20231214 Beantwoording vragen VVD MO en jeugdhulp Helmond 2024
Een raadslid stelde op 9 januari 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Helmond (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- “Als er een format beschikbaar is”, wat is de reden dat er niet voor ieder soort aanvraag een format beschikbaar is? → Artikel 2.4 lid
- Het uitgangspunt is dat de inwoner in ieder geval 1.500 km per jaar moet kunnen reizen, tenzij sprake is van een lagere vervoersbehoefte. → In het commissieformat wordt het voorstel gedaan om de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Helmond 2024 met terugwerkende kracht vaststellen per 1 januari 2024 en te…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
“Als er een format beschikbaar is”, wat is de reden dat er niet voor ieder soort aanvraag een format beschikbaar is?
Antwoord van het college
Artikel 2.4 lid
Vraag 2
Het uitgangspunt is dat de inwoner in ieder geval 1.500 km per jaar moet kunnen reizen, tenzij sprake is van een lagere vervoersbehoefte. Moet dit niet zijn, tenzij er sprake is van een hogere vervoersbehoefte, immers het uitgangspunt is ons inziens dat tot 1.500 km geen probleem is voor vergoeding, of lezen wij dit niet correct?
Antwoord van het college
In het commissieformat wordt het voorstel gedaan om de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Helmond 2024 met terugwerkende kracht vaststellen per 1 januari 2024 en te publiceren. In deze verordening wordt ons inziens geen melding gemaakt dat “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2024” onderdeel vormt van deze verordening. Op welke wijze stellen wij deze “Nadere regels” vast in combinatie met de Verordening? Of betreft dit enkel een bijlage die niet bekrachtigd hoeft te worden? Nadere Regels… 2024 Artikel 3.1 Lid 1; Ten aanzien van de kwaliteit worden een aantal termen genoemd, zoals een verzorgd uiterlijk en goede sociale vaardigheden, dit zijn subjectieve begrippen die vele standaarden kennen. Langs welke meetlat wordt bepaald of iemand een verzorgd uiterlijk heeft, of een goede beheersing van de Nederlandse taal die passend is bij de werkzaamheden? Het antwoord: Artikel 2.1 lid 2: Het college bevestigt de ontvangst van een melding; Dient hier geen melding gemaakt te worden van een termijn aan koppelen, bijvoorbeeld binnen drie werkdagen? Zo niet, waarom is er voor gekozen om deze niet te vermelden? Antwoord: In de praktijk komen vrijwel alle meldingen telefonisch binnen. Deze meldingen worden daarmee telefonisch bevestigd. Meldingen die per mail worden ingediend krijgen een automatische reply dat het bericht ontvangen is. Deze meldingen worden vervolgens ook telefonisch opgepakt voor een verdere eerste uitvraag. De norm hiervoor is om binnen twee werkdagen contact te leggen met de inwoner. Artikel 2.1 lid 3: “Als sprake is van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp, voert het college zo snel mogelijk na de melding een onderzoek uit”, in het kader van afspraak is afspraak; wat is in deze zo snel mogelijk? Antwoord: De Wmo 2015 schijft een termijn voor van 6 weken om het onderzoek naar aanleiding van een melding af te ronden. Artikel 2.2 lid 1: “… dan vraagt het college aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde termijn aan te leveren.”, waarom wordt hier de termijn niet concreet genoemd? En welke obstakels worden er gecreëerd indien er wel een termijn wordt aangegeven? Antwoord: De Algemene wet bestuursrecht schrijft voor dat er een redelijk termijn gehanteerd moet worden voor het opvragen van aanvullende gegevens. Een redelijk termijn kan echter in iedere situatie verschillend zijn, afhankelijk van het type gegevens dat ontbreekt. Hierdoor kan dit niet gespecificeerd worden. De gemeente gaat hierbij altijd uit van een voor de inwoner haalbaar termijn. Uitstel is hierbij vrijwel altijd mogelijk. Dit is ook in het belang van de uitvoering. Indien de gevraagde noodzakelijke gegevens niet worden aangeleverd kan het onderzoek namelijk niet afgerond worden. Artikel 2.3 lid 4. Wat wordt bedoeld met “een door hem aangewezen adviesinstantie om advies te vragen” kunt u deze zin meer duiden, wie vraagt er advies aan en wie is “hem” in dit artikel? Antwoord: Dit wil zeggen dat het college in geval van onduidelijkheden tijdens het onderzoek een aanvullend onderzoek kan laten uitvoeren door een onafhankelijk specialist. Hierbij valt te denken aan onafhankelijk medisch advies om beperkingen van een inwoner in relatie tot de gewenste ondersteuning te laten toetsen. Een ander voorbeeld is een bouwtechnisch onderzoek om te bepalen of de noodzakelijke aanpassingen uitvoerbaar zijn. Artikel 2.4 lid 1. “Als er een format beschikbaar is”, wat is de reden dat er niet voor ieder soort aanvraag een format beschikbaar is? Antwoord: Veel meldingen worden na het onderzoek automatisch afgehandeld zonder dat er een formele schriftelijke aanvraag aan te pas komt. In de Wmo 2015 en de algemene regels van de Algemene wet bestuursrecht staat dat de inwoner vrij is om na de