2025-46 informatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen Voorjaarsnota 2025 (+)
Een raadslid stelde op 18 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Uw uurtarief komt uit op ca. €160,- Kan u uitleggen hoe u tot dit uurtarief bent gekomen? → 1.
- Is er al een programmamanager gestart, gezien de start benoemd wordt vanaf mei? → 2.
- Wordt de programmamanager extern ingehuurd of vast geworven met een 3. → Aanvullend; kan u duiden hoe de gekozen invulling zich functie/rol. verhoudt tot de mogelijke continuering en borging van kennis na 2026?
- De verwachting is dat in 2027 de hervorming van het sociaal domein zich in een meer 4. → onderdelen, posities aanvullende/andere expertise nodig is die lokaal en/of in GHO-verband nodig
- Welke concrete baten heeft het Ruimte opgeleverd en welke verwacht u bij Sociaal is. → 5.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
gemeente Hilvarenbeek
Zaaknummer: 1039886
Raadsinformatiebrief
Nr. 2925-46
Aan Van Behandeld in collegevergadering van Datum Portefeuillehouder Contactpersoon
: Raad- en commissieleden : College van B&W : 13 juni 2025 : 13 juni 2025 : Wethouder Machielsen : Tom van Veelen
Onderwerp:
Beantwoording schriftelijke vragen Voorjaarsnota 2025 Inleiding Wij hebben u tot en met 4 juni in de gelegenheid gesteld om schriftelijke vragen in te dienen over de Voorjaarsnota 2025. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt door de fracties m.u.v. HOI Werkt. Zij heeft aangegeven de deadline niet te halen en stelt later vragen. De antwoorden op de vragen van HOI Werkt zijn niet meegenomen in deze beantwoording.
Kennisnemen van De antwoorden op de vragen zoals opgenomen in de bijlage bij deze RIB. U kunt de antwoorden betrekken bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2025 in de commissievergadering.
Ook sturen wij u de uitkomsten van de meicirculaire mee. Zoals u kunt lezen heeft dit een positieve effect op de gepresenteerde saldi in de Voorjaarsnota 2025. Wij verwerken deze uitkomsten in de begrotingssaldi van 2025 en verder Bijlagen
- Beantwoording schriftelijke vragen
- Memo uitkomsten meicirculaire (incl. de meicirculaire)
Schriftelijke technische vragen Voorjaarsnota 2025 Nr Fractie Onderwerp
Blz.
Vraag
Antwoord (in te vullen door college)
1
4/71
Aansluiten bij het landelijk gemiddelde. Hoe ziet het college deze redenering in groter perspectief? Als iedere gemeente het landelijk gemiddelde als redenering gebruikt, dan stijgt dit gemiddelde gestaagd als gevolg hiervan. Hoe verantwoord u het landelijk gemiddelde als stabiele factor om uw redenering op te baseren?
Uit de begroting van 2025 kunt u onze ruimte ten opzichte van het landelijke gemiddelde ontlenen. Deze ruimte is gebaseerd op een vergelijking van de tarieven op Coelo.nl. Gemiddeld waren onze tarieven 11% lager dan het landelijke gemiddelde.
VVD
OZB
Omdat ook Hilvarenbeek kampt met financiële uitdagingen en wij tegelijkertijd onze dienstverlening, taakuitvoering en het voorzieningenniveau op peil willen houden stellen wij voor om beperkt onze tarieven te verhogen. Hiermee begeven onze tarieven zich nog steeds onder het landelijke gemiddelde. De ervaring is dat gemeenten enkel een OZB-stijging doorvoeren als dit werkelijk nodig is. Indien de tendens zou zijn dat dermate veel gemeenten dit moeten doen, zodat het gemiddelde stijgt, dan onderstreept dat de situatie waarin veel gemeenten zitten.…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Uw uurtarief komt uit op ca. €160,- Kan u uitleggen hoe u tot dit uurtarief bent gekomen?
Antwoord van het college
1. Het betreft het commerciële uurtarief dat het bureau daarvoor in rekening brengt.
Vraag 2
Is er al een programmamanager gestart, gezien de start benoemd wordt vanaf mei?
Antwoord van het college
2. De (tijdelijke) programmamanagers is begin dit jaar gestart.
Vraag 3
Wordt de programmamanager extern ingehuurd of vast geworven met een 3. De programmamanager wordt ingehuurd omdat er geen vaste formatieruimte is voor deze dienstverband voor bepaalde tijd?
Antwoord van het college
Aanvullend; kan u duiden hoe de gekozen invulling zich functie/rol. verhoudt tot de mogelijke continuering en borging van kennis na 2026?
Vraag 4
De verwachting is dat in 2027 de hervorming van het sociaal domein zich in een meer 4. Wat zijn de gevolgen als in 2027 tot 2030 hier geen budget meer voor gesteld wordt en beheersmatige fase bevindt. Een programma is immers tijdelijk en streeft de doelen na van de hoe ziet u dit i.r.t. tot een financieel risico als de kosten eigenlijk toch wel gemaakt gaan hervorming. Niet uitgesloten kan worden dat uit het programma naar voren kan komen, dat er op moeten worden, ongeacht de hoogte?
Antwoord van het college
onderdelen, posities aanvullende/andere expertise nodig is die lokaal en/of in GHO-verband nodig
Vraag 5
Welke concrete baten heeft het Ruimte opgeleverd en welke verwacht u bij Sociaal is. Domein?
Antwoord van het college
5. Voor Ruimte verwijzen wij u naar het antwoord op vraag 60. Met betrekking tot het Sociaal Domein zijn de baten vooralsnog niet te kwantificeren. Hoewel inzet van een programmamanager ertoe heeft geleid dat de beleidsadviseurs zich op de inhoud kunnen blijven richten. Waardoor extra inzet/inhuur van (nog) meer beleidsadviseurs achterwege kon blijven.
Is het college, gezien het voorstel geen budget op te nemen voor dit onderwerp, de huidige Het is niet de bedoeling om de inhuur meteen volledig stop te zetten. Het gaat om een diverse inhuur per direct stop te zetten? Graag ook een duiding van de keuze. doelgroep, asielzoekers, statushouder, Oekraïense vluchtelingen. Waar we op onderdelen als Wat is het financiële risico als inhuur gecontinueerd moet worden? gemeente ook een wettelijke taak in hebben. Maar het volledige vraagstuk, programma (programmanager, projectmedewerker) wordt nu louter door inhuurkrachten opgepakt en uitgevoerd. Die inzet moeten we gaan versoberen en tot een minimum beperken. Dat betekent onder meer ook een beperktere inzet voor wat betreft het contact en relatie met stakeholders in de samenleving.
Kan u de lijkende tegenstelling duiden die zit in deze beredenering? Maatschappelijk is er de Voorgaande jaren werd de vrijwilligersprijs geregeld door de gemeente. Tijdens het wens om dit doorgang te laten vinden, en dit gebeurt nu niet omdat er weinig animo in de participatietraject werd duidelijk dat er veel behoefte is aan waardering van vrijwilligers en een maatschappij is? vrijwilligersprijs. Maar dat deze opzet wel veranderd dient te worden en wellicht uitbesteed om het tot een succes te maken.
Wat is de stand van zaken van de herijking van het subsidiebeleid? Klopt het dat hier op dit We starten met de herijking van het subsidiebeleid op het moment dat de gemeenteraad hier de moment al aan wordt gewerkt en waarom zijn dan in 2026 alsnog kosten nodig? gevraagde middelen voor beschikbaar stelt. Dit betreft een project waar de nodige tijd, zorgvuldigheid en energie in moet worden gestoken om tot het gewenste resultaat te komen.
De opdracht om het subsidiebeleid te herzien moet nog worden uitgezet.
Is de verwachting dat de herijking van het subsidiebeleid i.r.t. het gekozen scenario zorgt Dat is niet de insteek van de herijking van het subsidiebeleid. Subsidiebeleid is een uitvoering van voor een besparing op subsidies? Zo ja, hoe verhouden de kosten voor de herijking zich tot de gemeentelijke ambities. De gemeentelijke ambities zijn veranderd met het gekozen scenario. een mogelijke besparing, zodat we niet in de situatie komen waar we subsidie minderen en Het subsidiebeleid dient hierop aangepast te worden zonder dat er al geconcludeerd kan worden de weg daar naar toe meer kost dan de besparing die het oplevert. of het een besparing oplevert, of niet.
Nr Fractie Onderwerp
Blz.
Vraag
Antwoord (in te vullen door college)
16 VVD
Knop 32 WMO-WLZ pilot
35/36
Waarom wordt de gemiddeld gerealiseerde besparing hier niet gekozen als dekkingsmaatregel?
17 VVD
Knop 36 38/39 Uitvoering accommodatiebeleid en plan
De genoemde kosten en de dekking daarvan heeft puur betrekking op het continueren van de pilot: omzetten WMO naar een WLZ-indicatie. Met de vaststelling van de begroting 2024 werd besloten hiermee een besparing door te voeren van € 18.000 structureel. In 2024 hebben we daadwerkelijk die besparing gerealiseerd. Door het continueren van deze pilot gaan we ervan uit dat we het bedrag ook vanaf 2025 kunnen realiseren.
Echter is de periode nog te kort om te concluderen dat deze gerealiseerde besparing ook opgenomen kan worden als dekkingsmaatregel, omdat het niet zeker is dat we hetzelfde bedrag komende jaren realiseren. Dit is van meerdere factoren afhankelijk.
Omdat sprake is van een incidenteel budget voor 1 jaar wordt in eerste instantie deze functie via inhuur, detachering o.i.d. ingevuld.
18 VVD 19 VVD
20 VVD
21 VVD
Knop 37 39-40 Doelakkers Knop 40 41 Uitvoering geven aan het Warmteprogramma Knop 41 41/42 Faciliteren bewonersinitiatieven Duurzaamheid Knop 44 43 wonen op tijdelijke locaties
22 VVD
Knop 46 Uitvoering van het programma duurzaamheid
44/45
23 VVD
Knop 53 Omgevingsprogramma Mobiliteit Knop 53 Omgevingsprogramma Mobiliteit
48
Knop 56 Uitbreiding formatie buitendienst Knop 57 Verbeteren dienstverlening parkeerschijfzone
49-50
24 VVD
25 VVD
26 VVD
48
50-51
Hoe bent u voornemend om dit gestelde budget in te vullen? U noemt het risico op inhuur bij specifieke vraagstukken, wat is het risico op inhuur bij dit budget?
We merken dat we onvoldoende kwalitatieve capaciteit momenteel hebben om de vele vragen rondom beheer en exploitatie van allerlei, gemeentelijk, vastgoed adequaat op te pakken en te beantwoorden. Denk bijvoorbeeld aan het aanpassen van huurovereenkomsten onderwijs en kinderopvang, de vraagstukken rondom De Roodloop e.d.
Onderdeel van de tijdelijke inzet is ook het maken van een kosten en batenanalyse over het blijven inhuren van expertise versus het creëren van structurele formatie voor deze vraagstukken.
Wat zijn de totale projectkosten van Kindcentrum Doelakkers, bij zowel de De totale projectkosten (investering) bedragen € 11,7 miljoen met een structurele last van investeringskosten en structurele lasten? € 762.000.
Is dit bedoeld voor uitvoering door de gemeente, of voor het faciliteren van uitvoering door De middelen die aangevraagd worden zullen voornamelijk voor projectuitvoering door de de samenleving? Kan u deze keuze duiden? gemeente worden ingezet. Omdat gemeenten de regierol hebben in de warmtetransitie zullen we kosten maken voor het uitvoeren daarvan.
Waarom wordt hier afgeweken van het participatietraject en hoe bent u tot deze afweging Geconstateerd is dat het ‘aan’ zetten van alle wensen budgettair niet mogelijk is. Het college heeft gekomen, ook i.r.t. andere knoppen die u op basis van het participatietraject wel aanzet? er daarom voor gekozen om keuzes op ‘uit’ te zetten, waar dat niet ten koste gaat van bestaande Is er een mogelijke ambtelijke besparing door inwoners te ondersteunen bij initiatieven op afspraken. korte en lange termijn?
1. Wordt er geen huur betaald voor het gebruik van de locaties in gemeentelijk eigendom 1. Voor het wonen op tijdelijke locaties wordt de grond middels een opstalrecht om niet door de huurder zijnde de woonstichting Leystromen? beschikbaar gesteld aan de corporatie. Bij vergelijkbare tijdelijke woonconcepten is dit een
2. Mocht vanuit SFT een bijdrage komen, komt dit dan ten gunste van Leystromen of de gebruikelijke constructie. Wanneer de woningen naar de permanente locatie verplaatst gemeente? worden, betaalt Leystromen cf de gebruikelijke wijze voor de afname van die grond.
3. Kan u het risico duiden dat wij lopen in afwachting van de mogelijke bijdrage voor
2. De middelen uit sft (Stimulering Flex- en Transformatiewoningen) komen ten gunste van de Leystromen aan de kosten voor het woonrijp maken? gemeente en kunnen ingezet worden om een gemeentelijk tekort af te dekken.
3. De gemeente loopt hierin geen risico. College sluit overeenkomst met corporatie waarin dit geborgd is Hoe verhoudt knop 46 zich, met de genoemde doelstelling, tot knop 41 en de effecten Knop 41 gaat over een klein deel van duurzaamheid. Knop 46 gaat over een breder deel van hiervan? duurzaamheid. De uitvoeringsmaatregelen uit het omgevingsprogramma Duurzaamheid gaan o.a. over de energieproblematiek en klimaat adaptatie. Bewustwording - door middel van cofinanciering van het Waterschap en de provincie - is een belangrijk instrument en draagt bij aan een succesvolle transitie.
Waarom staat knop 53, over het Omgevingsprogramma Mobiliteit, op 'uit' terwijl mobiliteit Het college heeft ervoor gekozen om deze ontwikkeling voorlopig op UIT te zetten omdat het als belangrijk speerpunt wordt genoemd in meerdere plannen? programma nog niet is vastgesteld. Indien de gemeenteraad al aan de slag wil met het programma dient hiervoor door de gemeenteraad middelen beschikbaar te worden gesteld.
Hoeveel investering is er momenteel gedaan om te komen tot een omgevingsprogramma De ontwikkeling van het omgevingsprogramma mobiliteit is gedekt vanuit bestaande middelen van mobiliteit en hoe verantwoord u het opstellen als er voor uitvoering geen budget gesteld het voorgaande mobiliteitsbeleid. Mocht er op dit moment geen geld zijn voor de uitvoering van wordt? het plan, bepaalt dit omgevingsprogramma wel de mobiliteitskoers van de gemeente. Dit plan blijven we jaarlijks monitoren en evalueren binnen de P&C-cyclus. Hierin heeft de gemeenteraad het budgetrecht.
U noemt dienstverlening op pijl houden als een argument om de OZB te verhogen, nu stelt u Een van de argumenten om de tarieven van de OZB te verhogen is dat wij onze dienstverlening op voor een actie hiervoor niet uit te voeren, hoe rijmt zich dat met de OZB verhoging en peil willen houden, dat is niet het enige argument. Wij verwijzen graag naar antwoord 1. argumenten daarbij?
Waarom wordt er gekozen om de besparing in capaciteit niet financieel als dekking te De capaciteitsbesparing is minimaal. Het doel is het vereenvoudigen van onze dienstverlening aan gebruiken? Is de besparing wel reëel? Zo niet, welke argumenten heeft u dan om dit uit te inwoners én medewerkers. voeren?
Nr Fractie Onderwerp 27 VVD
Blz.
Knop 68 55 Strategisch/Tactische borging en uitbreiding capaciteit afdeling Afval
28 VVD
Knop 69 Uitbreiding formatie AOV-Piket
29 VVD
Knop 71 57 Uitbreiding formatie tbv Bibob onderzoeken 2025 e.v
30 VVD
Knop 71 57 Uitbreiding formatie tbv Bibob onderzoeken 2025 e.v Knop 72 57-58 Uitbreiding formatie jurist handhaving & toezicht
31 VVD
56
32 VVD
Knop 77 Formatieplaatsen strategisch advies
60-61
33 VVD
Knop 81 Uitbreiding formatie bestuurssecretariaat
63-64
34 VVD
Knop 82 Herhaalmeting Dienstverlening Ondernemerschap
64-65
niet-kansrijke maatregelen
N.B.
35 VVD
36 VVD
58-59
Vraag U geeft aan dat momenteel de kwetsbaarheid vaak met inhuur opgevangen wordt. Kan u aangeven hoeveel er aan inhuur is uitgegeven in de afgelopen 4 jaren om de kwetsbaarheid op het taakveld afval op te vangen?
Antwoord (in te vullen door college) Externe inhuur voor afval maar verantwoord op algemene dienst (vanwege het beleidsinhoudelijke karakter van de werkzaamheden)
capaciteit vanuit Gemeente Externe Tilburg inhuur 2021 29.000 0 2022 40.000 2023 73.000 49.000 2024 47.000 18.000 35.000 Waarom wordt de uitbreiding formatie AOV-piket pas nu benoemd als dit al langere tijd de Het probleem bestaat al langere tijd, maar is gedurende de lange periode van een ingehuurde afspreek is binnen GHO-samenwerking? Hoe is bij het maken van de afspraak met budget teamleider praktisch opgelost. Zij had de kennis en ervaring om de AOV-rol op zich te nemen. De omgegaan? taken behoren echter niet tot de functie van teamleider en moeten nu goed worden belegd om te voldoen aan de afspraken binnen GHO-verband.
Is de benodigde capaciteit gebaseerd op de Bibob-onderzoeken uit de afgelopen periode die De benodigde capaciteit is gebaseerd op de hoeveelheid bibob-werk die sinds de komst van de de gemeente op het vizier had, of gebaseerd op de onderzoeken in het vizier plus de Bibob-coördinator in GHO-verband per 1 sep 2024 in beeld is, inclusief de achterstand die er was ‘gemiste’ Bibob-onderzoeken zoals laatst bleek uit de RIB 2025-41? Wat is het effect op de op dit taakveld. De komst van de Bibob-coördinator heeft ervoor gezorgd dat Bibob-onderzoeken capaciteit? vanaf dat moment consequent en naar het huidige Bibob-beleid worden uitgevoerd. Deze capaciteitsvraag is uitgewerkt voordat onderzoek was verricht n.a.v. de situatie Doelenstraat. De resultaten van dat onderzoek zijn op het moment van besluitvorming over de VJN besproken in de raadscommissie en ondersteunen de noodzaak om meer in te zetten op bibob tbv integriteitstoetsing in het vergunningverleningsproces en andere gemeentelijke processen (o.a. subsidies, overeenkomsten) en voorlichting en bewustwording van medewerkers.
Waarom stelt het college voor om knop 71 uit te zetten (uitbreiding formatie Bibob)? Is de Het college ziet zeker de noodzaak van de uitbreiding van capaciteit voor bibob. Echter constateert noodzaak voor deze uitbreiding minder groot dan eerder gedacht? het college een grote discrepantie tussen de noodzakelijke middelen en de beschikbare middelen.
Er moeten keuzes gemaakt worden en door de noodzaak hier in beeld te brengen, betrekt het college de gemeenteraad in de discussie over de te maken keuzes.
Bij het niet toekennen van deze capaciteit, vervalt deze 16 uur dan of worden hier nieuwe Bij het niet toekennen van deze capaciteit zal er in principe niet opnieuw worden ingehuurd. Het inhuurkrachten voor gezocht? Wat zijn de kosten voor deze 16 uur externe inhuur? knelt structureel op dit taakveld en het college zoekt naar mogelijkheden om te prioriteren in plaats van extra capaciteit in te huren. Dat betekent wel dat extra projecten die om toezicht- en handhaving vragen niet langer mogelijk zijn. Het college wil alleen nog inhuren bij grote dreigende excessen. De inhuurkosten in 2024 bedroeg € 37.460 in Q1 en Q2 2025: ca. € 13.000.
Hoe verhoudt de strategisch adviseur zich tot de verhoging van strategische kracht door het RIB 2025-15: laat de uitkomsten van het onderzoek verhoging strategische slagkracht zien. Beide vrij maken van de afdelingshoofden middels extra teamleider, voor de bevordering van acties (toevoegen TL en extra strategische formatie) zijn adviezen uit het onderzoek strategische strategisch vermogen, dat doorgang vond in de begroting van 2025? slagkracht. Inzetten van de extra formatie (TL en extra strategisch adviseurs) is onderdeel van het 10-punten actieplan en nodig om de strategische slagkracht van de organisatie te vergroten.
Kan u deze knop verder duiden? De onduidelijkheid zit nu in de praktische gevolgen van Het college heeft gevraagd om een onderzoek te doen naar een strategische doorontwikkeling van deze knop. Nu wordt het tijdelijk opgevangen door een KCC-medewerker, en als we deze de organisatie en een daarbij passend formatieplan. En tot die tijd staan wij beperkt de gevraagde knop uitzetten dan blijft deze medewerker dit doen als KCC-medewerker die bijspringt, en formatie toe. als we dit aanzitten blijft deze KCC-medewerker dit doen, maar dan als medewerker bestuurssecretariaat. Wat betekend onze keuze dan nog voor de praktische formatie van het bestuurssecretariaat en wat doet dit voor het KCC?
Bent u bereid meerdere offertes op te vragen, met specifiek het eerdere onderzoek en Vanwege de vergelijkbaarheid van de onderzoeksmethode en resultaten heeft de voorkeur om aansluiten hierbij als kader, om kosten te vergelijken en een weloverwogen afweging te hetzelfde bureau de onderzoeken uit te laten voeren. We zijn bereid om meerdere offertes op te maken? Graag ook duiding van het antwoord. vragen om een alternatief in beeld te krijgen.
Welke middelen zijn beschikbaar in 2025 voor de uitvoering van het economisch De € 35.000 die aan de gemeenteraad is gevraagd, is gereserveerd voor het vormen van het actieprogramma en op welke wijze wordt de lokale ondernemer betrokken bij de Economisch Actieplan. Deze offerte is lager uitgevallen. Ondernemend Hilvarenbeek krijgt een uitvoering? prominentere rol en de ondernemers worden actief betrokken. Wat vervolgens qua budget overblijft, zou naar de uitvoering kunnen. De lokale ondernemer wordt intensief betrokken, zoals ook bij eerdere trajecten, door bij deze groep te toetsen op wensen en benodigdheden.
Wat zijn de gehanteerde criteria om bepaalde bezuinigingsmaatregelen als niet-kansrijk te We maken nog een nadere analyse, zodat we in het proces van de vaststelling van de begroting bestempelen? Kan het college enkele voorbeelden van deze maatregelen geven? beantwoorden of alsnog realisatie van (PM-) posten mogelijk is.
Nr Fractie Onderwerp
Blz.
Vraag
37 VVD
SKV
Divers
38 VVD
Knop 127 Invoeren scootmobielpoule
74
Op diverse momenten wordt gerefereerd aan het organisatie-ontwikkeltraject Samen
1. Ja, dat klopt.
Krachtig Vooruit (SKV).
1. Klopt het dat geen van de voorgestelde maatregelen vanuit dit traject zorgen voor
2. Dit wordt bij de begroting 2026 verder in beeld gebracht financieel vertaalbare positieve resultaten vanuit o.a. efficiëntie? Graag ook duiding.
2. Wat zijn de totaalkosten geweest om tot dit ontwikkeltraject te komen? Hoelang blijven 3. Wij hanteren meerdere criteria, bijvoorbeeld het collegeprogramma, zaken waar we aan de gedefinieerde acties actueel / wanneer moet dit bijgesteld worden door onderzoek en is begonnen zijn (en af willen maken) en capaciteit. direct overgaan tot uitvoering te laat?
3. Hoe is er gekozen om bepaalde onderdelen wel uit te voeren en bepaalde onderdelen niet? Welke criteria hanteert u met welk belang per criterium?
U beredeneert dat u 50% van de versterkte scootmobiels via de poule zou moeten laten Van alle verstrekkingen komt slechts 50% überhaupt in aanmerking voor een scootmobiel uit de lopen, en dan 50% van de verstrekte scootmobiels niet in aanmerking komen voor de poule poule. Om een besparing van € 28.000 te realiseren zouden alle verstrekkingen die in aanmerking door specifieke aanpassingen, en dus 50% wel. Er lijkt hier een niet bestaande tegenstelling komen (50% van het totaal), over moeten stappen van een individuele verstrekking naar een te zijn, dus kan er geduid worden waarom het invoeren als niet reëel gezien wordt? scootmobiel uit de poule.
39 VVD
40 VVD
Knop 134 74-75 Versoberen herindicatie kritisch beoordelen & 138 Meer uitgaan van eigen kracht bij huishoudelije hulp Knop 142 75 Bijstellen kaders leerlingenvervoer (eigen vervoer, OV-gebruik) conform wettelijke kaders
41 VVD
Externe inhuur
90
42 VVD
Ambtelijke formatie
90
43 VVD
Sociale kaart
Knop 24, bijlage 7.8
Antwoord (in te vullen door college)
De individuele verstrekkingen zijn verspreid over de verschillende kernen van de gemeente. Een scootmobiel poule werkt vanuit een centraal punt. Wanneer haal- en brengservice nodig is op grote schaal wegen de baten niet op tegen de kosten. In een aantal kernen zijn er daarnaast zo weinig verstrekkingen dat een poule per definitie niet rendabel is.
