14 maart 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Hilvarenbeek

Memo beantwoording vragen bodemonderzoek Hart van Haghorst

Een raadslid stelde op 14 maart 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Zaaknummer: 1015877

Commissie Ruimte van 29 februari 2024 - Beantwoording vragen van CDA, HOI Werkt, VVD Datum: 8 maart 2024 Deze memo bevat de tijdens de commissie Ruimte ontvangen vragen (van de commissieleden namens CDA, HOI Werkt, VVD) voor onderstaand agendapunt voor de commissie Ruimte op 29 februari 2024.

Cursief gedrukt is de beantwoording per vraag opgenomen.

Agendapunt 4 – 4 OORDEELSVORMEN: Raadsvoorstel Investeringskrediet aankoop percelen Hart van Haghorst.:

Wat zijn de resultaten van het recente aanvullend bodemonderzoek van plangebied Hart van Haghorst?

De conclusie uit het aanvullend bodemonderzoek (bijlage) luidt als volgt. Het eerder aangetoonde matig verhoogde gehalte aan PAK uit het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is bij de uitgevoerde grondboringen en individuele grondanalyses in voorliggend bodemonderzoek niet meer aangetoond. De aangetroffen bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Uit de indicatieve toetsing voor hergebruik blijkt dat de grond minimaal voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse ‘wonen’.

De bodemkwaliteit is dus voldoende en vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

Bijlage: rapportage Aeres Milieu Hart van Haghorst te Hilvarenbeek

Piet Machielsen | wethouder Ruimtelijke ontwikkeling, wonen, economie & financiën Vrijthof 10 | 5081 CA Hilvarenbeek Postbus 3 | 5080 AA Hilvarenbeek (013) 505 83 00 | www.hilvarenbeek.nl | @gemeenteHbeek

Ordito T.a.v. de heer R. Konings Postbus 94 5126 ZH Gilze

Roermond

:

6 maart 2024

Ons kenmerk

:

AM24013

Behandeld door

:

J. Peters

Geachte heer Konings,

In uw opdracht heeft Aeres Milieu een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie bekend als ‘Hart van Haghorst’ aan de Sint Josephstraat te Haghorst. De huidige bebouwing bestaande uit een basisschool, een sporthal, een ontmoetingscentrum en twee horecagelegenheden, zal worden gesloopt en vervangen door een MFA (multifunctionele accommodatie) en woningen. Een beschrijving van de uitgevoerde werkzaamheden en de analyseresultaten zijn opgenomen in deze briefrapportage.

Voorliggend bodemonderzoek betreft een afperkend grondonderzoek en is uitgevoerd in verband met de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse en de resultaten van het eerder uitgevoerd verkennend bodemonderzoek (rapport VBO Aeres Milieu, Hart van Haghorst te Haghorst; AM22058-3 d.d. 20 september 2023). De resultaten van voorgaand verkennend bodemonderzoek zijn in het volgend tekstblok samengevat.

Op de locatie is in 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Aeres Milieu (verkennend bodemonderzoek ‘Hart van Haghorst’ te Haghorst, Aeres Milieu, kenmerk AM22058 -3 d.d. 20 september 2023). Het plangebied is onderzocht conform de NEN 5740 volgens de strategie ‘onverdacht’. Daarbij zijn 3 mengmonsters van de bovengrond geanalyseerd alsmede twee grondmengmonsters van de ondergrond. In grondmengmonster MM3 is een matig verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen en een licht verhoogd gehalte aan minerale olie. In grondmengmonster MM1 is een licht verhoogd gehalte aan kwik aangetroffen.

In de overige grondmengmonsters zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. Grondmengmonster MM3 is niet uitgesplitst.

Het freatisch grondwater is licht verhoogd met barium, kobalt en zink en matig verhoogd met nikkel .

De resultaten van dit bodemonderzoek geven voor wat betreft het matig verhoogde gehalte aan PAK in grondmengmonster MM3 aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend onderzoek. Doel van het aanvullend onderzoek is om vast te stellen waar de verontreiniging met PAK zich precies bevindt.

