vogeldiversiteit.pdf
Een raadslid stelde op 2 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
RAADSVRAGEN
Onderwerp:
Vogeldiversiteit
Naam steller:
Partij:
Cees Lock SGP
Categorie:
B. Schriftelijke vragen over niet geagendeerde stukken
Toelichting Visueel, zonder deskundig te zijn, valt het op dat er steeds meer kraaien, eksters en daaraan verwante vogels in Hardinxveld-Giessendam zijn. Zorg hierbij is dat deze vogels een bedreiging vormen voor andere (kleinere) vogels, zeker in het nu lopende broedseizoen. Dit doordat eieren en of jonge vogels een prooi zijn voor de kraaien en eksters.
Vraag 1:
In hoeverre vindt er monitoring plaats op het vogelbestand in de gemeente / omgeving? Zo ja wat zijn de bevindingen en trends als het gaat om de diversiteit van het vogelbestand in HardinxveldGiessendam?
Reactie college De gemeente monitort niet op het aanwezige vogelbestand. Er zijn inventarisaties gedaan naar vogels oa voor het verkrijgen van een soort- en managementplan rondom de verduurzamings- en isolatieopgave. Van niet alle vogels in de gemeente zijn gegevens beschikbaar.
In het algemeen kan worden aangeven dat in Nederland het aantal vogels in stedelijk gebied een daling laat zien. Enkel de watervogels in het stedelijk gebied laten opwaartse trend zien. (Bron; Trend van vogels in het stedelijk gebied, 2007-2024 | Compendium voor de Leefomgeving) Vraag 2:
In hoeverre vormen kraaien, eksters en daaraan verwante vogels een bedreiging voor de diversiteit van het vogelbestand en zo ja welke maatregelen zijn er mogelijk / worden er genomen?
Reactie college Onderstaande tekst is afkomstig van de website van de vogelbescherming. https://www.vogelbescherming.nl/docs/faca4176-7e50-4334-b3d6-7db4bd0e9943.pdf Kraaien zijn alleseters, maar ze eten vooral insecten (engerlingen, ritnaalden, kevers, e.d.). In het voorjaar eten ze ook eieren en jonge vogels als ze de kans krijgen. Daarnaast zoeken ze hun kostje bij elkaar op vuilnisbelten en langs wegen waar ze zoeken naar verkeersslachtoffers. In de herfst en winter eten ze ook plantaardig voedsel.
Roek. Het voedsel bestaat in de broedtijd vooral uit allerlei insecten die ze op weilanden en akkers vinden. In de winter schakelen ze over op plantaardig materiaal, vooral granen.
Kauw. Ook kauwen leven vooral van insecten. Maar net als de meeste andere kraaien zijn het alleseters die ook in een menselijke omgeving hun kostje bij elkaar kunnen scharrelen.
Ekster. Eksters zijn echte alleseters. Het meest eten ze insecten, maar ook eieren, jonge vogels, aas en zaden worden gegeten.
Zijn kraaien moordenaars die de zangvogels uitroeien? NEE! Zoals hierboven al is aangegeven, zijn de meeste kraaien echte alleseters. Ook eieren en jonge vogeltjes worden niet versmaad. Vooral eksters, kauwen en gaaien hebben de weg naar onze tuinen weten te vinden. Als er een nest van een merel of andere zangvogel wordt leeg geroofd, veroorzaakt dit vaak grote paniek in de vogelbevolking.
Dit gedrag leidt ertoe dat veel mensen deze kraaien liever kwijt dan rijk zijn. Velen denken dat kraaien alleen van jonge vogels of eieren leven. Dit is echt niet waar. Ook in de tijd dat kraaien zelf jongen hebben, leven ze vooral van insecten. Het beeld dat ze alleen maar opzoek zijn naar een nestje van een zangvogel klopt dan ook niet. Dat is helaas wel wat de meeste mensen opmerken in hun omgeving.