U noemt ook wat nodig is bij beide knoppen, waarvan u aangeeft dat er overlap in zit, om te Er worden op dit moment verschillende acties ondernomen (scholing, onderzoek reablement, zorgen dat er wel stappen gezet kunnen worden. Kan u duiden waarom u kiest om deze etc.), echter zullen de effecten hiervan pas vanaf 2026 en/of 2027 zichtbaar zijn. Daarnaast is er op taakstelling terug te draaien en niet in te zetten op uitvoering? onderdelen ook sprake van een investering (scholing, pilot reablement) en zijn we afhankelijk van de afschaffing van het abonnementstarief.
Is er geen capaciteit of voor het college geen prioriteit? Indien het capaciteit is, hoe en wanneer wordt dit dan verzorgd, en hoe weegt dit op tegen de besparing?
T.a.v. leerlingenvervoer werken we in (sub)regionaal verband samen. Aanbieders zijn ook subregionaal ingekocht. De afgelopen jaren is de inzet geweest om leerlingen meer zelfstandig te laten reizen.
Dit is/was een subregionale aanpak welke lokaal geïmplementeerd moeten worden. Aansluiting en invulling vergt capaciteit die we nu niet hebben. Getracht is om dit in GHO/verband op te lossen maar dat bleek geen soelaas te bieden Van het onderdeel Inhuur voor vaste vacatures capaciteit gaat het om € 1.294.000 voor vacatures.
Kan er verder duiding worden gemaakt welk deel van de externe inhuur is voor vacatures?
Sub 1: is er een overnamemogelijkheid voor de gemeente om de externe inhuur in dienst te nemen na een x aantal arbeidsuren?
Sub 1: Iedere leverancier hanteert eigen voorwaarden (x aantal uren) voor overname.
Sub 2: stonden alle vacatures waar externe inhuur op is ingezet, open voor vaste werving Daadwerkelijke overname is uiteindelijk ook de keuze van de detacheringkandidaat. voordat er externe inhuur voor werd ingezet? Graag ook het antwoord duiden.
Sub 2: Zodra we weten dat een vaste functie vacant komt zetten we die zsm uit via de vacaturewebsite. Doorgaans duurt het 3 a 4 maanden voordat er een nieuwe medewerker start op een vacature (opzegtermijn overheid 2 maanden). We zetten soms inhuur in wanneer er een periode te overbruggen is tot de nieuwe, geworven medewerker daadwerkelijk start, en er werkzaamheden/opgaves liggen die niet kunnen wachten. We werven nagenoeg altijd eerst zelf voor de invulling van vaste vacatures, inhuur zetten we pas in wanneer deze werving te lang duurt of niet lukt.
Welke formatieve uitbreiding van de organisatie is voorzien tot en met 2028? Op basis van Het college heeft gevraagd om een onderzoek te doen naar een strategische doorontwikkeling van welk beleidskader of analyse vindt deze groei plaats? de organisatie en een daarbij passend formatieplan. En tot die tijd staan wij beperkt de gevraagde formatie toe.
Wat is de scope van de voorgestelde maatregelen om de Sociale Kaart bekender te maken? De scope van de voorgestelde maatregelen richt zich op het vergroten van de bekendheid, Welke acties worden daarop uitgezet? toegankelijkheid en het gebruik van de Sociale Kaart onder met name inwoners. De maatregelen zijn bedoeld om de Sociale Kaart structureel te verankeren in de samenleving en om inwoners beter te informeren over het beschikbare ondersteuningsaanbod in onze gemeente. De volgende acties vallen hieronder:
Voor de website en de sociale kaart zijn we bezig met de ontwikkeling van een contentstrategie.
Hierbij hanteren we drie lagen van typen content:
Nr Fractie Onderwerp
Blz.
Vraag
Antwoord (in te vullen door college) -
Hero-content: grote zichtbaarheid creëren en brede aandacht trekken. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een brede lanceringscampagne rondom de website, waarbij de sociale kaart een belangrijk onderdeel is. Jaarlijks komt dan een publiekscampagne terug specifiek gericht op de sociale kaart.
-
Hub-content: Regelmatig contact houden met de doelgroep en betrokkenheid opbouwen.
Denk hierbij aan de link tussen de inhoudelijke thema’s (bijvoorbeeld van GALA) en de sociale kaart. Denk hierbij aan campagnes rond eenzaamheid, valpreventie, mentale gezondheid.
-
Hygiëne-content: Altijd beschikbare, praktische informatie voor mensen die actief zoeken naar de sociale kaart. Denk hierbij aan zichtbaarheid van de Sociale kaart, zowel fysiek als digitaal.
Consistentie en herhaling is hierbij erg belangrijk. Dit kunnen bijvoorbeeld fysieke middelen zijn met een QR-code of digitale middelen die we via onze social mediakanalen.
Welke concrete stappen onderneemt de gemeente om uitbreiding van bedrijventerreinen, Hierover is de gemeenteraad eerder geïnformeerd in een infobijeenkomst op 23 januari jl. en via zoals Mierbeek-Noord, mogelijk te maken gezien de ruimtebehoefte van ondernemers? de RIB 2025-22. Met de vaststelling en ondertekening van de anterieure overeenkomst in februari 2025 vindt nu afronding van het bestemmingsplan plaats zodat dit in de raadsvergadering van september 2025 kan worden vastgesteld.
Wat is de gemiddelde doorlooptijd voor vergunningaanvragen binnen de gemeente en Hierover is in de voorjaarsnota op dit moment geen voorstel opgenomen. De VJN is niet het welke maatregelen worden genomen om deze processen te versnellen of transparanter te instrument om werkprocessen door te lichten. maken?
Welk aandeel van het gemeentelijk budget is in 2025 vrij besteedbaar en hoe verhoudt zich Het is voor nu niet mogelijk om voor ieder budget na te gaan wat vrij besteedbaar is. Bij de dat tot de beleidsruimte in vorige jaren? beantwoording van de schriftelijke vragen bij de voorjaarsnota 2024 is reeds gerefereerd aan het rapport “Beleidsvrijheid geduid” van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). In dit rapport wordt een cijfer gegeven voor de mate waarin gemeenten beleidsvrijheid hebben. Hoe hoger het cijfer, hoe meer beleidsvrijheid. In grote lijnen kunnen de clusters met een score tussen de 1 en de 5, als een taak in medebewind worden gezien. Wij zouden om deze analyse te moeten uitvoeren alle clusters moeten beoordelen.
Hoe wordt het lokale sportakkoord geïmplementeerd? Welke concrete acties lopen hier nu De uitvoering van het lokale sportakkoord verloopt via subsidieverlening aan Actief Hilvarenbeek, op? de Sportraad, Uniek Sporten en Biks Shots (subsidie beleidsregel 2.3). Ook draagt de inzet van sport- en beweegcoaches bij aan het bereiken van de doelstellingen (beleidsregel C1.2).
Uitvoering van het Sportakkoord en de inzet van sport- en beweegcoaches is onderdeel van het GALA.
Waarom zijn op diverse beleidsterreinen, zoals sportdeelname of vergunningverlening, nog De beleidsindicatoren komen uit de benchmark van waarstaatjegemeente.nl geen prestatie-indicatoren opgenomen? Wordt overwogen om dit alsnog op te nemen in de Het betreft alle indicatoren die hierop te vinden zijn. De door u gevraagde indicatoren worden begroting 2026? daar nog niet bepaald en zijn niet door onszelf te achterhalen.
Wordt er bij nieuwe woningbouwprojecten rekening gehouden met de mogelijkheid van Hierover is in de voorjaarsnota op dit moment geen voorstel opgenomen. De VJN is niet het 'dorpse hoogbouw' om betaalbaarheid en efficiënt ruimtegebruik te bevorderen? instrument om de randvoorwaarden voor woningbouw te bespreken. De verkenning naar potentiële woningbouwlocaties wordt op een later moment met de gemeenteraad besproken en dan kan ook dit aspect door de gemeenteraad met het college worden besproken Wat is de stand van zaken van de uitvoering van het jeugdlintje dat eerder door de raad is Tot op heden is hier nog geen uitvoering aan gegeven. In aanloop naar de begroting 2026 komen goedgekeurd? we daar op terug.
44 VVD
Bedrijventerreinen / Mierbeek-Noord
N.B.
45 VVD
Vergunningverlening
N.B.
46 VVD
Beleidsruimte
N.B.
47 VVD
Sportbeleid / Sportakkoord
N.B.
48 VVD
Prestatie-indicatoren
N.B.
49 VVD
Dorpse Hoogbouw
N.B.
50 VVD
Jeugdlintje
N.B.
51 VVD
Preventieplan alcohol & raadsvoorstel In het raadsvoorstel over het Preventieplan Handhaving Alcohol en Drugs staat dat er extra drugs preventieplan middelen worden aangevraagd via de voorjaarsnota. Deze zijn echter niet expliciet terug te vinden. Onder welk bedrag vallen deze of klopt het dat ze nog niet zijn opgenomen?
Economie / centrumvisie N.B.
Wat is de stand van uitvoering van de centrumvisie Hilvarenbeek? Zijn er al Hilvarenbeek investeringsbesluiten genomen of concrete faseringen bepaald?
52 VVD
53 CDA
Concrete punten midden Blz 10 en lange termijn
In de kernpunten wordt op geen enkele wijze gesproken over de participatie en betrokkenheid van de inwoners op de jeugd zorg. We hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in positief jeugdbeleid. Blijkbaar heeft de inwoner dat niet opgemerkt. Is in
Na het voorleggen van het raadsvoorstel is voor de dekking ruimte gevonden binnen bestaande budgetten.
De gemeenteraad heeft een budget van € 25.000 voor de uitvoering beschikbaar gesteld. Dit budget is bestemd voor allerhande maatregelen in de buitenruimte, zoals plantenbakken etc. Het aanjaagteam “nieuwe stijl” houdt periodiek grip op de maatregelen die onder meer uit dit budget worden uitgevoerd. De evaluatie van de CV die is gemaakt, zullen met het aanjaagteam en de gemeenteraad worden gedeeld.
Participatie op de jeugdzorg is regionaal geregeld middels de Jeugdwelzijnsraad. Hierin participeren ook jongeren uit Hilvarenbeek. Het effect van het Positief jeugdbeleid is gericht op het versterken van de sociale basis en daarmee preventie van jeugdzorg. We zien een stijgende lijn van jongeren die deelnemen aan de activiteiten van het jongerenwerk (RIB 2025-40). Het aantal
Nr Fractie Onderwerp
Blz.
Vraag
Antwoord (in te vullen door college)
beeld te brengen wat het resultaat is van het positief jeugdbeleid en of daarmee de jeugdzorg in onze gemeente significant lager is als in andere gemeenten?
54 CDA
55 CDA
56 CDA
kinderen in jeugdzorg is al jaren stabiel in Hilvarenbeek. De complexiteit van jeugdzorgvragen neemt echter toe. Hierdoor zien we in het afgelopen jaar een toename van jeugdzorgkosten. Deze stijging van kosten heeft betrekking op segment 1 (RIB 2025-18).
Crossroads Blz 15 In een bijeenkomst met de Crossroads werd een duidelijk een verwachte vermindering van Ja, jaarlijks maakt de regio Hart van Brabant budgetafspraken op basis van de verwachte de jeugdzorg gepresenteerd. Is het budget voor Crossroads jaarlijks bij te stellen als er meer zorgvraag. Opgemerkt moet worden dat de bijeenkomst met Crossroads alleen op Segment 1 of minder zorgvragen zijn? betrekking had. Het bedrag van 411K betreft het totale budget Overschrijding regionale 15 post 2 Waarom is deze post alleen in 2025 verwerkt, terwijl er voor de komende jaren ook een Er loopt een onderzoek naar de kosten m.b.t. het sociaal domein. Naar verwachting zullen de Jeugdhulp compensatie door het rijk is gegeven? uitkomsten van dit onderzoek in het tweede halfjaar van 2025 zichtbaar worden. Op basis van deze uitkomsten voeren wij gesprekken met de netwerk- en ketenpartners. Vervolgens verwerken wij de uitkomsten in de begroting van 2026 (of nemen wij die op in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing).
Inrichting Blz. 16 post 3 Als we nu al weten dat er nog extra kosten aankomen voor 2026 en verder, dan graag een We kunnen nu nog geen betrouwbare inschatting maken. gezondheidscentrum schatting daarvan en de reden waarom hij niet in de meerjarenraming is opgenomen.
57 CDA
Meer inkomsten toeristenbelasting Beekse Bergen
Blz 19
Is de hoogte van dit bedrag een schatting of gebaseerd op het aantal te verwachte overnachtingen maal het tarief wat gemeente breed, bij ander vakantie overnachtingen, wordt gehanteerd?
58 CDA
Externe inhuur
BLz 22
De externe inhuur wordt een meerkosten begroot. De externe inhuur is o.a. noodzakelijk vanwege het vervullen van de vacatures. Medewerkers vertrekken o.a. omdat ze elders meer kunnen verdienen in gelijke functies. Is overwogen om onze medewerkers op te schalen, gelijk aan de grote gemeenten, zodat dit geen reden is voor vertrek?
59 CDA
Bouwkundige aanpassing BLZ 26 en voormalige kwetternest Programma Hervorming Blz 31 Sociaal Domein
Is er overleg geweest met de gebruikers van deze ruimte of zij met zelfwerkzaamheid en een beperkt budget deze ruimte naar hun wensen aan te passen?
61 CDA
Ondersteuning Nieuwkomers
Blz 32
Als nieuwkomers niet de ondersteuning krijgen zal hun taalontwikkeling en normgedrag mogelijk minder worden wat op termijn mogelijk meer overlast kan geven. Hou denkt het college dit te voorkomen?
62 CDA
Doelakkers
Blz. 39 post 37
Is er de mogelijkheid om deze post rechtstreeks af te boeken op de ABR? Dat hebben we wel gedaan in Hart voor Haghorst voor de wijziging van de bestemming van de gronden daar. De 925K is alleen in 2027 opgenomen, in de toelichting staat een periode genoemd voor 1,5 jaar. Waarom is deze post niet opgedeeld in tenminste twee boekjaren?
63 CDA
Automatische beregening Blz 37 sportpark Hilvarenbeek Kindcentrum De Blz 39 Doelakkers
60 CDA
64 CDA
65 CDA
Energieloket en OneStop-Shop
66 CDA
Uitvoering geven aan het Blz 41 Warmteprogramma Wonen op tijdelijke Blz 43 locaties
67 CDA
Blz 40
Gesteld wordt dat programmatisch werken in de afdeling ruimte is ingevoerd en daarom ook in het sociaal domein. Kan het college aangeven wat de resultaten zijn van het programmatisch werken in de afdeling ruimte?
Deze post wordt nu uitgezet maar zal zeker in het accommodatiebeleid terugkomen, is dit geen uitstel voor de korte termijn?
Er komen steeds meer signalen dat ouders de keuze maken om het leerprogramma van de Driehoek te omarmen. Deze school dreigt uit zijn jasje te groeien. Is de bouw van de Doelakkers in deze omvang nog verantwoord?
Als voor dit loket geen dekking komt van de overheid is dan de overweging niet te maken om deze knop op uit te zetten totdat er landelijk dekking komt?
Als voor dit warmteprogramma geen dekking komt van de overheid is dan de overweging niet te maken om deze knop op uit te zetten totdat er landelijk dekking komt?
Zijn deze kosten niet te verrekenen met de huur via de verhuurder?
Het bedrag is een eerste voorzichtige schatting obv de informatie die beschikbaar is over de uitbreidingsplannen van Beekse Bergen. Over de exacte omvang zijn we nog in gesprek met Beekse Bergen. Definitieve cijfers volgen later, ook pas nadat de gemeenteraad een besluit heeft genomen over de uitbreidingsplannen.
We werken sinds januari van dit jaar met functiewaarderingssystematiek HR21, welke specifiek van toepassing is voor gemeentes. Functies worden ingedeeld en gewaardeerd binnen dit systeem.
Met de overgang naar HR21 hebben we verkend wat de mogelijkheid / bereidheid is om te investeren in een loon-conversietabel die de marktpositie (salarisniveau) van diverse functies (vanaf schaal 10) mogelijkerwijs zou versterken. Er is in deze fase niet voor deze optie gekozen omdat de financiële ruimte beperkt is.
Ja, er zijn meerdere contacten geweest. Een eerste grove indicatie is door hen afgegeven dat zij met zelfwerkzaamheid indicatief € 20.000 aan investering nodig achten.
Het eerste programma staat. Dat betreft een integrale kijk en aanpak op het terrein van duurzaamheid. Voor het programma woningbouw is een kwartiermaker aangesteld. Die is op dit moment bezig met de uitwerking van het programma. Programmatisch werken is één van de middelen om te komen tot een meer integrale aanpak van vraagstukken.
Het college gaat ervan uit dat het inburgeringstraject (waaronder taalonderwijs en maatschappelijke begeleiding) voldoende is voor taalontwikkeling en normgedrag. Het onderdeel “landingsplaats” is bedoeld om nieuwkomers in een vroeg stadium beter te laten “landen” in dit land, o.a. door taalontwikkeling en normgedrag.
In de huidige project-schatting wordt uitgegaan van € 11,7 miljoen aan totale kosten. Door het onderdeel te laten zijn van het project De Doelakkers is een duidelijke en transparante relatie te zien. Het krediet/de investering is lager, omdat de tijdelijke huur van klaslokalen niet kan worden geactiveerd. De optie tijdelijke huisvesting wordt nog nader uitgewerkt. Het streven is de periode zo kort mogelijk te houden en het kopen van units is ook nog een optie. Dan vallen de kosten in een boekjaar. Vanwege die onzekerheid hebben we nu gekozen voor het opnemen in een boekjaar.
Wij hebben deze knop uit gezet en hoe het verder gaat lopen weten we nu nog niet.
We maken gebruik van prognosecijfers. De cijfers laten voor Kindcentrum Doelakkers al jaren een stabiel beeld zien en ook vooruitkijkend blijft dit beeld stabiel. Er is dus geen aanleiding om hiervoor de plannen te wijzigen.
Zoals aangegeven in de aanvraag van de Voorjaarsnota, is het hebben en uitvoeren van een energieloket een verplichting onder het Klimaatakkoord.
Het Warmteprogramma is een wettelijke verplichting uit de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) en moet voor eind 2026 worden vastgesteld.
Nee dat is niet mogelijk. De huursom wordt berekend op basis van inkomen en puntensysteem en laat geen ruimte voor extra opslag als financiële bijdrage in de kosten van het woonrijp maken.
Nr Fractie Onderwerp
Blz.
Vraag
68 CDA
Huisvesting arbeidsmigranten
Blz 47
Zijn deze kosten niet te verrekenen met de huur via de verhuurder?
73 CDA
Ontwikkeling afdeling Ruimte
Blz 60
Eerder is op deze afdeling een extra leidinggevende vacature ingevuld. Is deze functionaris niet in staat om de verander processen uit te voeren?
74 CDA
Verkoop onroerende goederen
Blz. 76 post 72
75 CDA
Overzicht compensatie rijk
Blz 80
76 CDA
Investeringen in beregeningsinstallaties
93
69 CDA
70 CDA
71 CDA
72 CDA
Antwoord (in te vullen door college)
Nee, kosten voor toezicht en handhaving zijn niet te verrekenen met de huur die een verhuurder vraagt voor huisvesting. Toezicht en handhaving is een wettelijke publieke taak van de gemeente die losstaat van de privaatrechtelijke huurovereenkomst tussen verhuurder en huurder.
Hart van Haghorst Blz 46 Hart van Haghorst zou onderzocht worden of het kleiner, efficiënter en mogelijk meer Deze actie maakt onderdeel uit van de voorlopige ontwerpfase die loopt van februari t/m juni integraal samen kan zodat de kosten fors minder zouden worden, is hier meer inzicht in te 2025. Op 4 september 2025 is een informatiebijeenkomst met de raadscommissie ingepland geven over deze actie? waarin de stand van zaken hieromtrent inhoudelijk kan worden toegelicht.
Zand en puinwegen Blz 48, 49 We nemen nu de kosten voor 2025 en 2026 (deels) mee. Daarna is er niets begroot. Dit is We zijn bezig met een integraal beleidsplan incl. zandpaden en puinwegen. Eind 2025 is dit klaar. posten nr 52 een risico. Wat voor mogelijkheden zijn er om deze kosten in de toekomst te beperken, In 2026 zal dit een vaste vorm krijgen. Budgetten voor 2027 en verder zullen dan opnieuw bekeken en 55 waarbij we helaas op de korte termijn zullen worden geconfronteerd met hogere kosten? worden.
Hondenlosloopgebied Blz 52 Wij zijn voorstander van een losloopgebied afgezet met borden. Wij stellen voor deze knop We hebben zorgvuldig gekozen welke gebieden geschikt zijn als losloopgebied. Voor de veiligheid op uit te zetten. Een gebied aan te wijzen, met borden afgezet. Kan een beperkt budget van mens, dier en natuur is het noodzakelijk dat deze gebieden duidelijk afgebakend zijn met een worden omgezet naar losloopgebied vorm van omheining. Hoewel we begrijpen dat budget een belangrijke factor is, kunnen mogelijke kosten lager uitvallen bij de realisatie, bijvoorbeeld omdat bij Slibbroek al deels een hek aanwezig is. Daarnaast kan de keuze van het soort haag (een goedkopere versie) bij Turkaa bijdragen aan een kostenefficiënte oplossing.
Vervanging van de CASE Blz 60, post Het lijkt erop dat we hier achter de feiten aanlopen, wordt ons investeringsprogramma op We schuiven de investering door omdat we keuzes moet maken. Doorschuiven kan hogere Farmal trekker 76 dit soort machines waar jaarlijks bekeken? onderhoudskosten met zich meebrengen. De machine kunnen we wel veilig blijven gebruiken.
Het college heeft gevraagd om een onderzoek te doen naar een strategische doorontwikkeling van de organisatie en een daarbij passend formatieplan. En tot die tijd staan wij beperkt de gevraagde formatie toe.
Graag een nadere toelichting wat wordt verstaan onder het feit dat deze post "op schema Volgens planning wordt er in het najaar een nadere analyse gemaakt van de haalbaarheid van ligt" verkoop onroerend goed. Daarbij wordt nader ingegaan op het te verwachten verschil in opbrengst in verhuurde staat t.o.v. onverhuurde staat. Op basis van die analyse wordt dan het vervolg bepaald.
In deze lijst staat 235K als compensatie voor de gestegen tekorten op de Jeugdzorg. In post Zie het antwoord bij vraag 46 2 van de autonome ontwikkelingen is daarvoor alleen een tekort van 411K opgenomen. Het lijkt erop dat de uitkering van het rijk niet in verband wordt gebracht met deze tekorten, is dat ook zo?
De onder mogelijk extra effecten opgenomen kortingen vanuit het Rijk zijn niet verwerkt in de telling.
De onder mogelijk extra effecten opgenomen kortingen vanuit het Rijk zijn niet verwerkt in de telling. (blz 80) Algemeen: is er een overzicht te produceren van de taken die wij voor het Rijk uitvoeren, de bijbehorende uitkeringen, en aldus verkregen: het bedrag wat de Gemeente op deze taken tekortkomt? Laten we niet te ver teruggaan, zeg vanaf boekjaar 2020 Het krediet voor Esbeek vervalt, voor Diessen wordt er krediet gevraagd, en de installatie De aanvraag is voor de voetbalvelden in Haghorst voor 2025 en Hilvarenbeek in 2026. Recent een voor Hilvarenbeek is door het college on hold gezet. Waarom staat er dan een kredietvraag aanbesteding gedaan voor onderhoud van de velden. Duurzaamheid, chemievrij en inspelen op voor Hilvarenbeek in het overzicht? En is er voor Diessen in post 34 geen geld gevraagd?? klimaatverandering is hierin opgenomen. Overdag maaien met een robot en in de nacht Dit lijkt op rechtsongelijkheid, graag een toelichting. beregenen is daar een onderdeel van. Aanbrengen ondergrondse beregening valt samen met renovatie van enkele velden. In Diessen is er al ondergrondse beregening gerealiseerd.
Zaaknummer: 1039886
Memo Aan Van Behandeld in collegevergadering van Datum Portefeuillehouder Contactpersoon
: Raad : College van B&W : 13 juni 2025 : 13 juni 2025 : Wethouder Machielsen : Peter Burgers
Onderwerp:
Samenvatting uitkomsten Meicirculaire 2025 algemene uitkering gemeentefonds Inleiding In de inleiding van de voorjaarsnota informeerden wij u via financieel uitgangspunt nummer 8 van de inleiding dat we de prognose van de verwachte meicirculaire verwerkten in de voorjaarsnota.
