9 januari 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Helmond

20231221 Beantwoording vragen FVD CDA 50+ en GL verordening MO en jeugdhulp Helmond 2024

Een raadslid stelde op 9 januari 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Helmond.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Technische vragen bij een geagendeerd onderwerp Vergadering Agendapunt

: Opinie- en adviescommissie 12 december 2023 : 6. Verordening m.o. en jeugdhulp Helmond 2024

Ingekomen Partijen Datum antwoord

: Mondeling gesteld tijdens de commissie : FVD, CDA, 50PLUS, GroenLinks : 21-12-2023

Gemeenteraad

Vraag van mevrouw Spoek-van Dinther (Forum voor Democratie):

De inzet van huishoudelijke hulp gaat van resultaatgericht naar kwantiteit, namelijk urenindicatie.

Wat doet dit met de kwaliteit van de huishoudelijke hulp? Is dit de meest effectieve vorm?

Antwoord:

De overgang naar urenindicatie heeft geen invloed op de kwaliteit van de zorg. Indien de inwoner niet tevreden is over de kwaliteit is de eerste stap overleg met de zorgaanbieder. De overgang naar urenindicaties zorgt ervoor dat de gemeente weer het aanspreekpunt wordt voor inwoners. Dit geeft de gemeente inzicht in de geleverde kwaliteit.

Vraag van de heer Nacinovic (CDA):

Bij de vraag waarom een professionele dienstverlener, als deze in het sociale netwerk zit altijd het tarief voor informele zorg krijgt, wordt geantwoord dat dit is toegestaan en er wordt verwezen naar uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Wat mag, hoeft echter niet altijd. Er zijn ook gemeenten die dat nuanceren en zij hanteren het informele tarief alleen maar als het bijvoorbeeld gaat om een vader of moeder of broer of zus en niet als het gaat om iemand die tot de vriendenkring behoort. Dat beperkt natuurlijk de mogelijkheden om professionele diensten te verlenen, want als het een vriend is, moet die een lager tarief rekenen.

Antwoord:

De hulpverlening waar het hier om gaat, betreft voornamelijk begeleiding individueel. Begeleiding door een professionele hulpverlener betekent wat ons betreft niet alleen het werken volgens bepaalde methodieken, maar ook dat diegene volledig objectief en onafhankelijk kan handelen en een bepaalde afstand heeft tot het gezinssysteem. Een persoon uit het sociale netwerk, heeft per definitie een sociale relatie met de cliënt (dan wel het gezin). En kan vanuit die positie niet altijd volledig objectief en onafhankelijk handelen of zich confronterend opstellen als dat nodig is. Wij zien het om die reden niet als professionele ondersteuning, waar een professioneel tarief tegenover moet staan.

Vraag van de heer Nacinovic (CDA):

Los daarvan zijn er buiten de kring van familieleden in de 1e of 2e graad ook nog veel situaties denkbaar waarbij we de ondersteuning niet wensen te zien als formeel. Veel samenwonende mensen zijn bijvoorbeeld niet getrouwd en dus geen familie. Een voorbeeld is een situatie die in de gemeente Tilburg heeft gespeeld, waarbij de partner van de cliënt zelf een zorgorganisatie leidde en ook als professioneel gezien wenste te worden voor de begeleiding die zij bood aan haar partner met psychische problemen, waar ze mee samenwoonde. Door de bepaling in de verordening van Tilburg dat enkel familieleden in de 1e of 2e graad als niet-professioneel gezien werden, was de

gemeente uiteindelijk gehouden een professioneel tarief toe kennen (zie ECLI:NL:CRVB:2021:2489, Centrale Raad van Beroep, 20/2663 WMO15 (rechtspraak.nl)) In de verordening wordt een actieve inlichtingenplicht neergelegd bij de huisgenoten van de zorgvrager, maar er is twijfel of dat mogelijk is. Natuurlijk als een huisgenoot niet wil meewerken om te laten zien of deze wat kan doen in de zorgtaken, dan kan dat de zorgvrager worden tegengeworpen. Dat zou ook een afwijzingsgrond kunnen zijn. Maar het kan niet zo zijn dat er een actieve inlichtingenplicht op de huisgenoot rust.

Antwoord:

Het is inderdaad zo dat het college geen plicht aan de huisgenoot kan opleggen om ‘ongevraagd’ (uit eigen beweging dus) inlichtingen te verstrekken aan het college. Dit betreft een bepaling die letterlijk overgenomen is uit de huidige verordening. Het op verzoek verstrekken van inlichtingen is wel te verdedigen, als verlengde van de medewerkingsplicht. Uit jurisprudentie volgt namelijk dat er wel een medewerkingsplicht ligt op huisgenoten om mee te werken aan onderzoek.