Het principe van “eten en gegeten worden” komt overal voor in de natuur. Een regenworm verteert plantaardig materiaal. Een merel eet de regenworm en een sperwer eet de merel. Kraaien eten zo nu en dan een ei of jonge merel. Dit is een praktijk die al vele duizenden jaren voorkomt. Het aanbod aan prooien bepaalt hoeveel rovers er kunnen bestaan en niet andersom. Het zal dus nooit zo zijn dat roofdieren hun prooien volledig uitroeien. Veel mensen zien in hun omgeving de vogelpopulatie veranderen. Omdat kraaien opvallen en als meedogenloze rovers te boek staan, krijgen zij de schuld, maar hun invloed is heel klein. De achteruitgang van vele vogelsoorten komt vooral door het verdwijnen van geschikte leefgebieden. Door uitbreiding van bebouwing, wegenaanleg, moderne landbouw, ontwatering en meer recreatie, is er voor veel soorten steeds minder plaats in ons land. Dat kraaiachtigen niet verantwoordelijk zijn voor de achteruitgang van zangvogels lees je in het volgende voorbeeld: Merels bouwen open nesten en zijn daardoor kwetsbaar voor rovers. Het blijkt dat onervaren merels nesten vaak op ongeschikte plaatsen maken. Deze nesten waaien makkelijk kapot of worden snel gevonden door katten en kraaien. Na verloop van tijd leren ze van hun fouten en zoeken steeds betere plaatsen. Daarbij komt dat merels wel twee of drie keer per jaar succesvol jongen kunnen grootbrengen. Kraaien krijgen daarentegen maar één keer per jaar jongen. Ondanks de toename van kraaien in de afgelopen jaren, is er geen sprake van achteruitgang van het aantal merels. Ook weidevogelbeschermers denken nogal eens dat hun werk teniet wordt gedaan door de kraaien. Het is inderdaad zo dat kraaien leren dat onder een nestbeschermer een lekker hapje kan liggen. Het plaatsen van een stok een paar meter voor en achter het nest van de weidevogel kan in maailand helpen. Het is echter zo dat alle nesten worden leeggeroofd. Het achterwege laten van nestbescherming heeft als risico dat veel meer nesten verloren gaan onder de tractorwielen. Nestbescherming heeft dus wel zin.
Omdat kraaien overdag actief zijn in de buurt van de mens hebben ze een slechte reputatie. Andere dieren als marters, vossen, uilen, roofvogels en niet te vergeten katten, eten ook (jonge) vogeltjes maar doen dat minder in het zicht. Dit is hun geluk.
Vraag 3:
Welke mogelijkheden en invloed heeft de gemeente / het college om ervoor te zorgen dat het vogelbestand in de gemeente divers blijft?
Reactie college Op basis van het antwoord onder vraag 2 en de wetgeving die op vogels betrekking heeft (zie bijlage) is het college is van mening dat er niet moet worden ingegrepen of gestuurd op de aanwezigheid van bepaalde soorten vogels.
De mogelijkheden voor de gemeente liggen vooral in het vogelvriendelijk maken van de omgeving. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan door het toevoegen van natuurlijke schuil- en nestplekken door: Inheemse beplanting: Kies voor bessenstruiken en planten (zoals de lijsterbes, vlier en meidoorn). Insecten zijn dol op inheemse planten; dit is de belangrijkste voedselbron voor jonge vogels. Natuurlijke beschutting: Laat dode takken liggen en gebruik dichte hagen of klimop (bijv. tegen een schutting of gevel) als veilige schuil- en nestplaats. Nestkasten: Hang specifieke nestkasten op voor soorten die het moeilijk hebben, zoals de koolmees, huismus of gierzwaluw. Let hierbij op de juiste invliegopening.
Gemeente wil zoals aangeven in het groenbeleidsplan meer inheemse beplanting toepassen. Meer hoge struiken (zoals bosplantsoen) aanplanten waar vogels in kunnen nestelen. Op plekken waar het kan wordt snoeihout achtergelaten of verwerkt in een takkenril/houtwal.
Daarnaast motiveert ze inwoners om de tuin te vergroenen en bijvoorbeeld een haag aan te planten in plaats van een schutting.
-2-
Bekijk de brief: 264 Beantwoording schriftelijke vragen SGP over vogeldiversiteit.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hardinxveld-Giessendam (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.