We meldden daarbij dat als de cijfers van de circulaire sterk afwijken van de prognose, we hierop terugkomen tijdens het bestuurlijk besluitvormingsproces van de voorjaarsnota.
We informeren u daarom nu zoals gebruikelijk over de hoofdlijnen van de circulaires gemeentefonds en de financiële effecten voor onze gemeente. Jaarlijks verschijnen meestal drie circulaires. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september de vertaling van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. In de voorjaarsnota 2025 informeerden wij u met knop 14 en de daaraan gekoppelde bijlage 7.1 over de effecten voor onze gemeente van de voorjaarsnota van het rijk.
We ontvingen eind mei de meicirculaire en vertaald naar de effecten voor onze gemeente. We lichten een en ander verderop toe en beperken ons daarbij op de effecten die we nog niet via de prognose verwerkten in de voorjaarsnota 2025 en de daarbij horende bijlage 7.1.
Kennisnemen van Uitkomsten meicirculaire 2025 gemeentefonds en het effect daarvan op de uitkomsten van de voorjaarsnota 2025. Wij verwerken de uitkomsten in de begrotingssaldi van 2025 en verder.
Informatie 1.
Met name aanpassing van aantallen bij verdeelmaatstaven leidt tot een positief effect op ons meerjarenperspectief (paragraaf 2.5.2 pagina 21 tot en met 25, meicirculaire 2025) Het gemeentefonds wordt voor het grootste deel verdeeld over de gemeenten via verschillende maatstaven (denk hierbij bijvoorbeeld aan een bedrag per woning, inwoner en bijstandsontvanger). Op het moment dat het bedrag van het gemeentefonds via die methodiek niet volledig uitgekeerd wordt, wordt het restant uitgekeerd via een verhoging van de uitkeringsfactor die voor alle gemeenten gelijk is.
Naar nu blijkt blijven macro-economisch bij verschillende verdeelmaatstaven de geraamde aantallen achter bij de inschattingen van het rijk. Daardoor blijft er extra budget beschikbaar dat
Zaaknummer: 1039886
via een verhoging van de uitkeringsfactor over alle gemeenten wordt verdeeld. Dit leidt in dit geval tot een extra niet eerder te voorziene algemene uitkering.
We ontvangen extra geld voor nieuwe en/of bijstelling van taken (taakmutaties) Het komt regelmatig voor dat het rijk middelen aan het gemeentefonds toevoegt voor intensivering of nieuwe taken bij de gemeenten, de zogenaamde taakmutaties. In die gevallen zonderen we het extra geld in principe als uitgavenstelpost af, ter dekking van de uitvoering van die taken. Daarbij hanteren we in beginsel als uitgangspunt dat we bedragen kleiner dan € 10.000 voor nieuwe taken niet apart toelichten. Hieronder lichten we de taakmutaties uit deze circulaire toe bij de onderdelen 2 tot en met 6.
2. We ontvangen incidenteel extra geld voor de Omgevingswet, waarvan we voorstellen dit niet af te zonderen voor dat doel (punt 1 pagina 29 meicirculaire) We ontvangen met de voorliggende circulaire in 2025 een bedrag van € 135.000, met als doel ons in staat te stellen zorg te dragen dat we aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de omgevingswet gestelde eisen.
We stellen voor het bedrag hiervoor niet af te zonderen, zoals we dat ook niet deden bij de compensatie over het jaar 2022, 2023 en 2024. Op dit moment verwachten we namelijk te beschikken over voldoende budget in de meerjarenbegroting en restantbudget uit voorgaande jaren. Denk bijvoorbeeld aan de door de raad beschikbaar gestelde middelen voor het opstellen van de omgevingsvisie, -plannen en opleiding. Ook voor inhuur voor het oppakken van reguliere werkzaamheden waar de eigen mensen door de opleidingen en inrichting omgevingswet minder aan toe kwamen/komen.
3. We ontvangen incidenteel extra geld voor de alleenverdienersproblematiek, waarvan we voorstellen dit af te zonderen voor dat doel (punt 4 pagina 30 meicirculaire) Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienershuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. We ontvangen met de voorliggende circulaire in 2025 hiervoor een bedrag van € 16.000.
4. We ontvangen structureel extra geld voor de sociale infrastructuur, waarvan we voorstellen dit af te zonderen voor dat doel (punt 30 pagina 39 meicirculaire) Het Rijk stelt vanaf 2025 extra middelen beschikbaar aan gemeenten waarmee zij op termijn 10.000 werkplekken kunnen faciliteren. De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet vallen onder beschut werk, maar wel zijn aangewezen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven voor hun ontwikkeling richting regulier werk of voor een tijdelijk vangnet. We ontvangen met de voorliggende circulaire hiervoor structureel zo’n € 10.000 per jaar.
5. We ontvangen in 2025 € 186.000 ter compensatie van de uitvoeringskosten LBV en LBV-plus, waarvan we voorstellen dit af te zonderen voor dat doel (punt 7 pagina 31 en 32 meicirculaire) Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen.
We ontvingen met de decembercirculaire 2024 in 2024 een compensatie van € 78.000 voor de uitvoeringskosten op basis van door de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de periode van 3 februari t/m 3 september 2024 verleende (positieve) beschikkingen. Het bedrag is in de jaarrekening verwerkt als over te hevelen bedrag naar 2025, om alsnog uitvoering te kunnen geven aan de daaruit voor ons voortvloeiende werkzaamheden.
2
Zaaknummer: 1039886
Daarbovenop ontvangen we nu een compensatie voor de uitvoeringskosten op basis van door de RVO in de periode van 4 september 2024 t/m 23 januari 2025 geregistreerde ondertekende overeenkomsten tot beëindiging van de veehouderijlocatie.
6. We ontvangen in 2025 incidenteel € 20.000 ter compensatie van kosten die gepaard gaan met natuurbrandpreventie en -mitigatie, waarvan we voorstellen dit af te zonderen voor dat doel (punt 15 pagina 35 meicirculaire) Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelt daarom budget beschikbaar aan gemeenten waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is.
Het totaal van de aanpassingen leidt tot een positieve bijstelling in alle jaren ten opzichte van de stand voorjaarsnota 2025 Hieronder treft u een tabel aan met daarin de effecten van de meicirculaire ten opzichte van de stand bij de voorjaarsnota 2025.
Bijgestelde begroting en meerjarenperspectief
2025
2026
2027
2028
2029
-1.099
339
-232
-520
-246
Structureel saldo
-231
313
302
-480
-151
Incidenteel saldo
-868
26
-534
-40
-95
Meicirculaire 2025
217
173
65
79
164
Structureel saldo
217
173
65
79
164
Incidenteel saldo
0
0
0
0
0
-882
512
-167
-441
-82
Structureel saldo
-14
486
367
-401
13
Incidenteel saldo
-868
26
-534
-40
-95
waarbij - = nadelig Stand Voorjaarsnota 2025
Stand Voorjaarsnota 2025, inclusief Meicirculaire 2025
Communicatie Niet van toepassing.
Bijlagen Meicirculaire 2025 Gemeentefonds
3
Gemeentefonds
Meicirculaire 2025
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail [email protected] Datum 28 mei 2025 Kenmerk 2025-0000360402
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157); decembercirculaire 2024 (2024-0000953334)
28 mei 2025 1 juli 2026
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Voorwoord
Voor u ligt de meicirculaire Gemeentefonds 2025.
Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De meicirculaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk.
In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook.
De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten.
Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken.
Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.J.M. Uitermark
Meicirculaire gemeentefonds 2025
1
Meicirculaire gemeentefonds 2025
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Hoofdpunten ............................................................................................................. 7 1.1
Inleiding............................................................................................................ 7
1.2
Algemene uitkering............................................................................................. 7
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen .............................................................. 8
Algemene uitkering .................................................................................................... 9 2.1
Inleiding............................................................................................................ 9
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ............................................. 9
1.
Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag ....................................... 10
2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 ........................................................... 14
3.
Diversen .......................................................................................................... 15
4.
Extra middelen gemeenten en jeugd .................................................................... 15
5.
Hervormingsagenda Jeugd ................................................................................. 16
6.
Kinderopvang pleegouders ................................................................................. 16
7.
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo .......................................................... 16
8.
Wmo hulpmiddelen ............................................................................................ 16
9.
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis ........................................................ 17
10.
Overgangsrecht levenslang ............................................................................. 17
11.
IBO Problematische schulden .......................................................................... 17
12.
Correctie extrapolatie participatie .................................................................... 17
13.
Kiescollege niet ingezetenen ........................................................................... 18
14.
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 18
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering................................................................ 18
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering .......................................................... 19
2.4.1
Bommenregeling .............................................................................................. 19
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel .................................................................... 21
2.5.1
Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ................................ 21
2.5.2
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ................ 21
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.................................................................... 26 3.1
Inleiding.......................................................................................................... 26
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 26
1.
Uitvoeringskosten Omgevingswet ........................................................................ 29
2.
Impulsbudget arbeidsmarktregio's ....................................................................... 29
3.
Impulsbudget sociale infrastructuur ..................................................................... 29
4.
Alleenverdienersproblematiek ............................................................................. 30
5.
Begeleiding jongeren naar werk .......................................................................... 31
6.
Faciliteitenbesluit opvangcentra ........................................................................... 31
7.
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties ............................................... 31
8.
Versterking arbeidsmarktregio’s .......................................................................... 32
9.
Natuur bij Energieprojecten ................................................................................ 33
10.
Aanpak laaggeletterdheid ............................................................................... 33
Meicirculaire gemeentefonds 2025
3
4
11.
Work in Nederland ......................................................................................... 33
12.
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 34
13.
Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) ............................................................ 34
14.
Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ................................................... 35
15.
Natuurbrandpreventie en -mitigatie ................................................................. 35
16.
Behoud sociale voorzieningen Groningen .......................................................... 35
17.
Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)............................................................ 35
18.
Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ........................................................... 36
19.
Toekomstbestendig maken energiebeleid .......................................................... 36
20.
Slavernijverleden........................................................................................... 36
21.
Maatschappelijke begeleiding .......................................................................... 37
22.
Aanpak flakka problematiek ............................................................................ 37
23.
Veilige Steden ............................................................................................... 37
24.
Realisatie energietransitie ............................................................................... 37
25.
Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ............................ 38
26.
LHBTI beleid Regenboogsteden ....................................................................... 38
27.
Knelpunten verdeelproblematiek ..................................................................... 38
28.
Loon- en prijsbijstelling 2025 Participatie.......................................................... 38
29.
Loon- en prijsbijstelling 2025 Beschermd wonen ............................................... 39
30.
Rijksbijdrage sociale infrastructuur .................................................................. 39
31.
IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel ............................................. 39
32.
Wsw extrapolatie ........................................................................................... 40
3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ...................................................................................................................... 40
3.3.1
Armoedebestrijding kinderen ............................................................................. 40
3.3.2
Kinderen in een AZC ......................................................................................... 41
3.3.3
Voorschoolse voorzieningen peuters ................................................................... 41
3.3.4
Vrouwenopvang ............................................................................................... 41
3.3.5
Maatschappelijke opvang................................................................................... 41
3.3.6
Nationaal Actieplan Dakloosheid ......................................................................... 42
Overige mededelingen .............................................................................................. 43 4.1
Inleiding.......................................................................................................... 43
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen...................... 43
4.3
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ................................................ 44
4.4
Advies raming ruimte onder het plafond BCF ....................................................... 44
4.5
Redelijk peil 2026 ............................................................................................. 45
4.6
Integraal overzicht financiën gemeenten ............................................................. 45
4.7
Analyse gemeentebegrotingen ........................................................................... 45
4.8
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ........................................................... 45
4.9
Aanleveren Iv3-gegevens in JSON-formaat .......................................................... 45
4.10
Iv3-informatievoorschrift 2025 1.2 ..................................................................... 46
Meicirculaire gemeentefonds 2025
4
4.11
Stopzetten EMU-enquête en verzamelen beleidsindicatoren bestuur en organisatie via Iv3 ................................................................................................................. 46
Bijlagen........................................................................................................................ 47 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ............................................ 48 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2025 per cluster ....................................................... 50 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ............................................ 52 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2026 per cluster ....................................................... 54 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 ................................................... 56 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2024 BTW-compensatiefonds .......................................... 57 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ........................................................... 58 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2025-2030 ............................................................... 59 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet ............................ 62 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s........................... 66 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur ......................... 67 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek ................................. 70 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Begeleiding jongeren naar werk .............................. 74 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................. 75 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus .......................... 76 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Versterken arbeidsmarkregio’s ................................ 80 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Natuur bij energieprojecten .................................... 81 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid ..................................... 82 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Work in Nederland ............................................... 83 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering BRP centralisering inschrijving vergunninghouders .. 84 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Landelijke aanpak adreskwaliteit ........................... 85 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ......... 89 Bijlage 3.2-15 Decentralisatie-uitkering Natuurbrandpreventie en -mitigatie ....................... 93 Bijlage 3.2-17 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig ........................... 94 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Slavernijverleden ................................................ 98 Bijlage 3.2-21 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ................................ 99 Bijlage 3.2-27 Decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ..........................100 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen .................................101 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Kinderen in een AZC .............................................105 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters ...........................108 Bijlage 3.3.5 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ......................................112 Bijlage 3.3.6 Decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid .............................113 Bijlage 4.5 Redelijk peil 2026 .......................................................................................114
Meicirculaire gemeentefonds 2025
5
Meicirculaire gemeentefonds 2025
6
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de inkomsten van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire.
In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Voorjaarsnota 2025 en de bijbehorende Eerste Suppletoire Begroting 2025. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire.
De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 1.2
Algemene uitkering
Accres Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt. Het accres wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp).
Plafond BTW-compensatiefonds Deze circulaire biedt informatie over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2024. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds.
Extra middelen gemeenten en jeugd Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota 2025. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt.
Hervormingsagenda Jeugd Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
7
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen.
De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -
De decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet. Bij deze circulaire wordt € 80,7 miljoen beschikbaar gesteld zodat de ontvangende partijen in hun transitie ervoor kunnen zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen.
De decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s. De arbeidsregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget van in totaal € 148,5 miljoen. Deze middelen maken het mogelijk om samen slagkracht te bevorderen en gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio.
-
De integratie-uitkeringen Participatie en Beschermd wonen zijn geïndexeerd. De uitgekeerde loon- en prijsbijstelling 2025 bedraagt € 102,4 miljoen voor Participatie en € 87,2 miljoen voor Beschermd wonen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
8
2 2.1
Algemene uitkering Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering.
Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren.
Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren.
De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de decembercirculaire 2024. Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van:
1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket.
2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te
omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
9
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.
Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2024 (in duizenden euro's)
stand decembercirculaire 2024 1) 1a) 1b) 2) 3)
algemene mutaties Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag Bijstelling accres-tranches Incidentele compensatie in grondslag Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 Diversen
2025
2026
2027
2028
2029
2030
40.199.757
39.480.802
41.263.253
42.919.214
44.729.480
44.729.480
370.384
494.140
541.726
560.562
652.797
2.881.439 -63.150
-114.671
-144
taakmutaties cluster Individuele voorzieningen Jeugd 4) 4a) 4b) 4c) 4d) 4e) 4f) 5)
Extra middelen gemeenten en jeugd Demping terugval gemeentefonds 2026 Tekorten voor rekening Rijk Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Eigen bijdrage jeugdzorg Sturen op trajectduur jeugdzorg Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Hervormingsagenda Jeugd
6)
Kinderopvang pleegouders
7)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
225.000
8)
Wmo hulpmiddelen
10.000
9)
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
1.800
10)
Overgangsrecht levenslang
414.000
13.200
400.000 414.000 498.000
422.000 414.000 447.000
412.000 414.000
414.000 414.000
424.000 414.000
274.416
-260.000 -68.000 -507.000 313.079
-260.000 -68.000 -507.000 342.338
-260.000 -68.000 -507.000 342.338
356.126 13.200
13.200
3.100
3.100
3.100
1.800
1.800
1.800
1.800 1.157
cluster Participatie 11)
IBO Problematische schulden
12)
Correctie extrapolatie participatie
18.670 8.315
cluster Bestuur en ondersteuning 13)
Kiescollege niet ingezetenen
14)
BRP centralisering inschrijving vergunninghouders
stand deze circulaire
237 -3.125
-3.125
-3.125
-3.125
-3.125
-3.125
40.898.452
41.889.943
43.374.270
43.785.630
45.719.390
47.904.210
Toelichting 1.
Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag
1a. Accres tranches Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt.
Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. Conform Rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
10
Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet.
Het accres is voor het jaar 2025 bij Voorjaarsnota 2025 definitief vastgesteld en de raming voor de jaren 2026 en verder is geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bbp van het Centraal Economisch Plan (CEP) door het Centraal Planbureau (CPB). In tabel 2.2.2 tabel zijn de actuele cijfers opgenomen.
Tabel 2.2.2 Indices
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
2,16%
1,93%
1,82%
1,72%
1,61%
2,28%
Prijs bbp
3,63%
2,74%
2,52%
2,61%
2,50%
2,50%
Gecombineerde bbp index
5,87%
4,72%
4,39%
4,37%
4,15%
4,84%
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
2,16%
1,93%
1,77%
1,67%
1,56%
Prijs bbp
2,71%
2,65%
2,64%
2,42%
2,42%
Gecombineerde bbp index
4,93%
4,63%
4,46%
4,13%
4,02%
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
0,00%
0,00%
0,05%
0,05%
0,05%
Prijs bbp
0,92%
0,09%
-0,12%
0,19%
0,08%
Gecombineerde bbp index
0,94%
0,09%
-0,07% 0,24%
0,13%
Indices CPB bbp CEP 25
Indices CPB decembercirculaire 2024 (Miljoenennota 2025 inclusief revisie)
Verschil (nieuw-oud)
Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accres raming zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 op basis van de bbp cijfers uit het CEP 2025.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
11
Tabel 2.2.3 Grondslag en accres Voorjaarsnota 2025 (inclusief CBS-revisie) Bedragen in miljoenen euro
2025
Gemeentefonds (voor zover onderdeel van de accresgrondslag; grondslag tranche 2025)
2027
2028
2029
2030
39.307 36.831 36.675 36.530 36.515 36.460
tranche 2025 volume tranche 2025 Prijs
2026
849
796
792
789
789
788
1.458
1.366
1.360
1.355
1.354
1.352
718
2.002
1.659
400
372
383
Mutaties in grondslag VJN in prijspeil 2025 Gemeentefonds (voor zover onderdeel van de accresgrondslag; grondslag voor tranche 2026-2030)
40.995 40.487 39.073 39.030 38.983
tranche 2026 volume tranche 2026 prijs
791
781
754
753
752
1.145
1.131
1.091
1.090
1.089
772
745
744
743
1.088
1.050
1.049
1.047
735
734
733
1.134
1.133
1.131
717
716
1.131
1.130
tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume tranche 2029 prijs tranche 2030 volume
1.056
tranche 2030 prijs
1.185
Cumulatief accres 2025-2030
2.307
4.098
5.924
7.652
9.494 11.722
Tabel 2.2.4 bevat het accres voor 2025 en verder zoals opgenomen in de decembercirculaire 2024. Tabel 2.2.5 bevat de mutaties in het accres tussen de stand decembercirculaire 2024 (inclusief Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)-revisie) en de stand Voorjaarsnota 2025. NB: De CBS-revisie is niet verwerkt in de stand Miljoenennota 2025, maar in de stand Voorjaarsnota 2025 1.
1
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 600, nr. 41
Meicirculaire gemeentefonds 2025
12
Tabel 2.2.4 Accres stand decembercirculaire 2024 (MJN 2025 inclusief revisie) Bedragen in miljoenen euro
2025
2026
2027
2028
2029
tranche 2025 volume
849
795
792
789
789
1.088
1.019
1.015
1.011
1.011
746
742
740
739
1.043
1.039
1.035
1.035
712
710
709
1.081
1.077
1.077
699
699
1.031
1.030
tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs
680
tranche 2029 volume
1.072
tranche 2029 prijs 1.936
3.603
5.382
7.092
8.841
2025
2026
2027
2028
2029
0
0
0
0
0
370
347
345
344
343
tranche 2026 volume
46
39
14
14
tranche 2026 prijs
102
92
56
55
tranche 2027 volume
59
35
34
tranche 2027 prijs
6
-27
-28
tranche 2028 volume
35
35
tranche 2028 prijs
103
103
Totaal accres
Tabel 2.2.5 Mutatie sinds decembercirculaire 2024 Bedragen in miljoenen euro tranche 2025 volume tranche 2025 prijs
tranche 2029 volume
37
tranche 2029 prijs
60 370
Totaal accres
494
542
561
653
1b. Incidentele compensatie in grondslag De overgang van ‘trap-op trap-af’ systematiek naar de bbp-systematiek is grotendeels gecompenseerd voor de jaren 2024-2029. Het besluit tot het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten en provincies. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats (zie paragraaf 2.2.1c van de meicirculaire 2024 en Voorjaarsnota 2024 2).
2
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 1, pg. 262
Meicirculaire gemeentefonds 2025
13
De compensatie voor het jaar 2029 (€ 63,2 miljoen) zit als gevolg van de extrapolatie van het budget van 2029 naar 2030 in de grondslag voor 2030. Middels deze mutatie wordt de grondslag gecorrigeerd. 2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024
De bijdrage van het Rijk aan het BCF is geplafonneerd. Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds.
Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF.
Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op de ruimte onder het plafond van het BCF.
Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeente- en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeente- en provinciefonds.
Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds.
Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF.
Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op 2024. Er is een ondergrens gehanteerd van € 100.000.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
14
3.
Diversen
Jaarlijks wordt de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ten laste van de algemene uitkering geactualiseerd voor het extra jaar dat in de desbetreffende circulaire zichtbaar wordt. In dit geval gaat het om € 104.000 in 2030. Zie ook paragraaf 3.2.27 van deze circulaire. Daarnaast is er een negatieve bijstelling van € 40.000 vanwege de Wet visueel gehandicapten. Gelet op de geringe omvang van deze mutaties zijn deze verwerkt als algemene mutatie. 4.
Extra middelen gemeenten en jeugd
Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota 2025. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. De bijbehorende middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd.
Hieronder een toelichting op de bijbehorende reeksen. 4a. Demping terugval gemeentefonds 2026 Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. 4b. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen. 4c. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. 4d. Eigen bijdrage jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. 4e. Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. 4f.
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda
De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
15
5.
Hervormingsagenda Jeugd
Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030. Over de verdeling van een deel van deze middelen vindt nog gesprek plaats. In deze circulaire vindt de verdeling plaats van € 333 miljoen in 2026 tot € 320 miljoen in 2030. De te verdelen middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 6.
Kinderopvang pleegouders
Er wordt in 2025, 2026 en 2027 € 10,7 miljoen per jaar beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderenopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Hierbij is rekening gehouden met pleegouders in het gedwongen en het vrijwillig kader. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werkt met de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit hoe deze middelen aan pleegouders worden uitgekeerd.
In het najaar van 2025 zal dit nader worden gecommuniceerd. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld.
Vanaf 2028 is € 600.000 structureel beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen.
De verdere uitwerking hiervan volgt in het licht van de stelstelherziening kinderopvang.
Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld.
Daarnaast is per 2025 structureel € 2,5 miljoen beschikbaar voor de vergoeding van bijzondere kosten aan pleegouders in het vrijwillig kader. Dit zal ook gepaard gaan met een wijziging van de Regeling Jeugdwet. De € 2,5 miljoen wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 7.
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd, zie ook paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2023. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. De € 225 miljoen wordt toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 8.
Wmo hulpmiddelen
Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De
Meicirculaire gemeentefonds 2025
16
meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er in de Voorjaarsnota 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds (zie meicirculaire 2024 paragraaf 2.2.12). In 2026 gaat het om een totaalbedrag van € 10 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 9.
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgbbudget van de budgethouder niet toereikend is, en dat de budgethouder ook niet de ruimte ervaart om de zorgvraag aan te passen. Hiervoor is vanaf 2026 structureel € 1,8 miljoen beschikbaar. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo.
10. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2030. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp ‘overgangsrecht levenslang’ in 2030 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op de extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wlz in plaats van ten laste van de Wmo of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2030 een bedrag van € 1,2 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Zie ook paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2024. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo.
11. IBO Problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden 3. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van € 18,7 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie.
12. Correctie extrapolatie participatie In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen
3 Kabinetsreactie IBO Problematische schulden
Meicirculaire gemeentefonds 2025
17
Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong) en Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 uitgevoerd (zie ook paragraaf 2.2.13 en 3.2.3 van de meicirculaire 2022).
Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Deze oploop komt voort uit de invoering van de Participatiewet en de bijbehorende instroom van de nieuwe doelgroepen (voorheen Wajong en Wsw). In het extrapolatiejaar 2030 leidt dit tot een correctie van € 8,3 miljoen. Deze middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie.
13. Kiescollege niet ingezetenen De organisatie van de verkiezing van de leden van het kiescollege niet-ingezeten voor de Eerste Kamer en de ondersteuning ervan worden gedaan door de gemeente Den Haag. De gemeente wordt hiervoor gecompenseerd via een verhoging van de uitkering uit het gemeentefonds. De verkiezing is elke vier jaar, dus de gemeente Den Haag krijgt elk jaar een vierde deel van de totale kosten van een verkiezing als vergoeding. Deze bedraagt € 236.880. Zie ook paragraaf 2.2.15 van de meicirculaire 2024. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning (via maatstaf Verkiezingen Den Haag).
14. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat (zie ook paragraaf 4.2.8 van de meicirculaire 2016).
Vanwege de toename van het aantal inschrijvingen ten opzichte van de startsituatie en de gestegen kosten wordt er € 3,1 miljoen ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering. De middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Zie ook paragraaf 3.2.12 van deze circulaire. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2.12.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
18
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie
Verdeelwijze
taakmutaties cluster Individuele voorzieningen Jeugd Extra middelen gemeenten en jeugd
via maatstaven cluster
Hervormingsagenda Jeugd
via maatstaven cluster
Kinderopvang pleegouders
via maatstaf jongeren
cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
via maatstaven cluster
Wmo hulpmiddelen
via maatstaven cluster
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
via maatstaven cluster
Overgangsrecht levenslang
via maatstaven cluster
cluster Participatie IBO Problematische schulden
via maatstaven cluster
Correctie extrapolatie participatie
via maatstaven cluster
cluster Bestuur en ondersteuning Kiescollege niet ingezeten
via maatstaf verkiezingen Den Haag
BRP centralisering inschrijving vergunninghouders
via maatstaven cluster
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering
2.4.1
Bommenregeling
Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (WOII).
De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. Het doel van het gemeentefonds is om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk: mensen moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont.
In dit kader moet ook de bommenregeling worden gezien. Het is een regeling ván gemeenten, vóór gemeenten: De idee achter de regeling is, conform de doelstelling van het gemeentefonds, dat gemeenten die veel kosten hebben op het gebied van het ruimen van ontplofbare oorlogsresten, hier beperkt financieel nadeel van ondervinden ten opzichte van andere gemeenten die hier niet mee te maken hebben. Alle uitkeringen in het kader van de bommenregeling worden door alle gemeenten gezamenlijk gedragen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
19
Bovenstaande maakt dat de bommenregeling alleen geldt voor de kosten van gemeenten en/of particuliere vondsten. Voor de kosten die door waterschappen of provincies worden gemaakt geldt dat deze niet worden vergoed. Deze organisaties hebben hun eigen inkomsten en vallen daarom niet onder deze regeling. Dit geldt ook voor (semi)-overheid en non-profit organisaties zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer, drinkwaterbedrijven en netwerkbeheerders. Verder is het richtsnoer dat de bommenregeling in het gemeentefonds niet is bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen.
In het raadsbesluit moet expliciet worden verklaard dat de kosten alleen de kosten, exclusief btw, van gemeenten en/of particuliere vondsten betreffen. Er hoeft geen verdere onderbouwing te worden overlegd.
Voor meer informatie over de bommenregeling zie, Bommenregeling gemeentefonds | Brochure | Rijksoverheid.nl.
Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die in 2025 op basis van de ingediende aanvraag een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2025 bedraagt circa € 12,4 miljoen. Dit bedrag is exclusief het bedrag voor berging van vliegtuigwrakken van € 3,9 miljoen (zie hieronder).
Binnen het Nationaal Programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn locaties vastgesteld waar zich mogelijk te bergen vliegtuigwrakken met stoffelijke resten bevinden. De afgelopen jaren hebben in verschillende gemeenten bergingen plaatsgevonden.
In 2024 heeft in dit kader de berging plaatsgevonden van een Britse Vickers Wellington bommenwerper in Holwerd en een Duits Messerschmitt Bf 109 jachtvliegtuig in de Noarderleech. Beide locaties bevinden zich in de gemeente Noardeast-Fryslân. In beide vliegtuigwrakken zijn stoffelijke resten gevonden. Voor bergingen die onderdeel uitmaken van het Nationaal Programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100 procent voor de door hen gemaakte kosten. Op basis van het ingediende raadsbesluit met daarin de gemaakte kosten ontvangt de gemeente Noardeast-Fryslân in 2025 een bedrag van € 3,9 miljoen.
In het najaar van 2025 staan de berging van een Messerschmitt Bf 109 in Heerde en een Lancaster bommenwerper in Dronten gepland.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
20
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel
2.5.1
Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven
De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf OZB wordt bepaald door de omvang van de Waardering onroerende zaken (WOZ)-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet woningen en gebruikers nietwoningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZwaarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB. De correctie is op nationaal niveau.
De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2025 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2024. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de OZB-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB).
De marktontwikkeling tussen 1 januari 2024 en 1 januari 2025 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 10,5%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 2%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het CPB 4,2%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,0862%, voor eigenaren niet-woningen op 0,3145% en voor gebruikers niet-woningen op 0,2393%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3. 2.5.2
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen.
Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
21
Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2025 is de definitie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen met drempel gewijzigd zoals aangekondigd in de septembercirculaire 2024 (paragraaf 2.5).
Voor 2025 zal worden uitgegaan van een tweejarig gemiddelde van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. Het tweejarig gemiddelde zal worden berekend op basis van de gegevens van t-2 en t-3. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering voor dat uitkeringsjaar kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2025 4.
De maatstaven leerlingen voorgezet onderwijs, leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs en extra groei leerlingen voortgezet onderwijs zullen deze circulaire niet geactualiseerd worden. De actualisatie van deze maatstaven zal in de septembercirculaire plaatsvinden.
Bedragen per eenheid
•
De zogenaamde rekentarieven 2026 van de maatstaf OZB zijn ten opzichte van 2025 aangepast.
•
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt.
Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevat het overzicht van bedragen per eenheid 2025 en 2026.
Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de OZB-maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis. De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar.
De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang:
-
De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de algemene mutaties en taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.
-
De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina en geactualiseerde bedragen per eenheid (bpe). Bijlage 2.5.2 bevat informatie over de raming van de volumina van de maatstaven.
-
De belastingcapaciteit.
Ten opzichte van de decembercirculaire 2024 is de uitkeringsfactor voor het jaar 2023 ongewijzigd. De uitkeringsfactor voor 2024 daalt met 2 punten naar 1,418.
4
Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2025
22
De daling wordt veroorzaakt door de actualisatie van de volumina van meerdere maatstaven, waaronder de actualisatie van de gegevens over bijstandontvangers (plus ca 1 punt) en huishoudens met een laag inkomen met drempel (- ca 2,5 punt).
De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2025-2030 is vermeld in tabel 2.5.1.
Tabel 2.5.1 Uitkeringsfactor 2025-2030
Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
1,472 30.574
1,493 30.928
1,539 31.006
1,582 30.462
1,629 30.808
1,686 31.100
De uitkeringsfactoren in tabel 2.5.1 zijn in lopende prijzen. 5 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het CEP 2025 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen.
Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel 2.5.2, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de decembercirculaire 2024 (verticale toelichting).
Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.5.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2025-2030 2025 stand decembercirculaire 2024
mutaties deze circulaire mutaties uitkeringsbasis/OZB overig uitkeringsfactor stand deze circulaire
2026
2027
2028
2029
2030
1,460
1,463
1,509
1,552
1,595
-
0,008 0,004 0,000
0,017 0,013 0,000
0,016 0,014 0,000
0,015 0,015 0,000
0,018 0,016 0,000
1,472
1,493
1,539
1,582
1,629
1,686
De uitkeringsfactor valt voor de jaren 2025-2029 hoger uit ten opzichte van de stand decembercirculaire 2024. In 2025 gaat het om 12 punten en in de jaren 2026-2028 om ca. 30 punten. In 2029 is de uitkeringsfactor 34 punten hoger.
De verwerking van de algemene mutaties en de taakmutaties heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactor. Met name de verwerking van de accrestranches en de taakmutaties in
5 De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
23
het cluster jeugd in de jaren 2025-2027 dragen hier aan bij, evenals de taakmutatie in verband met het uitstel van de vervanging abonnementstarief Wmo in 2026. In 2025 wordt het effect gedempt door de neerwaartse bijstelling van de ruimte onder het plafond van het BCF.
De veranderingen in de uitkeringsbasis via wijzigingen in de volumina van de maatstaven hebben een opwaarts effect op de uitkeringsfactor. Dit opwaartse effect wordt vooral veroorzaakt door de maatstaf bijstandsontvangers, welk effect groter is dan het neerwaartse effect van met name de maatstaf huishoudens laag inkomen met drempel. De aanpassing van het landelijke rekentarief van de OZB maatstaven heeft een opwaarts effect van ca. 6 punten in 2026, oplopend naar 8 punten in 2029.
Op basis van het CEP 2025 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.5.3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand septembercirculaire 2024 en de stand van deze circulaire. De neerwaartse bijstelling van de raming heeft via de uitkeringsbasis een positief effect op de uitkeringsfactor. De omvang van dit effect is ruim 2 punten in 2025, oplopend tot 7 punten in 2029 en dalend naar 5 punten in 2030.
Tabel 2.5.3 Bijstandsontvangers Stand septembercirculaire 2024 Stand meicirculaire 2025
2025 2026 386.549 393.931 375.451 378.588
2027 2028 400.597 409.713 381.786 386.491
2029 2030 418.343 392.672 399.581
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd:
•
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
•
Eveneens ontvangt een beperkt aantal gemeenten een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (zie paragraaf 2.4.1).
•
Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2 van de septembercirculaire 2024)
•
Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie‐uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). Voor 2026 gelden de bedragen van 2025. Per 1 januari 2027
Meicirculaire gemeentefonds 2025
24
zal een volgende stap worden gezet met betrekking tot het ingroeipad (voor een toelichting zie: paragraaf 3 van de Kamerbrief over het vervolgtraject verdeelmodel gemeentefonds “Het ingroeipad: eerste volgende stap per 2027”6), informatie hierover zal worden opgenomen in de meicirculaire 2026.
6
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025 36 600, B, nr. 24
Meicirculaire gemeentefonds 2025
25
3 3.1
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen.
Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de decembercirculaire 2024 over de periode 2025 tot en met 2030. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
26
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2025-2030 (bedragen in duizenden euro's) 2025 stand decembercirculaire 2024
2026
2027
2028
1
Uitvoeringskosten Omgevingswet
80.679
2
Impulsbudget arbeidsmarktregio's
35.233
28.959
39.094
45.201
3
Impulsbudget sociale infrastructuur
35.000
31.500
31.500
31.500
4
Alleenverdienersproblematiek
27.468
5
Begeleiding jongeren naar werk
14.895
6
Faciliteitenbesluit opvangcentra
12.267
7
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties
10.282
8
Versterken arbeidsmarktregio's
8.847
8.847
8.847
8.847
9
Natuur bij Energieprojecten
7.828
10
Aanpak laaggeletterdheid
6.500
5.000
5.000
5.000
11
Work in Nederland
5.927
6.625
6.625
12
BRP centralisering inschrijving vergunninghouders
3.125
3.125
3.125
13
Landelijke aanpak adreskwaliteit
2.856
14
Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen
2.500
15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32
Natuurbrandpreventie en -mitigatie Behoud sociale voorzieningen Groningen Einde lening inburgeringsplichtig Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit Toekomstbestendig maken energiebeleid Slavernijverleden Maatschappelijke begeleiding Aanpak flakka problematiek Veilige steden Realisatie energietransitie Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit LHBTI beleid Regenboogsteden Knelpunten verdeelproblematiek Loon- en prijsbijstelling 2025 Participatie (IU) Loon- en prijsbijtelling 2025 Beschermd wonen (IU) Rijksbijdrage sociale infrastructuur (IU) IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel (IU) Wsw extrapolatie (IU)
2.279 1.506 1.000 500 371 327 263 200 150 80 35 20
stand deze circulaire
2029
2030
4.741.593 4.643.046 4.491.183 4.413.563 4.347.011 4.347.011
102.376 87.194 19.800 8.935
31.500
31.500
3.125
3.125
3.125
91.784 87.194 24.687
88.280 87.194 26.321
104 84.855 87.194 28.097
2.500
500
500
150
20 98.833 87.194 21.427
95.294 87.194 23.056
-64.166
5.220.036 4.937.726 4.791.418 4.710.901 4.583.431 4.517.720
*Alle bedragen betreffen decentralisatie-uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een integratie-uitkering (IU) betreft.
Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
27
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2025-2030 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar
- IU Participatie
- IU Beschermd wonen
- IU Voogdij/18+
- Maatschappelijke opvang
- Vrouwenopvang
- Armoedebestrijding kinderen
- Uitvoeringskosten Omgevingswet
- Openbare bibliotheken
- Nationaal Actieplan Dakloosheid
- Vergunningverlening, toezicht en handhaving
- Impulsbudget arbeidsmarktregio's
- Impulsbudget sociale infrastructuur
- Voorschoolse voorziening peuters
- Alleenverdienersproblematiek
- Versterking arbeidsmarktregio's
- Wet betaalbare huur
- Begeleiding jongeren naar werk
- Beeldende kunst en vormgeving
- Extra capaciteit BOA's
- Faciliteitenbesluit opvangcentra
- Toekomstbestendig maken energiebeleid
- Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties
- Wet kwaliteitsborging bouw g gg p
- verward gedrag
- RES regio's
- Bodembescherming
- BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders
- Natuur bij Energieprojecten
- Veiligheidshuizen
- Aanpak laaggeletterdheid
- Uitstapprogramma prostituees
- Work in Nederland
- Jeugdhulp aan kinderen in een AZC
- Regionale doelgroepen specifieke aanpak
- Knelpunten verdeelproblematiek
- Landelijke aanpak adreskwaliteit
- Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen
- Veilig wonen
- Natuurbrandpreventie en -mitigatie
- Behoud sociale voorzieningen Groningen
- LHBTI beleid Regenboogsteden
- Einde lening inburgeringsplichtig
- Veilige steden
- Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit
- Slavernijverleden
- Maatschappelijke begeleiding
- Aanpak flakka problematiek
- Verkeersveiligheid
- Realisatie energietransitie
- Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit
- Totaal
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2.090.497 1.833.044
2.013.102 1.833.749
1.944.710 1.833.749
1.876.909 1.833.749
1.809.237 1.833.749
1.743.422 1.833.749
385.057 230.621 85.000
385.057 210.748 85.000
385.057 210.894 85.000
385.057 210.894 85.000
385.057 210.894 85.000
385.057 210.894 85.000
80.679 59.282 55.000 46.700 35.233 35.000 30.000 27.468 23.440 19.256 14.895 13.500 13.000 12.267 10.375 10.282 10.076 10.000 8.781 8.636 7.856 7.828 7.699 6.500 6.000 5.927 5.100 4.784 4.140 2.856 2.500 2.415 2.279 1.506 1.232 1.000 825 500 327 263 200 95 80 35 5.220.036
59.282 55.000 46.700 28.959 31.500 30.000
55.000 46.700 39.094 31.500 30.000
55.000 46.700 45.201 31.500 30.000
55.000 46.700
55.000 46.700
31.500 30.000
31.500 30.000
23.440 16.406
23.440 9.150
23.440 7.352
14.593 6.500
14.593 6.500
13.500 13.000
13.500 13.000
13.500 13.000
13.500 13.000
13.500 13.000
10.000 10.000 8.781 8.636 7.856
10.000 8.781 8.636 7.856
8.781 8.636 7.856
8.781 8.636 7.856
8.781 8.636 7.856
7.699 5.000 6.000 6.625 5.100
7.699 5.000 6.000
7.699
7.699
6.000
6.000
5.100
5.100
5.100
4.332
4.432
4.534
4.638
7.699 5.000 6.000 6.625 5.100 4.784 4.235 2.500 2.415
1.232 825 500
500
95
95
95
95
95
4.937.726
4.791.418
4.710.901
4.583.431
4.517.720
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Vindplaats mei 2025, § 3.2-28 & § 30 t/m 32 mei 2025, § 3.2-29 mei 2024, § 3.2-20 t/m 21 december 2022, § 3.2-21 en 23 september 2024, § 3.2-12 mei 2020, § 3.3.8 mei 2025, § 3.2-1 september 2024, § 3.2-13 mei 2024, § 3.2-2a mei 2017, § 4.2 mei 2025, § 3.2-2 mei 2025, § 3.2-3 september 2022, § 3.2-4 mei 2025, § 3.2-4 mei 2025, § 3.2-8 december 2024, § 3.2-12 mei 2025, § 3.2-5 september 2015, § 4.2-1 mei 2022, § 3.2-11 mei 2025, § 3.2-6 mei 2025, § 3.2-19 mei 2025, § 3.2-7 september 2022, § 3.2-3 mei 2023, § 3.2-19 september 2023, § 3.2-6 mei 2024, § 3.2-4 mei 2025, § 3.2-12 mei 2025, § 3.2-9 juni 2012, § 6.11 mei 2025, § 3.2-10 september 2022, § 3.2-6 mei 2025, § 3.2-11 december 2019, § 3.3.1 mei 2024, § 3.2-5 mei 2024, § 3.2-27 mei 2025, § 3.2-13 mei 2025, § 3.2-14 september 2023, § 3.2-9 mei 2025, § 3.2-15 mei 2025, § 3.2-16 mei 2025, § 3.2-26 mei 2025, § 3.2-17 mei 2025, § 3.2-23 mei 2025, § 3.2-18 mei 2025, § 3.2-20 mei 2025, § 3.2-21 mei 2025, § 3.2-22 september 2023, § 3.2-13 mei 2025, § 3.2-24 mei 2025, § 3.2-25
28
Toelichting decentralisatie-uitkeringen
1. Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet (zie ook paragraaf 3.2.1 van de meicirculaire 2024). Met het uitkeren van € 80,7 miljoen in 2025 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht.
De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent).
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-1.
2. Impulsbudget arbeidsmarktregio's De arbeidsmarktregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget.
Deze middelen maken het mogelijk om gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio. Hiermee kunnen de kaders ontwikkeld worden voor de regionale arbeidsmarktinfrastructuur en mogelijke knelpunten in de regionale samenwerking worden opgelost 7. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s. Het gaat om een totaalbedrag van € 148,5 miljoen, waarvan € 35,2 miljoen in 2025 wordt uitgekeerd. Als onderdeel van het budget voor 2025 is circa € 100.000 per arbeidsmarktregio beschikbaar om de uitgewerkte communicatiestrategie en uitingen te implementeren in de regio. Het budget wordt evenredig over de arbeidsmarktregio’s verdeeld. De effectiviteit van deze decentralisatieuitkering wordt in 2027 geëvalueerd.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2.
3. Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen ten aanzien van het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 tot en met 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken8. De inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuur vereist vaak een regionale aanpak, daarom worden de middelen uitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbedrijven. Het impulsbudget betreft tijdelijke middelen voor een periode van
7 8
Gemeentenieuws van SZW 2024-4 Rijksoverheid.nl Impulsbudget
Meicirculaire gemeentefonds 2025
29
10 jaar. In 2025 is € 35 miljoen beschikbaar. In de periode 2026 – 2030 is jaarlijks € 31,5 miljoen beschikbaar. Daarna bouwt dit af naar € 19,8 miljoen in 2034. Het impulsbudget wordt verdeeld op basis van de maatstaf ‘inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregister’.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-3.
4. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk.
Er is voor de alleenverdienersproblematiek voor 2025 een bedrag van € 25,4 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 2,1 miljoen voor 2023.
Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienershuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. 9 Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten.
Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Een nadere toelichting op de budgetten staat op rijksoverheid.nl. Voor 2025 wordt € 25,4 miljoen toegekend.
Alleenverdienersproblematiek 2023 & 2024 (aanvulling voor 2023) Een aantal gemeenten ontvangt nog een aanvulling voor het jaar 2023. In de septembercirculaire 2024 (zie paragraaf 3.2.1) was het totaalbudget € 22,6 miljoen. Dit budget was gebaseerd op het verwachte aantal huishoudens dat in 2023 en 2024 compensatie nodig had. Gemeenten die op basis van de definitieve inkomensgegevens meer alleenverdienershuishoudens blijken te hebben gehad in 2023 ontvangen een aanvullend budget. In totaal wordt circa € 2,1 miljoen aanvullend toegekend voor 2023.
Het budget 2024 wordt zo nodig bijgesteld wanneer definitieve gegevens beschikbaar zijn, naar verwachting bij de meicirculaire 2026.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-4. 9
Meer informatie en ondersteuning voor gemeenten is te vinden op: Inkomensondersteuning alleenverdieners | VNG
Meicirculaire gemeentefonds 2025
30
5. Begeleiding jongeren naar werk De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel van school naar duurzaam werk is verschoven van 1 augustus 2025 naar 1 januari 2026. Ter overbrugging van de inwerkingtreding wordt in 2025 de tijdelijke Aanpak Jeugdwerkloosheid voortgezet.
Met de Aanpak Jeugdwerkloosheid zetten gemeenten, scholen en hun partners zich in om kwetsbare jongeren te ondersteunen naar vervolgonderwijs of werk. De jongeren op wie de aanpak zich primair richt hebben een structurele achterstand op de arbeidsmarkt. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s. Het budget en de verdeling van het budget is identiek aan 2023 en 2024, voor een toelichting van de onderverdeling van het budget zie: paragraaf 3.2.8 van de septembercirculaire 2023. Het gaat om een totaalbedrag van € 14,9 miljoen in 2025.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-5.
6. Faciliteitenbesluit opvangcentra In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt (zie paragraaf 3.2.10 van de decembercirculaire 2024). Deze uitkering is bedoeld om de werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen, verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de BRP ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Gemeenten doen hiervan aan het begin van het jaar een opgave. Op basis van bovenstaande berekeningswijze is het bedrag over 2025 bepaald op € 11,4 miljoen.
Daarnaast zijn er nabetalingen aan gemeenten die nog geen opgave voor 2023 of 2024 hadden aangeleverd. De gemeente Waterland ontvangt een betaling van € 30.593 voor het jaar 2023. De gemeenten: Oosterhout (€ 48.876), Utrechtse heuvelrug (€ 112.904) en Wassenaar (€ 646.946) ontvangen een betaling voor het jaar 2024.
In totaal wordt er in deze circulaire € 12,3 miljoen voor deze decentralisatie-uitkering uitgekeerd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-6.
7. Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen (zie ook paragraaf 3.2.4 van de decembercirculaire 2024). Er is voor de decentralisatieuitkering Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor beide fases in totaal € 10,3 miljoen beschikbaar.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
31
Decentralisatie-uitkering uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (fase 1) De bijdrage voor fase 1 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in de periode van 4 september 2024 t/m 23 januari 2025 verleende (positieve) beschikkingen. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze (positieve) beschikking betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€7.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds).
Voor fase 1 van deze decentralisatie-uitkering is een bedrag van € 567.000 exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar.
Decentralisatie-uitkering uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus (fase 2) De bijdrage voor fase 2 wordt beschikbaar gesteld op basis van door de RVO in de periode van 4 september 2024 t/m 23 januari 2025 geregistreerde ondertekende overeenkomsten tot beëindiging van de veehouderijlocatie. De kadastrale ligging van de bedrijfslocatie waarop deze overeenkomst betrekking heeft, bepaalt naar welke gemeente de bijdrage wordt uitgekeerd (€20.000 per locatie inclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds).
Voor fase 2 van deze decentralisatie-uitkering is een bedrag van € 9,7 miljoen exclusief bijdrage aan het BTW-compensatiefonds beschikbaar.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente en per fase is opgenomen in bijlage 3.2-7.
8. Versterking arbeidsmarktregio’s Deze decentralisatie-uitkering heeft als doel om de regiefunctie die centrumgemeenten vervullen ten aanzien van de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de arbeidsmarktregio’s, structureel te ondersteunen en te versterken. Zie ook paragraaf 3.2.18 van de decembercirculaire 2024 en paragraaf 3.2.11 van de septembercirculaire 2023.
Er worden twee wijzigingen gedaan in de bestaande decentralisatie-uitkering voor de periode 2025-2028 waarmee een bedrag gepaard gaat van in totaal € 8,8 miljoen.
Regie- en gidsfunctie In het kader van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur ontvangen centrumgemeenten extra middelen om nieuwe activiteiten te kunnen organiseren voor het verankeren en versimpelen van de samenwerking in de arbeidsmarktregio’s, bijvoorbeeld voor het organiseren van het Regionaal Beraad, het Regionaal Werkcentrum (RWC) en de gidsfunctie in de arbeidsmarktregio (gezamenlijk met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)). Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 8,7 miljoen dat evenredig over de 35 arbeidsmarktregio’s wordt verdeeld.
Landelijke Werkgeversservicepunt Gemeenten Het bestaande budget dat gemeente ‘s-Hertogenbosch ontvangt voor het Landelijke Werkgeversservicepunt Gemeenten (LWSP) wordt structureel opgehoogd met jaarlijks € 151.131. Hiermee kan het LWSP de verdere groei van het aantal arrangementen en
Meicirculaire gemeentefonds 2025
32
activiteiten faciliteren en zich extra inzetten om (nieuwe) SZW-instrumenten en -regelingen toegankelijk te maken voor arbeidsmarktregio’s, gemeenten, UWV en werkgevers en andere relevante partijen.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-8.