Vraag van de heer Nacinovic (CDA):

Het is geen bevoegdheid van de raad om regels op te stellen voor het terugvorderen bij onrechtmatig gebruik. De wet draagt het op aan het college. Dus daarover moet beleid worden gemaakt.

Antwoord:

Het klopt dat het intrekken/herzien en terugvorderen een bevoegdheid is die door de wetgever aan het college is opgedragen. Zowel de Wmo 2015 als de Jeugdwet zijn echter zeer beperkt als het gaat om grondslagen om iets terug te kunnen vorderen als te veel (of ten onrechte) is betaald. In beide wetten is slechts een grond gegeven om terug te vorderen als de inlichtingenplicht is geschonden, waarbij in het geval van de Wmo 2015 ook nog eens bewezen moet worden dat dit opzettelijk is gebeurd. Het college wil in de gevallen dat de inwoner met opzet heeft gehandeld de mogelijkheid hebben om het te veel betaalde pgb terug te vragen. Het betreft immers gemeenschapsgeld waarmee we zorgvuldig om willen gaan. Omdat het college deze bevoegdheid nu nog niet heeft, vraagt het de raad om deze bevoegdheid aan het college te geven.

Vraag van de heer Nacinovic (CDA):

De verordening kan worden opgevat als beleid, maar er wordt vermeld dat er verrekend kan worden met nog pgb-betalingen en andere Wmo-verstrekkingen voor de toekomst als er sprake is van een terugvordering. Het is niet mogelijk om een zelf een verrekenbevoegdheid te regelen. Als dat wel mogelijk is, dan wordt tegen iemand die een terugvorderingsschuld heeft, gezegd dat deze persoon zorg nodig heeft, waarvoor deze een pgb heeft, maar de zorg kan niet worden betaald, want het pgb wordt ingehouden in verband met een eerdere vordering. Daarvoor moet een andere oplossing worden gezocht. (CDA) Antwoord:

Het is mogelijk om in de Verordening een bepaling omtrent verrekening op te nemen (ECLI:NL:CRVB:2015:2937 in combinatie met artikel 4:93 Awb). Het college moet overigens altijd voordat het eventueel tot verrekening over gaat een belangenafweging maken. En dus goed afwegen of het college in dat specifieke geval in redelijkheid de verrekeningbevoegdheid kan inzetten. Als een verrekening er toe zou leiden dat een inwoner zijn lopende zorg niet meer kan betalen, is dat een omstandigheid die ertoe zou moeten leiden dat het college zijn bevoegdheid tot verrekening in dat geval niet gebruikt.

Vraag van de heer van der Zanden (50PLUS):

Zijn er mogelijkheden om meer informele hulp in te schakelen, bijvoorbeeld vrijwilligers, zodat min of meer aan de verplichting kan worden voldaan om aan iedereen die hulp nodig heeft, deze ook daadwerkelijk te verstrekken, want dat is het uitgangspunt van de Wmo.

Antwoord:

Vanuit de Wmo wordt altijd gekeken naar de eigen kracht, eigen mogelijkheden en het sociaal netwerk van de inwoner. Sommige vragen kunnen in Helmond al opgelost worden met behulp van vrijwilligers. Denk hierbij aan de Zorg en gemak diensten van de LEV-groep.

Vraag van mevrouw Meulenbroek (GroenLinks):

Maakt een voorbehoud, omdat de antwoorden worden afgewacht op de vraag hoe duidelijk de verordening is voor de inwoners in relatie tot het afgeven van indicaties en informele hulp door STH.

Antwoord:

STH is een vrij toegankelijke algemene voorziening in de gemeente Helmond. STH kan, indien zij de noodzakelijke ondersteuning niet zelf kunnen bieden, na overleg met een inwoner de gemeente adviseren over een gewenste indicatiestelling Wmo en Jeugdhulp. Dit advies wordt vervolgens door de gemeente getoetst aan de verordening. De gemeente bepaalt uiteindelijk de toegang tot de geïndiceerde voorzieningen. De toelichting op de verordening en deze werkwijze zal volgen op de website van de gemeente Helmond.

Bekijk de brief: 20231221 Beantwoording vragen FVD CDA 50+ en GL verordening MO en jeugdhulp Helmond 2024

Bron: raadsinformatie van de gemeente Helmond (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Helmond

Alle artikel 35-vragen in Helmond