In het kader van dit onderzoek is geen bodemonderzoek conform NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voor liggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.

Pagina | 2001

1

Op afbeelding 1 is de begrenzing van de onderzoekslocatie aangegeven met de boorpuntlocaties uit het verkennend bodemonderzoek. Grondmengmonster MM3 was samengesteld uit de de bovengrond van boringen 5, 12, 13, 14, 17 en 18. In dit mengmonster was een matige verhoging met lood aangetoond alsmede een licht verhoogd gehalte aan minerale olie. Het aanvullend onderzek beperkt zich tot de matige PAK-verhoging.

Afbeelding 1: luchtfoto met de begrenzing onderzoekslocatie en boorpuntlocaties verkennend bodemonderzoek AM23146-3 Aeres Milieu

Onderzoeksopzet aanvullend bodemonderzoek Om vast te stellen waar een verontreiniging met PAK aanwezig is, worden in eerste instantie ter plaatse van de boringen 5, 12, 13, 14, 17 en 18 vanuit het verkennend bodemonderzoek nieuwe boringen geplaatst. De boringen zullen doorgezet worden tot een diepte van ca. 1,5 m-mv. Van de verkregen grondmonsters worden in het laboratorium analyses op PAK uitgevoerd.

Uitvoering veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 februari 2024 door erkend monsternemer de heer H. van den Tillaar onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 en protocol 2001 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer.

De boringen zijn verricht met behulp van een Edelmanboor ( 7 cm). Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Op basis van de visuele beoordeling van het opgeboorde bodemmateriaal en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden.

Pagina | AM24013

2

In bijlage 3 is een situatietekening met de boorpunt- en fotolocaties opgenomen. De uitkomende grond en alle visueel waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen in bijlage 4. In tabel 1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd.

Boring

Traject (m -mv) 0,15 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

01

Diepte boring (m -mv) 1,50

Zand

sporen baksteen

02

1,50

0,10 - 0,50

Zand

sporen kooldeeltjes

Tabel 1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen

Analyses en resultaten De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics te Rotterdam. Het laboratorium is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden. De keuzes voor de uitgevoerde analyses is gemaakt op basis van de visuele waarnemingen en de onderzoeksopzet. In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek de betreffende grondmonsters geanalyseerd zoals aangegeven in tabel 2.

Monsternummer1)

Bodemlaag [m-mv.]

Visuele waarnemingen

Analyse

01-1

0,15 - 0,50

Sporen baksteen

PAK (10 VROM), Pakket lutum en organische stof

02-1

0,10 - 0,50

Sporen kooldeeltjes

PAK (10 VROM), Pakket lutum en organische stof

03-1

0,00 - 0,50

Zintuiglijk schoon

PAK (10 VROM), Pakket lutum en organische stof

04-1

0,08 - 0,50

Zintuiglijk schoon

PAK (10 VROM), Pakket lutum en organische stof

05-1

0,05 - 0,50

Zintuiglijk schoon

PAK (10 VROM), Pakket lutum en organische stof

06-1

0,05 - 0,50

Zintuiglijk schoon

PAK (10 VROM), Pakket lutum en organische stof

Tabel 2: Schema onderzochte grondmonsters 1) Het eerste cijfer geeft het boorpunt aan, het tweede cijfer het monsternametraject (zie bijlage 4).

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat. Toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens de tijdelijke kaders van de omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat medio 2024. In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing plaats dient te vinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stofgehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor de toetsingstabellen en de analyserapporten.

Monster

Traject

Zintuiglijke

Verhoogde component en

Overschrijding

Indicatieve toetsing

(m -mv)

waarnemingen

berekende concentratie [mg/kg d.s.]

interventiewaarde

kwaliteit

01-1

0,15 - 0,50

Sporen baksteen

PAK

1,8

Bekijk de brief: Memo beantwoording vragen bodemonderzoek Hart van Haghorst

Bron: raadsinformatie van de gemeente Hilvarenbeek (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Hilvarenbeek

Alle artikel 35-vragen in Hilvarenbeek