175 Beantwoording schriftelijke vragen ChristenUnie n.a.v. raadsinformatienota 7 april locatie Middenwetering.pdf
Een raadslid stelde op 28 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
RAADSVRAGEN
Onderwerp:
Raadsinformatienota 7 april locatie Middenwetering
Naam steller:
Partij:
Peter de Roover ChristenUnie
Categorie:
Schriftelijke vragen over niet geagendeerde stukken
Vraag 1:
Het college geeft aan dat het niet haalbaar is om vóór 1 juli 2026 een volledig ontwerp-omgevingsplan op te leveren vanwege de complexiteit. Kan het college concreet aangeven welke capaciteit (uren/FTE) ontbreekt en welke andere aspecten een rol spelen waardoor het niet mogelijk is deze datum te halen?
Reactie college De onhaalbaarheid van 1 juli 2026 als datum voor het opleveren van een volledig ontwerpomgevingsplan ligt niet in een tekort aan capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie. Er zijn meerdere factoren die een belangrijke rol spelen in de doorlooptijd richting een ontwerpomgevingsplan:
a. het bereiken van overeenstemming tussen betrokken partijen en de toetsing van een stedenbouwkundig plan, waarbij naast de gemeente ook het waterschap en de Provincie Zuid-Holland betrokken zijn;
b. het vertalen van deze overeenstemming in een anterieure overeenkomst, die in lijn moet worden gebracht met de in 2023 ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en Blokland Bouwpartners;
c. het uitvoeren en beoordelen van diverse onderzoeken op het gebied van bodem, geluid, natuur en dergelijke, waarbij met name natuuronderzoeken jaarrond moeten plaatsvinden;
d. het doorlopen van een participatieproces met omwonenden;
e. regionale afstemming over de afwaardering van bedrijfscategorieën rondom het plangebied Middenwetering, die conform provinciale kaders regionaal gecompenseerd moeten worden;
f. het ontbreken van een gemeentelijk handboek waarin de eisen aan een ontwerpomgevingsplan onder de omgevingswet zijn vastgelegd.
Aangezien deze factoren deels afhankelijk van elkaar zijn en niet volledig parallel kunnen worden uitgevoerd, is een zorgvuldige voorbereiding met het oog op vaststelling van een ontwerpomgevingsplan in de gemeenteraad van juni 2026 niet haalbaar.
Vraag 2:
Heeft het college onderzocht of het tijdelijk aantrekken van externe capaciteit (bijvoorbeeld een projectleider of planeconoom) en of de inzet van andere oplossingen het mogelijk maakt om de deadline van 1 juli 2026 alsnog te halen?
Reactie college In lijn met de beantwoording van vraag 1 is het aantrekken van externe capaciteit geen oplossing voor de doorlooptijd tot 1 juli 2026. Er is gezocht naar andere oplossingen, maar gelet op het grote aantal factoren die de uiteindelijke doorlooptijd bepalen en de wettelijke eisen die worden gesteld aan de vorm van een ontwerp-omgevingsplan zijn deze oplossingen niet aanwezig.
Vraag 3:
Indien dit is onderzocht:
Wat zijn de financiële en organisatorische argumenten geweest om hier niet voor te kiezen?
Welke minimale variant van een ontwerp-omgevingsplan (bijvoorbeeld een proforma of globaal ontwerp) zou voldoende kunnen zijn om aan de provinciale voorwaarden te voldoen?
Reactie college Binnen de Omgevingswet bestaat geen globale of pro forma versie van een ontwerp-omgevingsplan.
Om een ontwerp-omgevingsplan – na vaststelling door de gemeenteraad – ter inzage te kunnen leggen, moet het volledig zijn met een goede ruimtelijke onderbouwing. Dat houdt in dat alle (milieukundige) onderzoeken zijn afgerond, het stedenbouwkundig plan gereed is, het ontwerp-omgevingsplan juridisch compleet is, de afstemming met andere overheden en publieke organisaties (Veiligheidsregio, GGD) is voltooid en het participatieproces is afgerond. Na de terinzagelegging kan het ontwerp-omgevingsplan uitsluitend nog worden aangepast naar aanleiding van ingediende zienswijzen.
Vraag 4:
De locatie Middenwetering staat al meerdere jaren op de Projectenkaart van de gemeente (in de categorie Particuliere ontwikkeling met overeenkomst). Kan een toelichting gegeven worden op wat er de afgelopen periode is gedaan aan dit project en wat nu de stand van zaken is en waarom er niet al stappen zijn gezet om tot ontwerp-omgevingsplan te komen?
