de emissie van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) door Schiphol. d.d. 13-02-2023
Een raadslid stelde op 20 februari 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer
Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres:
Taurusavenue 100 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Faxnummer 023 563 95 50
Cluster Contactpersoon Telefoon
Veiligheid mevrouw C. Baarse 0900 1852
Verzenddatum
13 februari 2023
Uw brief Ons kenmerk Bijlage(n) Onderwerp
X.2023.01088 Kamerbrief Emissies door de luchtvaart Beantwoording vraag over de emissie van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) door Schiphol
Geachte heer, mevrouw, In de vragensessie van 2 februari 2023 heb ik toegezegd schriftelijk terug te komen op een vraag van de heer Van der Peet van de fractie van het CDA. De heer Van der Peet uitte zijn zorgen over de emissie van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) door Schiphol en vroeg hoe deze ZZS in de lucht komen.
Naar aanleiding van deze vraag heb ik navraag gedaan bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Zij hebben mij laten weten dat bij de verbranding van kerosine ten behoeve van de werking van de verbrandingsmotoren van vliegtuigen ZZS vrijkomen. Deze ZZS komen vervolgens als uitstoot in de lucht.
Tevens heb ik in de vragensessie toegezegd een brief van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer over emissies door de luchtvaart met u te delen. Bijgaand treft u een afschrift van deze brief aan.
Ik verwacht u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, namens dezen,
drs. Jurgen Nobel Wethouder Financiën, Luchthavenzaken, Woningbouw en Ruimtelijke ontwikkeling
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX D en Haag
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2 5 15 XP D en Haag P ostbus 20901 2 5 00 E X Den Haag T 0 7 0-456 0000 F 0 7 0-456 1111 Ons kenmerk I E NW/BSK-2022/268034 Bijlage(n)
Datum Betreft
22 december 2022 Emissies door de luchtvaart
2
Geachte voorzitter, In de Kamer is de afgelopen jaren in toenemende mate aandacht besteed aan de emissies van de luchtvaart en de gevolgen daarvan voor de lokale luchtkwaliteit, onder meer door de emissies van ultrafijn stof en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Daarom wordt de Kamer een stand van zaken gegeven van diverse acties die momenteel lopen op dit gebied, waarmee tevens wordt voldaan aan een aantal toezeggingen die aan de Kamer zijn gedaan.
In deze brief komen de volgende onderwerpen aan de orde:
1. Ultrafijn stof: omgeving en platformmedewerkers.
2. Ontzwavelen van kerosine.
3. Zeer zorgwekkende stoffen.
4. Uniformeren van het berekenen van emissies en concentraties.
5. Emissies boven 3.000 voet.
6. Emissies van de 440.000 vliegtuigbewegingen op Schiphol.
7. Bestuursovereenkomst intenties samenwerking NOVEX Schiphol.
1. Ultrafijn stof 1.1
Blootstelling van de omgeving van luchthavens aan ultrafijn stof van de luchtvaart
Op 20 juni 2022 is het eindrapport van het RIVM-onderzoekprogramma naar de gezondheidsrisico’s van ultrafijn stof rond Schiphol aan de Kamer aangeboden 1. In die brief is aangegeven welke acties al zijn uitgevoerd, lopen of nog worden opgepakt. Hieronder wordt de voortgang van enkele van die acties toegelicht.
Kennisopbouw over emissie en effecten van ultrafijn stof Over de emissie en effecten van ultrafijn stof is onvoldoende bekend. Om te bezien of normstelling noodzakelijk is en een goed besluit te kunnen nemen over te nemen maatregelen, is het noodzakelijk dat de kennis over bronnen, hoeveelheden en effecten van ultrafijn stof wordt vergroot. Zoals aangegeven in
1 Kamerstukken II 2021/22, 30175, nr. 414 P agina 1 van 9
de Hoofdlijnenbrief Schiphol van 24 juni 2022 2 is normering voor het kabinet het uitgangspunt. Daarom is kennisopbouw voor het kabinet van groot belang.
In de Kamerbrief over het eindrapport van het RIVM-onderzoekprogramma is opgenomen dat Nederland het belang van meer kennis en inzicht over ultrafijn stof nadrukkelijk heeft opgenomen in een non-paper aan de Europese Commissie (hierna: Commissie). Doel daarvan was dat de Commissie met ultrafijn stof rekening kan houden bij de lopende herziening van de luchtkwaliteitsrichtlijnen.
Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Ons kenmerk I E NW/BSK-2022/268034
Op 26 oktober 2022 heeft de Commissie een voorstel gedaan voor onder meer de wijziging van de Ambient Air Quality Directives (Richtlijnen inzake de kwaliteit van de omgevingslucht)3. In het voorstel zijn onder meer bepalingen opgenomen over meten en monitoren van luchtverontreinigende stoffen, waaronder ultrafijn stof.
Daarmee wordt internationaal een belangrijke stap gezet naar meer kennisopbouw over en mogelijk op termijn normstelling voor ultrafijn stof.
