3 juli 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Hilvarenbeek

16 Bestemmingplan Klein westerwijksestraat 8A - beantwoording vragen commissie Ruimte 20-06-2024

Een raadslid stelde op 3 juli 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Zaaknummer: 1011058

Commissie Ruimte van 20 juni 2024 - Beantwoording vragen van HOI Werkt en CDA Datum: 25 juni 2024 Deze memo bevat de tijdens de commissie Ruimte ontvangen vragen van commissieleden namens HOI Werkt en CDA voor onderstaand agendapunt voor de commissie Ruimte op 20 juni 2024.

Agendapunt 7 – Raadsvoorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Klein Westerwijksestraat 8A":

De volgende onderwerpen worden nader toegelicht in deze memo:

- Kwaliteitsverbetering landschap

- Bouwafstand tot zijdelingse percelen Kwaliteitsverbetering landschap Tijdens de commissievergadering werd gevraagd waarom deze ontwikkeling in een categorie 2 valt en niet in categorie 3. Er wordt veel bijgebouwd, maar er is geen kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit lijkt in tegenspraak met hetgeen is uitgewerkt in andere bestemmingsplannen die vallen onder categorie 3, waarbij juist wordt geïnvesteerd in kwaliteitsverbetering.

Bestemmingsverlies In 2015 is voor deze planlocatie een vergunning verleend voor het gebruik als bedrijfslocatie. Met deze vergunning is een metaalbewerkingsbedrijf op deze locatie permanent toegestaan. Deze vergunde situatie is abusievelijk niet doorgevoerd in het bestemmingsplan “Reparatieplan Buitengebied Hilvarenbeek 2019”.

Qua gebruik is hier sprake van een bedrijf. De voorgenomen uitbreiding zal plaatsvinden binnen het bestaand ruimtebeslag. Uitgaande van het feitelijke gebruik is er geen bestemmingswinst op deze locatie bij het omzetten van de bestemming naar ‘bedrijf’. Bovendien wordt een groot stuk van de agrarische bestemming omgezet naar de bestemming 'groen'.

Met de LIR-berekening wordt aangetoond dat er sprake is van een bestemmingsverlies in plaats van een bestemmingswinst. In de huidige situatie is de bestaande bedrijfsbebouwing meer dan 800m². Dit is de hoogste categorie (specifiek bedrijf – overige, meer dan 800 m² bedrijfsgebouwen) binnen de LIR-berekening, waardoor de uitbreiding in de beoogde situatie geen bestemmingswinst oplevert. Bij de LIR-berekening die toegevoegd was aan de raadsstukken ontbrak de splitsing tussen bedrijfsbebouwing en bedrijfswoning. Die splitsing is nu wel gemaakt , wat nu resulteert in 1000 m² bedrijfswoning en 3300 m² bedrijfsbebouwing. Hiervan wordt 35 m² bestemming ‘Groen’ in de beoogde situatie. De splitsing geeft geen andere uitkomst betreft de kwaliteitsverbetering. De juiste LIR-berekening is als bijlage 3 toegevoegd aan het bestemmingsplan.

Zaaknummer: 1011058

De bestemming agrarisch wordt omgezet naar bestemming 'groen' en wordt volledig landschappelijk ingepast. De totale omvang van hiervan wordt 5920 m². De totale ontwikkeling levert, onder andere door de grote omvang van de bestemming 'groen', een bestemmingsverlies op.

Regionale werkafspraken In de Werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant, actualisering 2023 (vastgesteld op 4-10-2023) staat het volgende onder paragraaf 2.2 Categorie-indeling:

2

Zaaknummer: 1011058 “Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen waarop de regels inzake kwaliteitsverbetering van toepassing zijn en waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op de omgeving. Deze initiatieven zijn van relatief grote omvang en hebben een grote impact op de omgeving en het landschap. Hierbij is zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist.

De landschappelijke inpassing kan deel uitmaken van de kwaliteitsverbetering, of geëist worden als aanvulling daarop (keuze aan de gemeente).