Reactie college Na de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst in 2023 zijn diverse fundamentele kaders en wettelijke uitgangspunten gewijzigd. Zo zijn onder meer de provinciale woningbouwprogrammering (1/3 sociaal, 1/3 betaalbaar en 1/3 duur), de eis om afwaardering van bedrijfscategorieën regionaal te compenseren, de provinciale 3-hectare-eis en de Omgevingswet van kracht geworden. Door deze veranderingen moest in overleg met de projectontwikkelaar een nieuw stedenbouwkundig plan worden ontwikkeld en -afhankelijk van de gevolgen hiervan- nieuwe afspraken worden gemaakt. Eind 2025 werd duidelijk dat er in het concept provinciaal omgevingsbeleid geen ruimte werd ingeruimd om überhaupt woningbouw aan de Middenwetering te ontwikkelen. Dit heeft de voortgang in de lopende planvorming niet bevorderd.
Op dit moment worden er meerdere stedenbouwkundige varianten van de projectontwikkelaar getoetst en vindt er onder andere afstemming plaats met het Waterschap over de benodigde watercompensatie.
Vraag 5:
Aan het positieve advies van de provincie is de genoemde voorwaarde van een ontwerp-omgevingsplan verbonden per 1 juli 2026. Was deze voorwaarde en termijn eerder bekend bij het college, en of zijn hier eerdere signalen over gegeven vanuit de provincie en zo ja, waarom is hier niet eerder op geanticipeerd? Dit ook in het perspectief dat door de wethouder eerder positieve signalen zijn geuit over de ontwikkeling van deze locatie naar aanleiding van gesprekken met de provincie.
Reactie college De voorwaarde van 1 juli 2026 was niet eerder bekend en kwam pas aan het licht toen wij eind maart de conceptbeantwoording van de provincie ontvingen op onze eerder ingediende zienswijze. Gezien het bestuurlijke vertrouwen in de goed onderbouwde zienswijze op het concept provinciale omgevingsbeleid bestond er geen aanleiding om vooraf negatieve signalen af te geven.
Vraag 6:
Hoe beoordeeld het college de stellingname / werkwijze van de provincie waarbij er enerzijds positief geadviseerd wordt op de ontwikkeling van de locatie Middenwetering maar waaraan een klaarblijkelijk onhaalbare voorwaarde wordt gekoppeld?
Reactie college De totstandkoming van deze stellingname/werkwijze van de provincie is ook voor het college niet te verklaren.
Vraag 7:
Het positieve advies van de provincie over de ontwikkeling van de locatie Middenwetering is positief en een stap vooruit. In hoeverre ziet het college hierin basis en grond om het gesprek met de provincie -2-
aan te gaan op korte termijn om in gezamenlijkheid tot een haalbaar proces te komen gericht op snelle realisatie van woningbouw waarbij de datum van 1 juli 2026 mogelijk iets opschuift?
Reactie college Zoals wij als college ook in onze zienswijze aan de Provincie Zuid-Holland hebben aangegeven, achten wij de ontwikkeling van woningbouw aan de Middenwetering zowel ruimtelijk als volkshuisvestelijk heel goed passend. De woningbouwontwikkeling kan wat het college betreft ook worden meegenomen in het provinciale programma van de woningbouwversnelling. Ondanks de niet haalbare deadline van 1 juli 2026 blijven wij concreet werken aan een stedenbouwkundig plan, inclusief een anterieure overeenkomst voor de Middenwetering. Daarnaast gaan wij in gesprek met provinciale fracties om bij de vaststelling van het provinciaal omgevingsbeleid in de Provinciale Staten de deadline van 1 juli 2026 te laten vervallen en hierover nadere afspraken te maken.
Vraag 8:
Gezien de woningnood en het positieve provinciale advies: Welke extra inspanningen is het college bereid te leveren om woningbouw in Middenwetering alsnog mogelijk te maken op korte termijn?
Reactie college In lijn met de beantwoording van vraag 7 blijven wij werken aan een kwalitatief sterk plan voor de Middenwetering. Tegelijkertijd zijn extra inspanningen richting de Provincie Zuid-Holland noodzakelijk.
Daarom roepen wij alle raadsfracties op om ook via hun bestuurlijke contacten bij de provincie hier aandacht voor te vragen. Vanuit het college zetten wij ons hier al geruime tijd actief voor in.
Vraag 9:
Het college bereidt zich voor op een scenario waarin woningbouw niet wordt toegestaan.
Hoe groot acht het college de kans dat dit scenario werkelijkheid wordt, gegeven het positieve advies van Gedeputeerde Staten?
Reactie college Dit is een scenario waarop het college slechts gedeeltelijke invloed heeft, waardoor het moeilijk is de kans van optreden van het scenario goed in te schatten.
Vraag 10:
Vanuit de grote behoefte aan woningen zou het niet doorgaan van woningbouw op de locatie Middenwetering een zeer forse tegenvaller zijn maar wat zijn de verdere consequenties van het niet ontwikkelingen van deze locatie onder andere qua financiën (in het MPG van 2025 wordt een risico benoemd van 1 miljoen euro), bereikbaarheid / ontsluiting van het dorp?
Reactie college Voor de bereikbaarheid en ontsluiting van het dorp is een nieuwe Nieuweweg van groot belang.…
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.