wordt aangestuurd vanuit het Bouwbesluit 2012. Daaruit volgt vanuit welk oogpunt we wel zaken kunnen vragen/toetsen en vanuit welk oogpunt niet. Het gebruik van bouwlampen valt hier niet onder.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Haarlem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.