Dit gaat om ontwikkelingen waarbij de inspanning die verricht moet worden ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap relatief eenvoudig kwantitatief genormeerd kan worden, omdat het mogelijk is deze ontwikkeling te koppelen aan waardevermeerdering van de grond of van het object (de planologische waardestijging of voorheen “de bestemmingswinst”). Dit betreft veelal ontwikkelingen die een beduidende invloed hebben op de omgeving en waarbij vergroting van de geldende bouwmassa/-oppervlakte, vergroting van het geldende bestemmingsvlak en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Het betreft uiteraard wel ontwikkelingen die verder passen binnen de kaders van de omgevingsverordening. Voor deze categorie wordt in hoofdstuk 4 nader de methodiek beschreven waarmee de omvang bepaald wordt van de investering in kwaliteitsverbetering van het landschap. Indien bij een ruimtelijke ontwikkeling de volgens deze normbedragen berekende minimale basisinspanning minder dan €1000, - bedraagt, wordt deze ontwikkeling overigens onder categorie 2 geschaard. Dit geldt ook indien sprake is van bestemmingsverlies.” Landschappelijke inpassing De ontwikkeling valt onder categorie 2 en dient landschappelijk ingepast te worden. De bestemming agrarisch wordt omgezet naar bestemming 'groen' en wordt volledig landschappelijk ingepast. De landschappelijke inpassing bestaat onder andere uit een kruidenrijk/bloemenweide, struweelbeplanting en inheemse bomen en heeft een totale omvang van 5920 m². Hiermee past het plan in het oude ontginningslandschap. Tevens wordt de bestaande groenblijvende perceelsafscheiding van Hedera gehandhaafd. Dit zorgt ervoor dat de bedrijfsbebouwing niet direct zichtbaar is vanaf het zuiden en het westen van het plangebied. Het landschappelijke inpassingsplan is als bijlage 1 toegevoegd aan het bestemmingsplan.

Conclusie De ontwikkeling vindt binnen bestaand ruimtebeslag plaats. Er is geen bestemmingswinst op deze locatie. Met de LIR-berekening wordt aangetoond dat er sprake is van bestemmingsverlies.

Volgens de regionale werkafspraken valt deze ontwikkeling onder categorie 2. De landschappelijke inpassing past in het oude ontginningslandschap. Door het planten van bomen, houtsingels en een bloemenweide biedt de landschappelijke inpassing voldoende mogelijkheden voor een verhoging van de biodiversiteit, wat tevens zorgt voor de kwaliteitsverbetering van het landschap.

Bouwafstand tot zijdelingse percelen Er is gevraagd of vanuit vergunningverlening kort op de grens gebouwd mag worden. Volgens het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied” en het ontwerpbestemmingsplan “Klein Westerwijksestraat 8A” dient de afstand van een bedrijfswoning en aangebouwde bijgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 5 meter te bedragen. Voor bedrijfsbebouwing geldt een minimale afstand van 2 meter. Binnen het bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het verkleinen van de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens.

Conclusie Er is een afwijkingsmogelijkheid binnen het bestemmingsplan om de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens te verkleinen. Als wordt voldaan aan de bepalingen van de ontheffingsmogelijkheid kan er kort op de perceelsgrens gebouwd worden. Bij deze ontwikkeling is de ontheffing noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering. Daarnaast vindt er geen

3

Zaaknummer: 1011058 onevenredige aantasting plaats van de omliggende percelen/bedrijven, stedenbouwkundige structuur en verkeersveiligheidsbelangen.

Piet Machielsen | wethouder Ruimtelijke ontwikkeling, wonen, economie & financiën Vrijthof 10 | 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 | 5080 AA Hilvarenbeek (013) 505 83 00 | www.hilvarenbeek.nl | @gemeenteHbeek

4

Bekijk de brief: 16 Bestemmingplan Klein westerwijksestraat 8A - beantwoording vragen commissie Ruimte 20-06-2024

Bron: raadsinformatie van de gemeente Hilvarenbeek (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Hilvarenbeek

Alle artikel 35-vragen in Hilvarenbeek