9. Natuur bij Energieprojecten In 2025 is er, net als in 2024, een budget voor gemeenten en provincies gereserveerd voor het versterken van ecologie en biodiversiteit rondom projecten voor hernieuwbare energie op land (zie ook paragraaf 3.2.5 van de decembercirculaire 2024). Dit budget kan door Regionale Energie Strategieën (RES)-regio’s worden gebruikt om energieprojecten in de regio te faciliteren en mogelijk te maken daarbij de lokale natuur te versterken. Het budget van € 7,8 miljoen voor gemeenten wordt evenredig over 24 RES-regio’s verdeeld via het gemeentefonds. Het budget wordt beschikbaar gesteld aan gemeenten die kashouder zijn.
De overige 6 RES-regio’s ontvangen een budget vanuit het provinciefonds omdat enkele provincies kashouder zijn van deze RES-regio’s. Per RES-regio is € 326.166 beschikbaar.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-9.
10. Aanpak laaggeletterdheid Het actieprogramma "Tel mee met Taal" liep van 2020-2024 (zie ook paragraaf 3.2.7 van de septembercirculaire 2019). In de Kamerbrief over het vervolg 10 is het voornemen aangekondigd om enkele concrete instrumenten, namelijk: de regionale aanpak, de opgebouwde infrastructuur en de ondersteuning die het Rijk biedt aan gemeenten te continueren. De middelen die nu beschikbaar worden gesteld, stellen gemeenten in staat om nieuwe regionale plannen te maken voor de periode 2025-2028 en dus de coördinatie van de regionale aanpak voort te zetten. Voor 2025 is er € 6,5 miljoen beschikbaar. In de periode 2026-2028 is er jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar. De centrumgemeente van elke arbeidsmarktregio ontvangt een bedrag van € 100.000 per jaar, plus een variabel budget dat wordt verdeeld op dezelfde wijze als het budget voor volwasseneneducatie, zoals vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Uitvoeringsbesluit WEB).
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-10.
11. Work in Nederland Om goede informatievoorziening, hulp en dienstverlening aan Europese Unie (EU)arbeidsmigranten te bieden, worden gelden beschikbaar gesteld ten behoeve van de verschillende arbeidsmarktregio’s (zie ook paragraaf 3.2.11 van de decembercirculaire
10
Tweede Kamer, 2024-2025, 28 760, nr. 115
Meicirculaire gemeentefonds 2025
33
2024). Het gaat om een totaalbedrag van € 5,9 miljoen in 2025. In 2026 en 2027 gaat het om een bedrag van jaarlijks € 6,6 miljoen. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van 33 arbeidsmarktregio’s. De deelnemende regio’s hebben hiervoor een aanvraag gedaan.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-11.
12. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat (zie ook paragraaf 4.2.8 van de meicirculaire 2016).
Vanwege de toename van het aantal inschrijvingen ten opzichte van de startsituatie en de gestegen kosten wordt er € 3,1 miljoen ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering. Hierdoor is in 2025 een totaalbedrag van € 7,9 miljoen beschikbaar. Door een wijziging van de taakverdeling tussen de operationele BRP-straten wordt de verdeling van de decentralisatie-uitkering gewijzigd. De gemeente Westerwolde ontvangt daarnaast een bedrag voor landelijke coördinatietaken. De verdeling van het budget is in overleg tussen de betrokken gemeenten en het Rijk tot stand gekomen.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-12.
13. Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden waarbij wordt voorzien in een taak voor de minister van BZK om colleges van burgemeester en wethouders te ondersteunen bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de BRP op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit en beoogt de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren, zie ook paragraaf 3.2.5 van de septembercirculaire 2024.
Deze wetswijziging leidt tot meer werk bij gemeenten. Net als in 2024 wordt hiervoor in 2025 € 2,9 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag is gebaseerd op de impactanalyse van de VNG en de verwachting dat gemeenten ca. 22.000 signalen kunnen verwerken. De verdeelsleutel bestaat uit een startbedrag van € 1.500 per gemeente (waarmee het voor elke gemeente mogelijk is om kwaliteits-bevorderende maatregelen te nemen) en een vergoeding op basis van te verwachten signalen per gemeente (het zogenaamde potentieel). Deze verdelingssystematiek wordt over 1 jaar geëvalueerd.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-13.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
34
14. Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds.
Net als in 2024 (zie hiervoor paragraaf 3.2.6 van de meicirculaire 2024) krijgen gemeenten in 2025 en 2026 middelen om méér aan preventie te kunnen doen. Hiervoor is in 2025 en 2026 jaarlijks € 2,5 miljoen beschikbaar. De middelen worden verdeeld op basis van een vast bedrag per inwoner van € 0,14.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-14.
15. Natuurbrandpreventie en -mitigatie Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) stelt daarom € 2,3 miljoen beschikbaar aan gemeenten waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is 11 (zie ook paragraaf 3.2.9 van de decembercirculaire 2024). De desbetreffende gemeenten worden via deze decentralisatie-uitkering in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken. De verdeling van het budget is gebaseerd op de ingediende aanvragen die door gemeenten zijn gedaan bij het ministerie van LVVN.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-15.
16. Behoud sociale voorzieningen Groningen Conform de kabinetsreactie op de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (‘Nij Begun’), is in 2024 de sociale agenda ontwikkeld (zie ook paragraaf 3.2.11 van de meicirculaire 2024). Doel van de sociale agenda is dat bewoners concreet perspectief krijgen op een meer welvarende toekomst in een regio die zijn eigen identiteit behoudt en waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Dit jaar wordt gebruikt om programma’s van de wal te laten komen en allianties vorm te geven. Hiervoor worden middelen beschikbaar gesteld om bijvoorbeeld de organisatiekosten te financieren. Het totaalbedrag van deze decentralisatie-uitkering bedraagt € 1,5 miljoen voor 2025. De gemeente Groningen ontvangt deze middelen omdat zij binnen de regio een coördinerende rol vervult.
17. Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen de minister van SZW en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs (zie ook paragraaf 3.2.7 van de septembercirculaire 2024). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn.
11
Kamerbrief over investeren in de preventie en mitigatie van natuurbranden
Meicirculaire gemeentefonds 2025
35
In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Via een decentralisatieuitkering worden hiertoe middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het in een beperkt aantal gevallen financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden.
Voor deze decentralisatie-uitkering is € 1 miljoen in 2025 beschikbaar.
De middelen worden over de gemeenten verdeeld op basis van het aantal ELIPS per gemeente, gemeten op basis van de cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) per 1 januari 2025.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-17.
18. Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) stelt aan de gemeente Gorinchem een bijdrage ter beschikking voor de preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ten behoeve van het voorkómen van jonge aanwas en doorgroeiers in de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit. De gemeente Gorinchem ontvangt in de periode 2025-2027 hiervoor een jaarlijkse bijdrage van € 500.000.
19. Toekomstbestendig maken energiebeleid In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie van 28 november 2023 en 18 januari 2024 is gesproken over de bekostiging van extra taken bij provincies en gemeenten voor het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Specifiek gaat het om taken op het gebied van het voorkomen van netcongestie, zoals het versnellen van de aanleg van infrastructuur, het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van energie via een stimuleringsprogramma energiehubs en het ondersteunen van bedrijven bij hun verduurzaming.
Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) verstrekt aan de gemeente Almelo, die eerder geen aansluiting vond bij de decentralisatie-uitkering in september 2024, alsnog de financiële middelen om het energiebeleid toekomstbestendig te maken. Het gaat net als in 2024, in 2025 om een bedrag van € 371.000 (zie ook paragraaf 3.2.19 van de decembercirculaire 2024).
20. Slavernijverleden Zeven gemeenten ontvangen een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van (het tegengaan van) de doorwerking van het slavernijverleden (zie ook paragraaf 3.2.21 van de decembercirculaire 2024). Deze decentralisatie-uitkering past in de voorgenomen uitwerking van de kabinetsreactie slavernijverleden. Deze inzet richt zich op het erkennen en herdenken van het slavernijverleden op lokaal niveau, maar kunnen ook in bredere zin gericht zijn op het voorkómen van anti-zwart racisme,
Meicirculaire gemeentefonds 2025
36
empowerment/emancipatie van Afro-Nederlandse gemeenschappen of uitwerking geven aan de doelstellingen van het Verenigde Naties (VN) Decennium voor Mensen van Afrikaanse afkomst in de eigen lokale context. Er is hiervoor een bedrag van € 327.000 beschikbaar in 2025.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-20.
21. Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet de gemeente in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden.
Zie ook paragraaf 3.2.8 van de meicirculaire 2024 en paragraaf 3.2.10 van de septembercirculaire 2022. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2025 in totaal € 263.070 (111 personen * € 2.370). De peildatum voor het aantal personen is 6 februari 2025.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-21.
22. Aanpak flakka problematiek De gemeente Bergen op Zoom ontvangt middelen om met alle betrokken partijen tot een gezamenlijke aanpak van de flakka-problematiek te komen voor de regio De Markiezaten, om zo te voorkomen dat de problematiek structureel wordt en zich verspreid naar omliggende regio’s. Deze inzet draagt bij aan de verbetering van de openbare orde en veiligheid, de aanpak van complexe verslavingsproblematiek, en het tegengaan van ondermijnende criminaliteit. Bergen op Zoom ontvangt hiervoor een bedrag van € 200.000 in 2025.
23. Veilige Steden De 25 gemeenten die participeren in het programma Veilige Steden van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) ontvangen voor de periode 2023-2026 hiervoor een bijdrage, zie ook paragraaf 3.2.14 van de meicirculaire 2024. Het programma heeft als doel de sociale veiligheid van vrouwen en meisjes in de publieke ruimte te vergroten.
Er is een bedrag van € 150.000 aan deze decentralisatie-uitkering toegevoegd voor zowel 2025 als 2026. De gemeenten Alkmaar, Amersfoort, Apeldoorn, Deventer en Haarlem ontvangen elk € 30.000.
24. Realisatie energietransitie De Gemeente Moerdijk ontvangt aanvullend budget ten behoeve van het treffen van verduurzamingsmaatregelen bij enkele woningen in het buurtschap Kattenkraam, ter compensatie van overlast als gevolg van de nabij te realiseren 380 kVhoogspanningsverbinding. De gemeente Moerdijk ontvangt hiervoor eenmalig een bedrag van € 80.000.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
37
25. Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit Het ministerie van SZW acht het van belang om ondermijnende criminaliteit preventief tegen te gaan vanuit sociale en economische hoek (zie ook paragraaf 3.2.27 van de decembercirculaire 2024). De gemeente Arnhem spant zich hiervoor in en heeft verzocht om ondersteuning voor de voorgenomen interventies. De gemeente Arnhem ontvangt een bijdrage van € 35.000 voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het weerbaar maken van moeilijk bereikbare gemeenschappen tegen ondermijning en het leggen van de verbinding tussen gemeente en deze gemeenschappen.
26. LHBTI beleid Regenboogsteden De gemeente Weert ontvangt een bijdrage van € 20.000 in 2025 en 2026 voor deelname aan het programma Regenboogsteden. Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en Intersekse personen) verder te bevorderen. Zie ook paragraaf 3.2.12 van de meicirculaire 2024.
27. Knelpunten verdeelproblematiek Jaarlijks wordt de decentralisatie-uitkering: Knelpunten verdeelproblematiek ten laste van de algemene uitkering geactualiseerd voor het extra jaar dat in de desbetreffende circulaire zichtbaar wordt. In dit geval € 104.000 in 2030.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-27.
Toelichting integratie-uitkeringen
28. Loon- en prijsbijstelling 2025 Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 102,4 miljoen in 2025, aflopend naar € 84,9 miljoen in 2030). Daarnaast zijn er twee beleidsmatige toevoegingen: een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur en een incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel voor gedetacheerden in de Wsw. Zie ook de paragrafen 3.2.30 en 3.2.31.
De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt doordat de verdeelsleutels worden bijgewerkt op basis van de meest recente cijfers. De Wsw-verdeling vanaf 2025 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal dienstbetrekkingen (gemeten in standaardeenheden (SE) per laatst betalende gemeente) in 2024 en de blijfkansen voor de jaren 2025 tot en met 2030. De beschut werk-verdeling wijzigt door aanpassing van de drempelbedragen. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste het drempelbedrag. De drempelbedragen zijn in deze circulaire
Meicirculaire gemeentefonds 2025
38
aangepast vanwege de loon- en prijsbijstelling, en de beleidsmatige oploop.
Het drempelbedrag voor 2025 is € 12.485. Door het gebruik van historische cijfers blijft het basisaandeel van individuele gemeenten in het verdeelmodel beschut werk ongewijzigd.
De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor de jaren 2025 tot en met 2030 zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
29. Loon- en prijsbijstelling 2025 Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 87,2 miljoen vanaf 2025). Dit bedrag is over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van de huidige verdeling van deze uitkering.
De actuele verdeling van de integratie-uitkering Beschermd wonen is opgenomen als internet bijlage bij deze circulaire.
30. Rijksbijdrage sociale infrastructuur Het Rijk stelt vanaf 2025 extra middelen beschikbaar aan gemeenten waarmee zij op termijn 10.000 werkplekken kunnen faciliteren, zie ook de Voorsjaarnota 2024 12 en paragraaf 4.4 van de septembercirculaire 2024. De werkplekken zijn bedoeld voor mensen die niet vallen onder beschut werk, maar wel zijn aangewezen op de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven voor hun ontwikkeling richting regulier werk of voor een tijdelijk vangnet., zie ook de Kamerbrief van 21 december 2023 13. Gemeenten ontvangen dit extra budget, in lijn met de ophoging van de Rijksbijdrage Beschut Werk (per 2024), ten behoeve van het beschikbaar komen van de infrastructuur.
Gemeenten ontvangen circa € 3.600 per plek. Dit komt neer op € 19,8 miljoen in 2025, met een oploop naar structureel € 35,9 miljoen. Dit structurele niveau wordt in 2035 bereikt. De middelen worden verdeeld over gemeenten op basis van de maatstaf ‘inwoners in het gemeentelijke doelgroepenregister’.
31. IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel Vanaf 2025 compenseert het Rijk gemeenten via de integratie-uitkering Participatie (IU Participatie) voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Zie voor meer informatie het Gemeentenieuws van SZW 2024-3 en paragraaf 3.2.14 van de septembercirculaire 2024.
Voor gedetacheerde werknemers in de Wsw wordt het wegvallen van het lageinkomensvoordeel gecompenseerd door het loonkostenvoordeel banenafspraak structureel beschikbaar te stellen. De wet die dit regelt, de Wet vereenvoudiging banenafspraak, gaat later in dan bij de vaststelling van de compensatie werd verwacht. Naar verwachting treedt de wet in werking op 1 januari 2026. Daarom wordt voor 2025 eenmalig € 8,9 miljoen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Wsw, bovenop de reeds aangekondigde compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel. 12 13
Voorjaarsnota 2024 Uitvoering en evaluatie Participatiewet | Tweede Kamer der Staten-Generaal
Meicirculaire gemeentefonds 2025
39
Dit bedrag is op dezelfde manier berekend en wordt op dezelfde manier verdeeld als de structurele LIV-compensatie voor Wsw-werknemers met een interne plaatsing.
De compensatie betreft per volledige dienstbetrekking (standaardeenheid van 36 uur per week en gewogen naar arbeidsbeperking) op een detachering op basis van de Wsw een bedrag van € 400. Aangezien het Wsw-macrobudget binnen de IU Participatie over alle volledige dienstbetrekkingen wordt verdeeld, interne plaatsingen én detacheringen, is het bedrag per plek interne plaatsing (€ 400) omgerekend naar een bedrag per volledige dienstbetrekking. De omrekening komt uit op € 240 voor een volledige dienstbetrekking.
32. Wsw extrapolatie In de Voorjaarsnota 2025 is het jaar 2030 toegevoegd aan de begrotingshorizon. De middelen voor 2030 zijn via de extrapolatie aan de begroting toegevoegd. Daarbij worden de budgetten van 2029 in principe horizontaal doorgetrokken. Bij de Wsw is sprake van een aflopende reeks. Daarvoor wordt de extrapolatie gecorrigeerd met € 64,2 miljoen. De bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2025 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. Zie ook de paragrafen 3.2.28, 3.2.30 en 3.2.31. 3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen
Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie-en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering.
Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.3.1
Armoedebestrijding kinderen
In paragraaf 4.2-1 van de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede 14.
De verdeling over de gemeenten voor 2026 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2022 en is opgenomen in bijlage 3.3.1 van deze circulaire.
14
Zie voor gehanteerde CBS-gegevens: Kinderen in huishoudens met inkomen tot 120% van het sociaal minimum
Meicirculaire gemeentefonds 2025
40
3.3.2
Kinderen in een AZC
In paragraaf 2.2.6 van de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een asielzoekerscentrum (AZC). Hiervoor is structureel € 5,1 miljoen beschikbaar.
Bijlage 3.3.2 bevat de definitieve verdeling voor 2024. Deze verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2024 tot en met december 2024. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2025 en verder gehanteerd. 3.3.3
Voorschoolse voorzieningen peuters
De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen peuters heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De decentralisatie-uitkering voorschoolse voorzieningen is voor 2025 geactualiseerd met de voluminastanden van uitkeringsjaar 2024 (in de gemeentelijke indeling van 2025).
De verdeling over de gemeenten voor de decentralisatie-uitkering is opgenomen in bijlage 3.3.3 van deze circulaire. 3.3.4
Vrouwenopvang
De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is vanaf uitkeringsjaar 2025 aangepast door actualisatie van de maatstaven woonruimten, regionale centrumfunctie en omgevingsadressendichtheid. Een overzicht van de bedragen van deze uitkering voor 2025 en verder kunt u vinden in de gemeentefondsrubriek op internet.
De bedragen van 2024 zijn ook in deze rubriek opgenomen. De bedragen zijn gewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire 2024 door de actualisatie van de maatstaven woonruimten en omgevingsadressendichtheid. 3.3.5
Maatschappelijke opvang
De verdeling van deze decentralisatie-uitkering over 2023 is ten opzichte van de septembercirculaire 2024 geactualiseerd en definitief. De trimfactor stellen we vast op 1,13122. De trimfactor zorgt ervoor dat het totaal beschikbare bedrag exact wordt uitgekeerd.
De verdeling van de middelen maatschappelijke opvang ten opzichte van de septembercirculaire 2024 is voor uitkeringsjaar 2024 veranderd als gevolg van het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstafaantallen. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.5. De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de gemeentefondsrubriek op internet.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
41
3.3.6
Nationaal Actieplan Dakloosheid
Voor de verdeling aan centrumgemeenten van de decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid wordt het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) gehanteerd. Zie ook paragraaf 3.2.2a van de meicirculaire 2024. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid is geactualiseerd. De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.6.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
42
4
Overige mededelingen
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën. 4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen
Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2025-2030. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht.
Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2025-2030 (in duizenden euro's) Algemene uitkering
2025
2026
2027
2028
2029
2030
40.898.452
41.889.943
43.374.270
43.785.630
45.719.390
47.904.210
DU/IU
5.220.036
4.937.726
4.791.418
4.710.901
4.583.431
4.517.720
Totaal
46.118.488
46.827.669
48.165.688
48.496.531
50.302.821
52.421.930
Bevoorschotting De bedragen 2025 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf de eerste dinsdag in juli ofwel 1 juli 2025. Tot dat tijdstip is de bevoorschotting gebaseerd op de decembercirculaire 2024. Op de eerste dinsdag in juli zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er eerder dit jaar te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over voorgaande uitkeringsjaren worden eveneens in juli uitgevoerd.
Over de voorschotten voor het uitkeringsjaar 2026 volgt informatie in de septembercirculaire 2025.
Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen.
Nominale ontwikkelingen De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van het bbp waarin rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie-uitkeringen kennen geen correctie voor loon- en prijsontwikkelingen en betreffen nominale bedragen. De integratie-uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon- en prijsontwikkeling (constante prijzen).
Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon- en
Meicirculaire gemeentefonds 2025
43
prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te faciliteren bij het omgaan met nominale ontwikkelingen is in tabel 4.2.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het CPB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het CPB, met name de rubriek CEP 2025.
Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* CEP 2025 mutaties per jaar in % Prijs bruto binnenlands product (pbbp) Prijs nationale bestedingen (pnb) Nationale consumentenprijsindex (cpi) Loonvoet sector overheid Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi) Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2025 3,6 3,3 3,2 6,0 6,2 3,3 2,9
2026 2,7 2,6 2,6 2,0 1,8 3,0 2,1
2027 2,5 2,5 2,3 5,1 5,7 2,5 2,2
2028 2,6 2,6 2,2 4,2 4,6 2,6 2,2
* toelichting/ verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** cijfers 2029 zijn doorgetrokken naar 2030
4.3
2029 2,5 2,5 2,2 4,5 4,3 2,4 2,3
2030** 2,5 2,5 2,2 4,5 4,3 2,4 2,3
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit
In de meicirculaire wordt jaarlijks de benodigde informatie voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit opgenomen, zoals aangegeven in de ministeriele regeling over de berekeningswijze van de financiële kengetallen (Besluit Begroting en Verantwoording).
Voor gemeenten gaat het om het landelijk gemiddelde voor de gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Het laatst bekende gemiddelde bedraagt voor 2025 € 1.052 (jaar t) 15. In de begroting en het jaarverslag 2025 (jaar t) kan dit gemiddelde worden gebruikt voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit in de verschillende jaren. De cijfers per gemeente zijn gepubliceerd in de Atlas van de lokale lasten 2025. 4.4 Advies raming ruimte onder het plafond BCF Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het BCF in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd (zie paragraaf 2.2.2 van de meicirculaire 2018). Dat was voor het ministerie van BZK de aanleiding om in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies op te stellen over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BCF door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt:
Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF.
Voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 is dit de realisatie 2024 zoals die in deze circulaire is opgenomen.
15 Huishoudens met een koopwoning betalen gemiddeld 6,1 procent meer aan gemeente, provincie en waterschap, Coelo.nl
Meicirculaire gemeentefonds 2025
44
4.5
Redelijk peil 2026
De Financiële-verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald ‘redelijk peil’ moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. Voor het jaar 2026 is het redelijk peil OZB vastgesteld op 0,1648, zie bijlage 4.5 van deze circulaire voor de berekening. 4.6
Integraal overzicht financiën gemeenten
Net als vorig jaar zal het ministerie van BZK het jaarlijkse Integraal Overzicht Financiën Gemeenten naar beide Kamers sturen. Het overzicht zal ingaan op de financiële positie, omvang van de baten en lasten, getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheid van de specifieke uitkeringen. 4.7
Analyse gemeentebegrotingen
De gemeente kan haar financiële situatie op verschillende manieren onderzoeken. Op verzoek kan bijvoorbeeld de Rijksoverheid, samen met de provincie, de financiën van de gemeente vergelijken met die van andere gemeenten, de zogenoemde begrotingsscan. Ook kunnen gemeenten met behulp van de provincie en de Rijksoverheid de financiële gevolgen van een herindeling (laten) onderzoeken door middel van een herindelingsscan. Voor meer informatie wordt verwezen naar de Rijksoverheid.nl. 4.8
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl
De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden (www.findo.nl) worden op regelmatige basis geactualiseerd. De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het CBS, zijn bijgewerkt tot en met de begroting van 2025 en de jaarrekeningen van 2023. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen. 4.9
Aanleveren Iv3-gegevens in JSON-formaat
Zoals in de meicirculaire 2024 (paragraaf 4.11) en IBI-nieuwsbrief 131 is gemeld, is het vanaf boekjaar 2026 alleen mogelijk om Iv3-gegevens in JSON-formaat aan te leveren bij het CBS, en niet langer in Excel-formaat. Nu is het nog mogelijk om in beide bestandsformaten aan te leveren. Een tachtigtal decentrale overheden levert al in JSONformaat aan.
De eerste aanlevering voor boekjaar 2026 is 14 november 2025. Dan moeten Iv3-gegevens over de begroting 2026 uiterlijk worden aangeleverd.
Voor decentrale overheden waar overgang naar aanleveren in JSON-formaat niet per boekjaar 2026 lukt, heeft het CBS een tool waarmee decentrale overheden handmatig Excel-bestanden kunnen converteren naar JSON-bestanden. Deze is hier te vinden onder
Meicirculaire gemeentefonds 2025
45
“Procedure en middelen voor aanleveren Iv3 in JSON-formaat”. De vertaaltool wordt onderhouden tot en met boekjaar 2027. Het verdient dan ook aanbeveling om snel over te schakelen op JSON.
