aanvullende schriftelijke vragen PRO - Verordening tegemoetkoming kinderopvang.pdf
Een raadslid stelde op 23 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
RAADSVRAGEN
Onderwerp:
Verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaal medische indicatie
Naam steller:
Partij:
Benjamin van de Velde PRO
Categorie:
Aanvullende schriftelijke vragen over niet geagendeerde stukken
Toelichting De antwoorden op de op 3 maart jl. ingediende schriftelijke vragen over de verordening tegemoetkoming kinderopvang op sociaal medische indicatie geven nog onvoldoende beeld en helderheid op de materie. Daarom aanvullende vragen. Verzoek is om nader beeld en duiding te geven van de materie op basis van overwegingen en ervaringen van buur/regio gemeenten die wel de leeftijdscategorie 0 tot einde basisschoolleeftijd hanteren.
Vraag 1 Het antwoord op vraag 1 geeft geen antwoord op de vraag wat de overwegingen zijn van de VNG en de omliggende gemeente waarom voor wat betreft de doelgroep uit wordt gegaan van de leeftijdscategorie 0 tot het einde van de basisschoolleeftijd. Graag ontvangen we hier alsnog inzicht in.
Reactie college In hoofdstuk 2 van de Handreiking Sociale Medische Indicatie (SMI) staat op pagina 5 het volgende vermeld: "VNG, gemeenten en SZW streven ernaar om het aanbod van SMI in alle gemeenten op minimaal het niveau van de basislijn te krijgen, zodat ouders weten waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd hechten de partijen aan de beleidsvrijheid van gemeenten. Daarbij blijft er nadrukkelijk ruimte om een (ruimer) aanbod op basis van de lokale politieke situatie en behoeften van het gezin te organiseren. De basislijn is geen norm, maar een minimum." (Voor meer informatie verwijzen wij naar de eerder genoemde Handreiking).
Navraag bij overige gemeenten levert het beeld op dat men de leeftijdsgrens tot einde basisschool hanteert maar dat zij hier geen specifieke overwegingen voor hebben.
Vraag 2 Uit de beantwoording op de eerdere vragen ontstaat het beeld dat er sprake is van een of / of situatie zijnde, kinderen gaan naar school of er wordt gebruik gemaakt van de SMI voorziening. Echter het kan toch ook zo zijn dat kinderen naar school gaan en buiten de schooltijden gebruik maken van de SMI voorziening. Hoe ziet het college dit?
Reactie college Het klopt dat inwoners ook op zoek kunnen zijn naar opvang voor hun kinderen na schooltijd, bijvoorbeeld in de vorm van buitenschoolse opvang (BSO). Tegemoetkoming op SMI is daarbij geen vervanging van reguliere BSO, maar blijft een vangnetregeling voor specifieke situaties. Als wij uw vraag juist interpreteren, kan het zijn dat bij u de indruk is ontstaan dat in ons huidige beleid kinderen vanaf vier jaar tussen “wal en schip” vallen. Dat is echter niet het geval. Kinderen vanaf vier jaar gaan naar school, hebben daar contact met leeftijdsgenoten, kunnen na schooltijd met anderen afspreken en ontwikkelen zich – naast thuis – voor een belangrijk deel op school. SMI houden we daarom beschikbaar voor de allerkleinsten die volledig afhankelijk zijn van de zorg van hun ouders, voor die gezinnen die dit voor een korte periode niet volledig zelf kunnen organiseren.
Vraag 3 Uit de beantwoording van de eerdere vragen blijkt dat geen onderbouwd inzicht kan worden gegeven in de verwachte kosten als de doelgroep wordt uitgebreid naar einde basisschoolleeftijd. Graag ontvangen we nader inzicht hierin op basis van ervaringscijfers van enkele gemeenten in de regio.
Graag ontvangen we hierbij inzicht in de kosten voor de doelgroep 0-4 jaar en de kosten voor de doelgroep 4 jaar -einde basisschoolleeftijd. Waarbij tevens inzicht wordt gegeven in de aantallen gebruikers per categorie.
Reactie college Wij begrijpen dat u op zoek bent naar een inschatting van de mogelijke omvang hiervan en dat u daarom deze vraag stelt. In de praktijk kunnen wij echter geen verdere inschatting maken dan wij in de eerdere beantwoording reeds hebben gedaan. Dit hangt namelijk af van verschillende factoren, zoals het aantal aanvragen dat jaarlijks binnenkomt, het inkomen van de aanvrager waarop het toe te kennen SMI‑bedrag wordt gebaseerd, het aantal dagdelen waarvan gebruik wordt gemaakt en de duur van de aangevraagde periode, inclusief eventuele verlengingen.
Een rondvraag bij de omringende gemeenten heeft geen inzicht in de kosten opgeleverd voor de doelgroep 0-4 jaar en de kosten voor de doelgroep 4 jaar -einde basisschoolleeftijd.
Vraag 4 Bij de beantwoording op de eerdere vraag 7 over alternatieve ondersteuning / regelingen wordt in zijn algemeenheid gerefereerd ondersteuning op het gebied van jeugdhulp en inzet sociaal team. Helder is echter niet wat de alternatieven zijn voor die gevallen die in buurgemeenten gebruik kunnen maken van SMI. Graag een reactie hierop. Tevens hierbij de vraag of de conclusie juist is dat het voorzieningen / dienstverleningsniveau van Hardinxveld-Giessendam lager is voor mensen die ondersteuning wensen in geval van sociaal medische indicatie dan in de buurgemeenten die wel een SMI voorziening hebben voor kinderen tot einde basisschoolleeftijd?
Reactie college De gemeente maakt gebruik van voorliggende voorzieningen zoals Homestart en onderzoekt de voorziening Buurtgezinnen. Hiermee worden ouders ondersteund elkaar te ondersteunen. Homestart biedt opvoedondersteuning in de thuissituatie en de steungezinnen van Buurtgezinnen vangt kinderen van hulpbehoevende ouders op. Ten aanzien van Buurtgezinnen zal het verzoek vermeld worden in de P&C-cyclus.
Daarnaast is de gemeente Hardinxveld-Giessendam aangesloten bij de Service Organisatie Jeugd. De SOJ verzorgt namens de tien gemeenten van Zuid-Holland-Zuid het inkopen en het contracteren van de regionale zorgmarkt, en is verantwoordelijk voor het contractmanagement, de informatievoorziening en het accountmanagement. Dat betekent dat de gemeenten van Zuid-Holland-Zuid gebruik maken van dezelfde voorzieningen. De conclusie dat het voorzieningen/ dienstverleningsniveau van H-G lager is dan in buurgemeenten klopt niet wat betreft de regionale zorgmarkt. Wel is het zo dat iedere gemeente lokaal keuzes maakt voor de inzet van eventuele vangnetregelingen/organisaties die laagdrempelig ondersteuning aanbieden. Zo onderzoekt de gemeente Hardinxveld-Giessendam op dit moment de mogelijkheden voor de inzet van Buurtgezinnen en werken wij samen met Humanitas Homestart maar kan een willekeurige buurgemeente kiezen voor andere inzet/ondersteuning of geen ander vangnet dan SMI.
-2-
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.