Op 12 december 2022 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken het BNC-fiche met de reactie op het EC-voorstel aan de Kamer aangeboden.
Daarnaast zal het RIVM in 2023 zorgdragen voor verschillende internationale publicaties over het in Nederland uitgevoerde onderzoekprogramma en de conclusies daarvan. Het streven daarbij is om internationaal meer van soortgelijk onderzoek in gang te zetten, omdat meerdere, onafhankelijk van elkaar uitgevoerde studies noodzakelijk zijn om met zekerheid uitspraken te kunnen doen over de gezondheidseffecten van ultrafijn stof (causaal verband aantonen).
Structureel meten en monitoren van ultrafijn stof in Nederland Het RIVM heeft op verzoek van het ministerie van IenW een voorstel gedaan voor het in Nederland structureel meten van ultrafijn stof door vaste meetpunten, die onderdeel zijn van het Landelijk meetnet luchtkwaliteit. Die meetpunten meten dan het totaal aan ultrafijn stof, dus van alle bronnen tezamen.
Daarnaast is een voorstel gedaan hoe meer inzicht kan worden verkregen in de emissie van ultrafijn stof door specifieke, afzonderlijke bronnen, anders dan de luchtvaart, zoals het wegverkeer en de industrie. Hierover wordt de Kamer door de Staatssecretaris van IenW ge ïnformeerd.
Met deze aanpak loopt Nederland vooruit op het in de vorige paragraaf genoemde voorstel van de Europese Commissie voor monitoringbepalingen van ultrafijn stof.
Ultrafijn stof uit de luchtvaart rond regionale luchthavens Het eerdergenoemde onderzoekprogramma van het RIVM heeft zich gericht op het vliegverkeer en de omgeving van de luchthaven Schiphol. Uiteraard wordt ook op de regionale luchthavens ultrafijn stof door de vliegtuigen geëmitteerd.
Het ministerie van IenW laat in de eerste helft van 2023 voor de luchthavens Eindhoven Airport, Rotterdam The Hague Airport, Maastricht Aachen Airport en Groningen Airport Eelde door het NLR berekenen welke concentraties ultrafijn stof daar kunnen optreden als gevolg van het vliegverkeer op de afzonderlijke luchthavens. Het RIVM zal aanvullend, op basis van de bevindingen in het Schiphol-onderzoek, aangeven welke risico’s zijn verbonden aan de berekende concentraties rond de regionale luchthavens. Hiermee wordt voldaan aan de
2 3
Kamerstukken II 2021/22, 29665, nr. 432. https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_22_6278 P agina 2 van 9
informatiebehoefte van de omwonenden van die luchthavens en kan worden bezien of het noodzakelijk is om beleidsmaatregelen te nemen.
Cumulatie In 2023 wordt door het RIVM een notitie opgesteld, waarin wordt verkend welke stappen nodig zijn om de gecumuleerde gezondheidsrisico’s rond Schiphol meer expliciet te maken, en welke belemmeringen en kansen hierbij spelen. Op basis van deze notitie zal bepaald worden of, en zo ja , welke vervolgstappen kunnen worden uitgevoerd, eventueel in NOVEX-verband (zie paragraaf 7 van deze brief). 1.2
Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat Ons kenmerk I E NW/BSK-2022/268034
Blootstelling van platformmedewerkers aan ultrafijn stof en andere stoffen
Op 1 oktober 2021 heeft de Kamer het RIVM-rapport ‘Verkenning haalbaarheid gezondheidsonderzoek werknemers Schiphol’4 ontvangen. Hieronder wordt aangegeven hoe de sector de aanbevelingen uit dat rapport heeft opgepakt.
Daarbij maak ik onder meer gebruik van door Schiphol verstrekte informatie.
Gecoördineerde aanpak door de sector In de brief van 15 februari 2022 5, met de beantwoording van Kamervragen over dit thema, is aangegeven dat de sector bezig was met het instellen van een taskforce.
Inmiddels is deze sectorbrede taskforce Stoffen volop actief en kent meerdere onderdelen (zie figuur 1). De taskforce richt zich niet alleen op ultrafijn stof, maar ook op andere stoffen afkomstig van vliegtuigmotoren.
Begeleidingscommissie met onafhankelijk voorzitter (Dhr. W.
Mul).
Informeren/ voorleggen
Leden: Royal Schiphol Group (RSG), KLM, FNV, werkgeversvereniging voor de sector passagiers- en bagageafhandeling luchtvaart (WPBL) en IenW
Coördinatiegroep Leden: deskundigen van RSG, luchtvaartmaatschappijen, afhandelaars en maincontractors
Bijsturen
Werkgroep Blootstelling en gezondheid
Validatiecommissie (in oprichting).
Leden: deskundigen uit de wetenschap en medische sector
Valideren
Leden: idem coördinatiegroep + FNV…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Haarlemmermeer (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.