Meer informatie over aanleveren in JSON-formaat is hier te vinden 16. 4.10
Iv3-informatievoorschrift 2025 1.2
Het Iv3-informatievoorschrift 2025 is bijgewerkt tot en met versie 1.2. Ten opzichte van versie 1.1, waarover in paragraaf 4.8 van de septembercirculaire 2024 is bericht, zijn de relevante productcodes iWmo en iJw-codes toegevoegd aan de Wmo- en Jeugdtaakvelden en is aan de inkomstentaakvelden toegevoegd op welke economische categorieën specifieke baten moeten worden geboekt. Ook zijn enkele correcties en verduidelijkingen toegevoegd. Het Iv3-informatievoorschrift 2025 versie 1.2 voor gemeenten is hier te downloaden. 4.11
Stopzetten EMU-enquête en verzamelen beleidsindicatoren bestuur en organisatie via Iv3
Het CBS zal met ingang van begrotingsjaar 2026 stoppen met de Economische en Monetaire Unie (EMU)-enquête onder decentrale overheden. Ook worden de beleidsindicatoren Bestuur en Organisatie (formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead) niet langer opgenomen in het Iv3-model. Hiermee wordt beoogd om de administratieve lasten van de aanlevering te verminderen. De verplichting voor het opnemen van de EMU-saldo in de begroting voor het begrotingsjaar 17 en de drie jaar van de meerjarenraming 18, vervalt hiermee niet. Dat geldt ook voor het opnemen van de beleidsindicatoren voor het toelichten van de maatschappelijke effecten in de programma’s en programmaverantwoording. De veranderingen zien dus uitsluitend op de aanlevering bij het CBS en niet op het opnemen van de informatie, in de hierboven genoemde documenten.
16 17 18
Vragen kunnen worden gesteld via [email protected] Artikel 20 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Artikel 23 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
Meicirculaire gemeentefonds 2025
46
Bijlagen
Meicirculaire gemeentefonds 2025
47
Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 Verdeeltabel 2025 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en
b.p.e. 2025
w ijzigingen
b.p.e. 2025
uitkeringsfactor
stand
volgens
stand
deze circulaire
mei 2025
december 2024 bedrijven bew oonde oorden 1930 historische w oningen in bew oonde oorden 1930 bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderw ijs grote w oonkernen huishoudens met een laag inkomen met drempel inw oners inw oners 75+ met drempel inw oners w addengemeenten (<2500 inw oners) inw oners w addengemeenten (>7500 inw oners) inw oners w addengemeenten (2500 tot 7500 inw oners) jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel leerlingen (voortgezet) speciaal onderw ijs leerlingen voortgezet onderw ijs loonkostensubsidie migratieachtergrond landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente omgevingsadressendichtheid onderw ijsachterstand oppervlak bebouw ing buitengebied oppervlak bebouw ing buitengebied bodemfactor buitengebied oppervlak bebouw ing w oonkern oppervlak bebouw ing w oonkern bodemfactor w oonkern oppervlak binnenw ater oppervlak buitenw ater oppervlak historische kern < 40 ha oppervlak historische kern > 65 ha oppervlak historische kern 40 tot 65 ha oppervlak land * bodemfactor gemeente oppervlak land ozb niet-w oningen eigenaren ozb niet-w oningen gebruikers ozb w oningen eigenaren vast bedrag vast bedrag Amsterdam verkiezingen Den Haag vast bedrag Rotterdam w oonruimten w oonruimten bodemfactor w oonkern uitkeringsfactor
134,78 42,27 79,48 5.124,19 1.036,53 169,44 766,20 628,55 75.166,66 3.762,65 374,52 1.348,63 269,09 47,34 209,89 562,59 115.000,65 268,79 528,66 384,90 5.124,19 385,96 45,41 10,86 155,69 13,42 31,40 86,81 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
23,10 4,67 137,79 -0,09 16,52 23,10 2,39 -1,38 -
134,78 42,27 79,48 5.147,29 1.041,20 169,44 766,20 628,55 75.166,66 3.900,44 374,43 1.348,63 269,09 47,34 209,89 579,11 115.000,65 268,79 528,66 384,90 5.147,29 385,96 45,41 10,86 158,08 13,42 31,40 85,43 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
-0,3079% -0,2342% -0,0914%
-
-0,3079% -0,2342% -0,0914%
980.357,93 74.175.269,15 1.326.905,44 27.064.336,61 11,59 52,99
-1.127,81 160.979,25 -
979.230,12 74.175.269,15 1.487.884,69 27.064.336,61 11,59 52,99
1,460
0,012
1,472
Meicirculaire gemeentefonds 2025
48
Mutaties uitkeringsjaar 2025 ten opzichte van stand decembercirculaire 2024 (bedragen in euro's in basis)
maatstaven
totaal
bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep huishoudens met een laag inkomen met drempel inwoners jongeren loonkostensubsidie regionale centrumfunctie omgevingsadressendichtheid vast bedrag verkiezingen Den Haag
23,10 4,67 137,79 -0,09 16,52 23,10 2,39 -1,38 -1.127,81 160.979,25
Participatie
Meicirculaire gemeentefonds 2025
23,10 4,67 1,59 23,10 -
Jeugd
136,20 16,52 2,39 -1,37 -
Bestuur en ondersteuning -0,09 -0,01 -1127,81 160.979,25
49
Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2025 per cluster
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2025 uitkeringsjaar 2025 Totaal
7
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Bestuur en Jeugd ondersteunin g
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overig
Overige Eigen Middelen
OZB
bedrijven
134,78
-
-
-
-
-
84,44
-
-
50,34
-
-
-
bewoonde oorden 1930
42,27
-
-
-
-
-
-
-
-
42,27
-
-
-
79,48
-
bijstandsontvangers
historische woningen in bewoonde oorden 1930
5.147,29
-
5.147,29
doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep
1.041,20
-
1.041,20
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
169,44
-
-
169,44
-
-
-
-
-
-
-
-
-
éénpersoonshuishoudens
-
-
-
-
-
-
79,48
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
766,20
-
-
-
-
-
-
766,20
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen voortgezet onderwijs
628,55
-
-
-
-
-
-
628,55
-
-
-
-
-
grote woonkernen
75.166,66
-
-
-
huishoudens met een laag inkomen met drempel
3.900,44
-
353,69
533,97
374,43
129,05
-
-
1.348,63
-
-
1.348,63
inwoners inwoners 75+ met drempel
-
-
75.166,66
-
-
-
-
-
-
-
128,93
176,88
-
-
-
-
-
-
205,58
11,53
-
146,16
-
-
-117,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.706,97
inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners)
269,09
-
-
-
-
-
-
-
-
-
269,09
-
-
inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners) inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners) jongeren
47,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
47,34
-
-
kernen
209,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
209,89
-
-
579,11
-
-
-
318,76
-
-
260,35
-
-
-
-
-
115.000,65
laag opleidingsniveau met drempel
268,79
5.586,53
-
24.080,77
-
-
-
-
-
-
-
268,79
-
-
-
-
-
85.333,35 -
-
-
-
-
-
-
leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs
528,66
-
-
-
-
-
-
528,66
-
-
-
-
-
leerlingen voortgezet onderwijs
384,90
-
-
-
-
-
-
384,90
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
5.147,29
-
5.147,29
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
migratieachtergrond
385,96
151,37
-
-
-
-
150,18
84,41
-
-
-
-
-
landelijke centrumfunctie
45,41
-
-
-
-
-
-
-
45,41
-
-
-
-
lokale centrumfunctie
10,86
-
-
-
-
-
5,39
-
5,47
-
-
-
-
regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente
158,08
29,12
-
50,84
47,52
-
-
-
30,60
-
-
-
-
13,42
-
-
-
-
-
-
-
-
13,42
-
-
-
31,40
-
-
-
-
-
-
-
-
31,40
-
-
-
omgevingsadressendichtheid
85,43
17,57
-
-
-27,30
3,65
18,26
-
-
73,25
-
-
-
onderwijsachterstand
150,84
-
-
-
-
-
-
150,84
-
-
-
-
-
7.925,10
-
-
-
-
-
-
-
-
7.925,10
-
-
-
2.935,95
-
-
-
-
-
-
-
-
2.935,95
-
-
-
oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied buitengebied
bodemfactor
(voortzetting op de volgende bladzijde)
Meicirculaire gemeentefonds 2025
50
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2025 uitkeringsjaar 2025 Totaal oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern woonkern oppervlak binnenwater
6.818,51 bodemfactor
oppervlak buitenwater oppervlak historische kern < 40 ha
Sociale basisvoorzieningen -
Participatie -
Wmo -
Bestuur en Jeugd ondersteunin g -
Orde en veiligheid
-
-
Onderwijs -
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu -
6.818,51
Overige Eigen Middelen
Overig -
-
OZB -
10.743,51
-
-
-
-
-
-
-
-
10.743,51
-
-
-
126,10
-
-
-
-
-
-
-
-
126,10
-
-
-
39,89
-
-
-
-
-
-
-
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
39,89
-
-
-
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern > 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern 40 tot 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak land * bodemfactor gemeente
25,72
-
-
-
-
-
-
-
-
25,72
-
-
-
oppervlak land
39,00
-
-
-
-
-
-
25,26
-
13,74
-
-
-
ozb niet-woningen eigenaren
-0,3079%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,3079%
ozb niet-woningen gebruikers
-0,2342%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,2342%
ozb woningen eigenaren
-0,0914%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,0914%
-
49.821,63
979.230,12
-
-
-
-
vast bedrag Amsterdam
vast bedrag
74.175.269,15
-
-
-
-
verkiezingen Den Haag
1.487.884,69
-
-
-
-
vast bedrag Rotterdam ∗
27.064.336,61
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
11,59
-
-
-
-
82,61
56,12
-
-
-65,05
-
-
-62,09
52,99
-
-
-
-
-
-
-
-
52,99
-
-
-
woonruimten
woonruimten
bodemfactor woonkern
528.072,21 1.487.884,69
Meicirculaire gemeentefonds 2025
-
-
-
-
-
-
401.336,28 -
-
-
-
-
74.175.269,15 27.064.336,61
51
-
-
-
-
Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026
Verdeeltabel 2026 (bedragen in euro's in basis) maatstaven en
b.p.e. 2025
w ijzigingen
b.p.e. 2026
uitkeringsfactor
stand
volgens
stand
mei 2025
deze circulaire
mei 2025
bedrijven bew oonde oorden 1930 historische w oningen in bew oonde oorden 1930 bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens extra groei jongeren extra groei leerlingen voortgezet onderw ijs grote w oonkernen huishoudens met een laag inkomen met drempel inw oners inw oners 75+ met drempel inw oners w addengemeenten (<2500 inw oners) inw oners w addengemeenten (>7500 inw oners) inw oners w addengemeenten (2500 tot 7500 inw oners) jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel leerlingen (voortgezet) speciaal onderw ijs leerlingen voortgezet onderw ijs loonkostensubsidie migratieachtergrond landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente omgevingsadressendichtheid onderw ijsachterstand oppervlak bebouw ing buitengebied oppervlak bebouw ing buitengebied bodemfactor buitengebied oppervlak bebouw ing w oonkern oppervlak bebouw ing w oonkern bodemfactor w oonkern oppervlak binnenw ater oppervlak buitenw ater oppervlak historische kern < 40 ha oppervlak historische kern > 65 ha oppervlak historische kern 40 tot 65 ha oppervlak land * bodemfactor gemeente oppervlak land ozb niet-w oningen eigenaren ozb niet-w oningen gebruikers ozb w oningen eigenaren vast bedrag vast bedrag Amsterdam verkiezingen Den Haag vast bedrag Rotterdam w oonruimten w oonruimten bodemfactor w oonkern uitkeringsfactor
134,78 42,27 79,48 5.147,29 1.041,20 169,44 766,20 628,55 75.166,66 3.900,44 374,43 1.348,63 269,09 47,34 209,89 579,11 115.000,65 268,79 528,66 384,90 5.147,29 385,96 45,41 10,86 158,08 13,42 31,40 85,43 150,84 7.925,10 2.935,95 6.818,51 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
-37,12 -7,51 1,73 67,57 0,30 13,57 7,61 249,90 2,74 -37,12 0,05 1,68 -0,63 -32,78 -10,69 -
134,78 42,27 79,48 5.110,17 1.033,69 171,17 766,20 628,55 75.166,66 3.968,01 374,73 1.362,20 269,09 47,34 209,89 586,72 115.250,55 271,53 528,66 384,90 5.110,17 386,01 45,41 10,86 159,76 13,42 31,40 84,80 150,84 7.892,32 2.935,95 6.807,82 10.743,51 126,10 39,89 33.745,44 33.745,44 33.745,44 25,72 39,00
-0,3079% -0,2342% -0,0914%
-0,0066% -0,0051% 0,0052%
-0,3145% -0,2393% -0,0862%
979.230,12 74.175.269,15 1.487.884,69 27.064.336,61 11,59 52,99
-160.979,25 0,01 -
979.230,12 74.175.269,15 1.326.905,44 27.064.336,61 11,60 52,99
1,472
0,021
1,493
Meicirculaire gemeentefonds 2025
52
Mutaties uitkeringsjaar 2025 ten opzichte van uitkeringsjaar 2024 stand decembercirculaire 2024 (bedragen in euro's in basis)
Maatstaven bijstandsontvangers doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep éénpersoonshuishoudens huishoudens met een laag inkomen met drempel inwoners inwoners 75+ met drempel jongeren kernen laag opleidingsniveau met drempel leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs loonkostensubsidie migratieachtergrond regionale centrumfunctie omgevingsadressendichtheid oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing woonkern ozb niet-woningen eigenaren ozb niet-woningen gebruikers ozb woningen eigenaren verkiezingen Den Haag woonruimten
Totaal -37,12 -7,51 1,73 67,57 0,30 13,57 7,61 249,90 2,74 -37,12 0,05 1,68 -0,63 -32,78 -10,69 -0,0066% -0,0051% 0,0052% -160.979,25 0,01
Sociale basisvoorzieningen 0,05 4,16 0,05 0,02 0,02 -
Participatie
-37,12 -7,51 -2,56 -37,12 -
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Wmo
1,73 5,46 13,57 245,74 2,74 0,53 -
Jeugd 64,67 7,61 1,13 -0,65 -
Infrastruc Bestuur en tuur, ondersteuning ruimte en milieu 0,25 -160.979,25 0,01
-32,78 -10,69 -
53
OZB
-0,0066% -0,0051% 0,0052% -
Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2026 per cluster Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2025 uitkeringsjaar 2026 Totaal
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Jeugd
Bestuur en ondersteuning
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overig
Overige Eigen Middelen
OZB
bedrijven
134,78
-
-
-
-
-
84,44
-
-
50,34
-
-
-
bewoonde oorden 1930
42,27
-
-
-
-
-
-
-
-
42,27
-
-
-
79,48
-
bijstandsontvangers
5.110,17
-
5.110,17
doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep
1.033,69
-
1.033,69
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
171,17
-
-
171,17
-
-
-
-
-
-
-
-
-
historische woningen in bewoonde oorden 1930
éénpersoonshuishoudens
-
-
-
-
-
-
79,48
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
extra groei jongeren
766,20
-
-
-
-
-
-
766,20
-
-
-
-
-
extra groei leerlingen voortgezet onderwijs
628,55
-
-
-
-
-
-
628,55
-
-
-
-
-
grote woonkernen
75.166,66
-
-
-
huishoudens met een laag inkomen met drempel
3.968,01
-
351,13
539,43
-
75.166,66
-
-
-
-
-
-
-
128,93
176,88
-
-
-
-
-
-
205,83
11,53
-
146,16
-
-
-117,89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
374,73
129,10
-
inwoners 75+ met drempel inwoners waddengemeenten (<2500 inwoners)
1.362,20
-
-
269,09
-
-
-
-
-
-
-
-
-
269,09
-
-
inwoners waddengemeenten (>7500 inwoners) inwoners waddengemeenten (2500 tot 7500 inwoners) jongeren
47,34
-
-
-
-
-
-
-
-
-
47,34
-
-
inwoners
kernen
209,89 586,72 115.250,55
laag opleidingsniveau met drempel
271,53
-
2.771,64
1.362,20
-
-
-
-
-
-
-
-
-
209,89
-
-
-
-
-
326,37
-
-
260,35
-
-
-
-
-
5.590,69
-
24.326,51
-
-
-
-
-
-
-
271,53
-
-
-
-
-
85.333,35 -
-
-
-
-
-
-
leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs
528,66
-
-
-
-
-
-
528,66
-
-
-
-
-
leerlingen voortgezet onderwijs
384,90
-
-
-
-
-
-
384,90
-
-
-
-
-
loonkostensubsidie
5.110,17
-
5.110,17
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
migratieachtergrond
386,01
151,42
-
-
-
-
150,18
84,41
-
-
-
-
-
landelijke centrumfunctie
45,41
-
-
-
-
-
-
-
45,41
-
-
-
-
lokale centrumfunctie
10,86
-
-
-
-
-
5,39
-
5,47
-
-
-
-
regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor oeverlengte*bodemfactor gemeente
159,76
29,14
-
51,37
48,65
-
-
-
30,60
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
13,42
-
-
-
31,40
-
-
-
-
-
-
-
-
31,40
-
-
-
omgevingsadressendichtheid
84,80
17,59
-
-
-27,95
3,65
18,26
-
-
73,25
-
-
-
onderwijsachterstand oppervlak bebouwing buitengebied oppervlak bebouwing buitengebied buitengebied
bodemfactor
13,42
150,84
-
-
-
-
-
-
150,84
-
-
-
-
-
7.892,32
-
-
-
-
-
-
-
-
7.892,32
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.935,95
-
-
-
2.935,95
(voortzetting op de volgende bladzijde)
Meicirculaire gemeentefonds 2025
54
Bedragen per eenheid stand meicirculaire 2025 uitkeringsjaar 2026 Totaal oppervlak bebouwing woonkern oppervlak bebouwing woonkern woonkern oppervlak binnenwater
6.807,82 bodemfactor
oppervlak buitenwater oppervlak historische kern < 40 ha
10.743,51 126,10
Sociale basisvoorzieningen
Participatie
Wmo
Jeugd
Bestuur en ondersteuning
Orde en veiligheid
Onderwijs
Sport, Infrastructuur, cultuur en ruimte en recreatie milieu
Overige Eigen Middelen
Overig
OZB
-
-
-
-
-
-
-
-
6.807,82
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
10.743,51
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
126,10
-
-
-
39,89
-
-
-
-
-
-
-
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
-
39,89
-
-
-
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern > 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak historische kern 40 tot 65 ha
33.745,44
-
-
-
-
-
-
-
18.619,46
15.125,98
-
-
-
oppervlak land * bodemfactor gemeente
25,72
-
-
-
-
-
-
-
-
25,72
-
-
-
oppervlak land
39,00
-
-
-
-
-
-
25,26
-
13,74
-
-
-
ozb niet-woningen eigenaren
-0,3145%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,3145%
ozb niet-woningen gebruikers
-0,2393%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,2393%
ozb woningen eigenaren
-0,0862%
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-0,0862%
-
49.821,63
979.230,12
-
-
-
-
vast bedrag Amsterdam
vast bedrag
74.175.269,15
-
-
-
-
verkiezingen Den Haag
1.326.905,44
-
-
-
-
vast bedrag Rotterdam ∗
27.064.336,61
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
11,60
-
-
-
-
82,62
56,12
-
-
-65,05
-
-
-62,09
52,99
-
-
-
-
-
-
-
-
52,99
-
-
-
woonruimten woonruimten
bodemfactor woonkern
528.072,21 1.326.905,44
Meicirculaire gemeentefonds 2025
-
-
-
-
-
-
401.336,28 -
-
-
-
-
74.175.269,15 27.064.336,61
55
-
-
-
-
Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkering 2025-2030 (in duizenden euro's) clusterindeling van het nieuwe verdeelmodel Algemene uitkering voorafgaand jaar Algemene mutaties
- Accres
- Accres bijstelling tranches 2022 en verder
- Accres bijstelling tranches 2023 en verder
- Accres bijstelling tranches 2024 en verder
- Accres bijstelling tranches 2025 en verder
- Incidentele compensatie
- Opschalingskorting (coalitieakkoord)
- Plafond BTW-compensatiefonds 2024
- Plafond BTW-compensatiefonds (afrekening 2022)
- Plafond BTW-compensatiefonds 2023
- Eenmalige rijksbijdrage
- Financieringssystematiek
- Knelpunten verdeelproblematiek
- Wet visueel beperkten
- Diversen
- Kennisscentrum explosieven WOII
- Volkshuisvestingsfonds
- Woningbouwimpuls
- Indexatie DU Jeugd: overheveling accres naar regionaal programma Cluster Participatie
- Participatie: Wajong overheveling vanuit IU
- Participatie: Regulier werk overheveling vanuit IU
- Loon- en prijsbijstelling
- Correctie extrapolatie participatie
- IPS-trajecten
- Flankerend armoedebeleid
- Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden
- Re-integratie
- IBO Problematische schulden
- Wet Visueel beperkten Cluster Individuele voorzieningen Wmo
- Loon- en prijsbijstelling
- Geen aanspraak op begeleiding
- Overgangsrecht levenslang
- Mobiliteitshulpmiddelen
- Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz
- Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (coalitieakkoord)
- Terugdraaien eigen bijdrage huishoudelijke hulp (coalitieakkoord)
- Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
- Integraal Zorgakkoord (Wmo abonnementstarief)
- Hulpmiddelen thuis laten staan
- Wmo hulpmiddelen
- Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
- Indexatie Wmo demografie Cluster Sociale basisvoorzieningen
- Kinderopvang Sociaal Medische indicatie
- Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang
- Toezicht voorschoolse educatie
- Landelijke vreemdelingenvoorzieningen
- Asiel (inburgering)
- Versterking ondersteuning wijkteams
- impuls integraal werken
- Inburgering: overheveling vanuit IU
- valpreventie bij ouderen (coalitieakkoord)
- rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent
- Rijksvaccinatieprogramma Cluster Individuele voorzieningen Jeugd
- Demping terugval gemeentefonds 2026
- Tekorten voor rekening Rijk
- Groeipad maatregelen Hervormingsagenda
- Eigen bijdrage jeugdzorg
- Sturen op trajectduur jeugdzorg
- Indexeren opbrengst Hervormingsagenda
- Hervormingsagenda Jeugd
- Kinderopvang pleegouders
- Jeugdzorg
- Loon- en prijsbijstelling jeugdzorg
- Loon- en prijsbijstelling voogdij 18+
- Werkdrukverlaging jeugdbescherming
- Ketensystemen jeugd
- Compensatieregeling Voogdij/18+
- Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg
- Besparingsverlies Jeugd Cluster Participatie
- Bijstand jongerennorm cluster Sport, cultuur en recreatie cluster Infrastructuur, ruimte en milieu
- Handhaving energielabel C kantoren cluster Bestuur en ondersteuning
- BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders
- Wet op de lijkbezorging
- Digitaal stelsel Omgevingswet
- GDI voorzieningen 2022
- Handelsregister
- Extra bijdragen BRP
- Robuust rechtsbeschermingssysteem
- Wet Open Overheid (structureel)
- Wet Open Overheid (incidenteel)
- BRP experiment
- Kiescollege niet ingezetenen
- Systeemleren monitoring Algemene uitkering
2025
2026
2027
2028
2029
2030
39.023.951
40.898.452
41.889.943
43.374.270
43.785.630
45.719.390
2.115.747 -30.695 392.416 -797.105 586.899 -70.250
-2.301.476 916.022 115.600 1.016.292 153.884 -513.510 114.671
1.081.885 -3.366 687.275 -73.072 79.608 -26.210
1.646.519 58.601 14.743 -21.910
1.756.279 83.512 -24.370
924.000
-924.000 924.000 -97
-100
-102
-561.338 -213.835 -93 908 -7.400 1.047 4.857 361
-95
-8
2.228.642 -63.150
-104 -40
150.000 100.000 1.518 4.172 -7.316
11.084 14.936 8.425
9.431
8.315
1.157
1.157
-50.000 -20.000
18.670 -40
-18.670 -40
-30
-40
-9.000 1.157
-9.000 1.157
1.158
1.157
-
-225.000
100 3.300 1.800 75.000
-10.000
200
75.000
75.000
75.000
100
4.500
-95.000 95.000 110.000 200 2.200
5.400 700 14.700 -30.000 -2.370
-1.800
5.000 -1.077 -833
-50.000
-265 414.000
13.200 -514.205 -50.941
32.124 -2.497 500.000
22.000
-10.000
498.000
-51.000
356.126
-81.710
-447.000 -260.000 -68.000 -507.000 38.663 -10.100
-859.000 -75.865 -50.684
2.000
10.000
29.259
712 -
11.000
-9.360
-2.898
3.230 -2.898
5.258
-821 -
-237
40.898.452
41.889.943
september 2019, § 2.2-8 mei 2021, § 2.2-11 mei 2025, § 2.2-10 december 2020, § 2.2-4 september 2021, § 2.2-7 mei 2022, § 2.2-14 mei 2023, § 2.2-13a mei 2025, § 2.2-7 mei 2023, § 2.2-12 september 2023, § 2.2-8 mei 2025, § 2.2-8 mei 2025, § 2.2-9 september 2024, § 2.2-10
mei 2025, § 2.2-4a mei 2025, § 2.2-4b mei 2025, § 2.2-4c mei 2025, § 2.2-4d mei 2025, § 2.2-4e mei 2025, § 2.2-4f mei 2025, § 2.2-5 mei 2025, § 2.2-6 december 2024, § 2.2-4 t/m 5 september 2023, § 2.2-10 mei 2024, § 2.2-8 mei 2024, § 2.2-6 mei 2024, § 2.2-9 mei 2024, § 2.2-7 december 2024, § 2.2-3 september 2024, § 2.2-6
mei 2024, § 2.2-18
-2.898
537 733 5.258
mei 2022, § 2.2-13 mei 2022, § 2.2-13 mei 2023, § 2.2-4 mei 2025, § 2.2-12 september 2022, § 2.2-10 september 2023, § 2.2-7 mei 2024, § 2.2-4 september 2023, § 2.2-5 mei 2025, § 2.2-11 september 2023, § 2.2-6
september 2024, § 2.2-9
-2.225 -3.125
mei 2022, § 2.2-1 mei 2023, § 2.2-1 mei 2023, § 2.2-1 mei 2024, § 2.2-1b mei 2025, § 2.2-1a mei 2025, § 2.2-1b mei 2024, § 2.2-1a mei 2025, § 2.2-2 mei 2023, § 2.2-2 mei 2024, § 2.2-2 september 2022, § 2.2-4 september 2023, § 2.2-3 mei 2025, § 2.2-3 mei 2025, § 2.2-3 mei 2024, § 2.2-3 mei 2021, § 2.2-5 mei 2022, § 2.2-4 mei 2022, § 2.2-5 september 2024, § 2.2-3
september 2024, § 2.2-7 september 2024, § 2.2-8 mei 2023, § 2.2-15 mei 2024, § 2.2-14 september 2022, § 2.2-7 mei 2023, § 2.2-16 december 2021, § 2.2-3 mei 2022, § 2.2-18 mei 2022, § 2.2-19 september 2018, § 2.2-7 september 2023, § 2.2-9
-423 -834
400.000
Vindplaats
-2.898
-2.898
-25.000 -24.979
43.374.270
-10.000 43.785.630
Meicirculaire gemeentefonds 2025
45.719.390
47.904.210
mei 2025, § 2.2-14 september 2024, § 2.2-4 september 2024, § 2.2-5 mei 2023, § 2.2-20 mei 2024, § 2.2-16 december 2024, § 2.2-2 mei 2023, § 2.2-13 mei 2021, § 2.2-18 mei 2021, § 2.2-18 mei 2024, § 2.2-17 mei 2025, § 2.2-13 mei 2023, § 2.2-16
56
Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2024 BTW-compensatiefonds
Overzicht mutaties 2024 BTW-compensatiefonds Omschrijving Departement Opvang Oekraïense ontheemden J&V Zesde tranche Woningbouwimpuls (wbi) BZK CDOKE regeling EZK Regiodeals BZK Grootschalige woningbouw Gnephoek BZK SPUKS lokale aanpak isolatie BZK Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptie IenW SPUKVersnelling natuurinclusief BZK Brede SPUKGALAen SPUKIZA VWS Volkshuisvestingsfonds 2024-1 BZK Vierde tranche Volkshuisvestingsfonds BZK CDOKE regeling NJN 2024 EZK Onderdoorgang Julianastraat rijen IenW SPUKgemeentelijke hulp aan gedupeerden FIN CID Binckhorst Den Haag IenW SPUKMainports A30 2024 J&V Gemeenten winkelgebieden EZK Ontzorgingsprogramma Mkb en Bedrijventerrein BZK SPUKNPLW BZK Stimuleringsregeling Flex-en Transformatiewoningen BZK Natuur bij energieproject EZK Toekomstbestendig energiebeleid EZK Lbv en lbv-plus fase 1 LVVN Lbv en lbv-plus fase 2 LVVN Erfgoed deal 8e ronde OCW Studententranche regeling huisvesting aandachtsgroepen BZK Lvo overwegproject Hoge Larenseweg IenW SPUKFrictiekosten VWS Innovatiebudget (digitale overheid, BTW gem. 2023) BZK SPUK-SLA2024 IenW SPUKGeo-informatie op sleeptouw BZK Bovenregionaal expertisenetwerk VWS Regionale doelgroepspecifieke aanpak SZW Lvo overwegproject Stationsstraat IenW Slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik mobiliteitsinfrastructuur Eindhoven IenW Tegemoetkoming gemeenten inz. uitv. LAA BZK Financiële middelen ontwikkeling sociale agenda EZK Du WIN decembercirculaire btw SZW Overig Totaal
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag in € 1.000 51.732 15.380 13.365 11.194 10.500 10.000 7.768 7.269 7.000 6.284 4.291 3.990 3.620 2.150 1.580 1.204 940 786 765 751 584 527 478 454 402 401 340 305 303 302 260 251 216 205 176 144 121 111 862 167.011
57
Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling
Gemeente Aalten Achtkarspelen Alblasserdam Almere Alphen aan den Rijn Altena Amersfoort Amsterdam Apeldoorn Arnhem Asten Baarn Barneveld Berg en Dal Bergen op Zoom Bernheze Breda Bunnik Den Helder Deventer Doetinchem Dordrecht Druten Duiven Echt-Susteren Ede Eemsdelta Eindhoven Gilze en Rijen Gooise Meren Haarlemmermeer Heemskerk Heusden Hilversum Hoeksche Waard Horst aan de Maas Landgraaf Landsmeer Lingewaard Maasdriel
Suppletie-uitkering Bommenregeling Toegekend bedrag 2025 Toegekend bedrag 2025 Gemeente 47.070 Maasgouw 52.654 13.294 Moerdijk 63.924 287.360 Neder-Betuwe 9.636 86.965 Noardeast-Fryslân 3.927.833 33.825 Nunspeet 3.451 148.211 Oosterhout 26.209 157.741 Overbetuwe 34.168 201.995 Peel en Maas 144.041 2.321.961 Purmerend 22.510 634.869 Renkum 329.888 64.063 Renswoude 50.335 24.171 Roerdalen 47.397 8.449 Roosendaal 3.032 131.755 Rotterdam 1.193.737 16.605 Schiedam 333.734 6.895 Schouwen-Duiveland 26.625 101.669 's-Gravenhage 139.535 129.780 Sittard-Geleen 122.808 67.016 Stichtse Vecht 71.876 29.586 Terneuzen 39.265 217.649 Texel 101.801 382.045 Teylingen 16.069 12.609 Tiel 59.935 4.134 Tilburg 61.140 19.000 Utrecht 32.072 221.958 Veere 13.153 151.501 Veldhoven 12.532 632.285 Venlo 1.136.388 227.370 Venray 14.836 73.881 Vlissingen 177.635 30.940 Voorst 37.507 72.561 Vught 33.064 184.438 Waddinxveen 23.892 162.458 Weert 78.154 17.848 Westervoort 58.619 98.644 Woerden 97.735 118.174 Zandvoort 15.969 10.591 Zundert 35.400 283.838 Zwolle 148.850 89.158 Totaal 16.321.771
Meicirculaire gemeentefonds 2025
58
Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2025-2030
Meicirculaire gemeentefonds 2025
59
Meicirculaire gemeentefonds 2025
60
Gewijzigde volumina 2025 ten opzichte van stand decembercirculaire 2024
bedrijven bijstandsontvangers extra groei jongeren huishoudens met laag inkomen met drempel kernen kernen > 500 landelijke centrumfunctie lokale centrumfunctie regionale centrumfunctie oeverlengte * bodemfactor gemeenten oeverlengte * dichtheid * bodemfactor gemeenten omgevingsadressendichtheid oppervlakte bebouwing woonkern ∗ bodemfactor woonkernen
oppervlakte bebouwing buitengebied ∗ bodemfactor buitengebied oppervlakte bebouwing woonkern
oppervlakte bebouwing buitengebied oppervlakte binnenwater oppervlakte buitenwater oppervlakte land oppervlakte land * bodemfactor gemeenten woonruimten woonruimten * bodemfactor woonkernen WOZ-waarde niet-woningen eigenaren WOZ-waarde niet-woningen gebruikers WOZ-waarde woningen eigenaren
Meicirculaire gemeentefonds 2025
61
Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet
Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Aa en Hunze 270.707 Boxtel Aalsmeer 137.143 Breda Aalten 166.973 Bronckhorst Achtkarspelen 172.791 Brummen Alblasserdam 95.415 Brunssum Albrandswaard 119.662 Bunnik Alkmaar 404.403 Bunschoten Almelo 276.133 Buren Almere 723.838 Capelle aan den IJssel Alphen aan den Rijn 421.322 Castricum Alphen-Chaam 119.376 Coevorden Altena 312.235 Cranendonck Ameland 81.188 Culemborg Amersfoort 509.524 Dalfsen Amstelveen 316.450 Dantumadiel Amsterdam 2.661.594 De Bilt Apeldoorn 693.079 De Fryske Marren Arnhem 546.230 De Ronde Venen Assen 272.487 De Wolden Asten 124.211 Delft Baarle-Nassau 100.145 Den Helder Baarn 122.524 Deurne Barendrecht 178.425 Deventer Barneveld 309.753 Diemen Beek 91.772 Dijk en Waard Beekdaelen 179.211 Dinkelland Beesel 88.176 Doesburg Berg en Dal 182.602 Doetinchem Bergeijk 147.800 Dongen Bergen (L.) 132.213 Dordrecht Bergen (NH.) 175.240 Drechterland Bergen op Zoom 271.275 Drimmelen Berkelland 308.694 Dronten Bernheze 176.961 Druten Best 139.959 Duiven Beuningen 133.044 Echt-Susteren Beverwijk 162.065 Edam-Volendam Bladel 137.195 Ede Blaricum 76.319 Eemnes Bloemendaal 123.477 Eemsdelta Bodegraven-Reeuwijk 179.412 Eersel Boekel 86.557 Eijsden-Margraten Borger-Odoorn 270.365 Eindhoven Borne 117.439 Elburg Borsele 182.603 Emmen
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 168.429 618.069 302.889 142.939 120.654 100.975 114.641 190.408 227.169 163.218 309.463 137.449 133.719 214.460 137.706 192.880 386.039 218.750 236.264 344.615 214.653 194.742 392.640 131.450 315.367 212.943 72.235 243.625 126.027 410.915 125.988 168.236 355.175 110.621 122.825 183.600 167.710 559.511 80.320 317.991 139.358 152.148 752.919 138.152 532.128
62
Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Enkhuizen 93.945 Hof van Twente Enschede 556.145 Hollands Kroon Epe 218.516 Hoogeveen Ermelo 161.900 Hoorn Etten-Leur 190.594 Horst aan de Maas Geertruidenberg 110.841 Houten Geldrop-Mierlo 163.882 Huizen Gemert-Bakel 193.304 Hulst Gennep 111.714 IJsselstein Gilze en Rijen 148.384 Kaag en Braassem Goeree-Overflakkee 332.715 Kampen Goes 198.022 Kapelle Goirle 126.809 Katwijk Gooise Meren 223.075 Kerkrade Gorinchem 150.891 Koggenland Gouda 249.681 Krimpen aan den IJssel Groningen 803.872 Krimpenerwaard Gulpen-Wittem 117.200 Laarbeek Haaksbergen 164.015 Land van Cuijk Haarlem 505.120 Landgraaf Haarlemmermeer 593.733 Landsmeer Halderberge 164.198 Lansingerland Hardenberg 392.295 Laren Harderwijk 191.969 Leeuwarden Hardinxveld-Giessendam 96.106 Leiden Harlingen 94.132 Leiderdorp Hattem 83.296 Leidschendam-Voorburg Heemskerk 158.188 Lelystad Heemstede 115.323 Leudal Heerde 134.369 Leusden Heerenveen 288.978 Lingewaard Heerlen 298.239 Lisse Heeze-Leende 143.088 Lochem Heiloo 112.189 Loon op Zand Hellendoorn 215.967 Lopik Helmond 325.903 Losser Hendrik-Ido-Ambacht 129.857 Maasdriel Hengelo 295.935 Maasgouw Het Hogeland 450.151 Maashorst Heumen 104.625 Maassluis Heusden 206.822 Maastricht Hillegom 104.701 Medemblik Hilvarenbeek 135.334 Meerssen Hilversum 317.431 Meierijstad Hoeksche Waard 439.805 Meppel
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 258.200 383.469 264.609 251.812 266.786 205.507 156.004 227.934 138.096 151.970 271.147 92.722 230.995 170.773 147.413 119.896 280.735 131.202 487.497 150.261 80.314 244.254 73.680 525.243 399.507 117.107 265.461 402.612 229.958 155.966 200.037 108.049 255.630 129.679 120.526 157.673 145.545 128.642 277.533 137.113 406.816 232.106 101.598 373.200 165.276
63
Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Middelburg 199.285 Pijnacker-Nootdorp Midden-Delfland 115.998 Purmerend Midden-Drenthe 331.678 Putten Midden-Groningen 367.744 Raalte Moerdijk 233.675 Reimerswaal Molenlanden 266.437 Renkum Montferland 198.267 Renswoude Montfoort 95.352 Reusel-De Mierden Mook en Middelaar 67.808 Rheden Neder-Betuwe 140.674 Rhenen Nederweert 142.513 Ridderkerk Nieuwegein 227.267 Rijssen-Holten Nieuwkoop 161.802 Rijswijk Nijkerk 199.358 Roerdalen Nijmegen 571.490 Roermond Nissewaard 315.830 Roosendaal Noardeast-Fryslân 383.439 Rotterdam Noord-Beveland 108.513 Rozendaal Noordenveld 240.280 Rucphen Noordoostpolder 444.963 Schagen Noordwijk 193.861 Scherpenzeel 120.922 Schiedam Nuenen, Gerwen en Nede Nunspeet 191.051 Schiermonnikoog Oegstgeest 109.733 Schouwen-Duiveland Oirschot 148.476 's-Gravenhage Oisterwijk 172.348 's-Hertogenbosch Oldambt 277.622 Simpelveld Oldebroek 159.520 Sint-Michielsgestel Oldenzaal 134.090 Sittard-Geleen Olst-Wijhe 154.379 Sliedrecht Ommen 194.488 Sluis Oost Gelre 182.131 Smallingerland Oosterhout 234.505 Soest Ooststellingwerf 239.002 Someren Oostzaan 68.474 Son en Breugel Opmeer 93.171 Stadskanaal Opsterland 251.100 Staphorst Oss 387.774 Stede Broec Oude IJsselstreek 223.221 Steenbergen Ouder-Amstel 88.760 Steenwijkerland Oudewater 86.382 Stein Overbetuwe 232.626 Stichtse Vecht Papendrecht 127.783 Súdwest-Fryslân Peel en Maas 253.779 Terneuzen Pekela 98.559 Terschelling
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 213.816 348.249 153.871 241.425 159.275 147.712 61.940 118.673 202.091 115.163 178.217 196.181 204.684 144.458 235.577 308.530 1.976.254 57.070 138.544 265.003 71.563 266.876 62.294 266.344 1.612.613 534.720 72.669 151.582 332.217 113.925 264.984 258.396 191.773 137.913 99.399 192.385 163.602 103.963 189.343 330.935 114.536 270.711 592.928 334.060 99.734
64
Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Texel 169.862 Waddinxveen Teylingen 156.145 Wageningen Tholen 195.990 Wassenaar Tiel 169.390 Waterland Tilburg 730.876 Weert Tubbergen 181.324 West Betuwe Twenterand 190.953 West Maas en Waal Tynaarlo 214.191 Westerkwartier Tytsjerksteradiel 212.428 Westerveld Uitgeest 83.020 Westervoort Uithoorn 131.690 Westerwolde Urk 102.526 Westland Utrecht 1.101.235 Weststellingwerf Utrechtse Heuvelrug 250.987 Wierden Vaals 77.024 Wijchen Valkenburg aan de Geul 101.745 Wijdemeren Valkenswaard 153.925 Wijk bij Duurstede Veendam 155.198 Winterswijk Veenendaal 234.340 Woensdrecht Veere 175.020 Woerden Veldhoven 180.731 Wormerland Velsen 249.492 Woudenberg Venlo 389.758 Zaanstad Venray 253.527 Zaltbommel Vijfheerenlanden 289.468 Zandvoort Vlaardingen 255.643 Zeewolde Vlieland 62.272 Zeist Vlissingen 178.423 Zevenaar Voerendaal 87.670 Zoetermeer Voorne aan Zee 308.928 Zoeterwoude Voorschoten 111.172 Zuidplas Voorst 177.602 Zundert Vught 158.633 Zutphen Waadhoeke 333.120 Zwartewaterland Waalre 97.360 Zwijndrecht Waalwijk 209.784 Zwolle Totaal
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 143.719 168.484 139.305 113.869 235.615 307.439 135.764 427.904 256.392 80.478 272.128 396.666 238.877 159.366 187.053 130.282 128.556 197.095 150.160 233.716 103.055 96.785 514.886 164.361 101.857 248.046 244.277 212.162 402.172 74.348 199.287 168.532 191.444 147.872 168.604 460.846 80.678.996
65
Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s
Meicirculaire gemeentefonds 2025
66
Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeente Achtkarspelen Albrandswaard Alkmaar Almelo Almere Alphen aan den Rijn Altena Ameland Amersfoort Amsterdam Apeldoorn Arnhem Assen Baarle-Nassau Barendrecht Beekdaelen Berkelland Bladel Breda Bronckhorst Brummen Brunssum Dalfsen De Ronde Venen Delft Den Helder Deventer Dijk en Waard Doetinchem Dordrecht Echt-Susteren Edam-Volendam Ede Eemsdelta Eindhoven Emmen Enschede Gennep Goeree-Overflakkee Goes Gouda Groningen Haarlem Haarlemmermeer Hardenberg
Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur Bedrag 2025 Bedrag 2026* Bedrag 2027* Bedrag 2028* Bedrag 2029* Bedrag 2030* 63.384 57.045 57.045 57.045 57.045 57.045 34.333 30.900 30.900 30.900 30.900 30.900 151.593 136.434 136.434 136.434 136.434 136.434 383.868 345.481 345.481 345.481 345.481 345.481 700.127 630.114 630.114 630.114 630.114 630.114 250.868 225.781 225.781 225.781 225.781 225.781 237.425 213.683 213.683 213.683 213.683 213.683 7.395 6.655 6.655 6.655 6.655 6.655 582.339 524.105 524.105 524.105 524.105 524.105 1.464.430 1.317.987 1.317.987 1.317.987 1.317.987 1.317.987 486.471 437.824 437.824 437.824 437.824 437.824 1.009.123 908.210 908.210 908.210 908.210 908.210 294.999 265.499 265.499 265.499 265.499 265.499 7.131 6.418 6.418 6.418 6.418 6.418 61.535 55.382 55.382 55.382 55.382 55.382 196.094 176.484 176.484 176.484 176.484 176.484 210.223 189.201 189.201 189.201 189.201 189.201 158.459 142.614 142.614 142.614 142.614 142.614 323.521 291.169 291.169 291.169 291.169 291.169 72.627 65.365 65.365 65.365 65.365 65.365 48.330 43.497 43.497 43.497 43.497 43.497 100.886 90.797 90.797 90.797 90.797 90.797 13.469 12.122 12.122 12.122 12.122 12.122 41.464 37.317 37.317 37.317 37.317 37.317 317.579 285.821 285.821 285.821 285.821 285.821 375.813 338.232 338.232 338.232 338.232 338.232 259.081 233.173 233.173 233.173 233.173 233.173 502.845 452.560 452.560 452.560 452.560 452.560 254.327 228.895 228.895 228.895 228.895 228.895 750.306 675.275 675.275 675.275 675.275 675.275 58.894 53.005 53.005 53.005 53.005 53.005 49.915 44.923 44.923 44.923 44.923 44.923 351.516 316.364 316.364 316.364 316.364 316.364 130.465 117.418 117.418 117.418 117.418 117.418 691.940 622.746 622.746 622.746 622.746 622.746 457.156 411.440 411.440 411.440 411.440 411.440 523.709 471.338 471.338 471.338 471.338 471.338 48.462 43.616 43.616 43.616 43.616 43.616 81.607 73.446 73.446 73.446 73.446 73.446 254.592 229.132 229.132 229.132 229.132 229.132 530.073 477.066 477.066 477.066 477.066 477.066 503.901 453.511 453.511 453.511 453.511 453.511 243.763 219.387 219.387 219.387 219.387 219.387 373.172 335.855 335.855 335.855 335.855 335.855 225.673 203.105 203.105 203.105 203.105 203.105
Meicirculaire gemeentefonds 2025
67
Gemeente Harderwijk Heerlen Hellendoorn Helmond Hengelo Het Hogeland Hoeksche Waard Hoogeveen Hoorn Kampen Katwijk Kerkrade Landgraaf Landsmeer Leeuwarden Leiden Lelystad Leudal Lochem Losser Maasgouw Maastricht Meierijstad Meppel Middelburg Midden-Groningen Montferland Nieuwegein Nijmegen Nissewaard Noardeast-Fryslân Noordenveld Oldambt Oldenzaal Olst-Wijhe Ooststellingwerf Oss Oude IJsselstreek Peel en Maas Raalte Renkum Ridderkerk Rijssen-Holten Roerdalen Roermond
Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur Bedrag 2025 Bedrag 2026* Bedrag 2027* Bedrag 2028* Bedrag 2029* Bedrag 2030* 415.164 373.647 373.647 373.647 373.647 373.647 408.297 367.468 367.468 367.468 367.468 367.468 73.420 66.078 66.078 66.078 66.078 66.078 626.971 564.274 564.274 564.274 564.274 564.274 362.872 326.585 326.585 326.585 326.585 326.585 95.868 86.281 86.281 86.281 86.281 86.281 95.604 86.043 86.043 86.043 86.043 86.043 262.779 236.501 236.501 236.501 236.501 236.501 558.570 502.713 502.713 502.713 502.713 502.713 194.113 174.702 174.702 174.702 174.702 174.702 319.824 287.842 287.842 287.842 287.842 287.842 65.232 58.709 58.709 58.709 58.709 58.709 43.444 39.100 39.100 39.100 39.100 39.100 11.620 10.458 10.458 10.458 10.458 10.458 682.696 614.427 614.427 614.427 614.427 614.427 331.180 298.062 298.062 298.062 298.062 298.062 396.413 356.772 356.772 356.772 356.772 356.772 54.669 49.202 49.202 49.202 49.202 49.202 54.669 49.202 49.202 49.202 49.202 49.202 50.179 45.161 45.161 45.161 45.161 45.161 41.199 37.080 37.080 37.080 37.080 37.080 384.528 346.075 346.075 346.075 346.075 346.075 528.066 475.260 475.260 475.260 475.260 475.260 136.011 122.410 122.410 122.410 122.410 122.410 197.810 178.029 178.029 178.029 178.029 178.029 159.516 143.564 143.564 143.564 143.564 143.564 104.055 93.650 93.650 93.650 93.650 93.650 246.669 222.002 222.002 222.002 222.002 222.002 693.524 624.172 624.172 624.172 624.172 624.172 238.217 214.396 214.396 214.396 214.396 214.396 153.706 138.335 138.335 138.335 138.335 138.335 54.669 49.202 49.202 49.202 49.202 49.202 199.923 179.931 179.931 179.931 179.931 179.931 75.532 67.979 67.979 67.979 67.979 67.979 34.861 31.375 31.375 31.375 31.375 31.375 64.440 57.996 57.996 57.996 57.996 57.996 893.579 804.221 804.221 804.221 804.221 804.221 87.681 78.913 78.913 78.913 78.913 78.913 257.497 231.747 231.747 231.747 231.747 231.747 52.820 47.538 47.538 47.538 47.538 47.538 60.215 54.193 54.193 54.193 54.193 54.193 85.304 76.774 76.774 76.774 76.774 76.774 63.120 56.808 56.808 56.808 56.808 56.808 38.030 34.227 34.227 34.227 34.227 34.227 189.887 170.899 170.899 170.899 170.899 170.899