onderzoeksfase een (schriftelijke) aanvraag in te dienen. Het format is bedoeld om meteen alle informatie te krijgen die we nodig hebben. Het is zowel voor de uitvoering als de aanvrager belastend als hier steeds een extra informatie-uitvraag achteraan moet, omdat de gegevens niet compleet zijn. Artikel 2.4 lid 2. Dient dit niet schriftelijk te worden vastgelegd. Het college kent de voorziening namelijk direct toe. Ons inziens lijkt ons dat bij een telefonische melding in het kader van de Wmo direct duidelijkheid bestaat over de noodzakelijke maatwerkvoorziening er direct een bezoek moet worden afgelegd bij de inwoner, om dit schriftelijk vast te leggen. Antwoord: Dit is ook het geval. Als een voorziening wordt toegekend zal het besluit schriftelijk naar de betreffende inwoner worden gestuurd. Een bezoek aan de inwoner zal niet worden afgelegd wanneer dit telefonisch kan worden afgehandeld. Artikel 3.2 Lid 4.a. Het college verstrekt geen woonvoorziening, als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; wat wordt hier bedoeld. Kunnen jullie dit duiden met een voorbeeld, en mogelijk daarna deze zin begrijpelijker formuleren. Antwoord: Dit heeft betrekking op de situatie waarbij de ondervonden beperkingen vooral voortkomen uit het feit dat de woning slecht onderhouden is of dat bepaalde materialen zijn gebruikt die de belemmeringen veroorzaken. Dit is een voorwaarde die al heel lang in de Wmo (en haar voorlopers, zoals de Wet voorzieningen gehandicapten) wordt gebruikt en mede gevormd is door jurisprudentie. Het heeft daarom de voorkeur deze zelfde termen te blijven gebruiken. Voorbeeld: een betrokkene heeft een oude, slecht onderhouden houten vloer, die mede daardoor sterk ‘doorbuigt’ en aan vervanging toe is. Door deze staat van de vloer (en het gebruikte materiaal, namelijk hout), ervaart hij beperkingen bij het verplaatsen in de woning. Deze beperkingen zouden er niet zijn als de vloer gewoon op tijd vervangen zou zijn dan wel goed onderhouden zou zijn. En ook niet als er ander materiaal zou zijn gebruikt. Onder die omstandigheden is het niet aan de gemeente om te zorgen voor een nieuwe vloer, zodat de beperkingen worden opgelost. Artikel 3.10 Lid 4. De kosten voor het toezicht op de uitvoering, als toezicht noodzakelijk is, tot een maximum van twee procent van de aanneemsom. Mag deze toezicht ook worden uitgevoerd door de aanvrager zelf, of dient dit door derden uitgevoerd te worden, met als onderbouwing een factuur van het bedrijf of instelling dat optreedt als toezichthouder? Antwoord: Dit kan enkel door een derde worden uitgevoerd. Hiervoor dient een factuur overlegd te worden. Artikel 3.18 Lid 2. Het uitgangspunt is dat de inwoner in ieder geval 1.500 km per jaar moet kunnen reizen, tenzij sprake is van een lagere vervoersbehoefte. Moet dit niet zijn, tenzij er sprake is van een hogere vervoersbehoefte, immers het uitgangspunt is ons inziens dat tot 1.500 km geen probleem is voor vergoeding, of lezen wij dit niet correct? Antwoord: In dit geval gaat het erom dat de inwoner een vergoeding krijgt om zelf te kunnen voorzien in het vervoer. Dit wordt altijd afgestemd op de vervoersbehoefte van de inwoner. Er is altijd sprake van maatwerk waarbij we van een gemiddelde vervoersbehoefte van 1500 kilometer per jaar uit gaan. Er moet hierbij sprake zijn van aanvaardbare participatie. Wanneer de inwoner naar verwachting minder reist zal de vergoeding hierop worden aangepast. In het commissieformat wordt het voorstel gedaan om de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Helmond 2024 met terugwerkende kracht vaststellen per 1 januari 2024 en te publiceren. In deze verordening wordt ons inziens geen melding gemaakt dat “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Helmond 2024” onderdeel vormt van deze verordening. Op welke wijze stellen wij deze “Nadere regels” vast in combinatie met de Verordening? Of betreft dit enkel een bijlage die niet bekrachtigd hoeft te worden? Antwoord: De Nadere Regels zijn geen onderdeel van deze verordening. De Nadere regels zijn door het college vastgesteld op 24 oktober 2023 en treden in werking op 1 januari 2024. De Nadere Regels geven concrete invulling aan het in de verordening genoemde beleid. Artikel 3.1 Lid 1; Ten aanzien van de kwaliteit worden een aantal termen genoemd, zoals een verzorgd uiterlijk en goede sociale vaardigheden, dit zijn subjectieve begrippen die vele standaarden kennen. Langs welke meetlat wordt bepaald of iemand een verzorgd uiterlijk heeft, of een goede beheersing van de Nederlandse taal die passend is bij de werkzaamheden? Antwoord: Het gaat hier om algemeen aanvaarde richtlijnen. Deze elementen zijn overgenomen uit de voor gecontracteerde aanbieders geldende overeenkomst. Concreter dan dit kan het niet gedefinieerd worden. Uiteraard is ook hier sprake van maatwerk.
Bekijk de brief: 20231214 Beantwoording vragen VVD MO en jeugdhulp Helmond 2024
Bron: raadsinformatie van de gemeente Helmond (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.