Meicirculaire gemeentefonds 2025
68
Gemeente Roosendaal Rotterdam Schiedam Schouwen-Duiveland 's-Gravenhage 's-Hertogenbosch Sittard-Geleen Stadskanaal Steenwijkerland Stichtse Vecht Súdwest-Fryslân Terneuzen Texel Tilburg Tytsjerksteradiel Utrecht Veenendaal Velsen Venlo Vijfheerenlanden Vlieland Voorst Waalwijk Wageningen Waterland Weert West Betuwe Westerkwartier Westland Weststellingwerf Woerden Zaanstad Zeist Zoetermeer Zutphen Zwolle Totaal *
Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur Bedrag 2025 Bedrag 2026* Bedrag 2027* Bedrag 2028* Bedrag 2029* Bedrag 2030* 586.036 527.432 527.432 527.432 527.432 527.432 1.439.076 1.295.168 1.295.168 1.295.168 1.295.168 1.295.168 357.590 321.831 321.831 321.831 321.831 321.831 54.933 49.439 49.439 49.439 49.439 49.439 1.247.076 1.122.368 1.122.368 1.122.368 1.122.368 1.122.368 574.416 516.974 516.974 516.974 516.974 516.974 297.640 267.876 267.876 267.876 267.876 267.876 272.286 245.058 245.058 245.058 245.058 245.058 128.088 115.279 115.279 115.279 115.279 115.279 59.951 53.955 53.955 53.955 53.955 53.955 340.688 306.619 306.619 306.619 306.619 306.619 179.323 161.391 161.391 161.391 161.391 161.391 21.656 19.491 19.491 19.491 19.491 19.491 719.406 647.465 647.465 647.465 647.465 647.465 61.007 54.906 54.906 54.906 54.906 54.906 525.029 472.526 472.526 472.526 472.526 472.526 184.077 165.669 165.669 165.669 165.669 165.669 276.512 248.861 248.861 248.861 248.861 248.861 310.713 279.641 279.641 279.641 279.641 279.641 221.315 199.184 199.184 199.184 199.184 199.184 1.849 1.664 1.664 1.664 1.664 1.664 37.238 33.514 33.514 33.514 33.514 33.514 211.543 190.389 190.389 190.389 190.389 190.389 75.532 67.979 67.979 67.979 67.979 67.979 23.241 20.917 20.917 20.917 20.917 20.917 137.067 123.361 123.361 123.361 123.361 123.361 468.776 421.898 421.898 421.898 421.898 421.898 111.714 100.543 100.543 100.543 100.543 100.543 130.201 117.181 117.181 117.181 117.181 117.181 51.763 46.587 46.587 46.587 46.587 46.587 143.406 129.065 129.065 129.065 129.065 129.065 476.699 429.029 429.029 429.029 429.029 429.029 253.799 228.419 228.419 228.419 228.419 228.419 448.836 403.953 403.953 403.953 403.953 403.953 178.531 160.678 160.678 160.678 160.678 160.678 363.664 327.298 327.298 327.298 327.298 327.298 35.000.003 31.500.003 31.500.003 31.500.003 31.500.003 31.500.003 Betreft voorlopige prognoses
Meicirculaire gemeentefonds 2025
69
Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek
Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Aa en Hunze 26.820 Boxtel Aalsmeer 36.641 Breda Aalten 47.008 Bronckhorst Achtkarspelen 45.376 Brummen Alblasserdam 36.641 Brunssum Albrandswaard 30.299 Bunnik Alkmaar 147.629 Bunschoten Almelo 141.697 Buren Almere 256.561 Capelle aan den IJssel Alphen aan den Rijn 116.120 Castricum Alphen-Chaam 26.820 Coevorden Altena 48.508 Cranendonck Ameland 14.297 Culemborg Amersfoort 195.915 Dalfsen Amstelveen 99.392 Dantumadiel Amsterdam 2.007.923 De Bilt Apeldoorn 245.449 De Fryske Marren Arnhem 333.117 De Ronde Venen Assen 92.163 De Wolden Asten 19.931 Delft Baarle-Nassau 16.043 Den Helder Baarn 41.620 Deurne Barendrecht 45.376 Deventer Barneveld 59.829 Diemen Beek 23.820 Dijk en Waard Beekdaelen 47.897 Dinkelland Beesel 43.120 Doesburg Berg en Dal 44.008 Doetinchem Bergeijk 14.297 Dongen Bergen (L.) 16.043 Dordrecht Bergen (NH.) 21.431 Drechterland Bergen op Zoom 137.197 Drimmelen Berkelland 40.120 Dronten Bernheze 23.820 Druten Best 60.718 Duiven Beuningen 31.799 Echt-Susteren Beverwijk 65.086 Edam-Volendam Bladel 16.043 Ede Blaricum 25.799 Eemnes Bloemendaal 16.043 Eemsdelta Bodegraven-Reeuwijk 39.508 Eersel Boekel 14.297 Eijsden-Margraten Borger-Odoorn 42.508 Eindhoven Borne 32.688 Elburg Borsele 19.931 Emmen
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 64.606 208.401 41.620 33.641 87.795 16.043 33.641 27.299 80.906 23.820 100.892 19.931 52.876 31.799 27.299 59.218 40.120 39.641 21.431 177.838 65.974 27.299 208.804 23.820 68.906 16.043 35.620 68.906 35.688 283.915 26.820 25.799 35.620 26.820 30.299 31.188 16.043 77.295 16.043 88.615 21.431 19.931 369.326 26.820 218.013
70
Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Enkhuizen 47.008 Hof van Twente Enschede 281.813 Hollands Kroon Epe 52.397 Hoogeveen Ermelo 40.120 Hoorn Etten-Leur 47.008 Horst aan de Maas Geertruidenberg 19.931 Houten Geldrop-Mierlo 60.586 Huizen Gemert-Bakel 36.641 Hulst Gennep 30.299 IJsselstein Gilze en Rijen 44.897 Kaag en Braassem Goeree-Overflakkee 31.188 Kampen Goes 37.120 Kapelle Goirle 33.641 Katwijk Gooise Meren 29.688 Kerkrade Gorinchem 66.927 Koggenland Gouda 211.201 Krimpen aan den IJssel Groningen 175.594 Krimpenerwaard Gulpen-Wittem 19.931 Laarbeek Haaksbergen 55.329 Land van Cuijk Haarlem 286.445 Landgraaf Haarlemmermeer 90.392 Landsmeer Halderberge 54.718 Lansingerland Hardenberg 76.606 Laren Harderwijk 72.795 Leeuwarden Hardinxveld-Giessendam 25.799 Leiden Harlingen 26.820 Leiderdorp Hattem 25.799 Leidschendam-Voorburg Heemskerk 53.218 Lelystad Heemstede 21.431 Leudal Heerde 27.299 Leusden Heerenveen 43.397 Lingewaard Heerlen 243.608 Lisse Heeze-Leende 28.320 Lochem Heiloo 16.043 Loon op Zand Hellendoorn 38.141 Lopik Helmond 268.158 Losser Hendrik-Ido-Ambacht 52.329 Maasdriel Hengelo 100.213 Maasgouw Het Hogeland 57.106 Maashorst Heumen 16.043 Maassluis Heusden 35.620 Maastricht Hillegom 44.897 Medemblik Hilvarenbeek 16.043 Meerssen Hilversum 106.693 Meierijstad Hoeksche Waard 51.376 Meppel
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 38.141 49.397 100.892 156.906 19.931 35.620 53.829 31.188 65.974 35.620 62.974 16.043 58.329 106.213 14.297 42.508 53.218 46.120 63.586 59.086 16.043 75.795 14.297 149.808 240.817 29.688 75.795 165.629 62.829 23.820 35.620 46.120 21.431 27.299 21.431 40.120 30.299 42.641 80.906 92.504 218.701 41.620 23.820 67.606 60.106
71
Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Middelburg 70.474 Pijnacker-Nootdorp Midden-Delfland 16.043 Purmerend Midden-Drenthe 29.688 Putten Midden-Groningen 174.017 Raalte Moerdijk 48.376 Reimerswaal Molenlanden 25.799 Renkum Montferland 57.718 Renswoude Montfoort 16.043 Reusel-De Mierden Mook en Middelaar 16.043 Rheden Neder-Betuwe 52.397 Rhenen Nederweert 23.820 Ridderkerk Nieuwegein 68.906 Rijssen-Holten Nieuwkoop 32.688 Rijswijk Nijkerk 72.106 Roerdalen Nijmegen 314.680 Roermond Nissewaard 83.295 Roosendaal Noardeast-Fryslân 53.218 Rotterdam Noord-Beveland 19.931 Rozendaal Noordenveld 23.820 Rucphen Noordoostpolder 49.329 Schagen Noordwijk 41.620 Scherpenzeel 14.297 Schiedam Nuenen, Gerwen en Nede Nunspeet 38.141 Schiermonnikoog Oegstgeest 14.297 Schouwen-Duiveland Oirschot 21.431 's-Gravenhage Oisterwijk 32.688 's-Hertogenbosch Oldambt 85.615 Simpelveld Oldebroek 23.820 Sint-Michielsgestel Oldenzaal 44.897 Sittard-Geleen Olst-Wijhe 28.320 Sliedrecht Ommen 19.931 Sluis Oost Gelre 19.931 Smallingerland Oosterhout 68.906 Soest Ooststellingwerf 23.820 Someren Oostzaan 14.297 Son en Breugel Opmeer 14.297 Stadskanaal Opsterland 42.508 Staphorst Oss 175.115 Stede Broec Oude IJsselstreek 105.392 Steenbergen Ouder-Amstel 16.043 Steenwijkerland Oudewater 23.820 Stein Overbetuwe 35.620 Stichtse Vecht Papendrecht 43.397 Súdwest-Fryslân Peel en Maas 41.620 Terneuzen Pekela 63.586 Terschelling
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 54.718 116.581 49.397 37.120 23.820 42.508 14.297 16.043 75.795 33.641 79.406 42.641 106.760 25.799 144.697 157.385 1.736.963 14.297 39.641 39.508 16.043 172.115 14.297 38.141 1.347.177 201.381 23.820 38.141 198.436 44.897 28.320 106.213 88.683 14.297 16.043 102.193 28.320 27.299 33.641 45.376 52.876 49.329 68.906 62.974 14.297
72
Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Texel 16.043 Waddinxveen Teylingen 23.820 Wageningen Tholen 55.876 Wassenaar Tiel 62.974 Waterland Tilburg 357.860 Weert Tubbergen 19.931 West Betuwe Twenterand 83.295 West Maas en Waal Tynaarlo 31.188 Westerkwartier Tytsjerksteradiel 25.799 Westerveld Uitgeest 26.820 Westervoort Uithoorn 48.508 Westerwolde Urk 16.043 Westland Utrecht 940.518 Weststellingwerf Utrechtse Heuvelrug 93.795 Wierden Vaals 16.043 Wijchen Valkenburg aan de Geul 16.043 Wijdemeren Valkenswaard 19.931 Wijk bij Duurstede Veendam 49.329 Winterswijk Veenendaal 179.615 Woensdrecht Veere 14.297 Woerden Veldhoven 69.718 Wormerland Velsen 68.906 Woudenberg Venlo 243.740 Zaanstad Venray 59.086 Zaltbommel Vijfheerenlanden 126.552 Zandvoort Vlaardingen 130.440 Zeewolde Vlieland 14.297 Zeist Vlissingen 54.718 Zevenaar Voerendaal 30.299 Zoetermeer Voorne aan Zee 52.329 Zoeterwoude Voorschoten 32.688 Zuidplas Voorst 16.043 Zundert Vught 44.897 Zutphen Waadhoeke 76.474 Zwartewaterland Waalre 30.299 Zwijndrecht Waalwijk 79.406 Zwolle Totaal
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 51.376 54.718 38.141 16.043 87.115 47.008 16.043 55.876 21.431 38.141 49.397 119.581 58.329 35.620 46.876 21.431 23.820 29.688 19.931 107.504 25.799 23.820 305.603 63.586 40.120 26.820 141.629 60.586 159.227 14.297 42.508 31.188 77.295 23.820 102.872 200.483 27.467.822
73
Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Begeleiding jongeren naar werk
Decentralisatie-uitkering Begeleiding jongeren naar werk Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Alkmaar 479.205 Heerlen Almere 465.504 Helmond Amersfoort 275.088 Hilversum Amsterdam 1.104.923 Leeuwarden Apeldoorn 474.696 Leiden Arnhem 384.383 Nijmegen Breda 530.202 Roermond Doetinchem 262.211 Rotterdam Dordrecht 281.903 's-Gravenhage Ede 267.579 's-Hertogenbosch Eindhoven 401.215 Tiel Emmen 266.701 Tilburg Enschede 567.020 Utrecht Goes 313.002 Venlo Gorinchem 170.081 Zaanstad Gouda 208.570 Zoetermeer Groningen 595.530 Zwolle Haarlem 313.979 Totaal
Bedrag 2025 444.233 247.909 222.005 499.676 368.946 288.625 222.492 1.466.163 820.624 459.546 233.579 402.742 582.831 276.748 319.823 293.113 384.151 14.894.998
Meicirculaire gemeentefonds 2025
74
Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra
Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra Gemeente Bedrag 2025 Gemeente Almelo 270.791 Katwijk Amersfoort 402.121 Land van Cuijk Amsterdam 405.847 Leudal Apeldoorn 609.472 Meierijstad Assen 227.721 Middelburg Beekdaelen 107.750 Nijmegen Berkelland 20.761 Noordoostpolder Coevorden 309.636 Oisterwijk Cranendonck 1.944.241 Oldambt De Fryske Marren 190.481 Oosterhout Deventer 174.540 Smallingerland Dronten 899.337 Súdwest-Fryslân Echt-Susteren 125.208 Tytsjerksteradiel Ede 120.586 Utrecht Eemsdelta 204.302 Utrechtse Heuvelrug Emmen 180.961 Waadhoeke Goes 241.004 Wassenaar Gouda 317.718 Waterland Groningen 680.841 Winterswijk Hardenberg 253.884 Zeewolde Heerlen 327.642 Zwolle Totaal
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Bedrag 2025 246.825 182.913 224.103 170.458 84.313 125.877 0 96.085 117.376 48.876 100.533 199.389 157.325 302.210 112.904 91.947 1.207.986 220.122 130.391 295.698 135.708 12.265.883
75
Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus
Meicirculaire gemeentefonds 2025
76
Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus Gemeente Fase 1 Fase 2 Bedrag 2025 Gilze en Rijen 55.835 55.835 Goeree-Overflakkee 37.223 37.223 Goirle 6.514 74.446 80.960 Gulpen-Wittem 18.612 18.612 Haaksbergen 93.058 93.058 Hardenberg 6.514 130.281 136.795 Harderwijk 6.514 74.446 80.960 Heerde 6.514 18.612 25.126 Heerenveen 18.612 18.612 Heerlen 37.223 37.223 Heeze-Leende 74.446 74.446 Hellendoorn 148.893 148.893 Helmond 37.223 37.223 Hengelo 55.835 55.835 Heusden 18.612 18.612 Hilvarenbeek 186.116 186.116 Hof van Twente 148.893 148.893 Hollands Kroon 18.612 18.612 Horst aan de Maas 39.084 93.058 132.142 Kampen 18.612 18.612 Land van Cuijk 465.289 465.289 Leudal 6.514 93.058 99.572 Lochem 6.514 111.669 118.183 Losser 55.835 55.835 Maasdriel 18.612 18.612 Maashorst 37.223 37.223 Meierijstad 37.223 37.223 Middelburg 18.612 18.612 Midden-Drenthe 6.514 167.504 174.018 Moerdijk 18.612 18.612 Montfoort 18.612 18.612 Mook en Middelaar 18.612 18.612 Nederweert 13.028 186.116 199.144 Nieuwkoop 18.612 18.612 Nijkerk 6.514 93.058 99.572 Noordenveld 6.514 6.514 Noordoostpolder 74.446 74.446 Nunspeet 6.514 74.446 80.960 Oegstgeest 18.612 18.612 Oirschot 13.028 74.446 87.474 Oisterwijk 6.514 74.446 80.960 Oldebroek 13.028 74.446 87.474 Oldenzaal 18.612 18.612 Olst-Wijhe 6.514 55.835 62.349 Ommen 55.835 55.835
Meicirculaire gemeentefonds 2025
77
Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus Gemeente Fase 1 Fase 2 Bedrag 2025 Oost Gelre 130.281 130.281 Oosterhout 18.612 18.612 Ooststellingwerf 19.542 74.446 93.988 Opsterland 37.223 37.223 Oss 74.446 74.446 Oudewater 37.223 37.223 Overbetuwe 55.835 55.835 Peel en Maas 111.669 111.669 Purmerend 18.612 18.612 Putten 6.514 130.281 136.795 Raalte 111.669 111.669 Renswoude 37.223 37.223 Reusel-De Mierden 93.058 93.058 Rheden 18.612 18.612 Rijssen-Holten 111.669 111.669 Roerdalen 55.835 55.835 Roermond 18.612 18.612 Roosendaal 18.612 18.612 Scherpenzeel 6.514 18.612 25.126 's-Hertogenbosch 37.223 37.223 Sint-Michielsgestel 18.612 18.612 Sluis 37.223 37.223 Smallingerland 37.223 37.223 Someren 111.669 111.669 Stadskanaal 18.612 18.612 Steenwijkerland 32.570 111.669 144.240 Stein 18.612 18.612 Texel 37.223 37.223 Tholen 37.223 37.223 Tilburg 74.446 74.446 Tubbergen 26.056 74.446 100.502 Twenterand 6.514 18.612 25.126 Tynaarlo 37.223 37.223 Utrechtse Heuvelrug 6.514 6.514 Valkenburg aan de Geul 18.612 18.612 Valkenswaard 18.612 18.612 Veere 37.223 37.223 Venlo 18.612 18.612 Venray 409.455 409.455 Vijfheerenlanden 18.612 18.612 Voerendaal 18.612 18.612 Voorst 18.612 18.612 Weert 6.514 130.281 136.795 West Maas en Waal 6.514 55.835 62.349 Westerkwartier 6.514 6.514
Meicirculaire gemeentefonds 2025
78
Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus Gemeente Fase 1 Fase 2 Bedrag 2025 Westerveld 26.056 74.446 100.502 Westerwolde 74.446 74.446 Weststellingwerf 55.835 55.835 Wierden 6.514 55.835 62.349 Wijchen 6.514 55.835 62.349 Winterswijk 6.514 55.835 62.349 Woensdrecht 19.542 93.058 112.600 Woerden 37.223 37.223 Woudenberg 6.514 37.223 43.737 Zaanstad 6.514 6.514 Zeewolde 18.612 18.612 Zevenaar 6.514 37.223 43.737 Zundert 18.612 18.612 Zwartewaterland 74.446 74.446 Zwolle 37.223 37.223 Totaal 566.722 9.715.240 10.281.971
Meicirculaire gemeentefonds 2025
79
Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Versterken arbeidsmarkregio’s
Mutatie decentralisatie-uitkering Versterking arbeidsmarktregio's Gemeente Bedrag 2025 Bedrag 2026 Bedrag 2027 Bedrag 2028 Alkmaar 248.468 248.468 248.468 248.468 Almere 248.468 248.468 248.468 248.468 Amersfoort 248.468 248.468 248.468 248.468 Amsterdam 248.468 248.468 248.468 248.468 Apeldoorn 248.468 248.468 248.468 248.468 Arnhem 248.468 248.468 248.468 248.468 Breda 248.468 248.468 248.468 248.468 Doetinchem 248.468 248.468 248.468 248.468 Dordrecht 248.468 248.468 248.468 248.468 Ede 248.468 248.468 248.468 248.468 Eindhoven 248.468 248.468 248.468 248.468 Emmen 248.468 248.468 248.468 248.468 Enschede 248.468 248.468 248.468 248.468 Goes 248.468 248.468 248.468 248.468 Gorinchem 248.468 248.468 248.468 248.468 Gouda 248.468 248.468 248.468 248.468 Groningen 248.468 248.468 248.468 248.468 Haarlem 248.468 248.468 248.468 248.468 Heerlen 248.468 248.468 248.468 248.468 Helmond 248.468 248.468 248.468 248.468 Hilversum 248.468 248.468 248.468 248.468 Leeuwarden 248.468 248.468 248.468 248.468 Leiden 248.468 248.468 248.468 248.468 Nijmegen 248.468 248.468 248.468 248.468 Roermond 248.468 248.468 248.468 248.468 Rotterdam 248.468 248.468 248.468 248.468 's-Gravenhage 248.468 248.468 248.468 248.468 's-Hertogenbosch 399.599 399.599 399.599 399.599 Tiel 248.468 248.468 248.468 248.468 Tilburg 248.468 248.468 248.468 248.468 Utrecht 248.468 248.468 248.468 248.468 Venlo 248.468 248.468 248.468 248.468 Zaanstad 248.468 248.468 248.468 248.468 Zoetermeer 248.468 248.468 248.468 248.468 Zwolle 248.468 248.468 248.468 248.468 Totaal 8.847.511 8.847.511 8.847.511 8.847.511
Meicirculaire gemeentefonds 2025
80
Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Natuur bij energieprojecten
Decentralisatie-uitkering Natuur bij energieprojecten Gemeente Bedrag 2025 Alphen aan den Rijn 326.166 Amersfoort 326.166 Barendrecht 326.166 Breda 326.166 Brummen 326.166 Cranendonck 326.166 Culemborg 326.166 Doetinchem 326.166 Dordrecht 326.166 Goeree-Overflakkee 326.166 Gorinchem 326.166 Heerlen 326.166 Het Hogeland 326.166 Hoeksche Waard 326.166 Land van Cuijk 326.166 Leeuwarden 326.166 Nijkerk 326.166 Nijmegen 326.166 Oldebroek 326.166 Terneuzen 326.166 Tilburg 326.166 Utrecht 326.166 Venlo 326.166 Zuidplas 326.166 Totaal 7.827.984
Meicirculaire gemeentefonds 2025
81
Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid
Gemeente Alkmaar Almere Amersfoort Amsterdam Apeldoorn Arnhem Breda Doetinchem Dordrecht Ede Eindhoven Emmen Enschede Goes Gorinchem Gouda Groningen Haarlem Heerlen Helmond Hilversum Leeuwarden Leiden Nijmegen Roermond Rotterdam 's-Gravenhage 's-Hertogenbosch Tiel Tilburg Utrecht Venlo Zaanstad Zoetermeer Zwolle Totaal *
Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid Bedrag 2025 Bedrag 2026* Bedrag 2027* Bedrag 2028* 185.588 142.826 142.826 142.826 185.159 142.496 142.496 142.496 146.609 112.828 112.828 112.828 430.243 331.109 331.109 331.109 187.112 143.999 143.999 143.999 174.786 134.513 134.513 134.513 205.758 158.348 158.348 158.348 135.945 104.621 104.621 104.621 152.018 116.991 116.991 116.991 142.265 109.485 109.485 109.485 185.141 142.482 142.482 142.482 139.431 107.304 107.304 107.304 199.997 153.915 153.915 153.915 152.412 117.294 117.294 117.294 119.797 92.194 92.194 92.194 134.521 103.525 103.525 103.525 219.902 169.234 169.234 169.234 158.423 121.920 121.920 121.920 200.542 154.334 154.334 154.334 136.760 105.249 105.249 105.249 133.611 102.825 102.825 102.825 194.983 150.056 150.056 150.056 172.637 132.859 132.859 132.859 153.611 118.217 118.217 118.217 133.537 102.768 102.768 102.768 453.492 349.001 349.001 349.001 314.952 242.383 242.383 242.383 182.003 140.067 140.067 140.067 132.246 101.775 101.775 101.775 175.364 134.958 134.958 134.958 234.216 180.249 180.249 180.249 140.443 108.083 108.083 108.083 159.898 123.055 123.055 123.055 160.505 123.522 123.522 123.522 163.092 125.513 125.513 125.513 6.496.999 4.999.998 4.999.998 4.999.998 Betreft voorlopige prognoses
Meicirculaire gemeentefonds 2025
82
Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Work in Nederland
Gemeente Alkmaar Almere Amersfoort Amsterdam Arnhem Breda Deventer Doetinchem Dordrecht Eindhoven Emmen Enschede Goes Gorinchem Gouda Groningen Haarlem Helmond Leeuwarden Leiden Maastricht Meierijstad Nijmegen Roermond Rotterdam 's-Gravenhage Tiel Tilburg Utrecht Venlo Zaanstad Zoetermeer Zwolle Totaal
Decentralisatie-uitkering Work in Nederland Bedrag 2025 Bedrag 2026 Bedrag 2027 194.203 194.203 194.203 194.099 194.099 194.099 125.269 125.269 125.269 473.707 473.707 473.707 149.479 149.479 149.479 247.917 396.668 396.668 147.397 147.397 147.397 150.000 150.000 150.000 150.000 150.000 150.000 144.793 289.587 289.587 96.529 96.529 96.529 144.793 144.793 144.793 145.262 145.262 145.262 93.058 93.058 93.058 100.000 100.000 100.000 147.397 147.397 147.397 100.000 100.000 100.000 37.500 150.000 150.000 96.529 96.529 96.529 139.587 139.587 139.587 143.492 143.492 143.492 143.492 286.983 286.983 137.738 137.738 137.738 133.729 133.729 133.729 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000 500.000 194.759 194.759 194.759 147.397 294.793 294.793 182.645 182.645 182.645 390.003 390.003 390.003 82.645 82.645 82.645 150.000 150.000 150.000 144.429 144.429 144.429 5.927.848 6.624.780 6.624.780
Meicirculaire gemeentefonds 2025
83
Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering BRP centralisering inschrijving
vergunninghouders
Decentralisatie-uitkering BRP: Centralisering Inschrijving Vergunninghouders Gemeente Bedrag 2025 en verder Amsterdam 914.788 Arnhem 1.407.317 Cranendonck 1.161.052 Gilze en Rijen 1.210.305 Haarlemmermeer 0 's-Gravenhage 196.506 Utrecht 196.506 Westerwolde 2.769.352 Totaal 7.855.826
Meicirculaire gemeentefonds 2025
84
Bekijk de brief: 2025-46 informatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen Voorjaarsnota 2025 (+)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Hilvarenbeek (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.